ad ad ad ad

“Zoals jullie uit mijn stukjes weten, ben ik een getrouwd man (zie foto). Wat jullie niet weten, is dat Ria er mee heeft leren leven dat ik bijna dagelijks vreemd ga. Iedere keer ben ik weer verliefd als een schooljongen en mijn vriendin heeft menigmaal met mij de slaapkamer gedeeld. Om de paar jaar vind ik weer een nieuwe geliefde en Ria heeft daar volledig vrede mee. Ze berust er zelfs in dat ik soms urenlang over de schoonheid van haar concurrente kan doorlullen, terwijl het me meestal niet opvalt dat zij er geweldig uitziet als we op het punt staan uit te gaan. De reden waarom ze er in berust en mijn concubine accepteert is dat ze niet bang hoeft te zijn dat ik haar ooit zal verlaten en mijn geliefde ook niet zit te zeuren met de steeds herhaalde vraag wanneer ik mijn wettige echtgenote nou eens vaarwel ga zeggen om verder met haar het leven te delen. Mijn geliefde kan namelijk niet ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 30 januari 2011 12:00


"In mijn tijd en ook daarvoor stonden wielrenners niet in hoog aanzien. Niet omdat de meeste renners uit de boerenstand kwamen of uit een arbeidersmilieu stamden, maar  omdat ze er niet uitzagen. Het waren naar zweet riekende slaven van de weg. Stoere kerels in lubberende wollen koersbroeken en slobbertruien die geen last hadden van de stank die ze verspreidden en alleen door de geur van de overwinning begeesterd raakten. In een wolk van stof spuwend en fluimend dokkerden ze over de kasseien en assenpaden, een walm van rotte vis achterlatend die nog uren boven de schots en scheef gelegde kasseienstrook bleef hangen. Dat waren nog eens tijden, dat waren nog eens coureurs. We smeerden naar hartelust massageolie vermengd met jodium op onze benen en dat stonk zo verschrikkelijk dat een speurhond het een jaar later nog op de slaapkamer van een verkleedadres kon ruiken. Het jodium was niet eens bedoeld als ontsmettingsmiddel voor de gevolgen van eventuele valpartijen, maar diende uitsluitend het uiterlijk vertoon. Je kreeg er van die okergele poten  van, waaraan de vele trainingskilometers waren af te zien door de bovenmatig ontwikkelde dijbeenspieren. Dat was het ideaal van de renner uit mijn tijd. Kom daar nu eens om. Als een coureur van tegenwoordig ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 23 januari 2011 12:00


“Ik ben tussen 1967 en 1971 beroepsrenner geweest en dat was de periode dat Nederland internationaal over twee wielervedetten beschikte. Jan Janssen, de winnaar van de Tour de France 1968, was de ene en Peter Post, de keizer van de zesdaagsen, de andere. Ik heb ze allebei van dichtbij meegemaakt en hoewel collega’s waren het voor mij en andere renners zoals ik, ook iconen die in de hiërarchie van het peloton ver boven ons stonden. Hoewel zij als grootverdieners te boek stonden was het ook niet zo dat ze hun neus ophaalden voor het kleine werk, wat voor ons onze belangrijkste bron van inkomsten was. Daarmee bedoel ik de criteriums ook wel bekend als de rondjes rond de kerk. In die koersjes werd altijd heel wat afgerommeld om ongeacht de uitslag na afloop zoveel mogelijk geld mee naar huis te kunnen nemen. Zo hadden Janssen en Post altijd hun maatjes, maar met mijn ploeggenoten Arie den Hartog, Cor Schuuring en Gerard Vianen hadden we ook een stevige vinger in de pap en hadden we na afloop altijd wel een stapeltje bankbiljetten te verdelen vanwege gewonnen prijzen en premies. Destijds werd het prijzengeld direct na afloop in het café uitbetaald en wij hadden de gewoonte om de poet dan in de auto te verdelen. Alles werd geteld en eerlijk verdeeld, een mooi ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 16 januari 2011 12:00


