ad ad ad ad

Van de smalle bandjes naar de gladde ijzers …

Vorig weekend werd in Museum Meermanno in Den Haag de tentoonstelling Het Sportboek – De mooiste sportverhalen afgesloten. Een last minute bezoek aan dit privémuseum bleek de moeite waard.

Zoals te verwachten, was het een retorische vraag of wielrennen en schaatsen een rol zouden spelen in deze tentoonstelling, die in november door Michael Boogerd werd geopend.

In de museumvitrines lagen onder meer de originele Roman van Jaap Eden van Leo Lauer, een vroege druk van Te midden der Kampioenen van Joris van den Bergh maar ook Jan Janssen, Vedette op de grens van ... ja, van wie ook weer?.

Ter omlijsting van de boekententoonstelling waren ook de Raleigh fiets waarop Joop Zoetemelk in 1980 de Tour de France won en de kunstschaatsen van Sjoukje Dijkstra‘s te bewonderen.

Heel bijzonder was het om in het echt de middeleeuwse gravure van de op het ijs gevallen en later heilig verklaarde, Lidwina uit Schiedam te zien.

Verrassend ook was het achter vitrineglas bekijken met Het Boek der Sporten uit 1900. De tentoonstelling gaf aan dit boek, dat onder redactie stond van Jan Feith, de eer het eerste serieuze sportboek in Nederland te zijn geweest.

Met Jan Feith (1874-1944) leverde mijn museumbezoek onverwacht ook nog een nieuwe hoofdpersoon voor deze rubriek. Een adellijke duizendpoot die naam heeft gemaakt als journalist, schrijver en illustrator. Hoewel hij de titel van jonkheer mocht dragen was Feith in zijn eigen familie een buitenbeentje.

Vele telgen uit dit oude geslacht bekleedden in het nog regenteske Nederland vele belangrijke posities in de politiek, het bestuur en de rechterlijke macht. Jan Feith echter had zijn blik op de wereld én op de sport gericht.

Hij zou zich ontwikkelen tot een reality journalist avant la lettre én ook tot de allereerste sportjournalist van ons land. Velen zullen van mening zijn dat dit Joris van den Bergh is geweest, maar Jan Feith ging hem echt voor.

Geboren in Haarlem leerde hij in zijn HBS-tijd twee belangrijke, vroege vertegenwoordigers van de Nederlandse sportwereld kennen. Dat waren sportpionier Pim Mulier en Jaap Eden, meervoudig wereldkampioen schaatsen en wielrennen. Hoewel minder bekend dan deze twee ikonen stond ook jonkheer Feith een leven lang midden in de sport en was hij van 1892 tot 1894 ook wielrenner. Nog geen twintig jaar oud maakte hij op de wielerbanen tussen de grote namen een opvallend debuut.

Nog maar een paar maanden actief als wielrenner werd Feith uitgenodigd voor een internationale wedstrijd in Engeland. In de stromende regen won hij er zijn serie en hielp daarmee het Nederlandse team aan de overwinning.

In 1893 verbeterde Jan Feith nog een aantal baanrecords en vestigde hij op de weg een officieus afstandsrecord. In het internationale kampioenschap van het vasteland over één mijl op de baan in Arnhem werd hij tweede achter niemand minder dan Jaap Eden.

Feith ging echter voor de wielersport verloren omdat hij zich in zijn andere passie, dat van het schrijven, ging uitleven. Als bekend journalist bij het Algemeen Handelsblad reisde hij de wereld rond om met zijn pen en blocnote zo dicht mogelijk op het nieuws te zitten, als een verre voorloper van de huidige vloggers.

In de korte winter van 1908 maakte Feith een reportage van zijn schaatstocht langs de elf steden. van Friesland. De Friezen schamperden, dat hij er niet één maar drie dagen over had gedaan. So be it, maar hij droeg er in ieder geval aan bij dat de Friese Elfstedentraditie en de sportieve prestatie, die Pim Mulier er in 1890 van had gemaakt, weer tot leven kwamen.

In 1909 was er weer een strenge winter en kon de eerste officiële Elfstedentocht worden verreden. Anders dan tegenwoordig ging de route tegen de klok in, zodat de eerste stempelplaats in Dokkum was. Terug in Leeuwarden met nog tien van de elf steden voor de boeg, stapte Jan Feith op de schaats om als journalist de hele verdere tocht mee te rijden. Tot aan de finish bleef hij bij de koplopers en bij de latere winnaar Minne Hoekstra, om er later voor zijn krant verslag van te doen. Die eerste tocht bleek een succes en betekende het begin van de moderne Elfstedentochttraditie.

Voor Jan Feith was er uiteraard geen Elfstedenkruisje, maar wel ontving hij van de organisatie uit dankbaarheid voor zijn bijzondere journalistieke bijdrage een Zilveren schaatsje.

Jan Feith overleed in 1944 op zeventigjarige leeftijd. Na de oorlog raakte zijn naam snel in vergetelheid. Pas sinds kort is hij herontdekt en kunnen historici in de literatuur, journalistiek en sport niet meer om deze schaatsende wielrenner heen.

IJs en wieler dienende, tot volgende week!

Foto 1: https://en.wikipedia.org/wiki/Lidwina
Foto 2: Kees de Raadt, Een sportieve jonkheer: Jan Feith en Den Haag, De Oud-Hagenaar, 27 december 2016
Foto 3: https://runner500.wordpress.com/2016/07/13/catfords-long-lost-cycling-stadium/
Foto 4: Aankomst Minne Hoekstra, winnaar van de Elfstedentocht 1909



Door Ad van der Linden, 11 februari 2017 14:00

Jan Feith

Mooi verhaal Ad, zo leren we altijd wat van jouw bijdragen.
Geplaatst door Herman Brinkhoff, 11 februari 2017 20:46:20

Onderwerp
Tekst
Je naam
Email
Web