Doelstelling
www.wielersport.slogblog.nl is een digitale stamtafel waar echte wielerliefhebbers van gedachten kunnen wisselen over het verleden, het heden en de toekomst van de wielersport. Iedere oprechte wielerliefhebber is welkom aan te schuiven. Het liefst onder eigen naam en met respect voor andermans mening.
Colofon
Editor



T&T Tekst & Traffic - Zeist

Redactie:
Fred van Slogteren
fred@slogblog.nl

Medewerkers:
Otto Beaujon, Wim van Eyle, Jan van der Horst, Jan Houterman, Jos van Nierop, Peter Ravensbergen, Henk Theuns, Jac Zwart.

Meewerkende fotografen:
Guus de Jong, Philip van der Ploeg, Henk Theuns, Cor Vos.

Archieven:
Wim van Eyle, T&T Tekst & Traffic
www.dewielersite.net
Piet Kessels
e.a.
Zoeken

© Peter Ravensbergen

“Hij was een zeer succesvolle prof van 1974 tot en met 1985 en hij kwam uit voor de ploegen TI-Raleigh, Frisol, wederom TI-Raleigh en Kwantum Hallen. Vervolgens werd hij direct ploegleider bij die laatste sponsor en vervolgens van SuperConfex, Buckler, WordPerfect, Novell en natuurlijk Rabobank, waar hij zijn plaats in de ploegleidersauto verruilde voor de bureaustoel van de eindverantwoordelijke manager. Met de bank maakte hij een grote overeenkomst en Nederland kwam weer op de wielerkaart te staan. Als ploegleider bleef hij altijd het merk Colnago trouw, hetgeen tot een niet uit te vlakken vriendschap met de grote Ernesto leidde. Deze uitstekende relatie zorgde er ook voor dat Jan het voor elkaar kreeg een bijzondere witte tijdritfiets los te weken, die van de Zwitser Tony Rominger was geweest. Ik heb deze fiets te danken aan de tussenpersoon van Jan Raas waardoor hij bij deze fietsgek uit Ridderkerk is terechtgekomen.
Verleden week had ik het over de groene trui van Raas en de tijdrituitvoering ervan bestaat uit één stuk. Ik heb dus een kapstok nodig om deze trui op te hangen en wat is er dan mooier dan …

 Lees meer...

 
© Peter Ravensbergen

“CERA is een onvervalst Zeeuws huismerk en ingewijden weten dat die merknaam eigendom is van CEes RAas uit s’Heerenhoek. Cees Raas is de zwager van Jan Raas en Cees gaf in 1968 zijn toen bijna 16-jarige zwagertje het advies om met voetballen te stoppen en te gaan wielrennen. Twee jaar later won Jan zijn eerste amateurkoers in Monster.
Met de successen van Jan kwamen de CERA fietsen ook in de belangstelling en het mes sneed aldus aan twee kanten. Cees begeleidde Jan zo veel mogelijk in die eerste jaren bij het koersen, maar hij hoefde hem niet veel te leren. Jan was een natuurtalent. Deze fiets stamt uit die periode. Later toen Jan bij Jan van Erp ging rijden werd de invloed van zijn zwager minder, maar de twee schoonbroers zijn altijd heel goed en nauwverbonden met elkaar gebleven. Cees bouwde tot enkele jaren geleden zijn CERA-fietsen en hij geniet nu in ’s Heerenhoek van veel vrije tijd, waarin de fiets nog steeds een prominente rol speelt.
In 1974 werd Jan beroepsrenner en zijn periode bij TI-Raleigh is een van de mooiste van de Nederlandse wielersport geweest. Jan kon alles, vooral als hij zich goed kwaad maakte. En het lukte Peter Post en Tourorganisator Felix Lévitan regelmatig hem goed kwaad te ...

 Lees meer...

