ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

“De koers van de week is weer een veldrit. Deze keer ga ik terug naar 26 oktober 1980 toen in het Brabantse Oirschot een veldrit werd verreden in vier categorieën. Jan Olde Meule uit Tubbergen won bij de liefhebbers en veteranen voor Wim Broeren en Wil van Dompseler. Gerard Dekker, de oudere broer van Erik, won de koers bij de nieuwelingen. Erik was destijds pas een knulletje van tien lentes en stond misschien wel langs de kant om zijn grote broer aan te moedigen. Alhoewel, de latere vedette was toen al twee jaar een echte wielrenner, want hij debuteerde op 31 maart 1979 met een zesde plaats in een clubwedstrijd op het parkoers van De Peddelaars in Hoogeveen.
Bij de junioren stond er zoals vaker in die tijd geen maat op het meesterschap van Matthieu Hermans uit Drunen. Huub Kools kon nog het dichtst bij hem in de buurt blijven en Ronald Rol werd derde. Frans Francissen uit Rosmalen won toch wel verrassend de koers bij de amateurs. Bij het ingaan van de laatste ronde had hij nog één maal lachend achterom gekeken, maar zijn concurrenten waren niet meer te zien. Twintig minuten eerder had hij Reinier Groenendaal (foto), zijn ploeggenoot bij Superia, de Duitser Rainer Paus en nationaal kampioen Kees van der Wereld definitief vaarwel gezegd. In zijn stereotype zit, diep over het stuur gebogen, had hij zich met een felle demarrage van de anderen losgemaakt. Iedereen gunde de sympathieke renner zijn succes. De uitslag was: 1. Frans Francissen 2. Reinier Groenendaal 3. Rainer Paus 4. Kees van der Wereld 5. Frank van Bakel 6. Antoon van de Wetering 7. Herman Snoeijink 8. Mario van de Kerkhof 9. Berry Zoontjes 10. Hans Steekers. ...

... Drie maal heeft Roy Schuiten in 1975 een poging gedaan het werelduurrecord van Eddy Merckx in handen te krijgen en drie maal heeft hij zijn poging voortijdig afgebroken. Schuiten was een vedette op de baan. Hij haalde op het ovaal grote successen, in 1974 en ‘75 werd hij wereldkampioen achtervolging. Op dit onderdeel werd hij tevens zes keer Nederlands kampioen. Bovendien won hij alle grote tijdritten een of meerdere malen. Daarom zag Post in hem de renner die het werelduurrecord van Eddy Merckx zou kunnen verbeteren. Dat stond op 49 kilometer en 431 meter en met veel bombarie werd aangekondigd dat de aanval in het najaar van 1975 op de olympische piste van Mexico-Stad op een hoogte van 2240 meter, zou plaatsvinden. De AVRO kocht de tv-rechten en Schuiten zei jaren later: ‘De AVRO bepaalde alles, tot en met het tijdstip van de recordpoging. Ik was lijdend voorwerp, hoefde alleen maar op te stappen. Ik wilde eigenlijk helemaal niet meer’. De kosten waren gigantisch met drie speciaal door constructeur Jan Le Grand ontworpen fietsen, waaraan negen maanden was gewerkt, een elektronische tijdmeetapparaat ter waarde van 2000 dollar plus de reis- en verblijfkosten van het hele gezelschap. Raleigh zag in de onderneming een prachtig stuk reclame en de AVRO was eveneens bereid als co-sponsor geld te fourneren. Met de fiets was niets mis. Een zadel van kunststof, 24 spaken voor en achter, zijden tubes van 105 gram, stuur van dural, trapstangen van aluminium, trappers van titanium, uitgefraisde ketting, enzovoort, enzovoort, het modernste van het modernste. In het Nieuwsblad-Sportwereld van 31 oktober 1975 werd een kostprijs van 350 à 400.000 francs per fiets genoemd. De fietsen die Merckx drie jaar eerder had gebruikt, hadden nog niet de helft gekost en ze waren bovendien 300 gram zwaarder. De Italiaan Armando Castelli vervaardigde een aan elkander genaaide broek en trui met ritssluiting op de rug.

