“De rubriek ‘terug naar 1965’ neemt ons vandaag mee naar Olympia’s Tour. ‘Harry Steevens Nederlands grootste toekomst’. Het stond in schreeuwend rode letters op grote witte spandoeken langs het parcours van de bergetappe Heerlen–Geleen, omhooggehouden door Limburgers die opgewonden van vreugde eindelijk weer een streekgenoot als een groot kampioen over de golvende heuvels ver voor het kansloze peloton zagen vliegen. Bij herhaling ging het fluisterend door de rijen ‘We hebben weer een Jan Nolten’. Verbazingwekkend waren al die superlatieve verwachtingen niet, want ondanks zijn tengere afmetingen had de twintigjarige coureur uit Elsloo als een superman onder de amateurs het peloton zijn wil opgelegd. Een dictator die zijn overwicht putte uit kracht, talent, souplesse, vorm en toch ook uit een weinig geluk. Drie achtereenvolgende etappes had hij gewonnen, vrijdag in Veldhoven, zaterdag in Heerlen en zondag in Geleen. Een unicum in de historie van Olympia’s Tour. Sterke renners als Dies Kosten uit Kapelle, Harm Ottenbros uit Alkmaar, Eef Dolman uit Rotterdam en Rini Wagtmans uit St.Willebrord waren niet ...
... in staat terug te komen toen Steevens de beslissende slagen uitdeelde. Dat maakten de wat bombastische slagzinnen op de Limburgse spandoeken richting Geleen begrijpelijk. Eindelijk konden zij weer een held uit eigen streek toejuichen. Vandaag zou Steevens met vijf minuten voorsprong op naaste rivaal Kosten zijn geboortestreek verlaten voor de rit naar Enschede.
De uitslag van die vierde etappe (115 km van Geldrop naar Heerlen) was: 1. Harry Steevens 2. Henny Schouten 3. Joop Hoogland. De uitslag van de vijfde etappe (112 km Heerlen-Geleen) was: 1. Harry Steevens 2. Rini Wagtmans 3. Eddy Beugels. Het algemeen klassement na de vijfde rit was: 1. Harry Steevens 2. Dies Kosten 3. Henk Peters.
Exact vijftig jaar geleden in 1959 won de Brabander Huub Zilverberg
uit Goirle Olympia’s Tour door Nederland. Hij arriveerde op zondag 31 mei met het grote peloton in het Olympisch Stadion in Amsterdam waar de Hagenaar Joop van der Putten in de sprint de laatste etappe won. De op de Belgische kasseien geharde Zilverberg had de al op de tweede dag veroverde oranjetrui met succes verdedigd tegen alle aanvallen van het puikje van het Nederlandse amateurgilde. In één adem met de glorieuze winnaar moesten zijn ploegmakkers Van de Ven, De Jongh, Walravens, Van der Lee, De Vries en Van der Sluis genoemd worden, die met opoffering van eigen kansen hun grootste kanspaard deze zege hielpen bevechten. De welverdiende beloning voor deze homogene ploeg van De Zwaluw uit Vlijmen was de eerste plaats in het algemeen ploegenklassement. De Zwaluwen hebben Olympia’s ronde volkomen beheerst hetgeen ook moge blijken uit de eerste plaats van Lambert van de Ven in het algemeen premiesprintklassement. Slechts de groene trui bleef buiten hun bereik. Die was voor Mik Snijder uit Halfweg. De lepe Van der Putten bereikte in het individueel eindklassement de tweede plaats, derde werd Van der Steen, vierde Hofmans, vijfde Maliepaard en zesde de Amsterdammer Balvert. De grote verliezers waren de militairen van Gerrit Schulte, die vorig jaar in het algemeen ploegenklassement nog de eerste plaats hadden bezet en die nu tevreden moesten zijn met de derde stek achter De Zwaluw en De Kampioen uit Haarlem. Het was in deze editie volgens het blad Wielersport duidelijk geworden dat de organiserende vereniging ASC Olympia uit Amsterdam snel naar een andere formule diende te zoeken om hun pronkstuk attractief te houden. Van de 91 renners die in Amsterdam van start waren gegaan bereikten er slechts 73 de eindstreep, een uitvallerspercentage van bijna twintig. En dat dan alleen nog maar omdat op de laatste dag maar liefst acht renners in het zicht van de haven de oneervolle intocht in de volgwagens verkozen. ‘De conditie van de renners en de moderne technische hulpmiddelen zijn dermate verbeterd dat het voor amateurs bijna onmogelijk is om nog met succes te demarreren. De snelheden waarmee de grote groep over de meestal in uitstekende staat verkerende wegen joeg, lagen regelmatig omstreeks de 50 kilometer per uur. Olympia zal het in 1960 dan ook moeten zoeken in wegen die meer van het uithoudingsvermogen vragen.’
