ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

“Wim van Est (foto: © Guus de Jong) toonde zich op zaterdag 27 september 1952 in Groningen een waardige kopman van de Nederlandse Tour de France ploeg, door de wedstrijd achter handelsmotoren te winnen. Die werd in twee manches van dertig kilometer verreden en beide malen werd de sterke Brabander tweede. Thijs Roks werd met vlag en wimpel winnaar van de eerste manche, omdat de Sprundelaar al spoedig een grote voorsprong nam. Henk Faanhof bleef lange tijd op de tweede plaats liggen, maar de lange Amsterdammer moest buigen voor het geweld waarmee Van Est de opmars naar de eerste plaats inzette. De man uit St.Willebrord kwam echter een tiental meters op Roks tekort. Wout Wagtmans, die in de winter daarna als stayer zou debuteren, wist Arie van Vliet nog juist voor te blijven. Jan Nolten, Hein van Breenen en Gerrit Boeyen sukkelden ergens achteraan. In de tweede manche leek ...

... Van Est andere plannen te koesteren. Hij nam nu direct de kop en liet zich aanvankelijk niet bedreigen. Hij maakte echter de fout Arie van Vliet los te rijden, de renner die hem als een schaduw bleef volgen. Bij het ingaan van de laatste ronde nam Van Vliet met een machtige rush de kop over omdat Van Est het contact met zijn gangmaker verloor. De veelvoudig wereldkampioen bij de baansprinters liet nog maar eens zien dat er op het gebied van sprinten niet van hem te winnen was. De uitslag was: 1. Wim van Est, 2. Thijs Roks, 3. Arie van Vliet, 4. Henk Faanhof, 5. Wout Wagtmans, 6. Hein van Breenen, 7. Jan Nolten en 8. Gerrit Boeyen.

De Amstelvener Peter Post won zaterdagavond 28 september 1963 tijdens wedstrijden in het Brusselse sportpaleis op fraaie wijze de sprintwedstrijd der kampioenen. Post, die de derde manche won, was in de eerste twee manches  al als tweede geëindigd, respectievelijk achter Rik Van Looy en Jean Stablinski. In het eindklassement bezette onze landgenoot de eerste plaats met vijf punten voor Van Looy. Wereldkampioen Benoni Beheyt deelde met Stablinski de derde plaats. De strijd om de ‘Trofee der Wegrenners’ leverde een zege op voor Rik Van Steenbergen. Van Looy en Beheyt werden hier tweede en derde. Post bracht het in die wedstrijd niet verder dan een gedeelde negende plaats. Een dag later was er weer koers, maar nu in Antwerpen. Daar toonde Post zich in het sportpaleis weer eens de onbetwiste meester achter de derny’s. Liefst 18.000 toeschouwers zagen de Nederlander in twee manches over 25 kilometer met groot vertoon van macht zegevieren. In het eindklassement werd hij uiteraard eerste voor de jonge veelbelovende Belg Theo Verschueren en de Deen Palle Lykke Jensen. Jo de Haan eindigde in een puntenwedstrijd, ex aequo met Van Looy en Beheyt, op de eerste plaats.

Gerben Karstens (foto: © Guus de Jong) ging op 28 september 1974 als eerste over de eindstreep in Tours–Parijs. Negen jaar eerder won de Leidse notariszoon deze klassieker – zij het in omgekeerde richting - in zijn eerste jaar als professional ook al. Toen werd er bij wijze van experiment zonder versnellingssapparaten gereden. Op de brede boulevard van Versailles versloeg hij in de eindsprint moeiteloos de twaalf jaar jongere Italiaan Francesco Moser. Karstens maakte in de 254 kilometer lange tocht deel uit van elke serieuze ontsnapping. Nederlands kampioen Cees Priem werd elfde. Wie deze feiten wil controleren in de statistieken komt er achter dat in de uitslag van 1974 niet Karstens maar Moser als winnaar staat vermeld en in de krant van 4 oktober 1974 staat: ‘De Franse wielerbond heeft Gerben Karstens, afgelopen zondag winnaar van Tours-Parijs, gediskwalificeerd. De Italiaan Francesco Moser, die als tweede aan de finish in Versailles was gearriveerd, werd tot winnaar van de Franse herfstklassieker uitgeroepen. De diskwalificatie van Karstens is niet gebaseerd op een voor hem negatief resultaat van de dopingcontrole, maar wel omdat hij niet voldaan zou hebben aan de bepalingen waaronder dit onderzoek plaatsvindt. Nadat Karstens zijn plasje had gedaan, verzocht de dienstdoende arts hem voor de tweede maal een staal urine in te leveren. Karstens weigerde. Ik heb geplast en daarmee basta, reageerde hij. De leiding van de Italiaanse ploeg Filotex van Moser deponeerde vervolgens bij de Franse wielerbond een klacht op basis van mogelijke malversaties. Deze klacht, gevoegd bij het rapport van de arts, leidde tot deklassering. Opvallend feit was dat Karstens bij het urineren een drinkkruikje bij zich zou hebben gehad. De arts veronderstelde daarom dat Karstens in eerste instantie wellicht de urine van een ander zou hebben afgedragen.’

