“Als je ziek, zwak of misselijk bent (volgens mij een uitdrukking
van De Kneet) ga je naar de dokter. Dan volgt een al dan niet uitgebreid onderzoek, een kort verblijf bij de apotheek om de pillen af te halen, waarna het herstel meestal een kwestie van een paar dagen is. Ik ken die routine uit veeljarige ervaring, niet te weten dat ik ooit zelf voor dokter mocht spelen en mijn behandeling grote gevolgen had. Nadat ik op een keer mijn medisch lek en gebrek aan mijn huisarts had onthuld, kleineerde die mijn kleine ‘fysieke’ ongesteldheid door mij deelgenoot te maken van het zijne, veel grotere ‘psychische’ probleem. Door privéomstandigheden en werkdruk zat de dokter al een poosje in een wak en, na zijn sombere klaagzang te hebben aangehoord, diagnosteerde ik dat een ritje op de racefiets hem wellicht op vrolijker gedachten zou kunnen brengen. Ik zou voor kleding en een racefiets zorgen en hem als therapeut al trappend begeleiden. De gevolgen waren ...
“De Nederlandse kampioen van 1957, mijn stadgenoot Piet Steenvoorden, was een onvoorspelbare renner. Als hij zijn dag had dan stond er geen maat op zijn presteren, maar als zijn kop verkeerd stond was er geen land met hem te bezeilen. Ook buiten de koers was Piet niet altijd de makkelijkste. Hij was een oermens en hij verloor wel eens zijn zelfbeheersing. Om dan later weer zijn spijt te betuigen, want zo was Piet ook wel weer. Uit de waslijst vol anekdotes over deze legendarische Haarlemse renner neemt het verhaal dat in Olympia's Tour door Nederland speelt een voorname plaats in. De coureurs werden toen nog ondergebracht bij gastgezinnen, omdat er – net als nu - gebrek aan geld was. Sommige gastvrouwen begrepen niet altijd wat de eetgewoontes van een wielrenner zijn. Daarom kregen ze de meest vreemde maaltijden voorgeschoteld of er werd veel te lang gewacht met opdienen. Op een avond had Piet, net als iedere avond trouwens, honger als een paard, maar het zag er niet naar uit dat men à la minute aan tafel kon. Het was mooi weer en de ramen stonden open. Niet alleen bij het gastgezin, maar ook bij de buren. En daar lag, volgens de neus van Piet, een overheerlijke kip in de pan te sudderen. Honger als een paard en zo’n aroma in je neusgaten, het water liep hem letterlijk uit de mond. Op een onbewaakt ogenblik kon hij ...
Net als veel andere Nederlanders volg ik al vele weken lang de
prachtige tv-serie The Tudors op een van de commerciële zenders. Het gaat over het leven van Hendrik VIII, de Britse koning uit de zestiende eeuw die maar liefst zes keer in het huwelijk trad. Zijn vierde bruid was Anna van Kleef en volgens de geschiedschrijving was deze Duitse prinses aartslelijk. Hendrik kende haar slechts van een door Hans Holbein geschilderd portretje ter grootte van een onderzettertje om je glaasje op te zetten. Hij werd verliefd op een plaatje, maar toen hij haar voor het eerst in het echt zag, was het snel gedaan met de liefde. Hoewel de acteurs in deze serie in het algemeen goed gecast zijn, kan ik de weerzin van Hendrik niet goed begrijpen, want actrice Joss Stone is een lekker ding. Ook in haar creatie van Anna van Kleef bleef ze een zeer aantrekkelijke dame, maar smaken verschillen. Wat de een mooi vindt, dat vindt de ander niet om aan te zien en daarom raakte ik, net als ...
