ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

“De Belgische wielrenners waren in 1952 uitstekend in vorm. Nadat Roger Decock de Ronde van Vlaanderen had gewonnen en Rik Van Steenbergen Parijs-Roubaix aan zijn erelijst had toegevoegd, was het Briek Schotte, die op 26 april van dat jaar Parijs-Brussel won. De populaire Flandrien, die zes jaar eerder ook al de rit tussen beide hoofdsteden had gewonnen, toonde zich ondanks zijn 33 jaar nog goed genoeg om de negen man met wie hij het circuit was opgesneld van zijn wiel te schudden. Acht van deze negen waren trouwens eveneens van Belgische komaf. Een andere Belgische legende uit de jaren vijftig was Fred De Bruyne (foto archief T&T Tekst & Traffic) en die won op 27 april 1958 het Ardennen-weekeinde. Dat was een klassement dat werd samengesteld uit de uitslagen van de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. De Waalse Pijl over 235 kilometer werd op zaterdag 26 april gewonnen door Rik Van Steenbergen met De Bruyne op de vierde plaats met elf seconden achterstand. Doordat Van Steenbergen niet in Luik aan de start kwam en toppers als Jef Planckaert en Pierre Everaert in La Doyenne vrijwel niet in het stuk voorkwamen, maakte De Bruyne ...

...  uiteindelijk de beste totaaltijd. Zijn landgenoot Rik Van Looy werd tweede en de Spanjaard Miguel Poblet derde. Onze nationale kampioen Jef Lahaye eindigde als 45ste.

De Amstel Gold Race werd op 25 april 1970 gewonnen door de jonge Belg Georges Pintens (foto: archief T&T Tekst & Traffic). Nadat hij een jaar eerder met veel fortuin in Frankfurt de Henninger Turm had gewonnen, lachte het geluk hem in Zuid-Limburg wederom toe. Waar hij in Frankfurt triomfeerde doordat zijn medevluchter Michele Dancelli 300 meter voor de finish ten val kwam, daar werd in de Gold Race zijn voornaamste concurrent Eric De Vlaeminck in de laatste kilometer uitgeschakeld door een lekke band. Met zijn landgenoot Willy Vanneste had hij in de langzaam klimmende eindsprint geen moeite. De beslissing viel dus pas in de laatste kilometers nadat in de 220 kilometer daarvoor slechts één opvallende ontsnapping had plaatsgevonden. Na 160 kilometer koers sprongen Van Nuelandt en Spruyt weg die even later hulp kregen van De Schoenmaecker. Uiteindelijk verspeelden ze hun voorsprong, die maximaal 2’45” had bedragen. In de laatste fase, toen de regen het peloton teisterde en de uitvallers met tientallen tegelijk een warm heenkomen opzochten, ging de grote groep pas echt rijden. De vlucht van de drie kwam daarmee snel ten einde en de snelle Pintens kon voor de triomf gaan. De uitslag was: 1. Pintens, 2. Vanneste, 3. Dierickx, 4. Leman, 5. Schoeters, 6. Verbeeck, 7. Krekels, 8. Merckx, 9. Melkenbeeck en 10. Schepers.

In het weekend van 26 en 27 april 1975 waren de heren coureurs al bezig met de Ronde van Spanje, die destijds traditioneel eind april van start ging. Marino Basso (foto: archief T&T Tekst & Traffic) won op zaterdag de vierde etappe door in de eindsprint na een rit over 178 kilometer het volledige peloton te kloppen. Piet van Katwijk werd knap tweede. De vijfde etappe op zondag werd gewonnen door de Belg Luc Leman. In de eindsprint versloeg hij onze landgenoot Albert Hulzebosch. De Spanjaard Miguel-Maria Lasa bleef leider in het algemeen klassement. Beste Nederlander was Hennie Kuiper op de tiende plaats met een achterstand van 22 seconden op de leider. Roy Schuiten van de ploeg Post won de driedaagse Ronde Indre et Loire. Tweede werd Dietrich Thurau en derde Gerrie Knetemann. De tweede etappe leverde een overwinning op voor de Belg Cuyle. De derde etappe, een tijdrit over 19 kilometer, was een kolfje naar de hand van Schuiten die Thurau en René Pijnen voorbleef. De vierde en laatste etappe bracht een overwinning voor de Fransman Jean Pierre Genet.

Gerrie Knetemann won op zaterdag 25 april 1981 de Ronde van Galder. Hij legde de 100 kilometer af in 2 uur 15 minuten en 57 seconden. Tweede werd Hennie Kuiper en derde Jacques Hanegraaf. Na 28 van de 50 te rijden ronden sprongen Kuiper, Groen, Hoste en Hanegraaf weg. Vier ronden later voegde Knetemann zich bij dit kwartet. Peer Maas, net als Knetemann woonachtig in het Brabantse Huijbergen, won een dag later de Ronde van Noord-Holland over 171 kilometer met start en finish in Zaandam. Jos Alberts werd tweede en Bert Wekema derde.

