ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 21 maart.

Nino DEFILIPPIS (1932, Italië)

Deze coureur uit Turijn was in zijn tijd een subtopper en ik schrijf er zo nadrukkelijk ‘in zijn tijd’ bij, omdat dat de periode was van Fausto Coppi, Gino Bartali en Fiorenzo Magni. In die jaren was voor een Italiaanse renner de kwalificatie ‘subtopper’ het hoogst bereikbare. Misschien zou hij nauwelijks zijn opgevallen als de machtige Alfredo Binda het oog niet op hem had laten vallen. Binda een vooroorlogse campionissimo werd na de oorlog de keuzeheer van de Italiaanse wielerbond, die op regenteske wijze de Italiaanse ploegen samenstelde voor de grote rondes en het wereldkampioenschap. Dat was natuurlijk verre van democratisch, maar zo ging het in alle wielerlanden. In Nederland had Kees Pellenaars die macht en in België was het Sylvère Maes die naar hartelust zijn persoonlijke voorkeuren mocht volgen. Defilippis was een talentvol coureur die heel goed bergop kon fietsen maar een spoor van angstzweet op het wegdek achterliet als het naar beneden ging. Daardoor ging de winst in de klim behaald weer in de afdaling verloren. Wat hij heel goed kon was aankomen. Een lepe sprinter die in de laatste meters de meeste van zijn overwinningen behaalde. Zijn grootste victorie was de Ronde van Lombardije in 1958, maar die zege dankt hij toch voornamelijk aan de tweespalt tussen de Belgische tenoren Rik Van Looy en Fredje De Bruyne, die elkaar het licht in de ogen niet gunden. In eigen land werd Nino groter dan groot geschreven, want hij was erg populair vanwege zijn good looks en zijn vrolijke opgewekte karakter. Zijn bijnaam El Cid, wat ‘De Jongen’ betekent, dankt hij aan het feit dat hij in zijn debuutjaar bij de profs op 20-jarige leeftijd een etappe won en daarmee de jongste ritwinnaar uit de geschiedenis van de Giro werd. Hij won een hele reeks Italiaanse semi-klassiekers, maar in de grote rondes heeft hij als klassementsrenner geen potten gebroken. Hij startte dertien keer in de Giro d’Italia, reed die elf keer uit met een derde plaats in 1962 als beste prestatie. Dat lijkt …

… aardig, maar zijn overige klasseringen blijven daar ver bij achter. In de Tour deed hij het beter. Hij startte vier keer en hij werd een keer vijfde en een keer zevende. Hij ging vooral naar die beproevingen om er etappes te winnen. In de Giro won hij negen ritten en in de Tour zeven. Hij reed slechts twee keer de Vuelta en won daarin twee etappes en een keer het bergklassement. Voorwaar een grote prestatie in een land waarin een ploegleider de grote klimmers per dozijn kon inhuren. In het WK van 1961 werd hij in de eindsprint nipt verslagen door Rik Van Looy, de man aan wie hij onbedoeld zijn grootste overwinning te danken had. (Foto: archief T&T Tekst & Traffic)

De andere op 21 maart geborenen zijn:

BAUMANN, Eric (1980, Duitsland)
BROOKS, Benjamin (1979, Australië)
CAPTEIN, Joop (1937, Nederland)
CHAVANEL, Sebastien (1981, Frankrijk)
EHLEN, Nol (1932, overleden 03.01.1998, Nederland)
GIJSEL, Raf (1939, overleden 29.01.1977, Nederland)
JACOBS, Michel (1956, Nederland)
KASECHKIN, Andrej (1980, Kazachstan)
KOBLET, Hugo (1925, overleden 06.11.1964, Zwitserland)
LAMERS, Jo (1932, Nederland)
POST, Tommy (1966, Nederland)
RICCIO, Bernardo (1985, Italië)
RUITENBEEK, Manman van (1987, Nederland)
SKIBBY, Jesper (1964, Denemarken)
SONNERY, Blaise (1985, Frankrijk)
VAN DEN BROECK, Inge (1978, België)
VIERBERGEN, Lars (1988, Nederland)
IJZENDOORN, Eddy van (1985, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 21 maart 2008 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web