ad ad ad ad

Slogblog


Namens Jan Houterman, Peter R. de Fiets, Henk Theuns, Wim van Eyle, Otto Beaujon en Hans Middelveld en de meewerkende fotografen wens ik alle trouwe en incidentele bezoekers van http;//wielersport.slogblog.nl hele fijne kerstdagen. Blijf kijken want ook met de kerst wordt de inhoud dagelijks aangevuld.

Groet!

Fred

Door Fred van Slogteren, 24 december 2006 23:00

© Hans Middelveld

Ik denk dat de zetter geen groter letterkorps in voorraad had, anders had hij die gebruikt om het achtervolgingsduel Coppi tegen Schulte aan te kondigen. Dat was op 30 augustus 1949 een dag voor de toenmalige Koninginnedag, en het stadion zat mudjevol. Het waren de revanches van de wereldkampioenschappen van dat jaar en de indruk wordt gewekt dat de finale achtervolging beroepsrenners ook tussen de Italiaan en de Nederlander was gegaan. Maar dat was niet zo. Coppi was in Kopenhagen wel wereldkampioen geworden, maar de andere finalist was daar de Luxemburger Lucien Gillen. Schulte heeft helemaal niet ...

Door Fred van Slogteren, 24 december 2006 10:00

Michel CORNELISSE (1965, Nederland)

Michel is met de fiets en de bal opgegroeid. Zijn vader is oud-beroepsrenner Henk Cornelisse en zijn oom is Rink Cornelisse, eveneens een oud-prof. Van moeders kant is het alles voetbal wat de klok sloeg. Opa Kuki Krol was een begaafde rechtsbuiten in VVA, de voetbalclub van de zeeheldenbuurt, waar ik zelf geboren en getogen ben. Maar Kuuk had ook een fietsenzaak in de Kinkerstraat. Hij is bovendien de vader van Ruud Krol, een van de beste en elegantste verdedigers die ons land gekend heeft. Wat al die Krollen en Cornelisses gemeen hebben is dat het allemaal ras-Amsterdammers zijn. Amsterdam is zowel een voetbal- als een wielerstad, alleen is het van actieve beleving helaas overgegaan naar passiviteit. In het eerste van Ajax vormen de Amsterdammers al jaren een minderheid en in het wielrennen is Michel een van de laatste goede renners geweest met een Mokumse tongval. Als je dat vergelijkt met de jaren vijftig is dat een schrijnend verschil, want toen had je wel twintig à dertig Amsterdamse renners die zich met de amateurtop van Nederland konden meten. Na Michel is er volgens mij alleen nog Thorwald Veneberg geweest, maar hoe Amsterdams die precies is, weet ik niet. In ieder geval was Michel Cornelisse een goede renner. Als amateur veelbelovend, wat er bij de profs helaas niet helemaal is uitgekomen. Bij gebrek aan kansen in het grote werk werd hij een specialist in de Belgische kermiskoersen en dat mag je niet onderschatten. Wie meent dat dat een soort criteriums zijn, vergist zich. Een jonge renner die verder wil komen doet er goed aan van de criteriums in Nederland weg te blijven en in Vlaanderen kermiskoersen te gaan rijden. Ik weet dat een man als Jan Raas daar het vak heeft geleerd. Een kermiskoerser rijdt geen rondje rond de kermis of de kerk, maar maakt een fikse lus rond het dorp, met vaak slechte wegen die door tractoren en boerenkarren aan gort zijn gereden. En als het regent dan liggen er van die gore gele plassen die het koersen extra bemoeilijken. Als je daarin specialist bent dan ben je voor mij een goede wielrenner. (Foto: © Guus de Jong)

