ad ad ad ad

Het was me het weekje wel …

In de jaren zeventig van de vorige eeuw werkte ik als verkoopleider bij een elektrotechnische industrie. We waren onder andere importeur van een programma zonweringsautomaten uit Zwitserland.

Daarmee worden zonweringsinstallaties van grote kantoorgebouwen en ziekenhuizen geautomatiseerd op indicatie van zon en wind. Voorwaarde was dat er in de schermen zelf buismotoren zaten voor het uit- en oprollen.

We wilden graag ook van die buismotoren in ons leveringsprogramma hebben en op de Hannover Messe kwam ik in gesprek met Herr Ruck, destijd eigenaar/directeur van een fabriek in Stuttgart waar elektromotoren voor speciale toepassingen werden gebouwd.

We hadden een half jaar lang intens contact over de proefmodellen die hij maakte. Op een keer zaten we samen in een restaurant en vroeg ik hem of het mogelijk zou zijn om een buismotortje te maken voor de aandrijving van een fiets.

Herr Ruck pakte een bierviltje en schetste in vijf minuten hoe een dergelijk gevalletje in de staande zadelbuis van de fiets kon worden geschoven met batterijen en al en hoe de aandrijving op de achternaaf moest plaatsvinden.

Het was allemaal uitvoerbaar, op voorwaarde dat de zadelbuis minstens half zo dik moest worden om ook de grote batterijen, waar we het toen mee moesten doen te huisvesten. Een mooi concept maar helaas toen niet uitvoerbaar.

We zijn veertig jaar verder en we worden op het fietspad links en rechts ingehaald door elektrische fietsen en het concept van Herr Ruck heeft een plaats gekregen op de (mechanische) dopinglijst van de UCI.

Er is tot nu nog maar één persoon betrapt, een jonge Belgische veldrijdster. Daar was toen nogal wat over te doen, net als in april 2010 toen Fabian Cancellara (foto 1) in acht dagen tijd zowel de Ronde van Vlaanderen als Parijs-Roubaix won.

Vooral de wijze waarop hij op de Muur van Geraardsbergen zittend op het zadel van Tom Boonen wegreed was verbluffend. We zagen het vol bewondering aan, maar menig wielerliefhebber dacht: ‘Dit kan niet waar zijn.’

Er kon echter niets bewezen worden en zo raakten de geruchten over een motortje in de fiets van Cancellara al snel weer op de achtergrond en daarna in de vergetelheid. Tot afgelopen week.

De Amerikaanse oud-wielrenner Phil Gaimon (foto 2) schreef een boek met de titel Draft Animals, waarin hij Cancellara beschuldigt tijdens zijn carrière regelmatig gebruik te hebben gemaakt van mechanische doping.

"When you watch the footage, his accelerations don't look natural at all, like he's having trouble staying on the top of the pedals. That fucker probably did have a motor," schrijft Gaimon letterlijk.

Gaimon levert geen enkel bewijs, herhaalt alleen wat ik en met mij vele wielerfans toen dachten dat wat we zagen menselijkerwijs onmogelijk was. Dat was voor David Lappartient, voorzitter van de UCI voldoende om een diepgaand onderzoek te gelasten.

Hoe hij dat denkt te doen, staat er in de berichtgeving niet bij. Ik neem aan dat als Cancellara inderdaad the fucker (klootzak) is, zoals Gaimon hem noemt hij de bewijzen daarvan allang zal hebben vernietigd.

Of zijn waarden nog ergens bewaard zijn gebleven lijkt me ook niet voor de hand liggen. De enige mogelijkheid is dat de techneuten en mekaniekers die hierbij betrokken zijn geweest, alsnog gaan praten.

Die kans lijkt me gering en ik voorspel daarom dat een onderzoek niets aan het licht zal brengen en Cancellara niets te verwijten zal zijn. Een storm in een glas water.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 12 november 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web