ad ad ad ad

Slogblog


Jan Siemons (1964)

Al veertien jaar heb ik het boekje ‘Pijn is genot’ van Jan Siebelink in mijn kast staan. Ik heb er destijds een paar hoofdstukken in gelezen. Het zijn weergaven van ontmoetingen met bekende wielrenners en oud-wielrenners, want de veelgelauwerde auteur is ook wielerliefhebber. Het zijn meer literaire impressies dan exacte weergaves van een diepgaand gesprek. Er zitten dan ook veel controleerbare fouten in. Zo dicht hij Wout Wagtmans de bijnaam ‘Smokkeltje’ toe, maar Smokkeltje Wagtmans was een soigneur en de vader van Rini. Jan Siemons staat ook in dat boek en ik heb het verhaal weer even gelezen. Jan wordt er in genoemd, maar het hele hoofdstuk gaat over het bordeel van Jan zijn ouders, Corrie en Frans van Sauna Diana in Zundert. Er staat slechts in dat Jan in 1992 beroepsrenner was in de TVM-ploeg van Cees Priem. Een modale renner met een bescheiden palmares. Aan het eind van 1992 stopte Jan er mee en hij werd bedrijfsleider in Sauna Diana. Na lezing weet ik hoe zo’n bordeel wordt gerund en dat je er erg rijk van kunt worden. Het leukste was een citaat van De Kneet, die elke keer als hij Jan tegenkwam vroeg: “Hoe is het met je vijftien zusjes?” Ja, Jan hoe is het daarmee? (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 26 mei 2006 0:00

UNA CORSA LUNGA UN SECOLO

door Giampiero Petrucci en Franco Rovati

“Dit is een Italiaans boek en de titel kun je best vertalen met ‘Een koers ter lengte van een eeuw’. De ondertitel is in het Nederlands: Kampioenen en knechten uit het Italiaanse cyclisme tussen 1900 en 2000. Het is een naslagwerk waarin je vrijwel alles kunt vinden over Italiaanse wielrenners. Het is samengesteld door Giampiero Petrucci en Franco Rovati. Petrucci ken ik niet, maar Rovati des te beter. Dat is dé Italiaanse wielerboekenschrijver en hij heeft er heel wat op zijn naam staan.
Op de cover staan de beeltenissen van alle grote Italianen – zeg maar de campionissimi - van de vorige eeuw. Girardengo, ...

Door Fred van Slogteren, 25 mei 2006 10:00

Daan de Groot (1933, overleden 09.01.1982)

Deze Amsterdamse kruidenierszoon groeide op in een sportgezin. Moeder Riek was als turnster kampioene van Nederland geweest en zijn twee oudere zussen Jannie en Annie waren in de jaren na de tweede wereldoorlog topzwemsters. Het was dan ook logisch dat Daantje ook iets moois in de sport zou gaan doen. Het werd wielrennen en hij bleek een groot talent. Een leuke jongen die direct populair was toen hij ging presteren. Een wielrenner die van meet af aan hors categorie was, want het kwam hem allemaal aanwaaien. In mijn beleving stond hij een beetje boven de rest en hij hoefde er niet zo veel moeite voor te doen om in de Tourploeg van Kees Pellenaars te komen. Waar anderen moesten knokken om in die ploeg te komen, daar stond als het ware zijn bedje gespreid. In 1955 debuteerde hij in de Tour en hij won op spectaculaire wijze solo een etappe met iets van 21 minuten voorsprong. Het leek op een overbluffende entree op het wereldpodium, maar het werd een eenmalig hoogtepunt. Hij stopte al op 28-jarige leeftijd. Hij trouwde met Ans en ze kregen een dochter. Zijn wereld stortte in toen Ans plotseling overleed. Hij heeft dat niet kunnen verwerken en tot groot verdriet van zijn familie en vrienden gleed Daan af in de private duisternis van de manische depressie. Het is allemaal lang geleden en zijn wanhoopsdaad is verwerkt. Wat blijft is de herinnering aan een vrolijk zondagskind met de inborst van een schimmige maandagmorgen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 25 mei 2006 0:00

© Henk Theuns

“1971 was een topjaar voor Rini Wagtmans. In de Tour de France werd hij 16e. Dat was weliswaar onder zijn niveau, want hij was al een keer vijfde en een keer zesde geweest, maar toen was hij kopman. In 1971 reed Rini in de Molteni-ploeg en de kopman heette daar Eddy Merckx en niemand anders. Dat Merckx die Tour alsnog won, nadat hij door Ocaña min of meer vernederd was, heeft hij aan Rini te danken. Het gaat te ver om dat hier helemaal uit te leggen en die geschiedenis is bovendien overbekend. Het had indruk ...

