Doelstelling
www.wielersport.slogblog.nl is een digitale stamtafel waar echte wielerliefhebbers van gedachten kunnen wisselen over het verleden, het heden en de toekomst van de wielersport. Iedere oprechte wielerliefhebber is welkom aan te schuiven. Het liefst onder eigen naam en met respect voor andermans mening.
Colofon
Editor



T&T Tekst & Traffic - Zeist

Redactie:
Fred van Slogteren
fred@slogblog.nl

Medewerkers:
Otto Beaujon, Wim van Eyle, Jan van der Horst, Jan Houterman, Jos van Nierop, Peter Ravensbergen, Henk Theuns, Jac Zwart.

Meewerkende fotografen:
Guus de Jong, Philip van der Ploeg, Henk Theuns, Cor Vos.

Archieven:
Wim van Eyle, T&T Tekst & Traffic
www.dewielersite.net
Piet Kessels
e.a.
Zoeken

“Iedere woensdagavond vonden er in de jaren zestig op de baan van het Olympisch Stadion wedstrijden plaats, die populaires werden genoemd. Renners in alle categorieën, van nieuwelingen tot profs, konden in diverse baandisciplines hun kunsten vertonen en het sluitstuk van de avond was altijd een wedstrijd achter grote motoren. ‘MOTOREN IN DE BAAN!’, riep stadionspeaker Willem Steenbergen dan, waarna de als buitenaardse wezens verklede gangmakers op hun brullende monsters in een gelote volgorde rondjes gingen rijden in afwachting van de bij de startlijn opgestelde renners die elk achter zo’n motor moesten aansluiten. Die renners, het waren er altijd maar een stuk of zes tot acht, droegen merkwaardige pothelmen en zaten op een vreemd ogende fiets. Die had een klein voorwiel, een voorvork die achterstevoren stond en een gigantisch vast verzet. In de eerste honderden meters kregen ze die enorme plaat maar nauwelijks rond, maar eenmaal achter de motor en uit de wind werden snelheden bereikt van zo’n 80 kilometer per uur. Het publiek vond het ...

 Lees meer...

“Vorige week heb ik jullie beloofd het verhaal te vertellen van het bronzen wandbord, de gewonnen trofee die me het dierbaarst is van alle onderscheidingen die ik in mijn wielercarrière heb gewonnen. In 1965 werd ik met een andere renner uitgenodigd om in het Duitse Wuppertal aan een koers deel te nemen. Met het vooruitzicht op een riante reisvergoeding en gratis logies bij particulieren hoefden we niet lang na te denken en gaven we ons jawoord. We werden ondergebracht bij een kunstenaar. Toen we voor zijn hek stonden waren we echt onder de indruk. Op een flinke lap grond stond een ...

 Lees meer...

“Elke wielrenner die wel eens wat heeft gewonnen, kent na verloop van jaren het probleem van de almaar groter wordende verzameling bokalen, medailles, vaantjes, bekertjes, penningen en wat er nog meer aan versierselen wordt uitgereikt na afloop van een koers. Ik had dozen vol op zolder staan en ieder jaar herhaalde Ria de vraag: “Wat moeten we ermee, Jan?” Dan ontstond er bij mij altijd weer de twijfel tussen gevoel en verstand. Voor het merendeel is het waardeloze troep, maar aan elk bekertje of vaantje zit wel een dierbare herinnering. Dat zeg je echter niet gauw uit angst voor sentimenteel te worden aangezien. Ria is echter een kordaat weggooitype en ik was al lang blij dat ze me überhaupt vroeg of het weg kon of niet. Al te vaak had ze, als ik iets niet kon vinden, doodleuk meegedeeld dat ze dat al jaren geleden aan de vuilnisman had meegegeven. Opgeruimd staat netjes!
Deze keer was er echter geen ontkomen aan, de versierselen van mijn vergane glorie moesten nu toch echt maar eens de deur uit. Na een korte discussie, ging ik akkoord en samen droegen we ...

 Lees meer...

