Dat er in Belgische kermiskoersen wel eens wat gesjoemeld wordt, is alom bekend, maar soms maakt men het wel heel bont, zoals in deze herinnering. Kilometers voor de startplaats in Roeselare werd onze auto aangehouden door lui die ons een pak franken beloofden als mede door ons toedoen de twee plaatselijke favorieten, waaronder Patrick Sercu, niet bij de eersten zouden eindigen. We waren overrompeld en wisten eigenlijk niet goed wat we er mee aan moesten. Geld wilden we wel verdienen, daar kwamen we immers voor, maar dit ging ons toch te ver. Diep in Oost-Vlaanderen, werden soms weddenschappen op de koers afgesloten en zo overkwam het mij eens in een kopgroep te zitten met Bart Zoet en twee Belgische renners, waarvan ik me de namen niet meer herinner. Al heel snel liep onze voorsprong op en waande elk van ons zich al tot mogelijke winnaar. Ik had natuurlijk moeten en ook kunnen weten dat ...
... onze voorsprong het gevolg was van andere krachten dan die van onze inspanning alleen. Naïef als ik was stond ik er geen moment bij stil, totdat er iemand even buiten het dorp midden op de weg ging staan. De man reikte ons een papiertje aan waarop stond geschreven dat als we ons lieten inlopen we een pak geld konden verdelen. Er werd druk overleg gepleegd en Bart en ik dachten er het beste aan te doen om door te rijden, maar daar waren de twee anderen het niet mee eens. Het gevolg was dat er van samenwerking geen sprake meer was. We werden teruggepakt en we hebben na afloop geen cent gezien!
In Nieuwkerken-Waas kom ik op een gegeven moment vooruit te zitten met een onwillige Jeroom Kegels (foto) aan mijn wiel. Ik smeekte hem om kop over te nemen maar dat wilde hij alleen als hij zou mogen winnen. Ik op mijn beurt stelde dat ik er over na moest denken en waarachtig Jeroom begon mee te werken, zo hard zelfs dat we buiten schot kwamen. De finale ging in en mijn metgezel vroeg me nadrukkelijk dat hij het nú moest weten. Ik vertelde hem dat ik er vanaf zag en m`n eigen kans ging. Des duivels werd hij en hij nam geen meter kop meer. In die laatste kilometers maakte dat natuurlijk niet veel meer uit en op halve kracht bleef ik op kop rijden. 500 meter voor de finish probeerde hij me nog te verrassen, maar dat mislukte en ik kwam juichend als winnaar over de meet. Een uur later tijdens het rugnummer inleveren kwam er een manneke naar me toe met het verzoek te betalen voor de diensten van zijn renners! Op de achtergrond zag ik enkele van zijn mannen waaronder Jaak De Boever lelijk naar me kijken. Ik bleef er wonderlijk rustig onder en liep naar mijn auto, startte de motor en weg was ik. De volgende dag las ik in ‘Het Laatste Nieuws’ dat die Hollander geprofiteerd had van de noeste arbeid van de Vlaamse coureurs. Het zij zo. (Foto: archief dewielersite.net)
Tot volgende week!"
Jan van der Horst


