“Om alvast in de juiste Tourstemming te komen vandaag wat Tourverslagen uit het verleden, van etappes die op de datum van vandaag werden verreden, maar dan in 1958, 1964, 1968, 1980 en 1985. In 1958 waren de Nederlandse Tourrenners op 28 juni al vier dagen onderweg. En niet zonder succes, want Wim van Est droeg
voor de tweede dag de gele trui. Een dag eerder had IJzeren Willem namelijk tot een groep van zeven renners behoord, die al na ruim 30 kilometer een uitlooppoging waagde. Ze werden niet meer teruggehaald en kwamen met ruim zes minuten voorsprong in Le Treport aan, waar de sprint werd gewonnen door de Fransman Gilbert Bauvin. Van Est eindigde als vierde en kwam daardoor met een voorsprong van 40 sec op Bauvin in de gele trui die hij in de felle rit van zondag tussen Le Treport en Versailles succesvol verdedigde. Die rit werd gewonnen door de Franse regionaal Jean Gainche voor de sprinter André Darrigade. Van Est eindigde in het grote peloton dat een achterstand had van 1´49” op de winnaar. Omdat Bauvin in dezelfde tijd over de streep kwam kon de man van ‘t Heike de leiderstrui behouden en met een brede glimlach in Versailles zijn ererondje rijden. De Nederlands-Luxemburgse ploeg kwam bovendien aan de kop in het ploegenklassement en met Van Est als leider en Gerrit Voorting en Piet de Jongh als zevende en negende in de algemene ranschikking stond Nederland er uitstekend voor. Als een soort voorschot op de rest van die Tour, die gewonnen werd door Charly Gaul (foto: archief T&T Tekst & Traffic), de kopman van de ploeg. De Brabander Piet Damen eindigde tenslotte als ...
“Op zondag 22 juni 1958 werd de 21-jarige Jo de Haan (foto:
archief T&T Tekst & Traffic) kampioen van Nederland op de weg bij de amateurs. Er begonnen maar liefst 296 coureurs aan deze titelstrijd over 176 kilometer op het circuit van Zandvoort. De Haan was de enige die een ontsnapping met succes wist te bekronen. Zijn demarrage vond plaats in de laatste van de 42 ronden en in de Tarzanbocht bedroeg zijn voorsprong 200 meter. Dat werd tegen de krachtige wind in op het laatste rechte stuk zienderogen minder, maar de sterke coureur uit het Zuidhollandse Klaaswaal hield stand. Het was weliswaar niet meer dan twintig meter, maar dat was voldoende om juichend de eindstreep te passeren en de aanstormende sprintersmacht achter zich te houden. In die tijd was de race om het kampioenschap van Nederland vaak een langdurige slijtageslag zonder veel hoogtepunten. Het is op dat glooiende autocircuit met het brede wegdek en de immer waaiende zeewind erg moeilijk om te ontsnappen. Vooral de wind, die als lood op de ademhalingsorganen drukt, was een geduchte tegenstander omdat die soms tot stormkracht kon aanwakkeren. Nadat pogingen van ...
“De oudste renner aan de start van Olympia’s Tour 1961 was de dertigjarige Mik Snijder (foto: archief Wim van Eyle) en hij werd op 14 juni van dat jaar de glorieuze winnaar van de tiende uitgave van onze nationale wielerronde voor amateurs. Onder leiding van gelegenheidsploegleider Peter Post had hij samen met Henk Nijdam, ploeggenoot en de nummer twee in het klassement, in de 170 kilometer lange slotrit de touwtjes strak in handen. Het werd in de Amsterdamse Javastraat een complete Noordhollandse victorie. Behalve Snijder waren er ook bloemen voor de twintigjarige Cees Lute. Net als de dag ervoor in Leeuwarden schreef de razendsnelle Castricummer ook de laatste rit op zijn naam door in de eindsprint Dick Groeneweg achter zich te laten. Vlak voor de hoofdstad probeerde een groep van negen, waarbij Kees de Jongh, Miel Verstraete, Bert Boom, Jan Buis en Gerard Wesseling, nog weg te komen, maar kort voor de eindstreep werden ze ingelopen door een tweede groep van zes waar Nijdam, Snijder en de latere etappewinnaar Lute bij zaten. De ...
