ad ad ad ad

Uit de wasserette van Henk …

Dit truitje heb ik gekregen van André van Aert, een sympathieke en bescheiden oud-renner uit Achtmaal. In de nieuwelingenklassen, nu junioren geheten, behoorde hij op basis van zijn talent tot de drie besten van Nederland.

De andere twee waren Reinier Riethoven uit Leiden, die in de Acht van Chaam dodelijk zou verongelukken en ene Jan Janssen uit Nootdorp. Gedrieën heersten zij over de rest van het nieuwelingenpeloton.

Bij de amateurs ging het ook goed met André. Hij kwam in de vermaarde ploeg van Breda Bier onder leiding van de Bredase kastelein Toon Simons en in twee jaar tijd reed de West-Brabander een mooie erelijst bijeen.

Daarop onder meer overwinningen in de Ronde van Zuid-Holland, de Ronde van de Haarlemmermeer en het Brabants kampioenschap, waar hij dit truitje kreeg uitgereikt. Het was tijd om beroepsrenner te worden.

Hij kwam in een vermaarde Belgische ploeg, gesponsord door de fietsenfabriek De Groene Leeuw van de familie De Kimpe. Daar was hij als Ollander niet meer dan een voetveeg. De enige woorden die die ploegleider Berten De Kimpe ooit tegen hem sprak was: “De sprint antrekke voor d’n Benoni”.

Dat was Benoni Beheyt, de verrassende wereldkampioen van 1963 en André gehoorzaamde. Bang om zijn mond open te doen en er uit te vliegen. Hij werd bij De Groene Leeuw weggehaald door Kees Pellenaars.

De baas van de Televizier-ploeg kwam in 1964 een mannetje te kort voor zijn Tourploeg en deed een beroep op Van Aert. Die was allang blij bij De Kimpe weg te kunnen en zei direct ja. Over geld werd niet gesproken.

Ook niet door André, bang als hij was om de grote Pellenaars te irriteren. Dat zou wel goed komen, dacht hij naïef. Hij startte in de Tour, kwam in de zevende etappe te laat binnen en spoorde verdrietig naar huis.

Hij heeft daarna nooit meer iets van Pellenaars gehoord. En ook geen geld ontvangen. Zo ging dat in die tijd. Beroepsrenners waren wegwerpartikelen, waar een ploegleider mee kon doen en laten wat-ie wilde.

Het was gelijk gedaan met de wielercarrière van André van Aert. Hij reed als individueel nog wat criteriums en stopte na een jaar definitief om timmerman in de bouw te worden. Er moest brood op de plank komen.

In 1968 ging hij kijken bij de Acht van Chaam en dacht er aan Reinier Riethoven die er verongelukt was en aan Jan Janssen die er gehuldigd werd als winnaar van de Tour de France.

De wielersport is een loterij met vele nieten en André berustte in zijn lot. Hij werd lid van een kruisboogschietvereniging en ook voor die sport had hij talent. Twee jaar achtereen was hij kampioen van Nederland, wat ze in die sport de koning noemen.

Foto 2: archief dewielersite.net

Door Henk Theuns, 12 juli 2017 12:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web