“Na me met Willem Dubois, Rini Wagtmans en Tiemen Groen het stront voor de ogen te hebben gereden in een ploegentijdrit over 100 kilometer, kon ik na afloop zelfs mijn sokken niet meer uittrekken. In die toestand kreeg ik van de KNWU de uitnodiging om deel te nemen aan de Ronde van Tsjecho-Slowakije. Op het laatste moment, want al de volgende dag werd ik met mijn fiets op de luchthaven verwacht. Het eerste deel van de reis naar Praag verliep soepel, maar daar moesten we overstappen naar de startplaats Bratislava en van die tocht wordt ik nog wel eens badend in het zweet wakker. Ongerust beklommen wij de oeroude kist en aan het raampje gezeten zag ik hoe een monteur ergens aan de vleugel nog wat moeren stond aan te draaien. Nadat de motoren waren gestart begon alles wat zich in het vliegtuig bevond hevig te trillen, de passagiers niet uitgezonderd. Toen de stewardess ons vervolgens een spuugzak kwam aanreiken had ik het echt niet meer. Ik wilde eruit, maar de start was al ingezet en er was geen weg meer terug. Eenmaal in de lucht zag ik overal om me heen hoofden in de kotszakken verdwijnen. Ik hield het lang binnen, maar door de ...
“Zoals uit vorige afleveringen is duidelijk geworden koerste ik graag in België en de stad Hasselt was een tijd lang een van mijn favoriete verblijfplaatsen. Samen met mijn maatje Tiemen Groen was ik daar graag en wel omdat daar een zogeheten Volkstehuis was waar een warme gastvrijheid heerste én – nog belangrijker – omdat het er goedkoop toeven was. Deze roomse instelling was bedoeld om zwervers, daklozen en verslaafden van onderdak en eten te voorzien en men vroeg slechts een kleine bijdrage die uiteraard grif door ons werd betaald. Bovendien werd er iedere zondag een heilige mis opgedragen en met een beetje hulp van boven fietst het toch een stuk makkelijker, zunne!
Vanuit dit tehuis vertrokken we naar de kermiskoersen in de omgeving, om na afloop terug te keren en de aanwezigen ons verhaal te doen. Zoals we inmiddels hadden ervaren zijn Belgen dolenthousiaste wielerliefhebbers, dus zat men ons dan ook meestal met belangstelling op te wachten en als een van ons gewonnen had, werd er direct een feestje gebouwd. De plaatselijke favoriet was de zoon van de bakker en die heette Raymond Steegmans (foto). Dikwijls gingen we na een overwinning of een mooie ereplaats even bij ...
“Joop Captein gold in de wielerwandelgangen als een megatalent.
De jofele Amsterdammer woonde in de Spaarndammerbuurt boven slagerij Piet Verpoorten, de zwager van een van mijn vrienden. In de winter gingen wij na het schaatsen op de Jaap Edenbaan iedere week even bij die slagerij langs om vleeswaren op te halen. Ik heb Joop in die jaren nooit zelf ontmoet maar veel over hem gehoord, dus het beeld wat ik van hem had was helemaal van horen zeggen. Een vrolijke flierefluiter die dagelijks van kroeg naar kroeg trainde en aan iedere hand wel een mooie meid had. Zonder bovenmatige inspanning won hij koers na koers in de eindsprint, omdat hij zo snel als het weerlicht was. Zelf sportte ik als een bezetene en zag er desondanks mager en bleekjes uit. Volgens een bewaard gebleven doktersbriefje was ik echter zo gezond als een vis en men hoefde voor mij dan ook niet in de bioscoopzalen rond met de BIO-bus. Mijn vader werkte bij de Hoogovens en daar vlak in de buurt praktizeerde dokter Rolink. Hij noemde zich sportarts en topsporters uit het hele land liepen zijn deur plat. Mijn vader regelde dat ik als ‘beginneling’ eens ...