“Als vijftienjarige reed ik mijn eerste koersjes en vaak kreeg ik in de buurt en in de familie te horen dat het voordeel van al dat sporten is dat je dan niet in de kroeg hing. Dat kwam volgens de ouderen nogal veel voor en altijd begonnen ze hun verhaal met de woorden: die jeugd van tegenwoordig. Een kreet van alle tijden, maar in die van mij echter schromelijk overdreven want de toenmalige jongens van mijn leeftijd leden aan chronisch geldgebrek en een glaasje bier slokte al gauw de paar centen zakgeld op als je op een zaterdagavond wel eens in de kroeg kwam. Ik had daarvoor geen tijd omdat ik altijd trainde of in het weekend met m’n kameraden ergens koerste. Als het in de buurt was, fietsten we er naar toe, maar als het verder weg was, dan waren we aangewezen op autobezittende renners uit de omgeving om ons mee te nemen. Om dat goed te organiseren moest je ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 9 januari 2011 12:00


“Nu we aan begin staan van een nieuw jaar en er een nieuwe regering zit die 18 miljard aan bezuinigingen in petto heeft, heb ik de nieuwjaarsdag doorgebracht met het mijmeren over mijn jonge jaren toen zuinigheid niet alleen een deugd was, maar ook een plicht. We hadden namelijk allemaal drie keer niks en van een dubbeltje omdraaien kreeg je veel kracht in je handen als je het maar vaak genoeg deed. Toch was er in het bezuinigen nog een overtreffende trap en die heette Frans van den Enden, de manager van de Caballero-ploeg waar ik bijna mijn hele wielertijd voor heb gereden. De renners hadden allemaal veel waardering voor deze uiterst correcte man, maar toch noemden wij hem – als hij buiten gehoorsafstand was – de Schriep van Caballero. Voor iedere cent die door de ploegleiding moest worden uitgegeven diende een bonnetje te worden ingeleverd en van de zorgvuldig geselecteerde wielerselectie eiste hij bij het uitreiken van materiaal en kleding naast een handtekening ook de plechtige belofte kaduuk materiaal en afgedragen wielerkleding niet weg te gooien maar eerst te (laten) onderzoeken of er nog iets te repareren viel. Als hij ter verantwoording van zijn beleid eens per jaar met ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 2 januari 2010 12:00


“Elk jaar op 1 januari speelden de wielerverenigingen ASC Olympia uit Amsterdam en HSV de Kampioen uit Haarlem een potje voetbal met elkaar. Op een echt voetbalveld en altijd stipt om tien uur op de uitgestorven nieuwjaarsmorgen. De wedstrijd ging altijd door ook al vroor het, had het geregend of gesneeuwd en ik kan me niet herinneren dat het ooit is afgelast. Wel dat het altijd een schoppartij was. Omdat ik er als midvoor wel eens een paar in schopte, waande ik me een van de betere voetballers en ik verbeeldde me zelfs een soort Faas Wilkes te zijn. Niemand lachte me ooit uit of wilde op mijn zelfbenoemde status afdingen, wat in niet geringe mate te danken was aan het feit dat we altijd wonnen. Welk jaar het precies was weet ik niet meer, maar nog wel dat het treffen plaats vond op het terrein van de Haarlemse amateurclub EDO. In de warming-up voelde ik dat het lekker ging en als mijn ploeggenoten maar zo vriendelijk wilden zijn alle ballen op mij te spelen dan zouden we voor de zoveelste keer gaan winnen. We hadden immers Faas Wilkes in de gelederen, dacht ik niet zonder eigendunk. Dat was echter buiten de waard gerekend en die waard was niemand minder dan oud-wereldkampioen Frans Mahn (foto), die bij de Olympianen als stopperspil stond opgesteld. Als coureur was Frans een ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 26 december 2010 12:00


Er is de laatste jaren eindelijk wat aandacht voor de positie van de rennersvrouw. Dit in late navolging van de voetbalvrouwen die al sinds het WK van 1974 in de belangstelling staan en nu zelfs een eigen tv-programma hebben. Dat is niet helemaal nieuw, want je kon in de jaren zeventig de tv niet aanzetten of Truus van Hanegem was op de buis. Ze was zelfs in die tijd rondemiss bij wielerwedstrijden. Zo erg als met Truus en nu met Yolanthe is het met de rennersvrouwen gelukkig niet gesteld en ook mijn eigen Ria is nooit op de voorgrond getreden in de jaren dat ik redelijk succesvol koerste. Ze was er al bij vanaf de jaren dat we verkering hadden en het viel me altijd op dat zij zo’n koersje altijd heel anders beleefde dan ik. Ze is erg spontaan van aard en ze raakte meestal wel in gesprek met andere meiden, die eveneens verliefd, verloofd of getrouwd waren met een coureur. Het koersverloop of de wielercapaciteiten van de deelnemers hadden niet hun directe belangstelling, maar de uiterlijkheden van de langssnellende renners werden uitgebreid becommentarieerd. Tegenwoordig hebben meiden van die leeftijd het al snel over ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 19 december 2010 12:00

