ad ad ad ad

Het was me het weekje wel!

Eigenlijk zou vandaag boven dit stukje moeten staan: ‘Het wordt me het dagje wel!’, want de zondag van het WK wielrennen voor profs op de weg is voor mij al bijna een mensenleven een hoogtepunt van het jaar. Toen ik vanmorgen de ogen opende, had ik dat langvergeten gevoel van het jongetje dat op zijn verjaardag wakker wordt in het besef dat hij straks zijn cadeautjes krijgt. Als ik dat niet meer zou kunnen opwekken, denk ik dat het tijd wordt voor afscheid van het ondermaanse. Gelukkig is het kind in mij nog springlevend en verheug ik mij op straks. Uiteraard denk je dan terug aan al die mooie WK’s uit het verleden, waarin macht en suprematie de boventoon voerden en echt de sterkste won. Zoals in 1953 toen Fausto Coppi (foto) in Lugano de hele boel in de vernieling reed, of aan 1980 toen Bernard Hinault in Sallanches hetzelfde deed. Met vele minuten op de nummers twee kwamen zij als alleenheersers over de finish. Zelfs Merckx heeft dat niet gepresteerd in de drie jaren dat hij wereldkampioen werd. Ik vind het prachtig om ...

...  coureurs aan het werk te zien die van tevoren zeggen dat ze gaan winnen en het dan nog doen ook. Van de zeven Nederlandse wereldtitels is die van Jan Raas de enige die in die categorie valt. Al een jaar eerder verklaarde hij plechtig en woedend aan de pers dat in 1978 weliswaar Knetemann had gewonnen, maar dat niemand anders dan hij een jaar later primus inter pares zou zijn. En dat deed hij ook op een bewonderenswaardige manier. Het WK hoort ook echt bij zo´n lange zondagmiddag en ik heb altijd een beetje de pé in als het om de zoveel jaar in een verre uithoek van de wereld wordt verreden, zodat je of ´s ochtends in alle vroegte of ´s avonds of ´s nachts voor het toestel moet kruipen. Het eerste WK dat ik op tv volgde was dat van 1962 toen ik in zwart-witbeelden de Fransman Jean Stablinski zag winnen in het Italiaanse Salo. Veel meer herinner ik me er niet van, want echt genieten werd het pas toen de NOS de laatste uren van de koers integraal ging uitzenden en in kleur. Iedere ronde de oranjehemden tellen en de renners aan hun zit of stijl proberen te herkennen als ze vanuit de heli werden gefilmd. Turven als Jean Nelissen weer eens een verkeerde naam op z´n Limburgs verklankte en Mart Smeets de tactiek niet doorzag en je je voornam om na de koers een ingezonden brief te sturen, die nooit werd verzonden. Ik schrijf dit om half tien op zondagmorgen en over een half uurtje begint het. De eerste uren kun je rustig nog wat anders erbij doen, maar zo omstreeks drie uur schuif ik naar het puntje van mijn stoel om maar niets te missen van de aanloop naar de finale en de finale zelf. We hebben maar zes renners in de strijd, maar met hun keus ben ik het van harte eens. Leo van Vliet is een enthousiaste en gedreven man en ik weet zeker dat hij vanuit de auto goed zal laten merken hoe hij het wil hebben. Ik zie geen Nederlander wereldkampioen worden, maar dat we ze goed in beeld gaan krijgen dat weet ik bijna zeker. De laatste weken ken ik de Nederlandse mentaliteit weer. Aanvallen, meegaan, koersen tot je erbij neervalt. Zodat de objectieve toeschouwer, waar ook ter wereld, na afloop kan zeggen: ´Valverde, Cunego, Gilbert of welke favoriet dan ook, heeft dan wel gewonnen, maar Hoogerland, Gesink, of Boom (Langeveld, Moerenhout en Kroon mag natuurlijk ook) hebben de koers gemaakt. Ik wens al mijn medestanders, die net als ik het jongetjesgevoel koesteren, een fantastische dag. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

Door Fred van Slogteren, 27 september 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web