
“Jef Schils was een goede renner, iemand die in zijn tijd net tegen de top aanzat. In 1958 beleefde ik mijn eerste kennismaking met het wielrennen. Een tante van me woonde langs het parcours van een na-tour criterium in Woluwé in het Brussels agglomeraat. Zij bewoonde daar een appartement op de eerste etage met zicht op de finish. Mooier uitzicht op het wielergebeuren bestond er niet. Ik maakte gretig gebruik van deze logeplaats en zag …
… Rik Van Steenbergen winnen voor Charly Gaul. Later vond ik op straat een kauwgomplaatje met de beeltenis van Valeer Ollivier en ik besloot direct de serie compleet te maken. Kauwgom was bij ons thuis echter een zeldzame tractatie en dus kostte het heel wat moeite om de collectie compleet te krijgen. Eén van de mannen die goed genoeg bevonden was om op zo’n plaatje te staan was Jef Schils. Hij was een ‘kloek’ renner, aldus de tekst op de achterzijde, waaraan ik mijn eerste zelf samengestelde Franse woordenlijst ontleend heb. Schils werd in zijn eerste profjaar al kampioen van België, een prestatie die je in je verdere loopbaan met je mee mag dragen. Het jaar nadien won hij met Parijs-Tours nog zo’n beklijvende koers en in de jaren daarna - Schils bleef prof tot 1965 - won hij een hele reeks voornamelijk Belgische wedstrijden. Veel van die koersen bestaan niet meer, zoals Brussel-Couvin, Hoeilaart-Diest-Hoeilaart, Antwerpen-Genk en de Drielandentrofee. Andere nog wel, zoals Schelde-Dender-Leie, Brussel-Ingooigem, Omloop der Vlaamse gewesten, en de GP Isbergues, zowat de enige koers die Schils, naast Parijs-Tours, buiten België heeft gewonnen. Na zijn wielerloopbaan had hij een fietsenzaak in Kortenaken bij Diest, zijn geboorteplaats.
Tot volgende week!”
Otto Beaujon



