ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

“57 jaar geleden, in de nacht van zaterdag 27 op zondag 28 december 1952, won het Nederlandse koppel Gerrit Schulte en Gerard Peters de ‘Nacht van Frankfurt’, een Americaine (ploegkoers) met een lengte van zes uur. De uitslag was 1. Schulte-Peters met een afgelegde afstand van 259 kilometer, 2. Von Büren-Knoke (Zwi-Dld) 3. Plattner-Intra (Zwi-Dld). Een paar uur later werd in het Hallen-stadion van Zürich voor 12.000 toeschouwers voor de elfde maal de Silvester-Americaine verreden, een koppelrace over 100 kilometer. Deze jaarlijks weerkerende Nieuwjaarskoers werd voor het eerst in 1939 gehouden met het Nederlandse duo Cor Wals en Kees Pellenaars als eerste winnaars. De naam van Gerrit Schulte komt driemaal op de erelijst vol grote namen voor. In 1945 en ‘46 won hij met zijn vaste koppelgenoot Gerrit Boeyen en in 1950 met Gé Peters, die zijn vaste maat werd toen Boeyen was gestopt. NB. Na Peters heeft Schulte ook nog zesdaagsen en ploegkoersen gereden met Peter Post en op de foto (archief T&T Tekst & Traffic) staat de Bossche Reus met zijn drie koppelgenoten afgebeeld. Een vierde zege was in 1952 niet voor ...

... Schulte weggelegd, want zo kort na hun prestatie in Frankfurt sloeg de vermoeidheid toe. Er zat nog geen half etmaal tussen de twee wedstrijden waarin bovendien nog een autorit van Frankfurt naar Zürich zat. Ze moesten in Zwitserland aantreden tegen sterke koppels, als de Fransen Emile Carrara en Georges Senftleben (foto: archief T&T Tekst & Traffic) en de Australiërs Strom-Arnold, die niet in Frankfurt hadden gereden. Het vermoeide Nederlandse koppel eindigde dan ook op de tiende plaats. De Fransen wonnen deze Americaine in twee uur en 25 seconden, nog geen zes seconden boven het baanrecord, dat met twee uur 19 sec sinds 30 december 1951 op naam stond van de Zwitsers Von Büren en Bücher. De uitslag was: 1. Carrara–Senfftleben (Fra), 2. Strom-Arnold (Austr), 3. Plattner-Zehnder (Zwi),  8. Koblet-Von Büren (Zwi) en 10 Schulte-Peters (Ned). Sprintgrootmeester Jan Derksen was dat weekend actief in Australië waar hij op de baan van Essendon een omnium won. De Australiër Whitehorn en de Engelsman Bardsley werden tweede en derde.

Op 31 december 1954 werd teruggeblikt op het wielerjaar 1954, dat weliswaar iets minder was dan het jaar ervoor maar toch alleszins succesvol. De Nederlandse Tour de France ploeg won drie etappes en vier landgenoten eindigden bij de eerste twintig van het klassement. Wout Wagtmans (foto: archief T&T Tekst & Traffic) droeg zelfs zeven dagen lang de gele trui, maar moest die na een moordende Pyreneeënrit van Pau naar Luchon afstaan aan de Fransman Bauvin die de etappe had gewonnen. De kleine Brabander had teveel van zichzelf gevergd en in de 19de etappe stapte hij in de beklimming van de Galibier uitgeput in de bezemwagen. Hein van Breenen, als knecht begonnen, was een van de verrassingen in die Tour. De Amsterdammer eindigde zowaar op de 20ste plaats in het eindklassement op één uur 19’20” van winnaar Louison Bobet. Het was het grote jaar van deze Breton, die in augustus tevens wereldkampioen op de weg werd. De Haarlemmer Adri Voorting werd verrassend Nederlands kampioen op de weg en Wim van Est was de sterkste in de Ronde van Nederland. Een ander hoogtepunt voor ons land was de fraaie tweede plaats van Arie van Vliet bij het wereldkampioenschap sprint voor profs. Het was dezelfde finale als een jaar daarvoor toen Van Vliet won, maar nu was de Engelsman Reginald Harris de sterkste.

