Toen Evert Dolman in 1971 de Ronde van Vlaanderen won was hij er
nauwelijks blij mee, want het kwam als mosterd na de maaltijd. Hoewel nog maar 25 jaar was hij al in zijn nadagen. Eef piekte te vroeg in zijn carrière en pieken kon hij als geen ander. Hij koos zijn wedstrijden zorgvuldig uit en concentreerde zich lang tevoren op het winnen ervan. Er zijn in de geschiedenis van de wielersport maar heel weinig renners geweest die dat konden. Het mooiste voorbeeld is het wereldkampioenschap op de weg dat hij in 1966 behaalde op het autocircuit van de Nürburgring. Al ruim een jaar daarvoor was hij met dat kampioenschap bezig en hij reisde herhaaldelijk naar Duitsland af om op het parcours te trainen. Wout Verhoeven construeerde een wonderfiets voor hem en dat gaf zoveel ...
hij op bepaalde voeding reageerde en met de pilletjes en de pikuren had hij voldoende geëxperimenteerd om te weten waar en wanneer hij wat moest gebruiken. Hij had alles in de hand, maar niet het feit dat de UCI en de daaraan verbonden landelijke bonden doping gingen bestrijden. Het kostte hem zijn nationale titel bij de profs in 1967 en Dolman werd als een enge aanhanger van wonderpilletjes in de kranten afgeschilderd. Niemand wist er toen nog het fijne van – ook de journalisten niet – maar Eef werd aan de schandpaal genageld. Hij vond dat zo beledigend en vernederend dat hij vanaf dat moment – volgens zijn vrouw Sissy – nooit meer iets gebruikt heeft. In 1968 ging hij vol wraakgevoelens naar het NK en hij won glansrijk. Hij heeft nooit beter gereden dan die dag, zeiden zijn concurrenten na afloop. Daarmee leek zijn kruit verschoten, want behoudens die zege in de Ronde van Vlaanderen heeft Eef geen overwinningen meer behaald die bij zijn reputatie pasten. De wijze waarop hij de wielersport bedreef vergde zo veel energie dat hij op 25-jarige leeftijd geestelijk al een veteraan was. Die overwinning in 1971 had veel te maken met het feit dat Eddy Merckx, de veelvraat, eindelijk eens een mindere dag had. Het liep niet bij de Kannibaal en hij gaf zijn knechten opdracht voor de overwinning te gaan. En zo gingen Georges Van Coningsloo, Jos Spruyt, Frans Mintjens en Rini Wagtmans in de bruine Molteni-trui op jacht naar de hoofdprijs. Het peloton reageerde onwennig. Gewend aan het dwingende exploit van de grote Merckx ging een grote groep met onze landgenoten Jan Janssen, Gerben Karstens, Cees Rentmeester, Jan Krekels en Eef Dolman in de contra-attaque. Op initiatief van Merckx-vazal Jos Spruyt kwam op de
Muur van Geraardsbergen een kopgroepje tot stand dat in de kilometers daarna langzaam werd uitgebreid tot vijftien man. Evert Dolman in het shirt van Mars-Flandria had nogal wat ploeggenoten in die kopgroep zitten en die hielden natuurlijk de benen stil toen de Rotterdammer in de straten van Gentbrugge een gat sloeg. Hij pakte een aantal meters ter lengte van twee seconden en stond die niet meer af. Een van de minst opwindende uitgaven van de Ronde van Vlaanderen, oordeelde de pers ‘s anderendaags. Twee jaar later beëindigde Eef Dolman vanwege een chronische blessure aan het linkerbeen zijn carrière, maar in feite was hij opgebrand. Een merkwaardig en soms briljant fenomeen verliet de wielersport. In 1993 overleed hij aan de gevolgen van een vreselijke en mensonterende ziekte in een verpleeghuis. Hij was nog maar 47 jaar. (Z/w foto © Cor Vos)