“Onze benedenburen hadden als enigen in ons woonblok telefoon en ze hadden er geen bezwaar tegen dat men mij via hun nummer kon bereiken. Als er iemand voor mij aan de lijn was, trok de buurvrouw aan het touwtje dat uit de brievenbus hing en door de geopende deur klonk dan haar schelle stem: “Jan, er is telefoon voor je!”. Het was de KNWU met een uitnodiging om met een ploeg een wedstrijd in Zweden te gaan rijden. “Daar zeg ik geen nee tegen, mevrouw, dank u wel”, riep ik opgewonden in de hoorn. “Gossie Jan, jij komt nog eens ergens”, zei de buurvrouw, die altijd naast me stond mee te luisteren. Het was de tijd dat auto’s, vliegtuigen, caravans en buitenlandse vakanties nog maar voor weinigen waren weggelegd en als er een tent werd opgezet dan was dat op de Veluwe, in Valkenburg of in Bakkum. Dat ik helemaal naar Zweden zou gaan was voor mijn directe omgeving dan ook net zoiets als een retourtje naar de maan.
Een paar dagen later was het zover en ik werd thuis opgehaald door ...

 Lees meer...

Behalve in zijn strandtent heb ik ook veel verhalen van Gé in de auto gehoord. Duizenden kilometers heb ik naast hem in de auto gezeten van en naar de koersen waar we met de Caballero-ploeg aan deelnamen. Tijdens die autoritten kwam vaak zijn vriend Nest Thyssen (foto) ter sprake, een Belgische zesdaagserenner met wie hij in zijn actieve wielerloopbaan heel veel heeft opgetrokken. Buiten de wedstrijden om, want ik geloof niet dat hij ooit samen met die Thyssen een zesdaagse heeft gereden. Het waren hilarische verhalen en het gekke is dat ik er geen één kan navertellen, maar wel weet dat ik er altijd heel hard om moest lachen. Die Thyssen moest wel een heel bijzonder iemand zijn om zo veel hilariteit te veroorzaken. Ik werd nieuwsgierig naar die man en op een dag werd die nieuwsgierigheid onverwacht bevredigd. In 1969 gingen we met de ploeg naar de Ronde van België en de start was in Brussel. “Hoe zou je het vinden Jan, als we in het hotel van Nest Thyssen gaan slapen?”, vroeg Gé onderweg en ik antwoordde dat ik dat ik niets liever zou willen om vervolgens weer een verhaal te horen dat ik nog niet kende. Met buikpijn van het lachen ...

 Lees meer...

“Wat je bijna nooit ergens leest is dat ploegleiders in de regel uitstekend auto kunnen rijden. Wie dat niet kan, zal nooit een goede ploegleider worden. Zeker in de bergen is het noodzakelijk dat je de wagen met gevaar voor eigen leven zodanig de bochten doorstuurt dat je je renner kunt bijhouden, die met een noodgang omlaag giert. Krijgt hij pech dan moet je er à la minute zijn, want het gaat om winst of verlies. Gé Peters was jarenlang ploegleider van Caballero, de ploeg waar ik als beroepsrenner voor reed, en hij kon autorijden als de beste. Toen hij eens tijdens een woeste afdaling door zijn rem trapte dacht hij even dat het met hem gebeurd was. Die gedachte werd direct vervangen door een rampscenario om het vege lijf te redden en hij bracht de wagen in een zee van vonken van het op steen schurende metaal tegen de rotswand tot stilstand.
Hij kon het gelukkig smakelijk navertellen, daar in zijn strandpaviljoen in Bloemendaal en wij hingen aan zijn lippen. Soms interrumpeerde zijn personeel hem wel eens met de een of andere zakelijke mededeling. Midden in een prachtig verhaal nota bene. Gé moest direct even komen. We konden dan die serveerster wel dood kijken en onze blikken zeiden: “Hallo, zoek het effe lekker zelf uit, zie je niet dat Gé met iets veel belangrijkers bezig is. Scheer je weg!” Gé merkte dat natuurlijk en voelde feilloos aan dat hij ...

 Lees meer...