Veteraan Sean Kelly (foto: © Cor Vos) won op 28 september 1991 ‘zijn eigen’ Ronde van Ierland. Het scheelde niet veel of pech leek hem zijn eerste triomf van het jaar te ontfutselen. De in 1991 door pech en leed achtervolgde 35-jarige vedette kwam tussen Kildare en Dublin met de schrik vrij en hij bracht het gele leiderstricot zonder kleerscheuren naar de eindstreep. In de laatste rit, gewonnen door Olaf Ludwig, kwam hij nog in botsing met de Australiër Phil Anderson die uit balans raakte omdat zijn voet uit de toeclip schoot. ‘Ik kon gelukkig overeind blijven. Ik heb dit jaar al genoeg ellende gehad, dus een beetje geluk kan ik wel gebruiken’, zei Kelly, nadat hij voor de vierde keer de wielerronde van zijn land op zijn erelijst had laten bijschrijven. Hij had die ronde aangegrepen om zijn magere wielerjaar nog enige glans te geven en op de valreep zijn marktwaarde te verhogen. PDM, zijn sponsor, had hem laten weten dat hij kon uitkijken naar een andere ploeg. Hij was daarom tijdens de Ronde van Ierland in onderhandeling met de Spaanse Lotus-Festina formatie. Op de voorlaatste dag van de ronde had Kelly een wankele basis gelegd voor de eindzege. Hij ontsnapte met Sean Yates, die de etappe zou winnen. Met één tel voorsprong op de Engelsman begon hij aan de slotrit. Hij bouwde zijn voorsprong onderweg uit door het winnen van drie tussensprints en die luttele bonusseconden bleken uiteindelijk voldoende voor de eindzege. Vijftien maanden had Sean Kelly ‘droog gestaan’, want in juni 1990 waren een ritzege en de eindoverwinning in de Ronde van Zwitserland zijn laatste overwinningen geweest. Het eindklassement van de Ronde van Ierland 1991 was: 1. Kelly, 2. Yates, 3. Museeuw, 4. Van der Poel, 5. Van Lancker, 6. Lauritzen, 7. Bolts, 8. Alcala, 9. Ekimov en 10. Earley.

Vorige week schreef ik al over Alex Zülle (foto: © Cor Vos) die een stevige basis had gelegd voor een mogelijke eindzege in de Ronde van Spanje van 1997. De gebrilde Zwitser beleefde in de herfst van dat een wonderbaarlijke opstanding na zijn mislukte Tour de France. Daar zagen we een renner ten prooi aan aarzeling en onzekerheid, maar in de Vuelta had hij niets te verliezen. Als de geest soepel is dan zijn de spieren dat ook en dus bleef Zülle drie weken overeind om glorieus de Ronde van Spanje te winnen. Na de trilogie van zijn landgenoot Toni Rominger stond er weer een Zwitser op de hoogste trede in Madrid. Blikken vol bewondering volgden Zulle in de Vuelta. Vooral op de voorlaatste dag toen hij nog maar eens stevig uithaalde in de tijdrit. De Nederlanders behaalden in deze Vuelta drie mooie dagprijzen. Bart Voskamp verhoogde in Cordoba (achtste etappe) de feestvreugde bij TVM, nadat Michaelsen al de eerste rit had gewonnen en zelfs een paar dagen de leiderstrui had mogen verdedigen. Léon van Bon was het stralende lichtpunt bij Rabobank waar kopman Peter Luttenberger ziek uitviel en Patrick Jonker andermaal faalde. Van Bon reed een bijzonder strijdlustige Ronde van Spanje en zag dat in de achttiende rit beloond. In de slotetappe volgde Max van Heeswijk zijn voorbeeld toen hij in de slotkilometer net buiten de greep van de groep wist te blijven met de sprinters Svorada en Wüst op het vinkentouw. Het eindklassement: 1. Zülle, 2. Escartin, 3. Dufaux, 4. Zaina, 5. Heras, 6. Clavero, 7. Jalabert, 8. Serrano, 9, Faresin, 10. Ledanois, 65. Moerenhout, 73. Jonker, 77. Van Bon, 83. Van Heeswijk, 89. Vierhouten, 94. Nelissen en 96. Voskamp.

