Ik had een verhouding met Olive Green
Wilfried was een fietsende pelgrim. Hij bereikte Compostela en Rome, reed over de hoogste bergen, doorheen velden en dorpen bij dag en bij nacht, doorheen Parijs, Berlijn, Praag, Havanna, Saigon, Seattle, Harare, Dublin, Milaan ...
Liefst was hij alleen op weg en hij had als enige liefde Olive. Hier volgen enkele stukjes uit zijn
reisverhaal 'Verder dan Rome loopt de weg', die er van getuigen van wat die fiets en die man met mekaar hadden.
‘Met mijn fiets slapen was liefdevol geweest tijdens deze regenachtige nacht. Ik ben vroeg wakker. Le Lac Vert is prachtig, gezwollen door regenwater. De vissen zijn er gelukkig. Ik geef mijn fiets een flinke poetsbeurt met mijn onderlijfje van gisteren dat ik tot vod bevorderde. Ik toer nog even door de camping en ik zie vlees van mollige dames die pas wakker werden. Mijn lieve Olive en ikzelf kreunen en kraken bij het begin van deze dag. Met een beetje olie op
de ketting, na het rechttrekken van de spatborden, het bijpompen van lucht in de banden en het aanspannen van ...



Toen ik lang geleden van school kwam, wilde ik maar één ding: journalist worden. Of nog liever: sport- journalist. Elk jaar de Tour de France doen en eens in de vier jaar de Olympische Spelen. Dat leek me wel wat, maar dat was in de jaren vijftig een wens die bijna gelijk stond aan het verlangen kroonprins te worden. De beroepsopleiding voor journalisten bestond nog niet en daarom was je aangewezen op de willekeur van de mensen uit het vak, die jouw schriftelijke sollicitatie moesten beoordelen. ‘Bij het lezen van uw prachtige dagblad werd ik getroffen door de annonce, waarin u een leerling-journalist vraagt voor de sportredactie’. Enzovoort, enzovoort. Die openingszin heb ik tientallen malen met de hand geschreven. Meestal hoorde ik niks, want de heren hoofdredacteuren van toen hadden een ruime keus en ook de schaarse keren dat ik voor een gesprek werd opgeroepen, was een afwijzing mijn deel. Zo zat ik eens doodzenuwachtig tegenover Bob Bouma (in de jaren zestig een TV-coryfee met de filmkwis ‘Voor een briefkaart op de eerste rang’) van het Algemeen Handelsblad; ik maakte mijn opwachting bij Frans Henrichs van het Utrechts Nieuwsblad en bij …
In 1977 stonden we met onze vrienden Ankie en Gerard op een camping in Les Landes aan de Atlantische kust. Een prachtig breed strand met een heerlijke wilde zee. We maakten er enthousiast kennis met de plage naturiste en voelden ons in ons blootje als god in Frankrijk. Gerard en ik begonnen de dag steevast met een fietstochtje van een kilometer of veertig. Hij op zijn groene RIH en ik op mijn rooie. Het was midden juli en de Tour was volop aan de gang. Halverwege de middag streken we in het restaurant neer waar we met een aantal mannen naar het kleine TV-scherm keken om de finish van de etappe te bekijken. Op een dag vertrokken onze vrienden in alle vroegte voor een bezoekje aan een broer en schoonzus die honderd kilometer verder op een camping stonden. Ik reed mijn ritje die dag alleen en we besloten niet naar het strand te gaan maar op de camping te blijven. Met de transistor op de campingtafel volgde ik zo goed en zo kwaad als het ging het verslag op de Franse radio. Ik wist inmiddels dat de naam Kuiper (foto) in het Frans wordt uitgesproken als Kwiepérre en dat TI-Raleigh in Franse monden wordt verhaspeld tot Tieralékke. Het was de beroemde etappe naar l’Alpe d’Huez waar Hennie Kuiper een van zijn mooiste triomfen beleefde. Naarmate de finish naderde werd het spannend en Franse radioverslaggevers winnen het in hun enthousiasme en volume nog ruimschoots van driftige types als Theo Koomen en Jacques …
Een van mijn herinneringen aan de Tour de France dateert uit 1957. Net van school had ik een baantje bij een scheepvaartkantoor en met een bruto maandsalaris van 85 gulden, achtte ik een buitenlandse vakantiereis binnen mijn bereik. Met z’n zessen, waarvan er één net z’n rijbewijs had, kozen we Frankrijk als reisdoel en we reserveerden een vakantiehuisje op een camping in Nice. Inclusief autohuur, benzine en leeftocht werd de vakantie van 14 dagen begroot op een bedrag van 350 gulden de man. Het werd een hele toer om dat geld bij elkaar te sparen, maar het lukte. De reis ging voorspoedig en het budget werd streng bewaakt door onderweg bij de boulanger een stokbrood te kopen en daar de meegebrachte pot pindakaas op uit te smeren. Ook zochten we steeds naar goedkope hotelletjes. De goedkoopste lagen altijd aan autowegen voor poids lourds, zodat we ’s nachts geen oog dicht deden vanwege het lawaai van langsdaverende vrachtwagens. Ergens in midden Frankrijk streken we de tweede dag neer in een armetierig hotel zonder sterren, maar wel met een restaurant en een kaart. Hongerig van de lange reis schoven we aan de wrakke tafel en bestudeerden het menu. Haricots verts leek ons wel wat, want dat was volgens een van ons groene haring en dat gaat er bij ...