© Peter Ravensbergen

“Vitus overspoelde het profpeloton in de jaren zeventig en tachtig, met prachtige lichtgewicht aluminiumframes. Als vliegen op de stroop kwamen de renners op de zeer slank gevormde trompetter buizen af, die in elkaar gelijmd werden met technieken uit de vliegtuigindustrie. De grote animator van dit geheel was de Parijzenaar Dumas. Hij overleed echter onverwachts, bleek niets voor zijn opvolging geregeld te hebben en het merk ging ten onder. Tegenwoordig is Vitus weer populair in het thuisland Frankrijk. Adrie van der Poel heeft ook op Vitus gereden, hij had die bij Jan Janssen vandaag die alleen-vertegenwoordiger was voor Nederland en er een commercieel succes van heeft gemaakt. Op het hoogtepunt van het succes van Vitus werd dit merk zowat heilig verklaard, hetgeen in latere jaren ook Colnago overkwam.
Er zit wel wat in die verafgoding van Vitus, aangezien de gelijknamige heilige in de vierde eeuw na christus op Sicilië geboren werd, als zoon van een senator voor wie de Romeinse goden de enig juiste waarheid betekenden. Vitus liet zich op 12-jarige leeftijd bekeren tot het christendom. Zijn vader wilde hem met martelingen en kastijdingen op andere gedachten brengen, maar dat lukte niet. Na vele omzwervingen kwam hij in Rome terecht, waar hij zijn genezende gaven in praktijk ging …

 Lees meer...

© Peter Ravensbergen

“Benotto is één van de grote historische merken uit Italië. Giacinto Benotto begon in 1931 op 24-jarige leeftijd als fietsconstructeur in Turijn. Al snel had hij een productie van 500 fietsen per dag, een record dat 30 jaar standhield. In het begin van de jaren vijftig ging hij met vrouw en twee dochters naar Guadalajara in Mexico. Hier vatte hij het plan op om zijn fabriek naar Mexico te verplaatsen, wat in 1953 ook gebeurde. Benotto is al die jaren met tussenpozen actief geweest als sponsor in het peloton. Het feit dat het bedrijf in Mexico zit wil niet zeggen dat Benotto niet gerekend wordt tot de Italiaanse merken. Daar is de informatie heel duidelijk over. Er staat tenslotte Torino op de fietsen. Bicicletas is echter Spaans en dat is dus weer een verwijzing naar het thuisland Mexico. De grootste Italiaanse coureur die op een Benotto heeft gereden, was ongetwijfeld Francesco Moser. Checco is geboren in Pacu di Giova uit een gezin van twaalf kinderen. Zijn drie oudere broers Aldo, Enzo en Diego, die alle drie beroepsrenner zijn geweest, konden al gauw zijn wiel niet meer houden. Hij trainde als een beest en het liefst alleen. De on-Italiaanse koers Parijs-Roubaix was hem op het lijf geschreven en die won hij in 1978, ‘79 en ‘80. In 1978 won hij ook de …

 Lees meer...

© Peter Ravensbergen

“Intussen reed ik moederziel alleen door het Vlaamse landschap, met geen levende ziel voor of achter me. Er bekroop me enige onzekerheid: rij ik nog wel goed? Als een van de eersten bereikte ik de finish van het CRVV in Oudenaarde, waar ik werd verrast met een stijlvol retro-shirt en een vriendelijke jonge dame die een broodmaaltijd voor me ging halen. Zij was een van de vele vrijwilligers die deze dag tot een succes maakte. Om half vier zat ik al weer in de auto met een laatste blik op het stadhuis waar op het torentje ‘Hanske De Krijger’ me uitzwaaide. Hanske nu in brons vereeuwigd, was ooit op de uitkijk gezet maar daar in slaap gevallen omdat hij iets te veel oud bruin gedronken had. Het gevolg was dat keizer Karel voor een dichte poort stond. Die was ‘not amused’ en hij brieste de Oudenaardenaren toe: ‘In de toekomst mag dit nooit meer gebeuren en om jullie daar dagelijks aan te herinneren gebied ik een bril in het wapenschild aan te brengen.’ En zo gebeurde het.
Dit verhaal heb ik uiteraard van horen zeggen, omdat mijn brilsterkte niet toerijkend is om dit van afstand zelf te constateren. Tegenover het …

 Lees meer...

