ad ad ad ad

De Burgerlijke Stand van 26 september.

Henk NIJDAM (1935, Nederland)

Zijn wieg stond 72 jaar geleden in Eelderwolde in de provincie Drenthe. Geen streek waar veel wielrenners vandaan komen en daarom trainde Henk jarenlang in zijn eentje in dat prachtige deel van Nederland. Jonge renners die het helemaal alleen moeten ontdekken, ontwikkelen zich heel anders dan jongeren die in een groepje trainen en op de club de grondbeginselen van het wielrennen leren. Henk werd een echte jachtrijder, een stoemper die zich het meest senang voelt als hij zich kan pijn doen met de kop in de wind. Toch begreep hij dat hij nooit een goede wielrenner zou worden als hij in het hoge Noorden bleef hangen. Hij verhuisde naar Halfweg om daar in de omgeving van wielersteden als Amsterdam en Haarlem een echte wielrenner te worden. Een geblokte coureur met turbodijen en een frisse kop waarmee hij met helblauwe ogen de wereld inkeek. Hij werd een topamateur die al snel ook op de baan reed. Met zijn specifieke talent was hij natuurlijk een geweldige achtervolger en hij werd kampioen van Nederland in 1960. Bij het WK reed hij zich spelenderwijs in de finale, waar hij moest afrekenen met Marcel Delattre. In de wachttijd naar de eindstrijd werd hij bevangen door zenuwen en de Fransman had geen kind aan Henk. Een jaar later had hij zijn lesje geleerd en Delattre werd kansloos geklopt. Dat was in de halve finale, want in de eindstrijd trof hij zijn landgenoot en trainingsmaat Jaap Oudkerk. Die had hem weliswaar geklopt in het Nederlands kampioenschap, maar nu was de uitslag precies andersom. Weer een jaar later was Henk weer wereldkampioen, maar nu bij de profs. Hij had dat jaar Olympia’s Tour gewonnen en een geweldige Tour de l’Avenir gereden. Hij kon uit de profaanbiedingen kiezen, maar hij koos voor de Flandria-ploeg van Rik Van Looy. Tijdens een ploegtraining in Italië werd hij aangereden door een auto en zijn been zat behoorlijk in de kreukels. Hij vocht zich terug, maar de superieure macht kwam niet meer terug in die poot. Henk was nog jarenlang een sterke profrenner die etappes won in de Tour de France en de Ronde van Spanje. Na zijn carrière werd hij vertegenwoordiger in banden en begeleidde hij zijn talentvolle zoon Jelle, die het als wielrenner verder bracht dan hij, zij het dat snelle Jelle nooit wereldkampioen werd. Sinds enkele jaren leidt Henk, geplaagd door gezondheidsproblemen (zijn beide benen zijn geamputeerd), een teruggetrokken bestaan, waarin hij maar enkele goede vrienden, zoals Jan Janssen, toelaat. Pogingen om hem weer bij de wielersport te betrekken zijn gestrand op de spreekwoordelijke stugheid en koppigheid van de noorderling. Jammer. (Foto: © Guus de Jong)

De andere op 26 september geborenen zijn:

BONDUEL, Frans (1907, overleden 25.02.1998, België)
BOTTER, Sjoerd (1984, Nederland)
BRAAM, Elisabeth (1984, Nederland)
BULLA, Max (1905, overleden 05.03.1990, Oostenrijk)
DELEDDA, Adolphe (1919, Frankrijk)
KNECHT, Hans (1926, overleden 08.03.1986, Zwitserland)
MELCHERS, Mirjam (1975, Nederland)
MONCASSIN, Frédéric (1968, Frankrijk)
NIETVELT, Jeroen (1984, België)
PREISKEIT, Hans (1920, overleden 26.06.1972, Duitsland)
RABON, Frantisek (1983, Tsjechië)
WETTEN, Arie van (1934, Nederland)

Door Fred van Slogteren, 26 september 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web