ad ad ad ad

Van de boekenplank van Wim ...

HET RIJKE WIELERLEVEN VAN

VALEER OLLIVIER 

door Jodec

Dit boekje is in maart 1958 verschenen bij uitgeverij Wekelijks Nieuws te Poperinge. Het was een maand na het plotselinge overlijden van Valère Ollivier uit Roeselare, die tussen 1943 en 1955 een van de populairste Belgische wielrenners was. De oorlog haalde aanvankelijk een dikke streep door zijn wielerrekening. Hij werd in 1943 beroepsrenner en kort daarna door de Duitsers opgepakt om in Duitsland te gaan werken. Hij wist te ontsnappen en in België terug te keren, maar moest toen wel onderduiken. Na de oorlog werd hij direct opgeroepen voor militaire dienst. Pas in 1947 kon hij zijn stiel van wielrenner weer oppikken. Valeer was een ... 

 

 ... kleine gedrongen, explosieve renner die zich door het publiek geweldig kon laten opnaaien. Dan was hij niet te houden. Een echte volksheld die dicht bij de mensen stond. Zo iemand met een supportersclub met vele honderden leden, die ieder jaar z'n velo liet zegenen door meneer pastoor. Het rijke Roomse leven in het straatarme Vlaanderen. Uitslagen in de Tour de France en andere grote wedstrijden zult u tevergeefs zoeken op de erelijst van deze Vlaming. Hij reed twee keer de Ronde van Marokko en verder zocht hij het om de hoek. In de kermiskoersen, waar een goede coureur met een sterk eindschot veel geld kon verdienen. Ollivier won wel grote wedstrijden, want Gent-Wevelgem en Kuurne-Brussel-Kuurne staan op zijn palmares, maar voor de rest waren het toch vooral de rondjes rond de kerk met een royale lus langs de grauwe akkers waar hij zich mee bezighield. Hij was dan ook drie keer Koning der Kermiskoersers en dat was in die dagen een net zo belangrijke titel als kampioen van België, wat hij overigens in 1949 ook is geweest. Hij won tientallen koersen in een seizoen en als hij weer eens gewonnen had snelde het nieuws via de radio naar zijn woonplaats en dan zat zijn café die avond stampvol. En zo rinkelde de kassa dubbel. Hij stopte in 1955 met koersen en begon naast zijn café een taxibedrijf. Drie jaar later was zijn leven voorbij. Eenzaam in zijn taxi kreeg hij een hartaderbreuk en overleed ter plekke. Het boekje gaat deels over zijn carrière, maar voor het overgrote deel over zijn dood en de begrafenis. 'Als een prins ten grave gedragen', staat boven het hoofdstuk dat de plechtigheid beschrijft. Uiteraard is het bidprentje met een zeer uitgebreide vrome tekst in het boek afgedrukt, maar ook de lijkrede van de pastoor. In 2001 verscheen er nog een biografie over hem, nu van de hand van Freddy Callebaert. Die ken ik als auteur van meerdere wielerboeken, maar van Jodec heb ik verder nooit gehoord. Het is waarschijnlijk een van de pseudoniemen van een snelschrijver, zoals je die in die tijd had. Die draaiden hun hand niet om voor een kasteelromannetje of een ziekenhuisromance meer of minder.

Door Fred van Slogteren, 29 november 2012 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web