Op 28 september 2003 was de zege in de Ronde van Spanje voor Roberto Heras (foto: © Cor Vos). En dat was uiteindelijk nog best verrassend. Op de voorlaatste dag begon Isidoro Nozal, zeventien etappes lang de grote onbekende aanvoerder van de Vuelta, met twee minuten voorsprong aan de 12 kilometer lange klimtijdrit naar Alto de Abandos.  De 25-jarige knecht uit de Once-ploeg, die bijna drie weken geen krimp had gegeven, brak alsnog. Zijn voorsprong van twee minuten verdween in de laatste kilometers als sneeuw voor de zon. In het begin van de tijdrit kon Nozal de schade nog enigszins beperkt houden, maar op een gegeven moment was er voor hem geen houden meer aan. Heras zag het vol ongeloof aan, volkomen onverwacht won hij zijn tweede Vuelta. Gezeten naast zijn ploegleider Johan Bruyneel liet Heras zijn tranen de vrije loop. ‘Het was ook zo’n ontroerend moment. Ga maar na, ik moest tien seconden per kilometer goed maken. Ik dacht dat dat onmogelijk was en dan gebeurt het toch.’ En dat na een Vuelta waarin Nozal zich ontpopt leek te hebben van een ongevaarlijke nobody in een soevereine leider. De verliezer toonde zich na zijn donkerste kilometers groots in zijn nederlaag. Nozal: ‘Ik feliciteer Roberto, hij heeft gewonnen en hij heeft het verdiend deze ronde te winnen. Ik ben vandaag de vermoeidheid van drie weken Vuelta tegengekomen. Het is heel hard de ronde op de voorlaatste dag te moeten verliezen maar drie weken geleden durfde ik niet eens te dromen van de tweede plaats. Het mag vreemd klinken maar door de treurigheid van dit moment heen zal ik deze tweede plaats zien als een triomf.’ Voor Heras was de eindzege een onverwacht cadeau, waar hij al drie jaar naar uit zag. Na zijn winst in de Vuelta van 2000 lijfde Lance Armstrong hem in met de deal: ‘Jij helpt mij de Tour te winnen dan help ik jou de Vuelta te winnen’. De Amerikaanse Tourgigant kon zich echter nooit oppeppen ook de Ronde van Spanje te rijden. Het eindklassement: 1. Heras, 2. Nozal, 3. Valverde, 4. Igor Gonzalez de Galdeano, 5. Mancebo, 94. Tankink, 100. Kroon, 114. Engels, 138. Mutsaars, 139. Van Heeswijk, 141. Boven en 146. De Jongh.

Precies een jaar geleden vond in het Italiaanse Varese de strijd om de diverse wereldtitels op de weg plaats. Robert Gesink kon zich als enige Nederlander voorin handhaven, waardoor hij vanaf de eerste rang mocht toekijken hoe Damiano Cunego, Davide Rebellin en Alessandro Ballan (foto: © Cor Vos) het thuispubliek om beurten verwenden met hun demarrages. Toen de 28-jarige Ballan op drie kilometer voor de finish de beslissende tik uitdeelde, had de moegestreden Gesink zich al neergelegd bij het Italiaanse overwicht. Als slagroom op de taart won Damiano Cunego ook nog de sprint om het zilver voor de Deen Matti Breschel en Davide Rebellin. Gesink zou uiteindelijk als tiende finishen en was daarmee het enige lichtpunt binnen de teleurstellende Nederlandse équipe. Toen het peloton door het beukwerk van de Italianen werd gereduceerd tot 63 renners bleven alleen Gesink en Kroon nog over. ‘Ik vind dat we het als team slecht hebben gedaan. Als 63 renners overblijven, dan moeten daar minstens vier Nederlanders bij zijn’, sprak een teleurgestelde bondscoach Egon van Kessel na afloop. Met name over de rol van Bram Tankink en Koos Moerenhout wond Van Kessel zich op. ‘Ik weet niet waarom ze er niet bij zaten. Maar met hun kwaliteiten en ervaring mag dit nooit gebeuren.’ De enige die Van Kessel wel had kunnen bekoren was Robert Gesink. Na zijn sublieme Vuelta, waarin hij als zevende eindigde, liet de jonge Achterhoeker zich wederom van zijn beste kant zien. Bij het ingaan van de laatste ronde reed hij in zijn eentje een gat dicht op zes koplopers onder wie de latere winnaar Alessandro Ballan. Een dag eerder won Marianne Vos de zilveren medaille bij de vrouwen. Waar ze een jaar eerder bij het WK in Stuttgart nog ontgoocheld was over haar tweede plek en direct wilde stoppen met wielrennen, daar berustte de 21-jarige in Varese in haar lot. De kopvrouw van de Nederlandse ploeg vond dat ze zichzelf niks had te verwijten. Alles had ze er aan gedaan om na Salzburg 2006 voor de tweede keer wereldkampioene te worden. Maar alles bleek net niet genoeg om de Britse Nicole Cooke te kloppen in een bloedstollende sprint.

Op 28 september won Eddy Merckx nimmer een koers. Wel won hij op 27 september 1973 een criterium in Luik voor Raymond Poulidor en Joseph Bruyère. Op 29 september won hij in 1971 in het Spaanse Bilbao en in 1972 in het Franse Ayeneux.  

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 28 september 2009 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web