ad ad ad ad

Herinneringen bij een foto …

Afgelopen zondagavond interviewde freelance journaliste Janine Abbring in het tv-programma Zomergasten de terminaal zieke burgemeester van Amsterdam, Eberhard van der Laan.

Een week eerder werd ze daarover zelf geïnterviewd in de zaterdagse bijlage van het AD. Zij vroeg zich daarin af hoe het was om iemand te interviewen die er binnen afzienbare tijd niet meer zou zijn.

Mijn gedachten gingen terug naar 18 oktober 2004, de dag dat ik bij hem thuis in Krommenie een gesprek had met Gerrie Knetemann. Het was eenzelfde situatie als die Abbring schetste, alleen wist ik niet wat zij wel wist.

Of Gerrie het voorvoeld heeft dat hij spoedig zou overlijden, weet ik niet. Daar is vaak over gespeculeerd. Wel weet ik dat hij in het interview dingen zei, die me verbaasden. Hij haalde nogal uit over bepaalde mensen.

Hij stond als bondscoach nog volop in het wielerleven en was zich wel bewust dat hij sommige mensen uit zijn netwerk nog nodig kon hebben. Maar dat kon hem kennelijk niets meer schelen.

De aanleiding voor het gesprek was Joop Zoetemelk, over wie ik een biografisch boek aan het schrijven was. Ieder hoofdstuk behandelde in chronologische volgorde een of enkele jaren uit het leven van de grootste Nederlandse renner in de wielergeschiedenis.

De informatie kwam van Joop zelf met wie ik in twee dagen tijd zijn leven heb doorgenomen. De man bleek een fabelachtig geheugen te hebben en herinnerde zich veel bijzondere details.

Ieder hoofdstuk was aangevuld met een of meer interviews met mensen die in dat betreffende jaar of periode in nauwe relatie tot Zoetemelk stonden. Het waren er vijftig in totaal en allen in de vorm van een monoloog opgeschreven.

Gerrie zou samen met Peter Post, Ruud Bakker, Dries van Agt en Johan van der Velde bij het hoofdstuk 1980 komen, het jaar dat Joop de Tour de France won. Gerrie kwam met een mooie analyse van zijn toenmalige kopman.

“Het is makkelijker om over Joop te praten, dan met hem te praten. Als jij niks zegt, dan zegt Joop ook niks. Joop is Stille Willie. Dat komt natuurlijk voort uit een bepaalde verlegenheid. Als je contact met andere mensen wil, geef je iets van je zelf weg, maar dat moet je wel willen”, zei hij onder andere.

Toen het gesprek was afgelopen, wilde ik nog wat foto’s van hem maken en Gerrie stond er op dat we dat buiten zouden doen. Hij nam de camera van me over toen ik iets uit mijn fototas moest pakken en begon vervolgens als een kwajongen mij te fotograferen.

Daarna liep hij naar zijn auto, leunde tegen de achterkant en zei dat hij dat wel een aardige pose vond. Ik nam eerst zijn kop in close up en vervolgens van iets meer afstand. Hij zei cheese en ik zei prima.

Toen ik thuis de foto’s op mijn computerscherm bekeek, zag ik waarom hij wilde dat we de foto’s buiten zouden maken. Opeens vielen me de eerste letters van zijn kenteken op.

Vijftien dagen later zat ik in de auto op weg naar Caen voor een zakelijke afspraak toen mijn vrouw me belde. We hadden ’s ochtends bij de koffie naar de beelden zitten kijken van de moord op Theo van Gogh.

Ik hoorde daar ergens in Noord-Frankrijk het afgrijselijke nieuws over Gerrie. Er was opnieuw een Amsterdammer doodgegaan.

Foto’s: © T&T Tekst & Traffic

Door Fred van Slogteren, 1 augustus 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web