ad ad ad ad

De Burgerlijke stand van 14 juli.

Odiel DEFRAYE (1888, overleden 21.08.1965, België)

Wie de geschiedenissen leest van de Tourwinnaars uit het begin van de twintigste eeuw, krijgt doorgaans een groot respect voor die uit graniet opgetrokken mannen. Op loodzware fietsen van rond de 20 kilo met een vast verzet, reden ze de Tour met etappes van 400 kilometer en meer over cols, zandwegen en modderpaden vol grind, gruis en steenslag. Zij repareerden onderweg gebroken kaders, rukten met hun tanden de lekke banden van de velgen omdat hun handen bevroren waren en kwetsuren werden verbonden met een afgescheurde strook van hun onderhemd, nadat de wond eerst was gereinigd met een van zweet doordrenkte koerspet. Van opgeven hadden ze nog nooit gehoord en dat ze helden waren, dat hebben latere generaties er pas van gemaakt. Er was echter één uitzondering, zoals er op alle regels altijd wel een uitzondering is. Hij heette Odiel Defraeye en hij kwam van Rumbeke. Hij werd in 1912 de eerste Belg die de Tour de France won. Hij was misschien wel de meest talentvolle van alle Tourwinnaars van voor de eerste wereldoorlog. Maar het verschil tussen hem en de rest was zijn pijngrens. Wilden de anderen van geen wijken weten ook al preekten de weergoden hel en verdoemenis, Defraeye dacht direct aan opgeven als er weer eens gevallen werd. Hij kon toch echt niet verder met die pijnlijke knie of met die geblesseerde rug. Het waren steeds zijn ...

... ploeggenoten die hem op de fiets hielden of hem letterlijk met kop en kont op de fiets zetten, als hij weer eens langs de kant stond te pruilen. Met geweld als het moest. Zijn landgenoot Firmin Lambot was een potig heer en die maakte in de vijfde etappe van de Tour van 1912 korte metten met de opgaveplannen van Odieleke. Zo bleef hij met de hulp van ploeggenoten en soms zelfs concurrenten in koers en sloeg hij toe in de bergetappe van Perpignan naar Luchon. Hij won die rit met een enorme voorsprong en hij had zo snel gereden dat er in Luchon nog niemand bij de finish stond toen hij aankwam. Met een grote zak geld keerde Defraeye als Tourwinnaar in Rumbeke terug en van die poen liet hij een café bouwen en een wielerbaan. In het café werd hij zelf al spoedig zijn beste klant en de wielerbaan verpieterde na de kortstondige glorie van de Tourwinst. Pas in de jaren vijftig kwam een andere kroegbaas uit de regio eens naar de verwaarloosde piste kijken. Met een stel stamgasten begon Berten Sercu aan een opknapbeurt en toen het ovaal weer berijdbaar was, verscheen er dagelijks een rennertje om in eindeloze rondjes zijn snelheid te optimaliseren. Patrick Sercu legde op het baantje van de oude Odiel de basis voor een fantastische carrière als pistier en wegrenner. En Odiel? Die vatte er nog ene, voordat hij in 1965 de pijp uitging. (Foto: archief Sport-Express)

De andere op 14 juli geborenen zijn:

BRUN, Pierre (1933, Frankrijk)
CHOCQUE, Paul (1910, overleden 04.09.1949, Frankrijk)
GROENEWEGEN, Maxine (1988, Nederland)
HAMEREN, Dirk-Jan (1965, Nederland)
JOHANSEN, Allan (1971, Denemarken)
KANO, Tomoya (1973, Japan)
MOS, Christine (1972, Nederland)
SIMONETTI, Mauro (1948, Italië)
VAN BOVEN, Michel (1937, België)

Door Fred van Slogteren, 14 juli 2007 0:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web