ad ad ad ad

Uit de wasserette van Henk …

Ons land beschikt thans over een hele generatie goede renners die met de top van de wereld kunnen wedijveren. Klimmers, klassementsrenners, sprinters, tijdrijders van wereldniveau, we hebben ze allemaal. Daar moeten we in eerste instantie Rabobank dankbaar voor zijn.

Toen de bank van de boeren in 1996 met Jan Raas in zee ging, lag het Nederlandse wielrennen op z’n gat. Het Rabobank Wielerplan financierde vanaf dat jaar niet alleen een profteam, maar ook een opleidingsploeg voor beloften en junioren.

Door talenten al in een vroeg stadium te scouten zijn de besten doorgestroomd naar een hoger niveau en langzamerhand is Nederland weer mee gaan tellen in het internationale profpeloton.

Wie de levensloop van alle Nederlandse Tourrenners uit heden en verleden in ogenschouw neemt, moet daar echter een nuance aan toevoegen. Zonder overigens iets te kort te doen aan het aandeel van Rabobank.

In de jaren zeventig werden we ons als volk bewust dat we niet al te gezond leefden. De welvaart had zijn schaduwzijden en de huisartsen merkten het aan hun overvolle wachtkamers. We waren te zwaar, we hadden een te hoge bloeddruk, kortom er moest iets veranderd worden in onze levensstijl.

Gezonder eten, meer bewegen, minder roken en drinken werd het parool. Er ontstonden sportscholen en overal zag je mensen in hun ondergoed langs de weg draven. Tegelijkertijd raakte Nederland in de ban van de wielersport door de geweldige successen van de Raleigh-ploeg van Peter Post.

De ploeg behaalde het ene succes na het andere en wonnen klassiekers en Touretappes bij de vleet. Dat willen wij ook, dachten jonge huisvaders en schaften zich een racefietsje aan. Soms was het weggegooid geld en stond het ding weg te rotten in de vochtige schuur.

Maar het merendeel van die mannen vonden na enige gewenning dat fietsen leuk en trokken steeds verder de vrije natuur in. Alleen of met een ploegje en tal van die toerfietsers werden lid van een vereniging om georganiseerd te gaan fietsen.

Die mannen hadden ook kinderen en die keken bewonderend naar die papa’s als ze bezweet terugkwamen na een tocht van honderd kilometer en meer. Dat wilden ze ook en ze zeurden hun ouders gek om ook zo’n sportief fietsje.

En zo traden tal van zonen en dochters in de voetsporen van pa en soms ook van ma en was het ieder weekend een familiefeest. Maar veel van die kinderen vonden er na korte tijd al niets meer aan.

In een gezapig tempo achter een stel voorrijders aanrijden die de snelheid nauwgezet op iets van 28 kilometer per uur hielden. Dat was allesbehalve cool en ze haakten af. Ze gingen iets anders doen, maar de jongens en meisjes die besmet waren geraakt met de wielerbacil werden lid van een wielerclub.

In deel III van ‘Als je de Tour niet hebt gereden’ staan tal van voorbeelden van huidige toprenners die op die manier de wielersport zijn ingerold. Robert Gesink, Steven Kruijswijk, Koen de Kort en langer geleden Tom Cordes (foto). Het zijn slechts enkele voorbeelden.

Daarom moeten we ook een beetje met dankbaarheid aan Raleigh denken als we Rabobank prijzen voor de generatie toprenners die nu in de grote wielerkoersen op WorldTour-niveau de Nederlandse eer hoog houden. En ook een beetje aan Aad van den Hoek, de vroegere renner van TI-Raleigh van wie ik dit truitje kreeg.

Foto 2: archief dewielersite.net

Door Henk Theuns, 16 augustus 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web