Vandaag start de Tour de France. Niet in Frankrijk, maar in Engeland. In het hartje van Londen om precies te zijn. Een Tourstart buiten Frankrijk, het is al vele malen vertoond. Utrecht en Rotterdam strijden al jaren om de eer ook startplaats buiten Frankrijk te mogen zijn. Als het ze ooit lukt zullen ze altijd doordrongen zijn van het feit dat Amsterdam de eerste stad buiten Frankrijk was die de Tourstart mocht organiseren. Dat was in 1954 en het was een beloning voor het spectaculaire en opvallende rijden van de Nederlandse nationale ploeg in de drie Tours die aan dat jaar voorafgingen. De Tour sloeg haar tenten op in het Olympisch Stadion en ik was er vanaf dag één bij. Sterker nog, ik was niet van het terrein van het stadion weg te slaan. Het buitenterrein dat binnen de hekken direct om het stadion ligt, stond vol met auto’s en vrachtwagens. En overal waren mensen bezig met de voorbereidingen voor de grote dag dat het startschot door burgemeester d’Ailly zou worden gelost. In de dagen ervoor kwamen de renners. In trainingspakken, maar ook in kostuum. De grote vedetten waren gesoigneerde mannen en ik kende ze van de foto’s in de kranten en van het Polygoon Journaal in Cineac Reguliersbree, waar ik rustig drie voorstellingen bleef zitten om steeds weer die flitsen … 
Vorige week op 17 juni was het de geboortedag van Wim Dielissen, de renner uit Beek en Donk, die één maal in de Tour de France startte. Zijn optreden duurde niet lang, want hij haalde Parijs niet. In 1951 werd Dielissen prof in de Ronde van Nederland die toen begin juni verreden werd. In de Helmondse Courant vertelde hij na afloop van de nationale ronde dat zijn Tourdebuut eraan zat te komen: “Zodadelijk heb ik een gesprek met de ploegleider van de Nederlandse ploeg Kees Pellenaars. De mogelijkheid is groot dat ik woensdag het contract teken voor deze voor mij zo belangrijke etappewedstrijd.” De ploegleider ging eerst op audiëntie bij de werkgever van ‘den Dielis’ om hem mee te mogen nemen naar de Tour. Zijn selectie voor de Tour de France was een feit. Dat contract kwam er ook. Samen met zijn streekgenoten Hans Dekkers, Harry Schoenmakers en mecanicien Jac Gramser vertrokken ze naar Roosendaal om van daaruit naar het Franse Metz af te reizen. De net als altijd kalme en stille Dielissen hoopte dat hij niet zoveel pech zou hebben, vertelde hij aan de regionale pers. In de tweede etappe van Metz naar Gent liep hij bij een val een rugblessure op, die hem in het verdere verloop van de ronde parten zou blijven spelen. In die rit verspeelde hij maar liefst 21 minuten op ritwinnaar Bim Diederich. Het eerste wat hij zijn naar Gent afgezakte supporters toeriep was: ”Kom ik me daar over ...