
“Deze foto is om twee redenen opmerkelijk. Piet de Wit heeft zojuist een stayerswedstrijd gewonnen en hij bolt uit, terwijl hij de kinbandjes van zijn helm losmaakt. Ik heb zelf gefietst, maar het stayeren heb ik nooit zien zitten. Die fiets alleen al, dat zag er niet uit. Een raar geval met die omgekeerde voorvork, die grote plaat en dat kleine voorwiel. Maar Piet was er voor in de wieg gelegd en hij zat net zo …
… makkelijk op dat ding als ik in een luie stoel. Anders rij je niet met losse handen met een gangetje van dertig – schat ik – over die baan tot je snelheid zo langzaam is dat een helper je kan opvangen. Ik zou het niet durven en ik was toch behoorlijk handig op een racefiets. Een ander opvallend detail aan deze foto is het vele publiek. Het stadion zat vol en dat was meestal het geval in die jaren als directeur Bessems weer eens een aantrekkelijk programma in elkaar had gedraaid. Of het nu de Grote Prijs van Amsterdam was of de revanches van de wereldkampioenschappen, de rangen waren uitverkocht en het publiek genoot van de stayers, van de sprinters en van de achtervolgers. Het was een mooie tijd en als ik nog wel eens langs het stadion rij, dan kan ik daar weemoedig aan terugdenken. Het stadion staat er gelukkig nog, maar het is voor mij niet meer HET stadion. Er ligt geen wielerbaan meer in en dat was voor mij en tienduizenden anderen toch de essentie van die ouwe betonklomp. Want die groene grasmat in het midden is nooit populair geweest in Amsterdam. Je zat er te ver vanaf om echt van de details van het voetbal te kunnen genieten. Dat kwam door die wielerbaan en de wel gehandhaafde sintelbaan, maar niemand haalde het toen in zijn hoofd de wielerbaan voor het voetjebal te offeren. Beh-je-gek? Nooi-nie!
Tot volgende week!”
Guus de Jong


