ad ad ad ad

Het was me het weekje wel …

Wat een gezeur allemaal in de afgelopen week over saaie etappes. Kijk dan niet en zet je tv pas aan op een uurtje voor het geplande einde. Je kunt niet alleen maar etappes als jongstleden vrijdag hebben. Het zijn mensen die renners. Als je ze elke dag zo’n korte etappe zou voorschotelen van krap honderd kilometer en drie pittige cols, die voor het merendeel op het buitenblad beklommen worden, dan was na een week de helft naar huis en de rest er aan toe.

Vlakke ritten van iets meer dan tweehonderd kilometer zijn niet meer van deze tijd, hoor en lees je dan. Die mensen weten niet dat er vroeger nog veel langere ritten waren, waar zelfs de renners niet over zeurden. In de Tour van 1967, waar Jan Houterman ons dagelijks mee naar toe neemt, zat op de voorlaatste dag een etappe van 359 kilometer. Daar deden de na drie weken behoorlijk vermoeide renners meer dan elf uur over.

Niemand klaagde, want van die elf uur werden er hooguit anderhalf uitgezonden. En dat is de kern van het probleem. De NOS stuurt een stuk of tien dure medewerkers naar Frankrijk om per dag vele uren aan zendtijd te vullen en die moeten ook gevuld worden om de armoede in de overige programmering te verhullen. Ik zou zeggen als er zo’n vlakke rit aankomt, ga dan lekker wat anders doen. Ga zelf een stukje fietsen, een kamer behangen, je vrouw verwennen, maar zeur, niet, zeur niet, zeur niet.

Het is geen saaie Tour, maar juist een spannende. Na twee weken staan er in het klassement vier renners binnen een halve minuut van elkaar en zes renners binnen de anderhalve minuut. Prachtig toch.

Voor Froome is het nog lang geen gelopen race, want hij is kwetsbaar en met Landa broeit er een revolutie binnen die zo sterk geachte ploeg. Daar moeten zijn naaste belagers van profiteren en hem woensdag en donderdag het vuur na aan de schenen leggen. Of zoals Maarten Ducrot het zou zeggen: ze moeten hem oproken.

Froome heeft natuurlijk een geweldige tijdrit in de benen en daarom moeten Aru, Bardet en Uran afstand nemen in de ritten met de Galibier en de Izoard, in de wetenschap dat die tijdrit maar 23 kilometer lang is en Landa een onzekere factor vormt binnen het Sky-bolwerk.

Ik hoop een beetje op Romain Bardet (foto 1), niet eens zo zeer vanwege zijn persoon, maar door zijn nationaliteit. Ik vind het zo langzamerhand vernederend dat een land met zo’n groot wielerverleden al 32 jaar geen winnaar van de eigen Tour heeft voortgebracht.

Met een nieuwe president, die als eerste en enige Trump niet wegzet als een idioot maar met stroop in plaats van azijn iets met die man probeert te bereiken, is er hoop in dat land op betere tijden. Een Franse overwinning in de oh zo Franse Ronde van Frankrijk zou voor de moraal van het volk geweldig zijn.

Maar dan moeten Aru, Bardet en Uran wel durven aanvallen en niet de hele dag schijterig naar Froome en zijn vazallen zitten loeren. De Nederlanders kunnen dat alleen maar van een afstandje. Wat is het toch jammer dat we met zo’n sterke generatie klassementsrenners dit jaar voor spek en bonen meerijden. Wel heb ik gisteren genoten van Timo Roosen die in de aanval gaat, ook al is het een hopeloze missie. En van een debutant als Maurits Lammertink die in de laatste kilometers iets probeert.

En wat te denken van Marco Minnaard (foto 2), een vrij onbekende renner uit het Zeeuwse Wemeldinge. In die helse etappe van vrijdag was hij na Mollema wel de beste Nederlander. Ik zou Iwan Spekenbrink en Richard Plugge willen aanraden om gelijk werk van die twee jongens te maken.

Ik wens jullie vanmiddag veel plezier met een etappe die door een van de mooiste streken van het mooie Frankrijk voert.

Foto’s: © Cor Vos



Door Fred van Slogteren, 16 juli 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web