“België, was voor mij als jong rennertje het wielerwalhalla bij uitstek en daar moest ik natuurlijk naar toe. In de schoolvakantie stapte ik als nieuweling met rugzak, en een met mijn foto vervalste amateurlicentie in die rugzak, per fiets richting zuiderburen. Twee dagen later was ik er en ik streek neer in het gezellige bedevaartsplaatsje Scherpenheuvel in Vlaams-Brabant. Het was er feest en er werd later in die week ook nog een wielerkoers georganiseerd, dus ik had volledig gevonden waar ik naar op zoek was. In een van de vele kroegen in de omgeving bedelde ik om een slaapplaats en in het naburige dorp Schoonderbeuken werd mij door een vurige wielerliefhebber het bed van de dochter des huizes toebedeeld. Toen het meisje vervolgens naar de sofa werd verwezen heb ik dat toch maar niet geaccepteerd. In Scherpenheuvel had de waardin van ...

De Belgische ploegleider Oscar Daemers kwam met kanonnen als Albert Van Vlierberghe en Herman Van Loo aanzetten en uit Spanje kwam Domingo Perurena en nog een paar kanjers. De moed zonk ons in de schoenen, want wat moesten we daar met een gelegenheidsploegje uit Haarlem tegen beginnen? We waren voor de Tour d’Anjou uitgenodigd omdat Haarlem de zusterstad is van Angers. Het niveau was voor de helft van onze ploeg veel te hoog en na kennismaking met het golvende parcours wist ik het zeker. Henk Peters, Ted Blom, Henk Vogels en ikzelf zouden nog wel meekunnen, maar meer ook niet. Voor de rest van de ploeg was dit echter veel te hoog gegrepen. Buiten ons vieren was er echter nog een renner die het weekje volbracht. Kleine Thijs wist iedere dag weer vriend en vijand te verbazen door steeds net binnen de tijdslimiet te arriveren, terwijl hij soms al in het eerste uur van de 200 kilometer lange etappe uit het peloton moest lossen. Daarom zat hij iedere avond weer met een grote glimlach aan de kloostertafel. Kloostertafel? Jawel, we waren ondergebracht in het klooster. Een perfect onderkomen, want ...
Lees meer..."In de Haarlemse binnenstad, een beetje buiten de drukte, staat
een oud pand, dat voor ons wielrenners het Heilige der Heiligen was. In dat pand was namelijk de wielerzaak van Willem Metz gevestigd. Zijn klanten kwamen uit de hele regio en ze fietsten op zijn befaamde huismerk Springfield. Willem Metz kende de wielersport als geen ander, want in de jaren dertig had hij als baanrenner professioneel de sport beoefend en we luisterden belangstellend naar zijn verhalen over zijn verblijf in Brussel en andere steden die een sportpaleis rijk waren, zonder ons een voorstelling te kunnen maken hoe het er in die tijd in de wielerwereld aan toe ging. Later werd hij mecanicien bij het befaamde koppel Schulte–Peters tijdens de zesdaagsen.
Meneer Metz, zoals wij hem altijd eerbiedig aanspraken, kon veel voor je betekenen, want zijn netwerk reikte tot ver binnen de KNWU. In de jaren dat er op de piste van het ...
Pierre Pellenaars (foto), de wielrennende zoon van de vermaarde
ploegleider uit de jaren vijftig, deed het in zijn broek en niet alleen voor zijn strenge vader, maar letterlijk in Olympia's Ronde van Nederland. Dat was me wat, een uur in de wind stonk hij. Voor hem zelf geen pretje en voor het peloton een ramp. Iedereen wilde demarreren of in ieder geval achter hem vandaan. Maar je kwam hem steeds weer tegen in die etappe naar Beverwijk. Zelfs na de koers in het badhuis kwam hij nog aanzetten, getverderrie. Nog nooit zo vlug aangekleed! Verzorger Moos Bremer richtte de brandspuit op hem.
In de Ronde van België moesten de renners vroeger nog wel eens verplicht rechts moeten rijden omdat het gewone verkeer gewoon doorging. Maar wat doe je als renner als er een stevige wind van rechts het peloton teistert en er vormt zich een waaier? De hele breedte van de weg wordt dan benut, dus toen ook. Wat moet er in het hoofd van die politieman zijn omgegaan toen hij op de as van de weg gezeten rugnummers ging noteren van iedereen die op de verboden linkerkant van de weg reed? Soms herkende hij een renner en ik hoorde hem ...



