Richard Bukacki (1946)
Het cyclisme kent een aantal kwalificaties die een renner in een bepaalde
categorie plaatsen. Zo zijn er de kopman en de knecht, de klimmer en de daler, de sprinter en de tijdrijder, de veldrijder en de zesdaagserenner en er is ook nog de kermiscoureur. We hebben er in Nederland meerdere gehad, maar de allergrootste met een gigantische erelijst is ongetwijfeld Richard Bukacki geweest. 36 overwinningen boekte deze Zeeuwsvlaming en tientallen tweede, derde en andere ereplaatsen. Toch is hij niet echt bekend geworden bij een groot publiek en dat komt omdat hij hoofdzakelijk in België reed en vrijwel uitsluitend kermiskoersen betwistte. Eén keer liet hij zich verleiden tot het rijden van de Ronde van Spanje en hij behaalde drie ereplaatsen in de eerste vlakke ritten. Toen de weg omhoog ging lopen ging hij ijlings terug naar zijn natuurlijke werkterrein: Vlaanderen. En hij reed alleen goed als de draaimolens draaiden en de echte kermismuziek werd gespeeld. Een merkwaardig fenomeen deze Bukacki over wie ik na zijn afscheid in 1982 nooit meer iets heb vernomen.
Wat staat er nog meer in het geboorteregister?
Alfons Stuyts (1908, overleden 1980)
Een sterke renner uit het wielerdorp Hoogerheide. Hij werd beroepsrenner in 1935 en hij werd direct derde in het nationaal kampioenschap achter zijn streekgenoten Marinus Valentijn en Cees Heeren. Hij mocht ook naar het WK en hij bereikte daar een dertiende plaats. Hij bleef beroepsrenner tot en met 1948 en hij reed in dat jaar de eerste Ronde van Nederland mee. Hij werd 41e. Opvallend is dat hij in de oorlogsjaren zijn wieleractiviteiten staakte.
Toon van Oers (1930)
De zoon van Thijs, die in 1933 kampioen van Nederland was, is geen grote renner geweest. Hij koerste in de jaren vijftig als een modaal beroepsrenner die regelmatig prijs reed. Dat leverde hem totaal drie overwinningen op, waarvan de etappezege in de Ronde van Nederland van 1955 de belangrijkste was. Weet iemand iets meer van deze Toon van Oers uit Langeweg?
Rinie Roks (1938, overleden 26.05.1986)
Waarschijnlijk is dit de derde broer uit het gezin Roks uit Sprundel, die wielrenner was. Thijs (1930) was de oudste en heeft het meest als wielrenner bereikt en Adrie was de tweede broer. Die won in 1957 Olympia’s Tour, maar zijn profcarrière was niet indrukwekkend. Die van Rini trouwens ook niet. Hij was in 1961 een jaar onafhankelijke en een tweede plaats in Kruiningen was het beste resultaat.
André van Aert (1940)
Bescheiden renner uit Zundert die in de jaren zestig drie jaar beroepsrenner was. Hij reed in 1963 als individueel en een jaar later kon hij een contract krijgen bij de Belgische formatie Wiels-Groene Leeuw. In de loop van dat seizoen stapte hij over naar de Televizier-ploeg van Kees Pellenaars. D’n Pel nam de jonge Brabander eerst mee naar de Vuelta, toen nog in het voorjaar verreden, en vervolgens naar de Tour. Dat laatste was niet de bedoeling, maar door een blessure van de al geselecteerde Dick Groeneweg moest Van Aert mee. Het was te hoog gegrepen en in de zevende rit werd hij na te laat binnenkomen uit de strijd genomen. Een jaar later fietste hij weer als individueel.
Wim Stroetinga (1985)
Hij is nog jong, maar net als zijn maatje Niki Terpstra zit hij met een dilemma. Moet ik mij verder op de weg ontwikkelen of een goede baanrenner worden? Hij kan het allebei, deze Friese jongen uit Oldeberkoop. Vorige maand werd hij vierde in het WK Scratch en vorige week won hij de vierde etappe in Olympia’s Tour. Wat is wijsheid, want een verkeerde keus maak je nooit meer goed. Laat hij voorlopig nog maar even van twee wallen eten, dan komt de keus vanzelf wel. Hij stapte dit jaar over van Löwik naar Fondas en het lijkt me dat hij daar goed gedijt. (© Henk Theuns)