Net als ieder jaar werd er ook in 1961 volop nabeschouwd. Over de Tour de France konden de terugblikkers kort zijn, want dat was naadje met de pet op. De Brabander Pietje Damen (foto: archief T&T Tekst & Traffic), in 1958 nog goed voor een elfde plaats, was met een 51ste positie de beste Nederlander in het eindklassement. Heel wat sterker kwamen onze landgenoten bij de wereldkampioenschappen uit de bus. Op de Oerlikonbaan in Zwitserland werden twee Nederlandse amateurs wereldkampioen. Leen van der Meulen uit Badhoevedorp was de sterkste bij de stayers en Henk Nijdam uit Eelderwolde versloeg in de achtervolgingsfinale zijn landgenoot Jaap Oudkerk. Sprinter Aad de Graaf kwam helaas niet verder dan de kwartfinales. Bij de titelstrijd op de weg voor amateurs was Jan Janssen met een zevende plaats de beste Nederlander. De profs kwamen echter heel wat schameler voor de dag. Peter Post greep met een vierde plaats bij de achtervolgers net naast het erepodium en in de stayersfinale finishten Martin Wierstra en Arie van Houwelingen als vijfde en zesde. In de wegwedstrijd werd Jo de Roo vijfde. In de Tour de l’Avenir won Jan Janssen fraai een etappe en eindigde als negende in de eindrangschikking. De sterk rijdende Huub Zilverberg had het ongetwijfeld nog beter gedaan, maar de Reus van Goirle werd door een val uitgeschakeld.

Op zondag 29 december 1963 werd onder grote belangstelling in het Brabantse wielerdorp St.Willebrord een wielercross gehouden voor profs en amateurs over een afstand van 24 kilometer. Er waren twintig ronden van 1250 meter te rijden. De nationale crosskampioen Huub Harings uit het Limburgse Sibbe won de spannende wedstrijd, die onder tamelijk goede weersomstandigheden werd verreden, met een ruime voorsprong op zijn naaste concurrenten. Harings, die de gehele race de leiding had, ging met bijna een minuut voorsprong op de naaste concurrenten over de eindstreep. De uitslag luidde: 1. Huub Harings (Sibbe), 2. Cock van der Hulst (Zoeterwoude), 3. Manus Brinkman (Rotterdam) 4. Cor Ruttenberg (Baarn) 5. Cor Rutgers (Naarden) en 6. Jan van Geest (Maasland).

Jacques Anquetil (foto: © Guus de Jong), vijfvoudig winnaar van de Tour de France die in totaal negentien jaar actief is geweest, nam op zaterdagavond 28 december 1969 afscheid van de actieve wielersport. Tienduizend wielerliefhebbers waren naar het Antwerpse Sportpaleis gekomen om de Franse coryfee uit te zwaaien. Maître Jacques won met Eddy Merckx, Rudi Altig en Harm Ottenbros een omniumwedstrijd voor ploegen waarin ze het opnamen tegen een formatie bestaande uit Ferdi Bracke, Herman Vanspringel, Roger De Vlaeminck en Gerben Karstens. Een individuele wedstrijd over twintig kilometer leverde eveneens een overwinning op voor de 36-jarige Normandiër die voornemens was zijn verdere leven te wijden aan de uitgestrekte landerijen waarin hij zijn geld had belegd. Anquetil was de eerste renner die de Ronde van Frankrijk vijfmaal wist te winnen. Later werd deze prestatie geëvenaard door Eddy Merckx, Bernard Hinault en Miguel Indurain en uiteindelijk verbeterd door Lance Armstrong. Naast de Ronde van Frankrijk won Anquetil twee maal de Ronde van Italië en één maal de Ronde van Spanje. Verder won hij nog negen maal de Grote Landenprijs. De basis voor zijn overwinningen in grote rondes legde Anquetil altijd in de tijdritten, wat hem de bijnaam Monsieur Chrono opleverde. In juni 1956 verbeterde hij op de Milanese Vigorellibaan het werelduurrecord en bracht het op  46 kilometer en 159 meter. Hij overleed op 18 november 1987 aan maagkanker in een kliniek in Rouen. Hij werd slechts 53 jaar oud.

De Internationale organisatie van sportjournalisten (AIPS) koos eind 1972 Mark Spitz tot internationaal sportman van het jaar. De Amerikaanse zwemmer veroverde tijdens de Olympische Spelen van München maar liefst zeven gouden medailles. Spitz kreeg 217 punten. Het verdere resultaat van de stemming was: 2. Eddy Merckx (wielrennen) 148, 3. Shane Gould (zwemmen) 118, 4. Lasse Viren (atletiek) 115, 5. Valerie Borzov (atletiek) 80 en 6. Ard Schenk (schaatsen) 82.

Gerrie Knetemann (foto: © Guus de Jong) werd in de laatste week van 1978 uitgeroepen tot Nederlands sportman van het jaar. De Amsterdammer veroverde dat jaar de wereldtitel op de weg bij de beroepsrenners. En het kon in 1978 niet op voor het wielrennen want tot sportvrouw van het jaar werd Keetie van Oosten-Hage gekozen. Ook zij werd in 1978 wereldkampioen, zij het op het onderdeel achtervolging. Voor de Zeeuwse was het na 1976 de tweede maal dat ze het beeldje van Jaap Eden in ontvangst mocht nemen.

