“De Zwitser Hugo Koblet (foto) won op 7 maart 1954 de wedstrijd
Sassari-Cagliari op het eiland Sardinië. Hij reed de 228 kilometer met een gemiddelde van van 41,416 km per uur. Op 1’12” eindigden de Italianen Gaggero en Bartolini, op 1’40” Monti en op 6’19” Filippi, Fornara, Sorna en Minardi. Het grote peloton, met toppers als Bartali, Magni en Albani ging met een achterstand van 23 minuten op de winnaar over de streep. Fausto Coppi gaf vijftig kilometer voor de finish op. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)
De Beverwijker Ab Geldermans (foto) kreeg op 9 maart 1958 een uitnodiging om op 17 april van dat jaar in Luxemburg uit te komen in de ‘Grand Prix de Forteresse’, een bergcriterium over een uur waar voorheen nog nooit een Nederlander voor was uitgenodigd. Alle kopstukken zouden aan de start komen. Charly Gaul zou de koers winnen voor de Duitser Lothar Friedrich en de Fransman Louison Bobet. De klassering van Geldermans heb ik helaas niet kunnen achterhalen. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)
Leo Duyndam en Harry Steevens, twee jonge Nederlandse beroepsrenners behaalden op vrijdag 8 maart 1968 in de eerste etappe van Parijs-Nice succes. Op de kleine betonnen wielerbaan in Blois, het eindpunt van de 185 kilometer lange rit die in Athis-Mons was gestart, ging ...
... Duyndam - met zijn twintig jaar de jongste renner uit het veld - als eerste over de streep. Vlak achter hem finishte de blonde Harry Steevens als derde met een voorsprong van elf seconden op Eddy Merckx en de Fransman Charly Grosskost. Die elf tikjes waren voldoende om de achterstand, die hij donderdag in de minitijdrit had opgelopen, weg te werken en de eerste plaats in het algemeen klassement voor zich op te eisen.
Op zaterdag 8 maart 1975 won de amateurrenner Frits Pirard uit Breda de Ster van Zwolle, de openingswedstrijd van het wielerseizoen. In de eindsprint van een kopgroepje van drie versloeg hij respectievelijk Peter van der Kruijs en Arie Hassink. De sprint van de zeven achtervolgers werd gewonnen door Piet Hoekstra. In Valencia won de Spanjaard Lopez-Carril op diezelfde dag de 34ste editie van de Ronde van Levant. De zesde en laatste etappe werd gewonnen door de Fransman Jean-Jacques Fussien.
Onder erbarmelijk slechte weersomstandigheden veroverde de
Fransman Gilbert Duclos-Lasalle (foto) op zaterdag 8 maart 1980 de leiding in Parijs-Nice. Leo van Vliet was op dat moment vijfde en Gerrie Knetemann zesde in het tussenklassement. De Belg Noël Dejonckheere won de derde etappe waarin een losgebroken paard het peloton uiteensloeg en vele renners de strijd staakten, waaronder wereldkampioen Jan Raas. De Fransman Pierre Bazzo won op zondag de vierde rit waarin vele favorieten op grote achterstand binnenkwamen. Opvallend feit was twee dagen later de opgave van Bernard Hinault. Al na dertig kilometer en vlak voor de beklimming van het eerste bergje stapte de Breton van zijn fiets. De reden was een opgezwollen knie. Twee dagen daarvoor had hij zijn linkerknie gestoten aan de ijzeren rand van zijn bidon. Het leek niets ernstigs, maar een dag later bemerkte Hinault dat de knie dik werd. Omdat hij de koers naar de zon als training beschouwde, besloot hij zich niet te forceren en Parijs-Nice verder voor gezien te houden. Later dat jaar zou hij de Tour aan Joop Zoetemelk verliezen, vanwege diezelfde knieproblemen. Een dag later won Gerrie Knetemann de afsluitende tijdrit van Parijs-Nice 1980. De Fransman Michel Laurent werd tweede en de Zweed Tommie Prim derde. De eindoverwinning was voor Duclos-Lassalle. (Foto: © Cor Vos)