In vergelijking tot het optimale materiaal en kleding was de voorbereiding slecht en het conflict dat Schuiten met Post kreeg over reclame op de raceschoenen droeg ook niet bij aan de juiste mentale gesteldheid van de beoogde werelduurrecordhouder. Toen hij in zijn voorbereiding ook nog eens onophoudelijk werd lastiggevallen door tientallen mensen, die de in Wielersport aangeboden trip een leuke vakantie vonden, groeide met het uur zijn tegenzin en na drie mislukte pogingen gooide hij de handdoek in de ring. Tot onvrede van de AVRO, die veel geld in het project had gestoken, en tot woede van Peter Post. Schuiten had volgens hem een slechte mentaliteit en dat mocht iedereen van hem weten. Op 31 oktober stapte Schuiten bij zijn eerste poging al na 40 ronden (ruim 13 kilometer) af. Hij mompelde iets over zijn verzet en gaf aan een uur later opnieuw te starten. Ook zijn tweede poging bood geen uitzicht op succes. Na 27 minuten gaf hij op. Hij had toen al bijna een minuut verspeeld op de tijd van Merckx. Zondag 2 november mislukte ook de derde poging. Na 13 kilometer stapte hij af met een achterstand van 32 seconden op het bestaande record. De illusie van het werelduurrecord was definitief vervlogen. 

In de krant van maandag 27 oktober 1980 stond dat de Belgen Fons De Wolf en Jean-Luc Vandenbroucke de Trofeo Baracchi hadden gewonnen. Beide staken nog immer in een grootse vorm. De Wolf won kort ervoor de Ronde van Lombardije, terwijl Vandenbroucke de Grand Prix des Nations op zijn naam had geschreven. De enige concurrentie kwam enigszins van het koppel Ludo Peeters en Theo de Rooij, die met ruim een minuut achterstand tweede werden.

In Barcelona zette Joop Zoetemelk op de Montjuich met een zucht van verlichting een punt achter het seizoen 1980. Joop, die door de vele feesten en recepties vanwege zijn Touroverwinning volkomen uitgeblust was, kwam in Spanje zijn laatste contractuele verplichting na. Hij werd negende in de uit drie onderdelen bestaande wedstrijd. In het eindklassement moest hij bijna twee minuten toegeven op de Spaanse winnaar Marino Lejarreta.

Herman Krott sprak in De Telegraaf van 27 oktober 1981 geïmponeerd over de wielersport in Amerika. Hij was net terug na een USA trip, waarvoor de Amerikanen de Nederlandse insider hadden geïnviteerd. Krott: ’Eén ding is zeker: zet je in Amerika een goede organisatie op poten dan spelen de Yankees binnen een paar jaar ook op wielrengebied een prominente rol. Nu zelfs durf ik te stellen dat de wielerwereld over een jaar of twee een aantal talenten rijker is. Ze pakken daar de zaken groots aan.’ De Amsterdammer kreeg helemaal gelijk, want Greg LeMond zou een jaar later met overmacht de Ronde van de Toekomst winnen en in 1983 was hij de eerste niet-Europeaan die op de weg wereldkampioen werd. In 1989 herhaalde LeMond dit kunststukje en in 1986, ‘89 en ‘90 was hij de sterkste in de Tour de France.

Eind oktober 1987 was Joop Zoetemelk bezig aan zijn laatste week als wegrenner. In Leiden won hij op zaterdag 24 oktober een dernykoers over een uur en dat was zijn allerlaatste overwinning op de weg. Achter de brede rug van Joop Zijlaard versloeg hij de door Nop Koch gepacete Gerrie Knetemann met banddikte in de sprint. De top tien bestond verder uit Jelle Nijdam, Martin Schalkers, Henk Lubberding, Johan van der Velde, Peter Winnen, Cees Priem, Theo Smit en René Kos. Uit het boek JOOP van Fred van Slogteren citeer ik: ‘Joop reed in 1987 geen Tour meer, maar wel alle criteriums waarvoor hij gecontracteerd werd en overal liet hij zien dat hij nog altijd goed mee kon komen. Op 1 november in Tilburg was het de laatste keer dat hij het rondje rond de kerk reed. Een week later reed hij een veldrit in Gieten en twee weken daarna nog een koppelveldrit in zijn woonplaats Germigny l’Evèque. De glanzende wielerloopbaan van de 41-jarige Gerardus Joseph Zoetemelk eindigde voorgoed op 16 december 1987. Op de slotavond van de Maastrichtse zesdaagse kwam er een eind aan een hectisch bestaan van een internationale wielervedette, die volgens schattingen in zijn loopbaan meer dan een half miljoen kilometer op de fiets en twee miljoen kilometer in de auto aflegde.” Pfff!
 