Tien jaar later, op zondag 1 juni 1969, won Fedor den Hertog de negende etappe van de Ronde van Groot-Brittannië. De rit ging van Stoke-on-Trent naar Nottingham over 185 kilometer. Zaterdags had Fedor het in de achtste etappe rustig aan gedaan, waardoor Popke Oosterhof hem tot op zes minuten kon naderen. Een dag later sprong Den Hertog twaalf kilometer voor de finish weg uit een kopgroep van vier man en wist in het korte stuk dat hem nog restte zijn medevluchters op meer dan één minuut te rijden. Er was dat weekend nog meer amateursucces voor Nederland over de grenzen. Wim Prinsen won op zaterdag de eerste etappe van de Ronde van Oostenrijk. Hij legde de 171 kilometer van Wenen naar Linz af in 4 uur 40’15”. De Oostenrijker Schattelbauer werd tweede en de Pool Tadaeus Prasek derde. Joop Zoetemelk won op zondag de tweede halve etappe in Oostenrijk, een individuele tijdrit en nam daarmee de leiding in het algemeen klassement over. Het buitengewoon succesvolle optreden van de Nederlandse amateurwielrenners werd uiteindelijk bekroond met winst in beide rondritten. De 23-jarige Fedor den Hertog behaalde een overtuigende overwinning in de Ronde van Groot-Brittannië. Hij won die rondrit met vijftien etappes over in totaal 2400 kilometer met maar liefst ruim twaalf minuten voorsprong op zijn naaste belager Popke Oosterhof. Ook Oosterhof had van zich doen spreken want hij won niet minder dan vijf etappes en werd bovendien eerste in het puntenklassement. Matthijs de Koning won de Ronde van Oostenrijk na een tactisch hoogstandje van Zoetemelk. De Oostenrijkse renners reden als één man op het wiel van Joop en toen zich in de koninginnerit een kopgroep losmaakte gaf de gedoodverfde favoriet zijn ploeggenoot De Koning een seintje om mee te gaan. Terwijl de Oostenrijkers verwachten dat Joop de achtervolging wel zou leiden, bleef de latere Tourwinnaar rustig in het peloton. Het duurde vervolgens even voor de Oostenrijkers in de gaten hadden dat Mathijs de Koning de bestgeplaatste koploper was in het klassement. Het was echter te laat om er nog wat aan te doen en in de eindrangschikking had de renner uit Scherpenzeel een voorsprong van 1 minuut en 4 sec op de Oostenrijker Steinmayr. Zoetemelk eindigde als derde, Wim Prinsen als vierde en Harrie Jansen als achtste.
Jos Lammertink zou zijn favorietenrol waarmee hij in 1979 aan
Olympia’s Tour begon, meer dan waarmaken. Hij won de proloog, twee individuele tijdritten en droeg de leiderstrui van start tot finish. Die start was op 24 mei in Bladel en de finish op 1 juni in Amsterdam. In het eindklassement werd Ad Wijnands tweede op 2 minuut 27 gevolgd door Jan Jonkers, Adri van der Poel, Ad Prinsen, Guus Bierings, Hennie Stamsnijder, Henk Mutsaars, Bas van Lamoen en Johnny Broers. Een ijzersterke top tien met een aantal jongens die het later bij de profs goed zouden doen. Maar Herman Krott had na afloop echter geen goed gevoel over het toekomstperspectief van met name Lammertink. Niet alleen prestaties bepaalden of de Amsterdamse ploegleider ‘ja’ zou knikken als een van zijn coureurs de sprong naar de beroepscategorie wilde maken. Hij liet de factor karakter eveneens zwaar meetellen als een van zijn ambitieuze protégés bij hem aanklopte voor advies. Bij Gerard Vianen, Gerrie Knetemann, Leo van Vliet en Frits Pirard kende hij bijvoorbeeld geen twijfels. Zij maakten de overstap en werden goede profs, hun ploegleider met een gerust hart achterlatend. Bij Lammertink had Krott echter bedenkingen en het feit dat het Twentse talent zijn handtekening zou zetten onder een contract bij de ploeg, waarvoor ook Joop Zoetemelk reed, deed hem niet van mening veranderen. Dat leek merkwaardig omdat Krott drommels goed wist dat een neo-prof in de schaduw van Zoetemelk, die ook het vak bij Krott leerde, een ideale stagetijd als broodcoureur tegemoet ging. ‘Ja, dat is ook gek’ verklaarde de Amsterdammer, ‘maar met Jos zie ik het nog niet zo een-twee-drie zitten als prof. Zijn klasse staat buiten kijf, maar ik geloof dat zijn stugge karakter niet in zijn voordeel zal werken als hij de overstap maakt. Het is een stille jongen die zich nog niet weet te verkopen. De profwielrennerij vereist een andere instelling dan wanneer je amateur bent. Dan hoef je alleen maar hard te fietsen bij de beroeps moet je ook met je bekkie kunnen werken wil je slagen in dit vak.’