Op zaterdag 7 maart 1987 won Michel Cornelisse (foto) de 27ste Ster van Zwolle. De Amsterdammer, lid van de ploeg van Herman Krott, was op het Zwartewater in Zwolle na 164 kilometer de snelste in de eindsprint. De Overijsselse klassieker had die dag door het koude weer en felle oostenwind veel weg van een slijtageslag. Halverwege koers waren al 70 van de 120 gestarte renners afgestapt. Vier renners sloegen tussen Hasselt en Genemuiden een gat, waarna Cornelisse de beste sprinter bleek. De uitslag was: 1. Michel Cornelisse, 2. Theo Akkermans, 3. Bob Rijkenberg, 4. Gerrit Möhlmann en 5. Axel Hermans. Een dag later won Jean-Luc Vandenbroucke de proloog van de 37ste editie van Parijs-Nice. De Belg toonde zich op het 5 kilometer lange traject in Parijs twee seconden sneller dan de Fransman Thierry Marie. Gerrie Knetemann was met zijn vierde plaats de beste Nederlander. Ook Gerrit Solleveld (9), Erik Breukink (13), Jelle Nijdam (19) en Bert Oosterbosch (20) eindigden kort. (Foto: © Guus de Jong)
‘Snelle Jelle’ Nijdam (foto) was zwaar favoriet voor de zege in de proloog van Parijs-Nice op 8 maart 1992. Maar in plaats van eerste werd hij laatste, als gevolg van een val in een door de regen
verraderlijk glad geworden bocht. Precies op de plek aan het eind van een afdaling, waar de renners hun hoogste snelheid bereikten, schoof Nijdam onderuit en glibberde de witte leiderstrui hem door de vingers. Die werd nu buitgemaakt door Tony Rominger, de Zwitser die daarmee een optie nam op de prolongatie van zijn triomf van een jaar eerder. Nijdam, de ooit onverslaanbare specialist in het explosieve werk van de proloog was er op gebrand weer eens ouderwets uit te halen, zoals hij in 1987 in Berlijn deed, toen hem na de proloog van de Tour de France de gele trui werd aangetrokken. Daarom had in Parijs het traject aan een nauwkeurige inspectie onderworpen en gezien dat die haakse bocht naar rechts, die de overgang van een dalende lijn in een vlak stuk markeerde, veel risico inhield. “Het was me duidelijk geworden dat je daar zo vier tot vijf seconden zou verliezen als je geen risico nam en dat spookte al de hele dag door mijn hoofd”, zei hij na afloop teleurgesteld. Het is een ongeschreven wet in de sport dat piekeraars zichzelf nogal eens tegenkomen en Nijdam was daar geen uitzondering op. Al met al was het een valse start voor de ploeg van Jan Raas die in Parijs-Nice onder leiding stond van Joop Zoetemelk, Neerlands levende wielerlegende. (Foto: © Cor Vos)
Woensdag 8 maart 1995 hadden de heren coureurs het zwaar te verduren, zowel in Frankrijk als in Italië. De vierde etappe van Parijs-Nice, een rit over 163 kilometer van Clermont-Ferrand naar Chalvignac, werd na 101 kilometer afgelast. Hevige sneeuwstormen hadden de wedstrijdleiding al na 54 kilometer genoopt de helletocht te onderbreken. De koers werd 25 minuten lang geneutraliseerd. Toen de wedstrijd was hervat stapte een deel van het peloton na zeven kilometer al weer van de fiets. Alleen een aantal Italianen trotseerde het noodweer, maar niet voor lang. In de hoop op beter weer verplaatste de karavaan zich per auto naar het
