ad ad ad ad

Uit de stalling van Peter R. de Fiets …

Er was nog een plekje in m'n koffer en toen dacht ik er aan om een boek mee te nemen op vakantie. Het werd het tweede deel van Als je de tour niet hebt gereden van Fred. Het was al weer even geleden dat ik deel I had gelezen, dus tijd voor het vervolg.

Ik ga jullie niet vermoeien met een beschouwing over de inhoud. Dat hebben anderen al gedaan. Wel viel me bij het lezen op dat er veel rennerstaal in wordt geciteerd. Zoals 'de kloten afdraaien' en 'naar de klote gaan'.

Ook las ik ergensde uitdrukking ‘met iemands kloten spelen’. Volgens mij is dat niet juist,  maar is het met iemands noten of voeten spelen. En vervolgens liet het woord ‘noot’ me die hele twee weken niet meer los.

Zoals op bijgaande foto is te zien, hadden we dit jaar weer een Grieks eiland uitgekozen en daar zit je behoorlijk tussen de noten. Niet alleen van de Griekse muziek, maar ook aan de bomen.

Een ideale aanleiding om lui liggend op een warm strand te mijmeren wat de taal ons allemaal vertelt over het woord ‘noot’. Omdat ik op school geen ster was in d en t rekende ik ‘nood’ daarom ook goed.

Op ons eiland stikt het van de amandelbomen, waaraan een uiterst gezond nootje groeit dat voor fietsers een ideaal noodransoen is, als de hongerklop dreigt. Noten worden door voedselgeleerden tot ‘super food’ gerekend en er zijn wel een tiental redenen om ze te eten.

De amandel valt onder de steenvruchten, dus leek het me logisch om onderweg op de fiets, want ik heb uiteraard ook veel gefietst, de noten met een steen te kraken. Achteraf niet zo handig, want ik sloeg meermaals op mijn vingers.

Zittend op een bankje in de schaduw van een kerkje met uitzicht over zee, kreeg ik een lumineus idee. Ik zette mijn gehuurde mountainbike ondersteboven en gebruikte de standaard als hefboom om mijn nootjes te kraken.

Die avond genoten we van een baklava opgediend door een Griekse schone met prachtige amandelvormige ogen, waar ik tot mijn vreugde noodzakelijk in moest kijken om wat te bestellen.

Intussen viel de regen met bakken op het afdak van het terras, want zelfs hier is het af en toe noodweer. Gelukkig meer af dan toe.

Je kunt niet de hele dag met de neus in dat boek zitten, dus maakte ik van de nood een deugd en pakte een tijdschrift. Daarin las ik over een onderzoek onder wielrenners die allen een explosieve bergtijdrit van twintig minuten hadden gereden.

De helft op een dieet van amandelkoekjes en de andere helft met wat een wielrenner normaal in zijn etenszak vindt. De renners die onderweg amandelkoekjes hadden gegeten, bereikten een gemiddelde snelheid van 21,9 kilometer per uur en de rest kwam niet verder dan 20,2.

Ik wilde die bewering gelijk testen en reed de volgende ochtend weer naar dat kerkje omdat daar een bord stond met de mededeling dat ik me op een helling bevond met een stijgingspercentage van dertig procent.

Ik was al na een kilometer keikapot en moest van de fiets om mijn weg lopend voort te zetten. Ondanks een heel pak amandelkoekjes en onderweg naar het startpunt met de standaard gekraakte amandelnoten.

Ik was zo naar de note dat ik geen kracht meer had om mijn noten met een steen kapot te slaan en toen ik van de nood een deugd wilde maken om het met de standaard van mijn fiets te doen, kreeg ik het niet voor elkaar mijn fiets op zijn kop te zetten.

Het enige wat ik nog kon was naar dat kerkje en al die die klote amandelbomen schreeuwen: “Jullie spelen allemaal met m’n kloten!” Volgend jaar gaan we naar Nootdorp!

Door Peter Ravensbergen, 8 augustus 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web