ad ad ad ad

Het brouwsel van Ti-ta-tovenaar

“Joop Captein gold in de wielerwandelgangen als een megatalent. De jofele Amsterdammer woonde in de Spaarndammerbuurt boven slagerij Piet Verpoorten, de zwager van een van mijn vrienden. In de winter gingen wij na het schaatsen op de Jaap Edenbaan iedere week even bij die slagerij langs om vleeswaren op te halen. Ik heb Joop in die jaren nooit zelf ontmoet maar veel over hem gehoord, dus het beeld wat ik van hem had was helemaal van horen zeggen. Een vrolijke flierefluiter die dagelijks van kroeg naar kroeg trainde en aan iedere hand wel een mooie meid had. Zonder bovenmatige inspanning won hij koers na koers in de eindsprint, omdat hij zo snel als het weerlicht was. Zelf sportte ik als een bezetene en zag er desondanks mager en bleekjes uit. Volgens een bewaard gebleven doktersbriefje was ik echter zo gezond als een vis en men hoefde voor mij dan ook niet in de bioscoopzalen rond met de BIO-bus. Mijn vader werkte bij de Hoogovens en daar vlak in de buurt praktizeerde dokter Rolink. Hij noemde zich sportarts en topsporters uit het hele land liepen zijn deur plat. Mijn vader regelde dat ik als ‘beginneling’ eens ...

... bij hem op het spreekuur mocht komen. De wachtkamer zat vol toen ik er binnenstapte en tergend langzaam naderde het moment dat ik aan de beurt zou zijn. Ik rekende uit dat het nog wel een uur zou duren voor de deur van de spreekkamer voor mij zou opengaan. Bladerend in oude Margrieten en Viva’s zat ik op de houten bank mijn ongeduld te verbijten toen er vier opgeschoten branieschoppers luidruchtig binnenkwamen. De Amsterdamse wielrenners namen plaats en ik herkende meteen Joop Captein als een van hen, omdat hij het over zijn overwinning in de Belgische Elfstedenronde had. Die bleke dunne jongen naast hem heette Henk van Campen, die ik later op de Amsterdamse stadionbaan als stayer aan het werk zag. ‘De Vlieg’ werd hij genoemd, vanwege zijn geringe lichaamsgewicht. Het verhaal ging dat hij tijdens de training eens van zijn fiets was gestapt om de grote stadiondeur dicht te schuiven, bang als hij was dat de tocht hem achter de motor vandaan zou blazen. Toen de spreekkamerdeur weer openging, keek de dokter in het rond en wenkte de vier Amsterdammers binnen te komen. Mij en de andere patiënten liet hij weten nog even geduld te hebben, want deze heren moesten even voor. Niemand durfde te protesteren. Toen ik na nog een goed uur wachten eindelijk naar binnen mocht volgde een vluchtig onderzoek. Met de goede raad verder te gaan met flink oefenen kreeg ik een recept mee. Daarmee kon ik bij de apotheek natriumfosforzuur en vitamines C+B afhalen om dat iedere dag op te lossen in een glas uitgeperst sinaasappelsap vermengd met warme melk. Ik zal het nooit vergeten, want zoals dat schiftte, deed het me denken aan een brouwsel van TiTa-tovenaar. Ik heb het steeds keurig opgedronken, omdat de dokter me dat had bevolen, maar ik kon me niet voorstellen dat Kappie dat ook zou doen. Later verklapte ik de samenstelling van het recept eens aan Piet Libregts, die als soigneur toch ook wel eens een drankje zal hebben gebrouwen. Lachend zei hij dat Joop zelf wel wist wat goed voor hem was. Hij had de Mokummer een tijdje in zijn gezin opgenomen om hem van de hoofdstedelijke geneugten te weerhouden, maar het was mislukt. Jopie kon het niet opbrengen om als kluizenaar te leven en dook het uitgaansleven weer in. Zijn talent als renner leverde hij in bij de kastelein. Joop Captein is nu mijn buurtgenoot en we zien elkaar regelmatig. Hij weet hoezeer ik hem in zijn wielertijd heb bewonderd en dat doet hem glimmen van trots als ik hem eraan herinner. Zijn knieën kunnen het niet meer aan en de conditie laat te wensen over, maar wat zou hij het graag nog eens over doen. Al zou hij er sinaasappelsap met natriumfosforzuur en vitamines C+B, aangelengd met warme melk voor moeten drinken!

Tot volgende week!”

Jan van der Horst

Foto: archief Wim van Eyle

Door Fred van Slogteren, 25 april 2010 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web