Door Fred van Slogteren, 24 mei 2006 10:00

John Braspennincx (1914)

Een kleurrijk figuur deze telg uit een roemrijk wielergeslacht. D’n Bras werd hij genoemd. Hij was drie keer kampioen van Nederland op de weg. In 1936 bij de onafhankelijken en in 1937 en 1942 bij de beroepsrenners. Hij won in zijn loopbaan maar liefst 129 koersen en hij was razend populair vanwege zijn manier van rijden. Waar D’n Bras verscheen daar sloeg de vlam in de pan en daar zag het dan ook zwart van de mensen. Hij smeet met zijn krachten om zijn supporters maar te geven waar ze voor kwamen. In de Tour de France van 1937 kwam hij met deze strijdwijze niet ver. Al na vier dagen was hij weer thuis en hij bezwoer nooit meer aan de Tour mee te doen. Hij kon met zijn talenten veel meer verdienen in de kermiskoersen. In 1938 werd hij zelfs uitgeroepen tot koning der kermiskoersers. In de oorlogsjaren behaalde de man met die prachtige flaporen nog een koningstitel, die der smokkelaars. Smokkelen was in de zuidwesthoek van Nederland destijds een tweede natuur en wielrenners waren er zeer bedreven in. De gedreven coureur die voor zijn boterham moest koersen verdiende met die nevenactiviteiten kapitalen, maar hij peinsde er niet over met wielrennen te stoppen. Overdag trainen en koersen en ’s nachts de grens over. De koersmachien als perfecte dekmantel. D’n Bras wordt vandaag 92 jaar. Hij heeft ze allemaal overleefd, de kanjers van zijn tijd.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 24 mei 2006 0:00

“Op 7 maart besteedde ik in deze rubriek aandacht aan een racefiets gebouwd door Teun Visser. Dat was een Rotterdamse fietsenmaker en zijn winkel was gevestigd op het Oostplein nummer 49. Daar zijn in de loop der tijd heel wat wielrenners uit het Rijnmond-gebied naar binnen gestapt, want Teun Visser had een goede naam als constructeur. Dit exemplaar is met de hand gemaakt voor een kind, want het is een klein fietsje. Ik heb hem helemaal opgebouwd voor ...

Door Fred van Slogteren, 23 mei 2006 10:00

Richard Bukacki (1946)

Het cyclisme kent een aantal kwalificaties die een renner in een bepaalde categorie plaatsen. Zo zijn er de kopman en de knecht, de klimmer en de daler, de sprinter en de tijdrijder, de veldrijder en de zesdaagserenner en er is ook nog de kermiscoureur. We hebben er in Nederland meerdere gehad, maar de allergrootste met een gigantische erelijst is ongetwijfeld Richard Bukacki geweest. 36 overwinningen boekte deze Zeeuwsvlaming en tientallen tweede, derde en andere ereplaatsen. Toch is hij niet echt bekend geworden bij een groot publiek en dat komt omdat hij hoofdzakelijk in België reed en vrijwel uitsluitend kermiskoersen betwistte. Eén keer liet hij zich verleiden tot het rijden van de Ronde van Spanje en hij behaalde drie ereplaatsen in de eerste vlakke ritten. Toen de weg omhoog ging lopen ging hij ijlings terug naar zijn natuurlijke werkterrein: Vlaanderen. En hij reed alleen goed als de draaimolens draaiden en de echte kermismuziek werd gespeeld. Een merkwaardig fenomeen deze Bukacki over wie ik na zijn afscheid in 1982 nooit meer iets heb vernomen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 23 mei 2006 0:00