“Vorige week uitte ik op deze plaats mijn bewondering voor Jan Janssen. Een andere renner van vroeger waarvoor ik een groot respect heb is Gerrit Schulte. In tegenstelling tot Jan heb ik met hem niet in één peloton gefietst, want toen hij in 1960 op 44-jarige leeftijd met wielrennen stopte, zat ik nog in de jeugdrangen. Mijn respect voor hem ontstond pas goed door de verhalen van Gé Peters, die jarenlang zijn koppelgenoot is geweest in zesdaagsen en koppelkoersen. Uit die verhalen rees hij op als een toonbeeld van doorzettingsvermogen en iemand die keihard voor anderen was maar ook zichzelf verschrikkelijk pijn kon doen. Kortom, Gerrit Schulte was in zijn tijd een gigant. Na zijn actieve carrière ben ik hem vele malen tegengekomen, want hij dook in meerdere functies in het amateurpeloton op in de jaren dat ik in die categorie reed. Zo was hij ploegleider van de militaire ploeg en wedstrijdleider van diverse amateurklassiekers. In welke hoedanigheid hij ook aanwezig was, overal kreeg hij een koninklijke behandeling. Juryleden, organisatoren, wedstrijdcommissarissen, ploegleiders en renners bogen als knipmessen voor dit icoon en als jong rennertje durfde ik hem niet eens aan te kijken, laat staan aan te spreken of de hand te schudden. Zoals een keer in de Ronde van Noord-Holland. Hoewel hij mij ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 12 december 2010 12:00

 
“De eerste keer dat ik met Jan Janssen kennismaakte was niet op een racefiets, maar op de schaats tijdens de barre Elfstedentocht van 1963. We reden de toertocht met een ploeg wielrenners en met nog heel veel andere deelnemers werden we al na honderd kilometer in Bolsward door de organisatie van het ijs gehaald. De plotseling opgestoken sneeuwstorm maakte verder schaatsen onmogelijk. Wij waren het daar natuurlijk niet mee eens en morrend stapten we in een van de autobussen die ons terug naar Leeuwarden zou brengen. Teleurgesteld natuurlijk, maar zonder stempels op je stempelkaart heb je geen recht op het beroemde elfstedenkruisje, een van de meest begeerde onderscheidingen voor een sportman waarvan je nooit afstand doet. Jan was toen al een veelbelovend coureur en sinds onze ontmoeting in de barre Friese kou volgde ik zijn verrichtingen met meer dan gewone belangstelling. Ieder jaar werd hij beter en zijn overwinningen talrijker en mooier. Jan had ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 5 december 2010 12:00

 
“Nog één keer gaf ik mijzelf de kans te bewijzen dat ik echt met reden beroepsrenner was en ik had daarbij niet de eenvoudigste weg gekozen. Nee, Jan moest goed aan de bak in het Ardenner weekend, wat in mijn profperiode de benaming was voor de combinatie van de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik, twee klassiekers die in een tijdsbestek van enkele dagen werden verreden. Mijn verdere loopbaan in het profpeloton zou in de Ardennen worden beëindigd en de enige kans die ik mijzelf gaf om aan het afscheid te ontkomen was een klassering bij de eerste tien. Lukte dat niet dan was het definitief afgelopen met mijn wielerloopbaan. Ik had net zo goed direct mijn besluit bekend kunnen maken, want een topklassering was in een dergelijke koers voor mij echt te hoog gegrepen. Diep in mijn hart wist ik dat natuurlijk wel, maar stoppen is een zwaar besluit en je weet het immers maar nooit. Niet geschoten is altijd mis, zei mijn vader altijd en met die wijsheid in het achterhoofd, reisde ik af naar Limburg waar de Caballero-ploeg bij elkaar zou komen in het hotel van Jeu Lambrichts  onze vaste pleisterplaats als we in die contreien moesten koersen. Zo hadden we overal van dat soort vaste onderkomens en als je er een aantal keren was geweest dan voelde dat vertrouwd. Zo ook bij de oom van mijn ploeggenoten Huub en Jan Harings in het mooie ...
Geplaatst door Fred van Slogteren, 28 november 2010 12:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 11 12 12 13 13 Volgende »