ad ad ad ad

Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 1 november …

Gerard van Beek was een uiterst talentvolle renner die in 1951 aan het begin stond van een veelbelovende profcarrière, die hem heel ver had kunnen brengen.

Maar in de Zesdaagse van Berlijn in maart 1951 kwam hij noodlottig ten val. Een schedelbasisfractuur werd hem fataal, want de operatie mocht niet baten. Het was de eerste keer dat ik in mijn bestaan van wielerliefhebber met de dood werd geconfronteerd en het maakte grote indruk op me.

Van Beek werd in Volendam geboren, maar hij woonde vrijwel zijn hele korte leven bij zijn broer in Oostzaan. Als wielrenner was het een klasbak en als mens een volkse en vrolijke jongen, die uiterst positief in het leven stond.

Als amateur behoorde hij tot de vier musketiers, een kwartet amateurrenners dat met kop en schouders boven de rest uitstak. De andere drie waren Gerrit Voorting, Piet de Vries en Harm Smits. Ook de Amsterdammer Cas Kleefstra had er toe behoord, maar toen die als militair naar Nederlands Indië moest, verdeelden de heren de poet met z’n vieren.

Het was gewoon een officieus genootschap dat elkaar hielp bij het behalen van overwinningen en het winnen van premies om na afloop van de koers de buit te verdelen. Het was in die tijd armoe troef in de wielrennerij en Piet de Vries vertelde me eens dat ze met hun laatste centen per trein naar de koers reisden en dan wel verplicht waren om premies te winnen anders konden ze de terugreis niet betalen.

Als prof is Gerrit Voorting een topper geworden en Van Beek was op weg er ook een te worden toen hem dat fatale ongeluk overkwam. Hij reed die zesdaagse met de Beverwijker Arie Vooren en die moest alleen naar huis. Hoe het met zijn meissie is afgelopen met wie hij op punt van trouwen stond, vermeldt de historie niet.

Over die terugreis van Arie Vooren met verzorger Jan van Dinteren bestaat nog een mooie anekdote. Berlijn was na de Tweede Wereldoorlog een verdeelde stad. Het oostelijk deel stond onder supervisie van de Sowjet Unie.

In het westelijk deel waren de Amerikanen, de Britten en de Fransen de baas. De vier staddelen waren streng gescheiden en de gehele stad lag op het grondgebied van de DDR en het was vrijwel onmogelijk om ongezien vanuit West-Berlijn West-Duitsland te bereiken.

Dat lukte ook niet toen Van Beek en Van Dinteren per auto naar Nederland terugreden. Bij iedere grensovergang staken ze drie paspoorten naar buiten twee van hen zelf en een van die slapende passagier op de achterbank die met een hoed op zijn hoofd en een kussen onder zijn nek lag te slapen.

Pas toen ze de Nederlandse grens waren gepasseerd gaven Vooren en Van Dinteren elkaar een high five om een paar uur later het stoffelijk overschot van Gerard van Beek netjes in het rouwcentrum van Zaandam af te leveren en de familie in te lichten. Dit alles om te voorkomen dat het weken zou duren voor het lijk door de geallieerde autoriteiten zou zijn vrijgegeven en met een torenhoge rekening voor de nabestaanden naar Nederland zou zijn getransporteerd.

Of deze anekdote helemaal op waarheid berust heb ik niet kunnen achterhalen. Vrijwel iedereen die er rechtstreeks mee te maken heeft gehad is dood, maar de dochters van Arie Vooren keken er niet vreemd van op en achtten daar postuum hun vader toe in staat.

Gerard van Beek overleed op 14 maart 1951 op 26-jarige leeftijd.

Foto’s: archief T&T Tekst & Traffic

Door Fred van Slogteren, 1 november 2017 9:00

Gerard van Beek

Over de renner Gerard van Beek schreef ik in 2006 al een boek.
Gerard van Beek 'een échte Musketier' met een voorwoord van Gerrit Voorting.
Veel met Gerrit gesproken toen over Van Beek, evenals met familie van hem.
De anekdote was en is mij geheel onbekend, nooit eerder gehoord.
Is wel een hele leuke, maar ik twijfel een beetje aan het waarheidsgehalte.
Geplaatst door Gerrie Hulsing, 02 november 2017 15:19:24

Gerard van Beek

Mijn vader was een leeftijd genoot van Gerard van beek, althans hij was wel zes jaar jonger, en heeft samen met hem gefietst. Mijn vader was ook onder de indruk van van Beek en wel zodanig dat toen ik geboren werd in 1956 en ik zou een jongetje zijn geweest mijn ouders mij Gerard zouden hebben genoemd.
De story Gerard van Beek en over zijn ongeluk heeft mijn vader mij vele malen verteld maar over dat transport in de auto heb ik nooit iets gehoord dus ik betwijfel of dit klopt.
Geplaatst door Willy Kwantes, 02 november 2017 17:24:54

Gerard van Beek

Als je de tijd in aanmerking neemt namen Vooren en Van Dinteren een groot risico, want het smokkelen van lijken is een zwaar misdrijf. Het overschrijden van met name de grens van West-Berlijn en Oost-Duitsland en die van Oost- naar West-Duitsland was geen sinecure. De kans dat de hele auto zou worden doorzocht, was in die tijd levensgroot. Ook het binnensmokkelen in Nederland is strafbaar. Het is volgens de familie van Arie Vooren waarschijnlijk dat hij het is geweest die het heeft bedacht en durfde uitvoeren. Hij was een avontuurlijke man die niet gauw gevaar zag. Het is een wonder dat ze er mee zijn weggekomen en het is dan ook waarschijnlijk dat dit verhaal alleen in zeer kleine kring bekend is geweest. Ik heb het uit betrouwbare bron.
Hadden ze dat niet gedaan, dan had dit voor de familie grote financiële consequenties gehad. Dan had het stoffelijk overschot langs de officiële weg naar Nederland gebracht moeten worden. Dat had aanzienlijke kosten met zich meegebracht, te beginnen met de speciale kist die voor grensoverschrijdend verkeer in alle beschaafde landen verplicht is. Een kist met een zinken binnenbak, omdat lijken bij ontbinding vocht verliezen. Die kosten die in de duizenden guldens hadden kunnen lopen hebben Vooren en Van Dinteren de familie Van Beek bespaard. In een tijd dat je met een uitvaartverzekering van een paar honderd gulden op een meer dan fatsoenlijke wijze werd begraven, zullen ze hier niet voor verzekerd zijn geweest.
Maar nogmaals of het verhaal waar is, daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken.
Geplaatst door Fred, 03 november 2017 07:35:15

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web