“Mijn wielercarrière zou wellicht heel anders zijn verlopen als ik Gé Peters niet had ontmoet. Hij was mijn voorbeeld en mentor en verder een fantastische man waar ik met veel respect aan terugdenk. Toen ik als wielrenner een beetje ging presteren had hij al een indrukwekkende wielerloopbaan achter de rug en was hij eigenaar van Paviljoen Lido op het Bloemendaalse strand, in die jaren een vaste pleisterplaats voor Haarlemse wielrenners als ze na de training weer op huis aan stuurden. De sterke verhalen gingen over en weer en als het niet al te druk was kwam Gé erbij zitten. Soms stilletjes en luisterend, maar als hij op zijn praatstoel zat dan werden wij allemaal stil. In een voortreffelijke stijl gingen alle registers bij hem open en de kring om hem heen werd allengs groter. Ademloos luisterden we naar zijn belevenissen. De meeste verhalen kende ik na verloop van tijd wel, maar hij bracht het altijd weer net even anders en met nieuwe details, waardoor het nooit ging vervelen. Zoals over zijn ...

 Lees meer...

“Na alle herinneringen uit een ver rennersverleden nu een zeer recente ervaring, want ik ben net terug van een fietsvakantie in het zuiden van Frankrijk. Lekker kilometers maken met een paar maten en zo nu en dan een vermaarde col op en af. De meest aansprekende van alle bergen uit de Tour de France is natuurlijk de Mont Ventoux en omdat we toch in de buurt waren leek het ons wel aardig deze wonderlijke reus even mee te pikken. Tegen een kleine twee uur zelfkastijding zagen we niet op, want eenmaal boven heb je ook wat in de vorm van een soort erotiserend geluksgevoel, dat ook na de zoveelste keer nog over je komt. Iedereen zal zo zijn eigen gedachten hebben over het beklimmen van de Mont Ventoux, maar voor mij is het te vergelijken met het met de vingers aftasten van een reusachtige vrouwenborst met als uiteindelijke beloning het strelen van het fel begeerde topje. Eveneens een erotiserend geluksgevoel dat in het echt hopelijk nooit over gaat. Tot het befaamde Châlet Renard liet de wulpse dame zich alles welgevallen, maar daarna begon zij ...

 Lees meer...

“Aan het eind van mijn herinnering van vorige week over mijn geboortedorp Schoten, heb ik u nog een beroemde Schotenaar beloofd en dat is Tiemen Groen. ‘Huh?’, zult u denken dat is toch een Fries? Jawel, maar Tiemen was ook een beetje van ons, want enkele jaren achter elkaar bivakkeerde hij in de zomermaanden bij ons thuis. De reden was dat hij vanuit Haarlem dicht bij Amsterdam zat, waar hij op de betonnen piste van het Olympisch Stadion dagelijks kon gaan trainen wat vanuit Friesland nogal lastig was. De rollen werden ook wel eens omgedraaid als ik in Follega op de boerderij van zijn ouders mocht logeren. Een heel andere omgeving en een heel andere cultuur, want niet zelden kwamen mannen van de rijkspolitie ons ophalen om als gangmaker te dienen als we zo’n 100 kilometer achter de brommer wilden trainen. Dat zou in Noord-Holland onbestaanbaar zijn geweest. ‘s Middags gingen we dan lekker ontspannen vissen in een bootje op het Tjeukemeer. Een leven als een luis op een zeer hoofd waar ik vaak met plezier aan terugdenk.
Tiemen was helemaal een ...

 Lees meer...

“In mijn geboortedorp Schoten, dat nu binnen de stadsgrenzen van Haarlem ligt, woonden in mijn jeugd binnen een straal van een kilometer nogal wat sporthelden. Zo was er de familie Voorting met maar liefst vier wielrennende broers, te weten Gerrit, de meest succesvolle, zijn nog meer getalenteerde broer Adri, de benjamin van het grote gezin dat er met de pet naar gooide, en dan nog Wim en Piet die de wielersport altijd voor hun plezier hebben beoefend. Minstens zo bekend was de familie Peters met drie fietsende broers. Gerard bracht het tot wereldkampioen achtervolging en tot koppelgenoot in de zesdaagsen van de legendarische ...

 Lees meer...
«Vorige   1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11  Volgende»