ad ad ad ad

Uit de ordners van Jan …

“Op zondag 29 oktober 1978 was AHOY'-OP-ZONDAG weer het toneel van een aantal boeiende koersen. Bij de nieuwelingen was Peter Pieters tijdens het omnium de grote uitblinker. De teleurstellende vijfde plaats in de puntenkoers kostte hem echter de zege, die ging nu naar ene C. Verschuur. Bij de amateurs wonnen Lau Veldt en Sjaak Pieters de afvalwedstrijden, Gerrit Möhlman en Dick van Egmond de puntenritten en Gaby Minneboo de dernykoers over 5 kilometer.
Hoogtepunt was de finale van het Nederlands kampioenschap koppelkoers. Kampioen werden Theo van Tol en Hans Koot. Op de foto is het winnende koppel bezig met de gouden koers. Zilver was met een ronde achterstand voor Peter Hellemons en Fred Grootzwagers en brons met twee ronden achterstand voor Barend Huveneers en Dick van Egmond.

In de krant van 29 oktober 1981 werd het voorbije wielerseizoen geanalyseerd. Ondanks het feit dat hij zijn wereldtitel verloor aan Freddy Maertens en ook een onthutsende nederlaag leed in ‘zijn’ Grote Landenprijs tegen Daniël Gisiger bleef ...

... Bernard Hinault de beste wielrenner van die tijd. ‘Hinault nog altijd de beste’, was dan ook alleszeggende conclusie die ook letterlijk als kop werd verwerkt.  Bij zijn 32 overwinningen waren opnieuw enkele glanzende: de Amstel Gold Race, Parijs-Roubaix, de Dauphiné Liberé met vier opeenvolgende etappezeges en de Ronde van Frankrijk voor de derde keer. Zij brachten hem ook voor de derde keer op de eerste plaats van de Super Prestige Trofee. Het was op dat moment te verwachten dat Hinault nog enige jaren zou blijven heersen, al maakte hij tegen het einde van het seizoen een uitgebluste indruk. Hinault was moe en overspannen. Hij kondigde aan volgend jaar het aantal zware inspanningen andermaal te miniseren. Hij wilde bijvoorbeeld afzien van zijn voornemen, om net als in 1980, zowel de Giro als de Tour te rijden.

De duurbetaalde Italiaanse vedetten kenden een slecht jaar. Ze blonken slechts uit in eigen land en wonnen geen enkele internationale klassieker. Giovanni Battaglin won op knappe wijze de Ronde van Spanje plus de Ronde van Italië, maar zonder serieuze tegenstand.
In de Tour blonken de Nederlanders niet uit. Zoetemelk was een half jaar op de sukkeltoer, herstelde zich wel en werkte zich uit verslagen positie, op naar de vierde plaats. Hennie Kuiper ging af als ronderenner in een jaar waarin hij zich plotseling openbaarde als klassiekerspecialist met overwinningen in de rondes van Vlaanderen en Lombardije. Ook Jan Raas won met Gent-Wevelgem en de Grote Herfstprijs twee klassiekers. Bovendien won de Zeeuw de klassieke opening de Omloop Het Volk. Raas was daarna ruim twee maanden geblesseerd, miste als gevolg daarvan de Tour de France ontbeerde voor het wereldkampioenschap de goede conditie. Toch won hij in dat seizoen de meeste (16) wedstrijden van alle Nederlanders en werd zowaar nog derde in de Super Prestige. Als Johan van der Velde niet gedeklasseerd was (overtreding dopingregelement) in Luik-Bastenaken-Luik had Nederland zelfs vijf grote klassiekers gewonnen. Namens België won Fons De Wolf Milaan-San-Remo, Daniël Willems de Waalse Pijl, Roger de Vlaeminck Parijs-Brussel en Freddy Maertens de wereldtitel.
Nederland, Frankrijk en België beheersten anno 1981 de internationale wielersport.

De Telegraaf bracht in oktober 1982 het bericht dat de Westlandse wielerprof René Koppert een contract had getekend bij de Italiaanse Termolan ploeg. Koppert debuteerde in mei van hetzelfde jaar als prof bij Raleigh, waarvoor hij gelijk de prologen in de Ronde van Romandië en de Dauphiné Liberé won plus een etappe in de Ronde van Duitsland. Desondanks wilde Peter Post hem geen nieuw contract geven voor 1983. In de Termolan ploeg zou de Zweed Sven-Ake Nilsson kopman worden.
De Limburger Jo Maas ging in 1983 voor het Spaanse Teka rijden. Maas stopte halverwege het seizoen met koersen en nam ontslag bij Splendor. Na de Tour ging hij weer rijden op dagcontracten bij het Franse La Redoute en werd 19e in de Ronde van de Toekomst en 9e in de Ster der Beloften. De kopmannen bij Teka waren Alberto Fernandez (10e in de Tour) en Marino Lejaretta (winnaar Ronde van Spanje).