bevoorradingspunt, waar na ampel overleg met de ploegleiders werd besloten de etappe verder te annuleren. Het was de eerste keer in de geschiedenis van Parijs-Nice dat sneeuwval tot afgelasting leidde. Ook in de Tirreno-Adriatico kampte men op dezelfde dag met problemen. Grote diepe kraters in het wegdek, smalle doorgangen, onmogelijke passages en loslopende honden op het parcours veroorzaakten de nodige valpartijen met onder meer Steven Rooks als slachtoffer. De Tirreno vierde in 1995 een feestje vanwege de dertigste aflevering. Die begon echter met een helletocht over bedroevend slechte wegen. Erik Zabel (foto) trok zich niets aan van de levensgevaarlijke omstandigheden en sprintte net als in1993, zijn eerste profseizoen, naar de eerste leiderstrui. De dag werd afgesloten met de welgemeende excuses van Franco Mealli. De rondborstige organisator verontschuldigde zich uitgebreid voor het waardeloze traject. (Foto: © Cor Vos)
Léon van Bon (foto) zorgde op 8 maart 1997 in België voor het
eerste succes dat jaar voor Rabobank. In Ichtegem won hij de Omloop van de Vlaamse Ardennen voor ploeggenoot Erik Dekker en de Belg Torn Desmet, die respectievelijk acht en negen seconden tekortkwamen. Maarten den Bakker van TVM eindigde als vijfde op 51 seconden. Een dag later werden voor de start van Parijs-Nice voor het eerst bloedcontroles (gezondheidscontroles volgens UCI-voorzitter Verbruggen) gehouden. De coureurs werden gecontroleerd op de hematocrietwaarde, de dikte van het bloed, die niet hoger mocht zijn dan 50 procent. Twintig wielrenners kregen een bloedprik. De UCI deed na afloop geen mededelingen, de renners wel. Iedereen mocht starten. Vijf ploegen, Batik, Cofidis, La Française des Jeux, La Mutuelle de Seine-et-Marne en ONCE, allen verblijvend in hetzelfde hotel, kregen bezoek van de controleurs. Onder hen de gebroeders Laurent en Nicolas Jalabert, de Fransman Stephane Heulot en de Rus Evgenye Berzin. ‘Het was een normale manier van bloedprikken, niets bijzonders’, zei Nicolas Jalabert. Zijn broer Laurent won vervolgens de proloog in 8 minuten en 19 seconden over 7 kilometer. De Moldaviër André Tsjmil eindigde op vier seconden als tweede en de Spanjaard Melchior Mauri als derde. (Foto: © Cor Vos)
Precies een jaar geleden won Johnny Hoogerland (foto), de revelatie van het vorige seizoen, de Driedaagse van West-Vlaanderen. De Zeeuw van Vacansoleil behield in de slotrit zijn leiderstrui. De Belg Wouter Weylandt van Quick-Step won de slotetappe in een massasprint, de Italiaan Danilo Napolitano nipt achter zich latend. Hoogerland legde de basis voor zijn overwinning in de eerste rit, die hij na een solo winnend afsloot. Hij ging in het eindklassement de Belg Kevin Ista en ploeggenoot Jens Mouris voor. De Driedaagse van West-Vlaanderen werd in 2008 gewonnen door Bobbie Traksel. De prachtige winnaar van Kuurne-Brussel-Kuurne van acht dagen geleden was daarmee de vierde Nederlandse winnaar, want Erik Dekker was de sterkste in 2001 en 2002 en Servais Knaven zegevierde in 2000. (Foto: © Cor Vos)
Eddy Merckx won nimmer op 8 maart een koers en dat is best bijzonder als je bedenkt dat er 525 overwinningen op zijn erelijst staan. Op 9 maart won hij wel, zoals in 1967 toen hij de 2e rit in Parijs-Nice in Chateau-Chinon na een solo van 30 kilometer in zijn voordeel besliste. Merckx nam prompt de leiding in het algemeen klassement over van zijn landgenoot Reybroeck. De Brit Tom Simpson zou een week later het eindklassement op zijn naam schrijven, een van zijn laatste grote overwinningen want vier maanden later zou hij overlijden op de flanken van de Mont Ventoux. Merckx zou Parijs-Nice tussen 1969 en 1971 drie maal winnen. In 1969 won hij op 9 maart de Ronde van Levant in Spanje, inclusief de 3e, 4e en 5e etappe.
Tot volgende week!”
Jan Houterman


