ad ad ad ad

Van de boekenplank van Wim …

HET EINDE VAN MENSEN IN 1967

door Herman Brusselmans

Als Herman Brusselmans aanschuift in De Wereld Draait Door ga ik er eens goed voor zitten. Deze Vlaamse schrijver, met haar waar menige vrouw jaloers op is, is namelijk een van de geestigste mensen die regelmatig op de Nederlandse televisie voorbijkomt.

Met een uitgestreken smoel kan hij de meest bizarre dingen zeggen, terwijl hij al improviserend zijn fantasie de vrije loop laat. Hij is daarnaast een begenadigd schrijver en een groot liefhebber van het wielrennen, de sport die in zijn boeken vaak in een bijrol wordt aangekaart.

Niet in dit boek trouwens, want wielrennen speelt een opvallende hoofdrol in een van de verhalen. Dat speelt zich af in de jaren zestig toen Vlaanderen nog echte Flandriens kende. Er komt een fictieve oud-coureur in voor en de Tourzege van Eddy Merckx is een belangrijk achtergrondgegeven.

Het is daarom op het eerste gezicht merkwaardig dat het boek in 1967 speelt en niet in 1969, het jaar waarin Merckx zijn eerste Tourzege behaalde. Dat wist Brusselmans natuurlijk ook wel, maar het moet van hem niet te veel voor de hand liggen.

Hij goochelt geniaal werkelijkheid en fantasie door elkaar, husselt diverse verhaallijnen tot een stamppot en komt altijd weer geloofwaardig bij de eindstreep. Daarom moet je hem niet proberen te vangen met onbelangrijke trivia als 1967 of 1969.

Max Pam, vermaard Nederlands journalist en boekrecensent, schreef in 1999 in HP/De Tijd, kort nadat dit boek was uitgekomen: ‘Is Het einde van mensen in 1967 een goed boek? Daarop is maar één antwoord mogelijk: Het is een prachtig boek en samen met De Vlieger van Maarten ’t Hart het beste dat ik heb gelezen.’

Het einde van mensen in 1967 is een verhalenbundel en de fictieve wielrenner komt voor in het verhaal Onheil in de Pilaarstraat. De wielrenner is er de hoofdpersoon in en na zijn wielercarrière is de man een café begonnen.

Er is een strijd met twee andere cafébazen en op een dag verhangt de wielrenner/kastelein zich. De vrouwen van de drie mannen gaan zich ermee bemoeien en het eindigt in moord en doodslag.

Brusselmans zou coureur geweest kunnen zijn, want met de pen is hij razendsnel. Hij schrijft moeiteloos drie romans in een jaar. Zijn kritikasters beschouwen hem daarom als een veelschrijver, in de denigrerende betekenis van het woord.

Wie zo snel schrijft kan immers geen kwaliteit leveren, is de gedachte. Het lezerspubliek is het daar echter niet mee eens, want ieder nieuw boek van Brusselmans vliegt de winkels uit.

Het einde van mensen in 1967 is een bijzonder boek, van een bijzondere schrijver.

Door Fred van Slogteren, 24 augustus 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web