De al aardig op leeftijd rakende wielrenner Reinier Groenendaal uit Sint Michielsgestel was ook in het seizoen 1984-‘85 de koning van het voorseizoen bij de veldrijders. Op 28 oktober won hij in Oirschot al weer zijn derde koers. De besnorde crosser, lid van de nieuwe profploeg van Ben van Erp, onderstreepte voor zo’n tweeduizend toeschouwers zijn voorsprong in fysieke gesteldheid. De nationale amateurkampioen Frank van Bakel was tweede na één uur plus een ronde, de Belg Johan Ghyllebert derde. Hennie Stamsnijder was nog in de trainingsfase, getuige zijn zevende plaats. Nog minder verging het wereldkampioen Roland Liboton. Hij kwam, mede door een slechte loting, in het gedrang bij de start en ontbeerde de kracht om de ontketende Groenendaal te achterhalen.

In zijn laatste belangrijke internationale wegwedstrijd heeft Joop Zoetemelk, ondanks een kettingbotsing veroorzaakt door Delgado’s knecht Laguia, een verbluffend staaltje van beroepsernst laten zien. De veertigjarige oud-winnaar van de Tour en het wereldkampioenschap werd op 25 oktober 1987 tweede achter de Spanjaard Alvaro Pino in de klimkoers op de Montjuich. De drukkende hitte van Catalonië deerde Zoetemelk niet. Eerst werd hij vijfde in de rit-in-lijn over 27,3 kilometer. Hierna eindigde Joop als tweede in de individuele tijdrit over 8,5 kilometer, in beide gevallen achter Pino. Voordat Zoetemelk zijn laatste aansprekende resultaat boekte, kon de organisatie wel huilen. Pedro Delgado en José-Luis Laguia verschenen te laat aan de start van de rit-in-lijn. Met nog enkele collega’s had Delgado het einde van het seizoen gevierd bij Laguia thuis. Het feestje liep echter wat uit de hand. Toen het 28 man tellende pelotonnetje vierhonderd meter onderweg was, kwamen Delgado en Laguia tot verbazing van de koersleiding alsnog opdagen. In grote vaart trachtten zij de groep bij te halen. Delgado, de betere klimmer van de twee, slaagde daarin bij de eerste stijging, juist toen Pino demarreerde. De geforceerde aansluiting na de nogal wilde nacht kostte Delgado zoveel kracht dat hij niet meer in het spel voor kwam. Met gevaar voor eigen leven nam Laguia in de daaropvolgende afdaling zoveel risico, dat hij midden tussen de volgauto’s viel en zijn sleutelbeen brak. De Spaanse ploegleider Gonzales-Linares trapte in een reflex op de rem van zijn auto. Dat was het begin van een kettingbotsing, die heel wat blikschade, maar geen persoonlijk leed tot gevolg had.
Zoetemelk, in 1981 winnaar op de Montjuich, trok zich niets aan van de wanorde. Sterker nog, voor hem was het een mooie afsluiting van zijn loopbaan. ‘Ik kan me bijna geen mooier afscheid voorstellen. Deze koers, waaraan ik twaalf keer heb deelgenomen, heeft toch aanzien in de wielerwereld. Ik voel me bijzonder thuis in Catalonië, waar ik altijd een enthousiast publiek heb gehad’, aldus de lichtgeëmotioneerde Popie Jopie.

De Zesdaagse van de Week is de Zesdaagse van Dortmund 1991. Op 29 oktober van dat jaar wonnen de Duitser Rolf Aldag en de Australiër Danny Clark de spannende koers. Tweede werden met 39 punten achterstand de Duitsers Andreas Kappes en Olaf Ludwig. De boomlange Aldag begon in 1991 zijn profcarrière bij Team Helvetia. In 1993 kwam hij bij Telekom terecht en reed daar alle grote wedstrijden naast grote namen als Erik Zabel en Jan Ullrich. Alleen al aan de Tour de France nam Aldag tien maal deel. Op 24 mei 2007 bekende hij enige tijd EPO te hebben gebruikt. Ook zijn voormalige ploeggenoten Zabel, Bölts en Henn gaven toe doping te hebben gebruikt.
Aldag had een abonnement op de zegekar in Dortmund, want ook in 1995, ‘96, ‘98, 2000, 2001, 2004 en 2005 won hij in de Duitse industriestad. Samen met Patrick Sercu is hij recordhouder.
Peter Pieters, onze huidige baanbondscoach, werd met de Duitser Jochen Görgen derde. In 1992 zou hij in Dortmund zelfs tweede worden met Olaf Ludwig. De twee haalden verreweg de meeste punten maar de ronde achterstand op de Zwitsers Betschart en Risi brak hen op.
Op de foto Peter Pieters (rechts vooraan) anno 2007 aan het werk tijdens het afgelopen succesvolle EK baan in Alkmaar. Pieters was zelf Europees kampioen Omnium in 1995. Bovendien won hij twee zesdaagsen, Bordeaux 1992 met Pascal Lino en Bremen 1993 met Urs Freuler. Peter Pieters was een wegrenner met een sterke eindsprint wat hem de nodige overwinningen opleverde waaronder de nationale titel bij de eliterenners in 1988. In hetzelfde jaar won hij ook de klassieker Parijs-Tours.

