ad ad ad ad

Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 14 april …

De komende dagen staat Limburg weer in het teken van de Amstel Gold Race. Uit onze meest zuidelijke provincie komen heel wat bekende en beroemde wielrenners en de provincie is uiterst populair bij toerfietsers.

Soms krijgen de Limburgers genoeg van al die overlast, maar ze zijn voor het merendeel toch ware wielerliefhebbers. Al heel lang want in hun tijd waren Mathieu Cordang uit Swalmen (1969-1942) en Harie Meyers uit Maastricht (1879-1928) al zo populair dat ze nauwelijks over straat konden.

De naam van Harie Meyers (of Meijers) dook voor het eerst in de statistieken op in 1895 toen hij kampioen van Limburg werd. Hij was een baanrenner, maar dat waren in die tijd bijna alle wielrenners. Het wegrennen bestond al wel, maar werd voornamelijk in België, Frankrijk en Italië beoefend. Dat betekende dat er onder de baanrenners heel veel concurrentie was.

Bij de wereldkampioenschappen die vanaf 1900 onder supervisie van de UCI werden georganiseerd waren er op het onderdeel sprint soms meer dan honderd deelnemers. Als je dan in die discipline twee keer tweede en een keer derde wordt, dan mag je tot de top van de wereld gerekend worden.

Voor die tijd werden er ook al kampioenschappen georganiseerd, maar de UCI werd pas in 1900 opgericht en dat is nog steeds de overkoepelende organisatie van alle wielrenners.

Hoe het ook zij, de bierbrouwerszoon uit Maastricht werd in dat oprichtingsjaar tweede achter Edmond Jacquelin en dat was een beroemdheid. Net zo beroemd als Thorwald Ellegaard, de Deen, achter wie hij in 1902 wederom tweede werd.

In 1903 was hij derde, nadat hij zijn meerdere had moeten erkennen in Ellegaard en de Duitser Willy Arend. Wie meent dat de bijnaam 'Eeuwige Tweede' het exclusieve voorrecht is van mannen als Poulidor en Zoetemelk is abuis, want Meyers werd al zo genoemd, zij het op z'n Frans, gedurende de voorlaatste eeuwwisseling de voertaal van deftig Europa.

En de wielersport was in die tijd nog een bezigheid voor de beter gesitueerden. Arme mensen hadden het veel te druk met in leven blijven en de prijs van een fiets was toen in verhouding net zo hoog als een aardige Lexus nu.

In eigen land was Meyers bepaald geen 'Second Eternel', want tussen 1897 en 1902 was hij maar liefst zes keer Nederlands kampioen. Hij was in die jaren achtereenvolgens Marten Kingma, Guus Schilling, Jaap Eden, nogmaals Schilling, ene meneer P.G. Jansen en Jan Mulder de baas. Behalve sprintwedstrijden reed Meyers ook zesdaagsen en hij was in 1899 een van de deelnemers aan de Zesdaagse van New York.

Daar wonnen de Amerikanen Charles Miller en Frank Waller en dat moet een van de allereerste zesdaagsen uit de geschiedenis zijn geweest.

Misschien wel de eerste, want in het boekje '100 Jaar 6-daagsen voor ploegen' van Jac van Reijendam heb ik geen oudere SIX gevonden.

Harie Meyers is niet oud geworden, want hij overleed vandaag precies 89 jaar geleden op 48-jarige leeftijd.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 14 april 2017 9:00

P.G. Jansen

De in het bovenstaande stukje genoemde P.G. Jansen was een renner die op 2 september 1875 werd geboren in Rotterdam. Hij was beroepsrenner van 1896 tot en met 1904. Hij heette Pierre en werd ook wel Piet genoemd. Dit ter aanvulling.
Geplaatst door Wim van Eyle, 14 april 2017 19:28:43

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web