ad ad ad ad

Uittreksel uit de Burgerlijke Stand van 20 maart …

Wie de levensloop van Jonkheer Gérard Dagobert Henri Bosch van Drakestein onder de loep neemt, kan niet anders dan concluderen dan dat het een merkwaardige man was. Hij was een edelman in een tijd toen de adel nog iets in de melk te brokken had.

Baronnen, graven, ridders en jonkheren zaten met velen in de besturen van overheden en grote maatschappelijke organisaties en verder in de regering, het parlement, de legertop, enzovoort. Ze speelden elkaar waar het maar kon de bal toe en het old boys network telde bijna uitsluitend namen die niet op een postzegel passen.

Bosch van Drakestein had er ook zo een kunnen zijn, ware het niet dat hij met zijn welgestelde en invloedrijke familie in aanvaring toen hij besloot wielrenner te worden. Lange tijd kon hij het verborgen houden door onder schuilnamen, zoals Ulysses, Bismarck, John Green en Rudge Whitworth aan wedstrijden deel te nemen.

Toen hij eens in een wedstrijd zo zwaar was gevallen dat hij wekenlang thuis verpleegd moest worden was geheimhouding niet langer mogelijk. Toen hij ook nog eens, ver beneden zijn stand, met de dochter van een handelsreiziger wilde trouwen was de boot helemaal aan en was er niets meer te verzoenen.

Intussen was hij wel een gevierd sportman die als amateursprinter negen maal Nederlands kampioen was. Plus nog acht nationale titels in andere baanonderdelen. Verder behaalde hij een zilveren en een bronzen medaille bij de Olympische Spelen.

Met slechts een bescheiden toelage van de familie als inkomen, moest de fietsende jonker zelf in zijn levensonderhoud gaan voorzien. Na een aantal baantjes in de gemeentelijke ambtenarij vestigde hij zich als uitgever/journalist in ’s-Gravenhage waar hij het blad Sport Echo oprichtte.

Het was in die dagen het enige sportblad dat uitgebreid over de wielersport berichtte, reden waarom de Nederlandsche Wieler Bond (NWB) bereid werd gevonden om tegen betaling de officiële bondsmededelingen wekelijks in het blad te publiceren.

Dat belette Bosch van Drakestein niet om fel stelling tegen de voorloper van de (K)NWU te nemen toen die in conflict kwam met Piet Moeskops na een handgemeen tussen de vijfvoudige wereldkampioen en een bondsofficial na het behalen van zijn vijfde wereldtitel in Milaan. Het werd een behoorlijke rel die tot het faillissement van de bond leidde, waarna de jonker mede-oprichter werd van de Nederlandsche Wielren Unie, kortweg NWU. Ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum werd in 1952 het predikaat Koninklijk verleend.

Bosch van Drakestein was een querulanterige man die vroeg of laat met iedereen ruzie maakte. De NWU was in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog een armlastig clubje, maar werd financieel gesteund door Barend Swaab de Beer, een vermogend zakenman. Swaab diende de NWU behalve met geld ook als hoofdbestuurslid en als lid van de sportcommissie. Zo kon hij goed oog houden op wat er met zijn centen gebeurde en hij was daar niet kinderachtig in.

Toen medio de jaren dertig de dreiging vanuit Duitsland, waar Hitler aan de macht was gekomen, ook in ons land merkbaar werd, kreeg Bosch van Drakestein het aan de stok met Swaab de Beer. Meer landgenoten dan ze na de oorlog wilden toegeven voelden sympathieën voor het nationaal socialisme. Zo ook onze edelman.

In 1936 had Bosch van Drakestein zich nog politiek correct tot het uiterste verzet tegen deelneming van Nederlandse sporters aan de Olympische Spelen van Berlijn, omdat joodse atleten daar niet welkom waren. Twee jaar later zag hij er echter geen been in om de jood Swaab de Beer er van te betichten de hele wielersport te willen terroriseren. In 1939 flirtte hij openlijk met de NSB. Hij las Volk en Vaderland, alsmede het zeer antisemitische tijdschrift De Misthoorn, waarin hij regelmatig ingezonden brieven publiceerde.

Over Swaab de Beer schreef hij: 'Wat er achter zit dat een dergelijk man, die alle slechte eigenschappen van het joodsche ras in zich heeft, maar rustig zijn gang mag gaan, terwijl volkomen ongevaarlijke stumpers worden getroffen, weet ik niet maar het is frappant.'

Hij is er na de oorlog niet voor gestraft, maar wel is zijn verleden door de zuiveringscommissie onderzocht. Hij werd ambtenaar bij het Rijksinkoopbureau in Rijswijk en schreef maandelijks een column in De Kampioen, het lijfblad van de ANWB. Dat ging hoofdzakelijk over fietstoerisme en de technische aspecten van het rijwiel.

Waarschijnlijk om wat bij te verdienen liet hij in zijn stukjes nog wel eens een merknaam vallen. Veelvuldig was dat de naam van bandenfabriek Vredestein, reden waarom ze hem in de vakhandel Draak van Vredestein noemden.

Hij heeft in die tijd ook nog een succesje geboekt. Hij vond al jaren dat fietsers in het donker beter zichtbaar moesten zijn en bedacht dat het achterspatbord van onderen over een lengte van twintig centimeter wit moest worden geschilderd. Het werd in de wet opgenomen.

Jonkheer Gérard Dagobert Henri Bosch van Drakestein overleed vandaag precies 45 jaar geleden op 84-jarige leeftijd. Ik waag het te betwijfelen of bij de KNWU de vlag uitgaat.

Foto’s: archief dewielersite.net

Door Fred van Slogteren, 20 maart 2017 9:00

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web