Vorige maand kwam ik na afloop van de Joop Zoetemelk Classic in gesprek met oud-wereldkampioene Petra de Bruin. We hadden het al snel over die zaterdagmorgen in augustus 1979 in Valkenburg, waar ze wereldkampioene werd en waar ik als wielermaffe supporter op een meter afstand misschien wel het hardst voor haar had gejuicht. De titel van Petra was destijds natuurlijk een uitgelezen mogelijkheid om het dameswielrennen eens goed op de kaart te zetten, want de media hadden er nauwelijks belangstelling voor. En dat terwijl onze damestoppers niet voor de buitenlandse concurrentie onder deden. Het was even zoeken in de ordners, maar ik heb een fraaie overwinning van Petra gevonden. Dat was in 1983, toen ze op zaterdag 23 april de zesde editie won van de Batavus Voorjaarsrace, met start en finish in Heerenveen. Het was de Belgische kampioene Jenny De Smet (zilver achter De Bruin bij het WK 1979) die vrijwel meteen na het startschot uit het peloton demarreerde en 55 seconden voorsprong opbouwde. De toon was gezet voor een boeiende koers. Nadat De Smet was ingelopen legden Conny Meyer en Sandra de Neef de basis voor de beslissende slag. Alleen Petra en Leontien van Lienden konden nog aanhaken. De tot 28 rensters gereduceerde hoofdmacht bleef hevig maar vergeefs tegenspartelen. Het enige resultaat was dat het peloton in de laatste twintig kilometer versplinterd raakte. In de finale verrichtte Van Lienden de meeste arbeid, maar zij kreeg geen kans om naar de winst te soleren. Uiteindelijk won Petra de sprint voor Meyer, De Neef en de uitgebluste Van Lienden. De Bruin na afloop: ‘Eigenlijk verdienden we het alle vier om te winnen al vind ik het niet erg dat ik op het laatst toevallig net een stukje sterker was.’ In het spoor van het kwartet volgden nog Mieke Havik, Hennie Top, Maria Kennes, Jenny De Smet, Wil Bezemer en Gonnie van Koert. Op de bijgaande foto, die ik op 20 maart j.l. maakte, ziet u Petra met Joop Zoetemelk. Ze kijkt er helaas wat merkwaardig bij, maar dat lag aan de fotograaf.

Het was diezelfde Joop Zoetemelk veel waard geweest om in 1986 de Amstel Gold Race te winnen. In zijn fantastische loopbaan had hij ontiegelijk veel gewonnen maar de enige Nederlandse profklassieker van betekenis stond nog niet op zijn erelijst. Verder dan twee derde plaatsen was hij niet gekomen. Op zaterdag 26 april scoorde de 39-jarige wereldkampioen, op wie de sleet maar geen vat leek te krijgen, een nog beter resultaat met zijn tweede plaats achter Steven Rooks (foto: © Cor Vos). Dat was echter niet de overwinning waarop hij had gehoopt en voor iemand die al zoveel jaar de bijnaam ‘eeuwige tweede’ droeg was die zoveelste tweede stek ook niet iets om zich over op te winden. Frits van Binsbergen demarreerde uit het vertrek met de Belg Jean De Keukelaer en het duo reed 140 kilometer voorop. Op het moment dat het menens werd nam Rooks het vaandel van Van Binsbergen over. Tijdens de talrijke klimmetjes voelde hij zich gaandeweg beter worden en daarom was het niet verwonderlijk dat hij er op de steile Keutenberg bijzat toen daar onder aanvoering van Teun van Vliet een kopgroep van acht renners tot stand kwam. De ploeg van Raas was daarin met Zoetemelk, Adrie van der Poel en Niko Emonds goed vertegenwoordigd. De Kwantum-ploeg kon zijn numerieke overwicht echter niet uitbuiten, Emonds werd opgeofferd om de kopgroep uit de greep van het peloton te houden. Van der Poel kwam te kort als de weg omhoog liep en Zoetemelk moest het tenslotte in het beslissende sprintduel afleggen tegen Steven Rooks.

