Bart Voskamp (1968)
Bart sloot eind vorig jaar een lange loopbaan als wielrenner af. In 1993
debuteerde hij bij de beroepsrenners in de TVM-ploeg. Hij groeide in die ploeg uit tot de meesterknecht van sprinter Jeroen Blijlevens, die veel aan de Wageninger te danken heeft. Maar Bart cijferde zich zelf niet helemaal weg en hij won etappes in de Ronde van Spanje en hij werd twee keer kampioen van Nederland in het tijdrijden. Ook in de Tour behaalde hij succes. In 1996 won hij de 18e etappe van Pamplona naar Hendaye en hij versloeg in de sprint de Duitser Christian Henn. Met een andere Duitser – Jens Heppner – ging hij een jaar later de sprint aan voor weer een Touretappe. Ze waren allebei zo kapot dat de inspanning van de sprint te veel werd en ze dodelijk vermoeid tegen elkaar hangend over de streep gingen. Eén Voskamp, twee Heppner, dacht iedereen, maar de jury oordeelde dat diskwalificatie op zijn plaats was omdat de heren van hun lijn waren afgeweken. Ze haalden zich de woede van Jean-Marie Leblanc op de hals die vond dat de twee veel te zwaar bestraft werden. “Iedereen heeft gezien dat er hier niets aan de hand was”, brieste de altijd zo aimabele Tourdirecteur. En Voskamp vloekte. “Zes juryleden die nooit hebben gefietst nemen een beslissing waarmee de wielersport belachelijk wordt gemaakt.” Ik ben benieuwd hoe Bart in zijn nieuwe functie van koersdirecteur van de Eneco Benelux Tour in de toekomst met blunderende juryleden omgaat? (© Cor Vos)
Wat staat er nog meer in het geboorteregister?
Cees Joosen (1920, overleden 31.07.1976)
Deze renner uit Made had gezien zijn erelijst echt wel wat in zijn mars. Hij had alleen de pech dat zijn carrière goeddeels in de tweede wereldoorlog viel. Weinig wedstrijden en geen mogelijkheden om in het buitenland te rijden. Hij behaalde zeven overwinningen en in 1943 was hij tweede in het Nederlands kampioenschap op de weg. Achter de Zeeuw Theo Middelkamp. Joosen besloot zijn loopbaan in 1952.
Co Moritz (1950, overleden 24.07.2001)
Een paar maanden geleden kwam het boek van Rini Wagtmans uit en
iedereen die het gelezen heeft, reageerde verbijsterd. Dat dat een mens allemaal kan overkomen. Dat dat kan en misschien nog veel erger bewijst het verhaal van Co Moritz. Iemand zei eens tegen me: ‘je hoeft in het leven geen geluk te hebben, als je maar geen pech hebt.’ En pech had Co volop. Dit is niet de plaats om het allemaal op een rij te zetten, maar de grootste pech overkwam hem in 1986. Na een kleine operatie aan het zitvlak werd de operatiedrain iets te abrupt verwijderd en enkele dagen later raakte hij verlamd. Het zette zijn hele leven op zijn kop en de eens zo vrolijke Amsterdammer sleet zijn dagen als invalide. Hij werd maar vijftig jaar.
Patrick Eyk (1966)
Zonen van wielrenners raken doorgaans al op jonge leeftijd besmet met de wielerbacil. Met kinderen van wielerliefhebbers is het vaak nog veel erger gesteld. Zoals Patrick Eyk. Zijn hele jeugd stond in het teken van de wielersport, omdat zijn vader Tonny Eyk helemaal leip is van de sport. Hij is met diverse wielermensen dik bevriend en elk jaar trekt hij naar de Tour om zijn vriendjes op een berghelling te verrassen met ijskoude drankjes. Dat heeft Patrick allemaal als kind meegemaakt en hij moest ook zo’n fiets met een krom stuur. Vele malen reed hij met zijn vader van Badhoevedorp naar het vakantiehuis van de familie in Zuid-Frankrijk. Het kon niet uitblijven: hij werd wielrenner en zelfs prof. Hij reed twee jaar in de Buckler-ploeg van Jan Raas en hij vertrok daarna naar Amerika om daar wedstrijden te rijden. Ik geloof dat hij er nog woont.
Bram Aalders (1986)
Hij wordt vandaag twintig jaar. Een talentvolle renner die twee jaar
geleden Nederlands kampioen bij de junioren werd. Het leverde hem een verbintenis op met het Axa Cycling Team. Deze ploeg is dit jaar bijna voltallig overgegaan naar sponsor Ubbink-Syntec. Inclusief Bram. De jonge Achterhoeker heeft veel mee om te slagen. Hij kan bijvoorbeeld goed omhoog en dat is voor iedere renner een pre. We zullen hem in de gaten houden. (© Cor Vos)