"Vandaag ga ik in mijn terugblik terug naar de jaren tachtig en natuurlijk komt de Ronde van Italië heel prominent voorbij, want we deden in die jaren heel aardig mee met renners als Erik Breukink, Johan van der Velde en Jean-Paul van Poppel.
In 1980 was er bijzonder nieuws op 23 mei. Bernard Hinault was het slachtoffer van een heuse Italiaanse combine en hij werd door de 22-jarige Roberto Visentini, de playboy van het peloton en zoon van een rijke begrafenisondernemer, uit de leiderstrui gereden. De zevende etappe naar Orvieto werd gewonnen door Silvano Contini die zich in de slotfase de sterkste toonde. Visentini werd zevende op 11 seconden. Hinault bevond zich met alle Italiaanse favorieten in het peloton, dat in de laatste 40 kilometer een achterstand opliep van ruim vier minuten. De Italiaanse renners, inclusief de vedetten Moser en Saronni, weigerden enig werk te doen om het gat met de dertien vluchters te dichten. Bernard Hinault zakte naar plaats acht in het klassement met 2 minuut 58 achterstand op Visentini. In etappe 13 raakte Visentini de trui kwijt aan zijn landgenoot Panizza. Drie dagen voor de finish in Milaan zette Bernard Hinault alsnog orde op zaken en legde hij de basis voor zijn eerste Giro-zege. Visentini werd uiteindelijk negende op ruim 20 minuten.

Een jaar later won de ...

Door Fred van Slogteren, 22 mei 2006 10:00

Thijs Verhagen (1981)

Hij was twintig jaar toen hij in 2002 wereldkampioen werd in het veldrijden bij de beloften. De Belgen waren al net zo oppermachtig als nu en zij hadden er helemaal niet op gerekend dat zo’n kaaskop in hun eigen Zolder de wereldtitel afsnoepte van hun favorieten Commeyne en Jakobs. Richard Groenendaal toonde diep respect voor zijn provinciegenoot uit Erp die zich niet door het samenwerkende Belgenduo in het pak liet steken. “Hij is net een terriër”, zei Groenendaal bewonderend. Kort daarna had ik een gesprek met hem en het viel me op hoe goed die jonge jongen zijn succes kon relativeren. Die eigenschap zal hem goed van pas gekomen zijn in de jaren die volgden. Want Thijs kreeg last van vermoeidheidsverschijnselen. Hij was niet meer vooruit te branden en een lange reeks onderzoeken volgden. Hij is nog steeds niet terug en zijn laatste uitslag dateert van 2003. Ja, zo kan het ook gaan in het leven. De wereld ligt voor je open en dan grijpt het noodlot in. Sterkte Thijs en een prettige verjaardag. (© Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 22 mei 2006 0:00

De Waalse Pool

Van de week weer een pikant verhaaltje uit de Giro in de Volkskrant. Over Marc Sergeant die in de bus duikt bij zijn oude strijdmakker Johan Bruyneel. Gewoon om even de fietspomp te lenen, denk ik dan. Maar de story insinueert een mogelijk nieuw monsterverbond tussen twee machtsblokken. L’histoire se repète. Ik moet dan weer onwillekeurig terugdenken aan die Vuelta van ’89 toen de Colombianen nog niet echt gewend waren aan het Europese beroepsrennerswereldje, waarin het niet alleen belangrijk is om hard te kunnen fietsen. Zeker zo wezenlijk is het om te weten wanneer je de pedalen wat gezwinder rond moet duwen. Voor de gemiddelde Colombiaanse sportjournalist is het licht aan het eind van de tunnel dan nog ver weg. Pedro Delgado geeft aan ‘den eenvoudigen Russischen traktorbestuurder Ivan Ivanov ‘ in gesloten couvert het adres van zijn kruidendokter en gelijk is half Zuid-Amerika in rep en roer. Omkoping. Corruptie, moord en brand. Redenen genoeg voor een staatsgreep. Hoe is het mogelijk! Redelijk naïef toch, om te veronderstellen dat voor het vertrek even 'n envelopje met 2500 dollar overhandigd wordt. Wat de Colombiaanse persmuskieten nog niet in de peiling hebben, is artikel 1 van de ongeschreven wetten van het cyclisme. Daarin staat dat bij onverschillig welke afrekening dan ook, pottenkijkers nooit welkom zijn.

Een van de betere lokaliteiten is nog altijd: het café. Sociaal knooppunt. Je komt er voor een enkel glas, 'n goed gesprek. Of zoiets. Bijzondere aantrekkingskracht had ...

Door Fred van Slogteren, 21 mei 2006 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 987 988 989 990 991 992 993 994 995 996 997 ... 1020 1021 1022 Volgende »