Met speels gemak pakte ‘Mooie Mario’ Cipollini (foto: © Cor Vos) op 1 juni 1999 de 17e etappe van de Ronde de van Italië. Op imponerende wijze reed hij bij de aankomst in Castelfranco Veneto gewoon weg van het peloton. Jeroen Blijlevens, al winnaar van twee etappes, maakte een klassieke fout door zich te laten insluiten. Mede daardoor had ‘Cipo’ van niemand iets te duchten. In de laatste bocht voor de finish zat hij in prima positie, terwijl Blijlevens in de remmen moest om de voor hem rijdende renners niet te raken. De Nederlander, die zichzelf na zijn tweede etappezege nog tot sprintkoning van de eerste week had benoemd, was gezien. De echte sprintkoning kwam als eerste over de streep want Cipollini boekte in de Giro van 1999 vier ritzeges. Evenveel als Blijlevens en de Italiaan Quaranta bij elkaar. ‘Ik ben hier beter dan Cipollini’, had Blijlevens na zijn eerste ritzege gezegd. Maar jezelf in een goede positie kunnen brengen is als sprinter ook een kwaliteit en een cruciale.
Waar Fedor den Hertog en Joop Zoetemelk succesvol waren op 1 juni 1969, daar beleefde Eddy Merckx een gitzwarte dag in de Ronde van Italië. Als drager van de roze leiderstrui werd hij voor de start van de 17e etappe Savona-Pavia van verdere deelneming uitgesloten. Het dopingonderzoek, dat zondag na afloop van de 16e rit werd gehouden, viel voor de Belgische oud-wereldkampioen positief uit. Merckx was in deze ronde al zeven maal op doping gecontroleerd met telkens een negatief resultaat. Geschokt ontving de rennerskaravaan in Savona het bericht van de uitsluiting van de Belg. Men moest onwillekeurig terugdenken aan 1968, toen acht renners, onder wie Felice Gimondi, een maand lang niet in wielerwedstrijden in Italië mochten uitkomen nadat gebleken was dat zij tijdens de Giro stimulerende middelen gebruikt hadden. Dit werd echter pas bekend na afloop van de door Merckx gewonnen ronde. In 1969 werden er na elke rit urineproeven genomen en de volgende dag maakte men steeds de resultaten openbaar. Bij Merckx werd de test genomen na de 228 kilometer lange etappe van Parma naar Savona. De Belg, sterk favoriet in deze ronde, eindigde als 36ste, maar behield de eerste plaats in het algemeen klassement met 1 minuut en 41 seconden voorsprong op zijn naaste rivaal Gimondi. De Italiaan had daarmee de leidende positie van de Merckx overgenomen.
Voor Belgische politici was de affaire-Merckx natuurlijk wel een mooi zaakje om aan de kiezers te laten zien hoe verontwaardigd ze waren en hoe schandelijk de fietsende held door de Italiaanse dopingcontrole was behandeld. Verscheidene kamerleden hadden dan ook al interpellaties aangekondigd. De heer Mechelen, de socialistische minister van cultuur, die ook de sport tot zijn gebied mocht rekenen, had Merckx zelfs een telegram gestuurd om zijn deelneming te betuigen en te verklaren dat hij alle maatregelen zou nemen om te bereiken dat er een gerechtelijk onderzoek naar de gebeurtenissen zou plaatsvinden. Om tot zo’n onderzoek te komen moesten echter stappen worden genomen via de diplomatieke kanalen. Minister van buitenlandse zaken Harmel had reeds contact opgenomen met de Italiaanse ministeries van buitenlandse zaken en justitie om een rechtvaardig gerechtelijk onderzoek te vragen.
Tot volgende week!”
Jan Houterman


