ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 30 augustus.

Jan van KATWIJK (1946, Nederland)

Van de drie gebroeders uit het Brabantse Oploo is Piet de succesvolste geweest, Fons de talentrijkste en Jan de oudste. Wie van de drie de rapste was, zou ik niet durven zeggen, want ze konden alle drie goed aankomen. De Van Katwijkjes komen uit een boerengezin met elf kinderen. Zes meiden en vijf jongens, waarvan er dus drie beroepsrenner zijn geworden. Jan was als amateur al heel succesvol. Dertig keer mocht zijn haan koning kraaien en in de daarna volgende elf profseizoenen wist hij dat aantal bijna te evenaren. Daar zaten mooie overwinningen bij, zoals in de Acht van Chaam, de Ronde van Belgisch Limburg en de Grote Prijs Jef Scherens. Hij begon zijn beroepsloopbaan bij de Willem II-Gazelle ploeg van Ton Vissers. Na twee jaar stapte hij over van de sigaar naar de sigarenrook toen hij bij Kees Pellenaars aan de slag ging in de Goudsmit-Hoff ploeg. Vandaar ging het naar IJsboerke, de roemruchte Belgische topformatie die in de jaren zeventig met sterke renners de overwinningen aan elkaar reeg. Na een jaartje in de publicitaire luwte kwam hij samen met ...

... broer Piet bij Raleigh. Het was het eerste jaar dat de formatie van Peter Post aan de Tour ging meedoen en Jan en Piet mochten beide mee naar La Grande Boucle. Het was de laatste Tour voor de oudste Van Katwijk. Hij reed er vier en zijn resultaten zullen niet ingelijst aan de muur van zijn mooie zaak in Waalre hangen. Toch zorgde hij er in 1970 voor dat zijn kopman Rini Wagtmans gelanceerd de assepiest van Montpellier opstormde, waar de grootste daler van zijn generatie afgetekend won en Jan met Jan Janssen en Walter Godefroot tegen de sintels sloeg. Als 80ste in het eindklassement kwam hij in Parijs aan. Een jaar later werd hij 87ste hoewel hij in de twaalfde etappe te laat binnenkwam. Gelukkig tegelijk met een bijna voltallige Spaanse ploeg die op hun kopman hadden moeten wachten. Die kregen genade en Jan dus ook. Als 87ste van de 94 overgebleven renners beëindigde hij zijn tweede Tour. In 1972 liet hij overduidelijk zien dat hij geen renner voor de Tour was. Met zijn snelle aankomst pakte hij in de vlakke ritten wel wat prijsjes, maar als het omhoogliep verdween Jan direct naar de achterste regionen en vanhummelde hij in de bergritten vaak net voor de bezemwagen uit. In de negende rit was hij te laat en er volgden tot zijn geruststelling enkele jaren zonder Tour. Tot hij in 1976 weer aan de bak moest met de Raleigh-ploeg. In de eerste dagen liep het nog wel lekker, maar in de negende rit werd Jan ziek. Diarree is bijna het ergste wat een renner in de Tour kan overkomen en een dag later vertaalde zich dat in een overschrijding van de tijdslimiet van meer dan een half uur. Samen met broer Piet stapte hij die avond op de trein naar huis. Na zijn carrière miste hij de sport erg. Hij ging hardlopen, maar kreeg last van zijn knieën, hij ging motorcrossen, maar bleek vooral succesvol in vallen en benen breken en wijdde daarna zijn verdere leven aan de fiets en anders niets. Als eigenaar van een prachtige racespeciaalzaak, als ploegleider, als mentor van zoon Alain en tijdens de regelmatige ritjes met zijn broers. Het bloed kruipt en blijft kruipen. (Foto: archief Wim van Eyle)

De andere op 30 augustus geborenen zijn:

ARCHAMBAUD, Maurice (1906, overleden 03.12.1955, Frankrijk)
CANUTI, Federico (1985, Italië)
CLARK, Danny (1951, Australië)
DE LILLO, Domenico (1937, Italië)
DE MARIA, Giuseppe (1984, Italië)
DE WINDE, Greg (1986, België)
DESMET, Luc (1957, België)
DEWOLF, Roger (1943, België)
LAKEMAN, Henk (1922, overleden 08.04.1975, Nederland)
MORETTI, Umberto (1943, Italië)
NIESTEN, Coen (1938, Nederland)
OTXOA PALACIOS, Javier (1974, Spanje)
OTXOA PALACIOS, Ricardo (1974, overleden 15.02.2001, Spanje)
Van der Merwe, Marissa (1978, Zuid-Afrika)
VAN DYCK, Niels (1990, België)
VARINI, Maurizio (1978, Italië)

Door Fred van Slogteren, 30 augustus 2009 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web