Een dag na de overwinning van Zoetemelk in Leiden verongelukte in Bernay de Franse beroepsrenner Pascal Jules bij een verkeersongeluk. De 26-jarige renner uit de ploeg van Perurena, waar hij collega was van Matthieu Hermans, verloor kort voor middernacht de macht over het stuur. Zijn auto ramde een huis. Jules was jarenlang knecht van tweevoudig Tourwinnaar Laurent Fignon. In 1984 was hij winnaar van de 8e etappe in de Tour de France tussen Le Mans en Nantes.

Het AD schreef op 29 oktober 1990 over een mooie toegift van Erik Breukink, die bij de finale van de cyclus om de wereldbeker zijn faam als tijdrijder nog eens bevestigde. Beroepsernst kon Breukink allerminst ontzegd worden. Terwijl menige collega de laatste weken steen en been klaagde over een te lang seizoen, trok de kopman van PDM op deze zonnige zaterdagmiddag in Lunel nog eens fel van leer. Hij boekte een prachtige zege, zijn tiende van het seizoen, in een tijdrit over 50 kilometer. In het zuiden van Frankrijk stond overigens louter de eer en prestige op het spel. De wereldbekers immers kenden reeds hun eigenaar. Gianni Bugno individueel en PDM als ploeg waren reeds zeker van de bokaal. Tevens kwam menig coureur met frisse tegenzin aan de start en werd vooral de sponsor een plezier gedaan. De organisatoren kampten ook met afzeggingen van LeMond, Argentin, Delgado, Indurain en Planckaert. Derhalve geen 22 maar 19 sterren aan het vertrek. Voor Breukink was het de zevende seizoenszege in deze discipline, hij haalde een moyenne van 47,770 kilometer per uur. Toni Rominger was op 34 seconden tweede, Federico Echave derde op 41 seconden. Adrie van der Poel tiende met een achterstand van 2 minuten en 16 seconden. De eindstand van de (individuele) wereldbeker over het jaar 1990 was 1. Bugno 2. Dhaenens 3. Kelly 4. Ballerini 5. Delion 6. Chiapucci 7. Bauer 8. Wegmüller 9. Sörensen en 10. Lejarreta. PDM won de wereldbeker voor ploegen voor Helvetia en Panasonic.  

Met zijn resultaten op of rond 27 oktober nemen we op deze plaats even afscheid van Eddy Merckx. Vanaf maart volgend jaar zal de kannibaal weer wekelijks van de partij zijn. Op 25 oktober 1972 slaagde hij er, in tegenstelling tot Roy Schuiten drie jaar later, wel in het werelduurrecord op zijn naam te schrijven. In Mexico kwam hij tot 49 kilometer en 431 meter. Pas twaalf jaar later zou dit record door Francesco Moser, op een speciaal ontworpen fiets, gebroken worden. In 2000 besloot de UCI records op merkwaardige fietsen niet langer te erkennen. Het record van Merckx werd in ere hersteld en verbeteringen worden alleen nog erkend wanneer ze op een fiets gereden worden, waarvan het principe gelijk is aan de fiets van Merckx in 1972. In 2000 was de Brit Chris Boardman de eerste die het record van Merckx officieel uit de boeken reed. In Manchester reed de Brit tien meter verder. Het record van Boardman werd op 19 juli 2005 verbeterd door de Tsjech Andrej Sosenka. Die reed in een uur tijd 49 kilometer en 700 meter en dat record staat nog steeds. Wie zal de man zijn die als eerste op een normale baanfiets de 50 kilometer grens overschrijdt?

Eddy Merckx won op 4 november 1966 met zijn landgenoot Ferdinand Bracke de Trofeo Angelo Baracchi. Op 27 oktober 1968 was hij de sterkste in de rit in lijn én de tijdrit van Dwars door Lausanne, wat hem uiteraard ook de totaalzege opleverde. 

Tot volgende week!”

Jan Houterman

Door Fred van Slogteren, 27 oktober 2008 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web