ad ad ad ad

Het was me het weekje wel!

Het nieuws van de week was de zesdaagse. Nu alle grote namen, uitgezonderd Erik Zabel, op een ver strand bijkomen van een hectisch seizoen, zijn de snelle jongens van de winterbaan weer aan de beurt om in de schijnwerpers te staan. Ik ben er dinsdagavond geweest. Als VIP, wat inhoudt dat je gast bent in één van de loges op het middenterrein. Mijn voortreffelijke gastheer was Peter Nijssen, uitgever van Het Sporthuis, de afdeling Sport van uitgeverij De Arbeiderspers. Met tientallen andere auteurs heb ik meegewerkt aan De Sportkalender 2008 met 366 treffende gebeurtenissen uit de sportgeschiedenis. De samenstellers zijn Ed van Eeden en Jan Luitzen en hun inspanningen hebben een alleszins leuk resultaat opgeleverd. Tussen de bedrijven door heb ik wat rondgewandeld op het middenterrein en vele bekenden mogen begroeten. En af en toe stond ik aan de baanrand om het gebeuren te bekijken. Het liefst kijk ik naar de renners die in de ploegkoers zijn afgelost en boven in de baan hijgend bijkomen van de inspanning die ze net in de jacht hebben geleverd en die ze binnen enkele seconden weer zullen moeten gaan leveren. Dat is puur afzien en dat is aan die koppen duidelijk te zien. En dan bestaat Aartje ...

... Vierhouten het nog om ter begroeting mij een vette knipoog te geven. De ploegkoers is voor mij het mooiste onderdeel van de SIX, maar om er echt van te genieten moet je op de tribune zitten. Het liefst alleen, want bij de geringste afleiding ben je het spoor soms al bijster. Maar voor de meeste toeschouwers zijn de intermezzi van Theo Bos en zijn maten en de one-man-show van Joop Zijlaard in het dernynummer de jus op de aardappels. En zo hoort het ook, want de zesdaagse is toch vooral spektakel. Een avondje uit om de volgende dag te merken dat je geen stem meer hebt vanwege die teringherrie en pijn in je nek van het meedraaien met het gebeuren op de baan.

Het was me het weekje wel!

PS.: Oh ja, die scheurkalender moet u natuurlijk gewoon kopen, al is het alleen maar om volgend jaar iedere dag een mooi sportmoment te (her)beleven. Hoewel ik onbedoeld in mijn zes stukjes ‘de dood’ als Leitmotiv heb, is er ook veel te lachen. Zoals op 31 maart. Daar schrijft de blinde cabaretier Vincent Bijlo met veel humor over de zin en onzin van de Paralympics. ‘Ik sprak een speerwerper die een olympisch record had geworpen, maar geen gouden medaille had gehaald. Die ging naar een andere werper, die weliswaar 2 meter minder ver had gegooid, maar gehandicapter was.’ En zijn openingszin is perfect om blijmoedig die maandagmorgen, met een verstoord bioritme door de net ingetreden zomertijd, de dag mee te beginnen: ‘Erica Terpstra sloeg mij, toen ik het Holland House binnenkwam, hard op mijn schouders. Ik was meteen geblesseerd.’

Door Fred van Slogteren, 27 oktober 2007 10:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web