Gerard Veldscholten maakte op 28 december 1991 bekend dat hij noodgedwongen ging stoppen met wielrennen. De Oldenzaler had geen nieuwe profploeg kunnen vinden. De 32-jarige Tukker reed in 1991 nog voor de Duitse ploeg Telekom, maar de nieuw aangetrokken ploegleider Walter Godefroot had voor hem geen plaats meer omdat hij enkele Belgen had gecontracteerd en het budget daarmee was besteed. Als amateur boekte Veldscholten zijn beste resultaten in tijdritten. Bij de professionals onderscheidde hij zich meer in bergetappes en superlange wedstrijden als het wereldkampioenschap. Zijn beste tijd kende hij in de ploeg van Peter Post met ritzeges in de Dauphiné Libéré en de Ronde van Zwitserland. In 1985 was hij met een 16e  plaats de beste Nederlander in de Tour de France.

Adrie van der Poel won op eerste kerstdag 1994 in het Belgische Diegem de zevende internationale veldrit voor de Super Prestige Trofee. Op een bevroren parcours versloeg de 35-jarige Brabander de dertien jaar jongere Nederlandse kampioen Richard Groenendaal in de sprint. Wereldkampioen Paul Herijgers eindigde op de derde plaats met 40 seconden achterstand. De als negende geëindigde Tsjech Radomir Simunek behield de leiding in het klassement voor de Super Prestige Trofee met 84 punten. Van der Poel stond tweede met 72 punten en Groenendaal derde met 71.

Drie jaar later won Van der Poel (foto: © Cor Vos) op zondag 28 december 1997 wederom in Diegem. Het was dat seizoen de eerste zege van de oud-wereldkampioen. De in Hoogerheide geboren veteraan versloeg in een wedstrijd over een uur zijn ploeggenoot Richard Groenendaal, die al vier wedstrijden in de Super Prestige-cyclus had gewonnen. Groenendaal behield de leiding in het klassement met 102 punten tegenover 92 voor Van der Poel, die een jaar eerder zowel de Super Prestige als de Wereldbeker had gewonnen. Zijn minder presteren was overigens vooropgezet doel, want Poeleke verklaarde na afloop dat seizoen slechts één doel na te streven, namelijk het winnen van het wereldkampioenschap dat op 1 februari in Denemarken zou plaatsvinden. De routinier uit de Rabobank-ploeg kwam langzaam maar zeker in de vereiste topvorm. Een dag eerder had hij ook al op het hoogste treetje gestaan na een veldrit in het Belgische Rijckevorsel. ‘De vorm is goed maar ik kan nog zo’n vijf procent verbeteren. Ik denk dat ik nu ongeveer op hetzelfde niveau zit als Richard.’ Groenendaal, de leider in het Super-Prestigeklassement, had niet veel geluk in Diegem. In de tweede ronde nam hij samen met Sven Nys de leiding, maar door een lekke band en een aflopende ketting viel hij terug en belandde in een kopgroep met Pontoni, Wellens en Van der Poel. Van der Poel voelde zich goed en trok flink door. Zo kwamen de Nederlanders samen op kop. De Italiaan Daniele Pontoni, die al vier keer in Diegem had gewonnen, eindigde als derde. De jonge Belgen Sven Nys en Bart Wellens legden beslag op de vierde en vijfde plaats.

Gisteren stond in Diegem voor de 34ste maal de internationale veldrit op het programma, georganiseerd door de plaatselijke wielerclub Sint-Anna Vooruit. Vorig jaar was de zege voor Zdenek Stybar en gezien de vorm die de Tsjech dit seizoen laat zien zou het mij niet verbazen als hij ook dit jaar de Super Prestige rit in Diegem gaat winnen. Op de erelijst staan de volgende landgenoten: Rein Groenendaal (1978), Adrie van der Poel (1994 en 1997), Richard Groenendaal (1999) en Gerben de Knegt (2005). Roland Liboton is absoluut recordhouder in Diegem met maar liefst negen zeges tussen 1980 en 1989.

Beste slogbloggers, dit was al weer mijn laatste bijdrage in het kalenderjaar 2009. In 2010 ga ik gewoon verder met mijn sentimental journey door de geschiedenis van de wielersport. Met de grote nieuwsfeiten van lang en minder lang geleden en met al die vergeten wetenswaardigheden die zo interessant zijn om weer op te rakelen.

In wens u allen een heel goed uiteinde en vanaf deze plaats alvast alle goeds voor het nieuwe jaar. Dat het een jaar mag worden met veel Nederlands wielervuurwerk!

Tot volgende week!”

Jan Houterman


  
   

Door Fred van Slogteren, 28 december 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web