“We stonden feestelijk opgesteld naast het Centrum Ronde Van Vlaanderen (CRVV). De korte parade door Oudenaarde kon beginnen, met aansluitend de Retro ronde over 35 kilometer. De locatie waar het CRVV nu staat, was jarenlang braakliggend terrein ingeklemd tussen de Grote en de Kleine Markt. Met recht een gat in de markt om hier het centrum te vestigen. Het parcours was afwisselend steenslag, asfalt en kasseien en een aaneenschakeling van nijdige molshopen. Een parade met historische fietsen en dito kleding doe je bij voorkeur in stijl, maar een valhelm was hier toch wel aan te bevelen, al paste dat niet in het historische plaatje. Het was een stralende dag, maar als kasseien nat zijn van het hemelwater en de verharde remblokjes geen vat meer hebben op de stalen velgen dan is de remkracht nihil. We zaten niet te wachten op een verzameling schroot en ik zag diverse berijders bezorgd kijken naar hun troetelkind als we weer eens een kasseistrook naderden. Oudenaarde is wereldberoemd om zijn gobelin wandtapijten en ik had gehoopt dat er wel enkele opgeofferd zouden worden om ons een soepele passage over de kasseien te bezorgen. Niet iedereen dacht er echter zo over, want er zijn altijd uitzonderingen. Voor een inwoner van Oudenaarde konden …

 Lees meer...

“Het was een druk weekend in Oudenaarde, met als middelpunt het Centrum Ronde van Vlaanderen. Zaterdag de zevende van de zevende, werd om zeven uur zeven precies, het startschot gegeven voor een tocht van 250 kilometer over 25 hellingen en 25 kilometer kasseiwegen. Wie dat tot een goed einde zou brengen, mocht de gouden Flandrien medaille ophalen. Al jaren loop ik met het idee rond om aan een Retroronde mee te doen in Toscane, maar ja dat is 1600 kilometer rijden met de auto. Daarom kon ik de eerste retroronde van Vlaanderen op zondag niet laten schieten. De fiets van mijn keus was een oude Mercier, compleet met teenhaken zoals onze zuiderburen dat zo mooi zeggen. Natuurlijk ontbrak ook de aluminium bidon niet aan het stuur. Halverwege de jaren vijftig werden deze bidons vervangen door het plastic. Nu moest ik nog de retrokleding bij elkaar scharrelen om het jaren vijftig beeld compleet te maken. Dus een echte wollen broek, schoenen met plaatjes en een mooi RCC Feyenoord koerstruitje met de tekst kampioen der veteranen 1983. Niet helemaal van die datum, maar ik kon niet anders. Ik heb een hele verzameling wollen truien maar het probleem - bij mij en velen retrocollega’s - is dat ze allemaal gekrompen waren door het veelvuldig (te heet) wassen. De anderen kwamen tot dezelfde conclusie en zo konden we moeder de vrouw de schuld in de schoenen schuiven en gezamenlijk dronken we er nog een pintje op. Verder ontwaarde ik tussen de retrotruitjes een heuse veldwachter, een burgemeester alsook een …

 Lees meer...

