Kees Pellenaars (1913, overleden 30.01.1988)
In 1934 werd deze Brabander wereldkampioen op de weg bij de amateurs in het Duitse Leipzig, waar de Nazi-symbolen al volop aanwezig waren. Hij werd direct beroepsrenner en met zijn aanvallende manier van rijden daagde hij vooral de favorieten uit. Die moesten hem dan betalen om te kunnen winnen en zo werd Pellenaars een beroepsrenner die niet veel won, maar toch een dikbelegde boterham verdiende. Hij reed het hele jaar door op weg en baan, overal waar wat te verdienen was. Dus geen Tour of klassiekers. Op het eind van zijn carrière startte hij tegen zijn principes in toch een keer in de Ronde van Duitsland en daar werd hij aangereden door een Amerikaanse auto. Zijn doodsbericht stond al in de krant, maar hij overleefde het. Een jaar later was hij ploegleider van de Nederlandse Tour de France-ploeg en hij was een aantal jaren zeer succesvol met renners als Wim van Est, Wout Wagtmans en Gerrit Voorting. In de jaren zestig ging hij commercieel en hij werd sportdirecteur van eerst de Televizier-ploeg en later van Goudsmit-Hoff. Ook in die jaren behaalde hij vele successen. Een kleurrijk figuur die veel meer vijanden had dan vrienden, maar die in 1951 het Nederlandse wegwielrennen een geweldige impuls heeft gegeven, al verdienen de methodes waarvan hij zich bediende niet altijd een schoonheidsprijs.
Wat staat er nog meer in het geboorteregister?
Daan van Dijk (1907, overleden 22.11.1986)
Voor mijn boek Wielerhelden van Oranje ben ik destijds op zoek gegaan
naar nabestaanden van overleden wielerhelden. Zo kwam ik in contact met een Haagse dame die de dochter van Daan van Dijk bleek te zijn. Haar moeder leefde nog en op een middag zat ik bij Stien van Dijk en de dochter en schoonzoon in een Haags bejaardenhuis. 94 jaar, maar ze wist nog alles. Het mooiste verhaal stamt uit de hongerwinter toen het echtpaar Van Dijk op de tandem, waarop hij in 1928 goud had gewonnen met Bernard Leene, op hongertocht ging in het Westland. Ze hadden geluk die dag en de oogst was overvloedig opgestapeld in de schoot van Stien. Plotseling was daar die foute agent die een stopteken gaf. Daan negeerde dat en hij begon aan een helse spurt die ook goed was voor goud en die pas voor hun voordeur eindigde. De meeste groente was echter onderweg verloren geraakt, omdat Stien achterop armen en benen tekort kwam om én mee te trappen én alles vast te houden.
Frits Knoops (1937)
Bescheiden Limburgse renner uit Koningsbosch die twee jaar bij de onafhankelijken koerste. Hij kon in de heuveltjes goed mee, maar echte potten heeft hij niet gebroken, ook al reed hij naar goed Limburgs gebruik op een Eroba. Ik hoop dat hij er met plezier aan terugdenkt en dat hij af en toen – bijvoorbeeld met plaatsgenoot Martin van de Borgh – nog wel eens over vroeger praat. Met een goed glas bier er bij. Limburgs bier!