Een jaar later ging de wens van Zoetemelk dan toch in vervulling. Iedereen weet dat er in het profpeloton slechts bij hoge uitzondering cadeautjes worden gegeven. Als het al gebeurt dan moet het echter wel om een heel speciaal geval gaan of een bijzondere samenloop van omstandigheden. Daar was op zaterdag 25 april 1987 zeker sprake van, waardoor Joop in de Amstel Gold Race keurig in de hoofdrol werd gemanoeuvreerd. De nestor van het vaderlandse wielrennen zou in december een punt achter zijn loopbaan zetten en het minste wat je zo’n volksheld kunt geven is een passend afscheidsgeschenk. Vandaar dat de veteraan vrij baan kreeg en zijn zege in de 22ste uitgave van het geesteskind van Herman Krott in de boeken kon worden bijgeschreven als een hommage aan Joop (foto: © Cor Vos). Zo leek het althans voor de buitenstaander. Inderdaad kreeg hij de zege vrijwel cadeau, maar aan dat gebaar lag een conflict ten grondslag tussen Steven Rooks en Teun van Vliet, de beste twee Nederlandse renners van dat moment. Die gunden elkaar absoluut de overwinning niet, waarna ze beiden niets deden toen Joop van de verwarring gebruikte maakte om te demarreren. Nou ja demarreren, het was een soort wegsluipen wat hij deed net zoals hij dat ook in 1985 had gedaan met de wereldtitel als beloning. Joop zelf stelde na afloop koeltjes vast dat hij eindelijk eens alles had mee had gehad in het Limburgse heuvelland. Hoewel hij 1987 beschouwde als een afbouwjaar had hij zich voorgenomen niet geruisloos met wielrennen te stoppen. Hij wilde er vooral in de Waalse klassiekers en de Goldrace nog een keer ‘staan’. In de Waalse Pijl lukte dat niet maar in Luik-Bastenaken-Luik ging het een stuk beter. Toen dook hij zelfs nog even in de kopgroep op, al was het niet voor lang. Natuurlijk kwam in Meerssen ook een eventuele 17e Tourdeelname ter sprake, maar Joop was duidelijk: ‘Pffff, nee hoor, echt daar begin ik niet meer aan, ik heb er niets meer te zoeken.’  De uitslag was: 1. Joop Zoetemelk, 2. Steven Rooks, 3. Malcolm Elliott, 4. Teun van Vliet, 5. Bruno Cornillet, 6. Phil Anderson, 7. Eddy Planckaert, 8. Nico Verhoeven, 9. Adrie van der Poel, 10. Theo de Rooij.

Woensdag 26 april 1995 werd de 10e editie van Veenendaal-Veenendaal verreden. Na zestig kilometer koers ontsnapte er een groep van achttien renners. Omdat alle ploegen in die kopgroep vertegenwoordigd waren werd er nauwelijks jacht gemaakt op de vluchters en dat waren onder meer Peter Van Petegem, Hendrik Redant en Bart Voskamp uit de ploeg van Cees Priem, de Nederlanders Patrick Jonker, Gerrit de Vries en Frank van Veenendaal, alsook Axel Merckx en Olaf Ludwig (foto: © Cor Vos). Bij het binnenrijden van de aankomstplaats, waar nog een plaatselijke omloop moest worden verreden, hadden ze een voorsprong van bijna twintig minuten. Ludwig wilde in de laatste kilometers ontsnappen, omdat hij de rappe Belgen Van Petegem en Steels wilde afschudden, maar hij kreeg zeven man mee, onder wie Van Petegem. De Belg kwam in de spurt echter tekort tegen de Duitser, net als Patrick Jonker, die derde werd. Sinds 2007 gaat deze koers door het leven als de Dutch Food Valley Classic, dit jaar te verrijden op vrijdag 13 augustus. Sinds Joop Zoetemelk in 1985 de eerste uitgave won, wordt dit al weer editie nummer 25.

Eddy Merckx trad op 29 april 1965, aanstaande donderdag exact 45 jaar geleden, toe tot de rijen der professionals. Hij debuteerde die dag in de Waalse Pijl. Hij zou de finish niet halen. Zijn eerste profzege volgde op 11 mei in Vilvoorde waarna er nog 444 victories achteraankwamen. Zoals die op 26 april 1973 toen hij in Calpe de proloog won van de Ronde van Spanje. In 1975 was hij op dezelfde datum de beste in een omnium in het Zwitserse Geneve. Zijn gevaarlijkste concurrent was daar Roger De Vlaeminck. Patrick Sercu won de afvalwedstrijd, Merckx de wegwedstrijd over 25 kilometer en Franco Bitossi de handicapwedstrijd voor Merckx en De Vlaeminck. De eindstand was: 1. Merckx 29 pnt, 2. De Vlaeminck 23 pnt, 3. Salm 22 pnt, 4. Sercu 15 pnt, 5. Bitossi 13 pnt, 6. Poulidor ex acquo met Thevenet 5 pnt.

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 26 april 2010 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web