© Peter Ravensbergen

“Toen ik met verzamelen begon, spaarde ik alle soorten fietsen. Er zaten slagersfietsen bij, een Riksja uit Bangladesh en een bakfiets, waar Astrid en ik op onze trouwdag mee naar het gemeentehuis zijn gereden. In die periode heb ik in een impuls eens een schattig klein kinderracefietsje van het merk Del Croix De Drie Lelies. Hij stond in een rommelig pijpenlaatje aan de Maashaven nummer 40 en die winkel behoorde toe aan ene Arends. Het was zo’n zaak waar je uit verborgen hoeken onder het stof vandaan de mooiste onderdelen kon vinden. In mijn achterhoofd speelde de gedachte: die neem ik mee want dat is leuk voor als we later kinderen krijgen. De kinderen zijn er gekomen, maar toen die de leeftijd hadden om te kunnen fietsen was het racefietsje letterlijk onbereikbaar geworden. Hij was aan het zicht onttrokken door stapels andere racefietsen, waar ik me intussen als verzamelaar op had toegelegd. Intussen zijn onze dochters 9 en 12 jaar en ze hebben nooit op dit fietsje gezeten. Ik heb destijds nog hemel en aarde bewogen om ze ertoe te bewegen, maar dat leverde alleen maar hoongelach op. Ze zijn het fietsje inmiddels ontgroeid en ik heb de kans voorbij laten gaan. En die stapel daar boven op zolder groeide en groeide door.
Plotseling uit het niets stond er onlangs op een vrijdag bij ons een monteur op de stoep om even het expansievat van de centrale verwarming te komen vervangen. ‘Ja maar dat gaat zo …

 Lees meer...

"Hij is in 1936 in Yerseke geboren en hij was een veelbelovende professional in de late vijftiger jaren. Zijn profperiode duurde maar kort, want van 1958 tot en met 1960 kwam hij uit voor de bekende Nederlandse ploeg Eroba/Vredestein en Magneet/Vredestein. Ik verdenk Jaap er van dat hij niet erg te spreken was over de kwaliteit van de beide fietsmerken, anders hang je de fiets niet zo snel aan de wilgen om een eigen rijwielzaak te beginnen. In Goes werd namelijk direct een fietsenzaak opgestart, waar Jaap jaren lang goed aan de weg heeft getimmerd en er zijn eigen merk verkocht. Er rijden niet zo veel Huissoons rond maar die er zijn dat zijn klassefietsen. In Zeeland en omstreken wordt er met respect over gesproken. Toen ik twee jaar geleden op de Ahoy show voor oude racefietsen in Rotterdam een Huissoon had staan voor de verkoop, was er over belangstelling niet te klagen. Ik weet dat de grote Jo de Roo nog regelmatig …

 Lees meer...

© Peter Ravensbergen

“De letters M.B. op deze mooie fiets staan voor Manus Brinkman, wiens rijwielzaak in de Rotterdamse wijk Feijenoord lag. Op weg naar de MTS fietste ik dagelijks door de Oranjeboomstraat, die landelijk werd door de TV-serie ‘Toen was geluk heel gewoon’ met Gerard Cox en Joke Bruijs. De straat had in de jaren zestig en zeventig een verschrikkelijk wegdek van kinderhoofdjes, waarbij je fiets letterlijk uit elkaar rammelde en zelfs op de bromfiets was het een beproeving om er te rijden. Aan het eind van deze kasseistrook stond de Oranjeboom Brouwerij, waar je dan een glas bier kon heffen als je het overleefd had. De rijwielzaak van Manus Brinkman lag zeer strategisch aan deze straat, want de (plak)kans om lek te rijden, was nergens zo groot als waar ook in Rotterdam. In 1948 en ‘49 won Manus als amateur de Ronde van Feijenoord. Hij dankte zijn naamsbekendheid echter aan het veldrijden, waar hij in de jaren veertig de eerste pionier in Nederland van was. Vlak na de oorlog in 1948 gaf Heintje Davids het startschot voor de veldrit rond de Sint Laurenskerk. Heden ten dage een ondenkbare plaats voor een veldrit, maar toen niet omdat het hele centrum nog plat lag na het bombardement van 1940 en er genoeg puin lag om een dergelijke rit succesvol te organiseren.
In Nederland fietste je toen nog alleen voor een bekertje, maar er moest in die kommervolle jaren ook brood op de plank komen en dus trok Manus met grote regelmaat naar België, waar wel prijzengeld uitgekeerd werd. ‘Ik stond aan de start van mijn eerste wedstrijd aldaar, maar was zo groen als ...

 Lees meer...