Eind oktober 1992 is er nog een afscheid te melden van een groot en markant renner. De op dat moment oudste Nederlandse beroeprenner, de 39-jarige Henk Lubberding uit het Gelderse Voorst, zette in Japan een punt achter zijn imposante loopbaan. De laatste renner van de populaire en sterke Raleigh-ploeg fietste altijd in de schaduw van de vier ‘groten’ Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Jan Raas en Gerrie Knetemann. Hij stelde zich altijd in dienst van deze kopmannen, maar kon af en toe ook zelf aan het succes ruiken. Lubberding won in zijn 16-jarige profbestaan 58 wedstrijden. Een gemiddelde van nog geen vier wedstrijden per seizoen. Hij hechtte meer waarde aan het belang van de ploeg. Lubberding was vertrouwenspersoon van iedereen, maar werd vaak teleurgesteld omdat hij te weinig gehoor vond bij zijn ploegmaats. Deze unieke sportman en nestor van het profpeloton zou er dus in 1993 niet meer bij zijn. In 1977 deed Henk als neo-prof voor het eerst van zich spreken in Parijs-Nice. Het scheelde heel weinig of hij was de eindwinnaar van die prestigieuze etappewedstrijd geworden. De jongste aanwinst Peter Post was met een groepje uit het peloton ontsnapt en reed op gegeven moment virtueel in de leiderstrui. In het peloton keken de vedetten elkaar aan. Niemand wilde de kloof dichten tot Freddy Maertens – op dat moment op het toppunt van zijn kunnen - zich op kop zette. De wereldkampioen fietste kilometerslang zo hard aan de leiding, dat slechts een groepje van 15 renners overbleef. Uiteindelijk werd de groep Lubberding ingelopen. Eddy Merckx won de etappe en Freddy Maertens werd eindwinnaar. Voor Lubberding restte uiteindelijk de negende plaats. ‘Naderhand hoorde ik dat Maertens de kloof had dichtgereden omdat hij vond dat een neo-prof niet mocht winnen.’
Over de afstanden die hij heeft afgelegd kan Lub alleen maar gissen. Desondanks komt hij tot imposante getallen. Dertien keer de Tour de France, goed voor zo'n 44.000 kilometer. Hij fietste van februari tot eind oktober, bijna 16 jaar lang, gemiddeld 125 wedstrijden per seizoen, een totaal van bijna 2000 koersen. ‘Ik ben nooit een winnaarstype geweest. Ik bewaar mooie herinneringen aan mijn nationale titels, de zege in Gent-Wevelgem en aan de drie gewonnen Tour-etappes. Maar als ik aan mijn loopbaan wordt herinnerd, denk ik ook automatisch aan de Tour van 1980. Een hoogtepunt voor de ploeg die eindzege van Zoetemelk, waaraan ik met de etappewinst in Luik een steentje heb kunnen bijdragen.’

Met zijn resultaten op of rond 29 oktober nemen we op deze plaats even afscheid van Eddy Merckx. Vanaf maart volgend jaar zal de kannibaal weer wekelijks van de partij zijn.

Merckx won op 4 november 1966 met zijn landgenoot Ferdinand Bracke de Trofeo Angelo Baracchi. Op 27 oktober 1968 was hij de sterkste in de rit in lijn én de tijdrit van Dwars door Lausanne, wat hem uiteraard ook de totaalzege opleverde. 

en dan nog dit: Het blad Wielersport van begin november 1982 schrijft over een bijeenkomst bij het bedrijf Wander Dieetvoeding waar dr. Ir. W. Saris een boeiende lezing hield over sportvoeding. Hij vertelde het publiek met vele topwielrenners over het effect van de biefstuk op wielrenners. De opname van een biefstuk heeft kort voor de wedstrijd geen enkel effect. Zo’n lap vlees heeft minimaal vijf uur nodig voordat het zijn uitwerking krijgt. Gaat u daar maar eens aanzitten. Er werd altijd gedacht dat de biefstuk een voortreffelijk hulpmiddel was om sportieve prestaties te leveren, maar niets is minder waar. Het heeft nauwelijks effect, net zo min als vitamine-preparaten via de injectiespuit. Suikerhoudende dranken, rijst en macaroni passen veel beter.

Tot volgende week!”

Jan Houterman


 

Door Fred van Slogteren, 29 oktober 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web