“Vandaag speelt mijn verhaal zich voor een groot deel af in de jaren vijftig. Een tijd van orde, regelmaat en discipline. De televisie stond nog in de kinderschoenen, maar men luisterde massaal naar de radio. En als men in zijn vrije tijd niet naar de radio luisterde dan was er de sport. Vooral het wielrennen was erg populair en tienduizenden stonden langs de kant als er in de buurt een straatronde werd gehouden of als er een amateurklassieker of de Ronde van Nederland langskwam. Zo’n klassieker was in die dagen de tweedaagse IJsselmeertour en in 1953 ging op 6 juni de eerste etappe van Amsterdam naar Meppel over 228 kilometer van start. De groep bleef lang bijeen, maar in Bolsward passeerde een kopgroep van 25 man met daarbij bekende namen als Zieleman, Ottenbros, Donker, Post, Van Steenselen, Mahn, Snijders, Van 't Hof, Rusman, Stolker, Mehagnoul, De Groot, Boellaard, Van Roon en Verhoeven. Met ruime voorsprong trokken ze door het bloeiende Friese land. In Meppel was de zege voor Adri van Steenselen uit Mijnsherenland op de Zuid-Hollandse Eilanden. Hij versloeg op de streep de Rotterdammer Wout Verhoeven en Krijn Post (foto: archief Hans Middelveld) uit Nieuw Vennep. De tweede dag – op 7 juni - ging het van ...
“Op 31 mei 1958 vertrokken 58 renners uit Goes voor de vijfde etappe van Olympia’s Tour op weg naar Rotterdam. Drie renners hadden een startverbod gekregen, omdat de Belg Mintjes en de Nederlanders Beers en Bravenboer de vorige dag kilometers lang achter een vrachtwagen hadden gestayerd. De militaire ploeg testte die dag herhaaldelijk de krachten van de leider van het algemeen klassement Piet Rentmeester en het leidende team van de Drie Hoefijzers. Zo demarreerde militair Teunisse en die kreeg Snijder en Steuten mee. Snijder viel snel terug en voor hem in de plaats kwamen Timmermans en De Vries de kopgroep versterken. Daar bleef het niet bij, want ook Solaro, Steenvoorden en Van Egmond sloten aan. In Rijsoord, met nog 17 kilometer voor de boeg, hadden de ontsnapte mannen 3’23” op twee achtervolgers en 3’50” op het peloton. Voor Rentmeester was de strijd beslist, maar voor de mannen in de kopgroep stond er nog van alles op het spel en waren de bonificaties van groot belang. Aan de finish in Rotterdam greep Steenvoorden de bloemen, voor Teunisse en Van Egmond. De drie eersten van de ...
“Op deze tweede pinksterdag neem ik U weer mee op reis door de
wielerhistorie met mooie koersen die in het verleden op 24 mei zijn verreden. Zoals de eerste etappe van Olympia’s Tour in 1957 die van Amsterdam naar Steenwijk voerde. De karavaan was nog maar net door stadsvoorlichter Piet Mijksenaar weggeschoten, toen Loot Stoete (links op de foto uit 1997, samen met Joop Captein: © T&T Tekst & Traffic) demarreerde. Vergeefs, want twintig kilometer verder had hij al zoveel kruit verschoten dat hij in het verdere verloop van de etappe aanzienlijk meer terrein verloor dan de winst die hij op het peloton had gehad. De Deuk, zoals zijn bijnaam luidde, arriveerde die avond dan ook als allerlaatste aan de finish. De Amsterdamse kasteleinszoon was niet de enige, die in de problemen raakte, want het tempo lag, ondanks de harde wind tegen, zo hoog dat ontvluchten bijna onmogelijk was. Nadat eerst Gerrit de Jager dat had bemerkt, werden daarna Steenvoorden, Van Vliet, Oyink en Blauw tot de orde geroepen. Ook Adri van Steenselen kreeg voor maar heel even wat ruimte en toen hij was teruggehaald gingen Van Glerum en Gramser aan de haal. Hun poging strandde op ...
“Vandaag start in Heerenveen de 58ste editie van Olympia’s Tour met een tijdrit over 10 kilometer. Een mooie aanleiding om eens terug te gaan in de tijd waarbij ik de jaren 1962 en 1969 er vrij
willekeurig uit pik. Daartoe heb ik om te beginnen het blad Wielersport gepakt van 17 mei 1962. In de losse verkoop kostte dat blaadje met 24 pagina’s destijds 35 cent. Op de cover staat een foto van Huub Zilverberg naar aanleiding van zijn tweede plaats in de Rund um den Henninger Turm, destijds een onvervalste voorjaarsklassieker. In het binnenwerk staat een voorbeschouwing van drie pagina’s over de komende editie van Olympia’s Tour. Volgens Evert van Mokum (foto: © Guus de Jong) zouden de allersterkste Nederlandse amateurs en onafhankelijken meedoen en hij somt ze allemaal op. Vermakelijk en zeer gedateerd is zijn vaderlijke wens dat alle deelnemers zich waardig zullen gedragen. Niet alleen tijdens de wedstrijd, maar ook in de hotels waar zij zouden verblijven. ‘Jongens, weest sportman; laat onder geen beding oude kranten en vuile rommel achter in de kamers waar u de nacht hebt doorgebracht. Alleen al door daar voor te zorgen kunt u de zo fascinerende wielersport uitdragen en tot nog grotere bloei brengen.’ Ik heb wel eens gehoord dat er door de renners wel degelijk naar dit soort betutteling werd geluisterd. Dat kwam waarschijnlijk door zijn reputatie, want ...