Door Fred van Slogteren, 24 december 2006 0:00

Het wielerverhaal is op deze weblog wat weggesukkeld. Dat is jammer want het lijden en afzien binnen onze sport leent zich bij uitstek voor literair getinte bespiegelingen. Maar gelukkig kreeg ik een mail met een mooi verhaal van de 21-jarige Frank Heinen, student Nederlands te Utrecht. Frank is geen wielrenner. Hij heeft wel gevoetbald en stond ook fanatiek op de judomat, maar zijn passie is lezen. En korte verhalen en columns schrijven waarvan hij er sommige al heeft gepubliceerd in De Volkskrant en het NRC Handelsblad. Begin 2007 verschijnt een van zijn verhalen in het literaire tijdschrift Lava Literair. Onder het vele leesvoer dat zijn ogen bereikt zit ook sportliteratuur. Omdat de wielersport een populair genre is, is er een ruim aanbod. Overwegend non-fiction en Frank besloot zich daar als schrijver (nog) niet aan te wagen, maar zijn pen aan zijn fantasie te koppelen om tot mooie literaire verhalen te komen. Hierbij een mooie bijdrage over het schrikbeeld van iedere renner: De Bezemwagen.

In de bezemwagen

De daad op zich is niet eens zo bijzonder. Je klikt je schoentjes uit de toeclips, remt langzaam af en zet voet aan de grond. Per dag doen tientallen renners het. Nooit is het een dramatisch moment, zelden vraagt men zich af of ze er de brui aan geven. Dat doen ze dan ook bijna nooit. Ze pissen hun blaas leeg en vervolgen hun weg.
De dramatiek waar de verslaggevers altijd zo naarstig naar op zoek zijn, ontbreekt volledig bij de afstappende wielrenner. Man geeft fiets af aan de toegesnelde verantwoordelijke man (nóóit een vrouw), man doet zijn helm af en stapt achterin. De bezemwagen vervolgt zijn weg. Journalisten proberen het nog wat te dramatiseren door melding te maken van een wanhopige blik op het uitgemergelde gelaat van de renner. Onzin. Afstappen is een plan dat langzaam rijpt in het hoofd van een coureur, een onontkoombaar gegeven dat van geen ontkenning behoeft. Je gaat jezelf executeren, de vraag is alleen nog hoe lang je de executie uitstelt.
De jongen naast me kijkt zwijgend uit het raampje van de bezemwagen. Zijn ogen zijn die van ...

Door Fred van Slogteren, 23 december 2006 10:00

Jens HEPPNER (1964, Duitsland)

Een van de laatste der Mohikanen, als we renners uit het voormalige Oost-Duitsland tenminste met indianen mogen vergelijken. De naam Jens Heppner was al in 1982 in het nieuws toen de 17-jarige krachtpatser wereldkampioen ploegentijdrit bij de junioren werd. Hij was toen al acht jaar met wielrennen bezig. Afgeknepen en gekneed in de Oost-Duitse wielerscholen ging hij een toekomst als staatsamateur tegemoet met een zege in de Vredeskoers en een of meer wereldtitels als hoogst bereikbare objectieven. Maar toen hij 24 jaar was kwam Die Wende en de grenzen gingen open voor de topamateurs uit het Oostblok. Heppner kwam bij de Panasonic-ploeg van Peter Post terecht, samen met zijn landgenoot Olaf Ludwig. Ludwig bouwde bij Post een fraaie carrière op, maar Heppner ging na een jaar terug naar Duitsland waar hij een plaatsje kreeg bij het net opgerichte Team Telekom, de voorloper van T-Mobile. Onder Godefroot realiseerde hij een degelijke palmares met overwinningen in het nationaal kampioenschap op de weg, de Ronde van Duitsland, de Tour du Limousin, de Regio Tour en Rund um Köln. In de grote ronden deed hij ook van zich spreken met een tiende plaats in de eindrangschikking van de Tour de France, terwijl hij elf dagen aan de leiding reed in de Giro. In Nederland is hij het bekendst geworden door die bizarre finale van de 19e etappe van Montbéliard naar Dijon in de Tour de France van 1997. Alleen vooruit met Bart Voskamp voerden de twee een merkwaardig schouwspel op in de sprint. De rechtuit spurtende Nederlander voelde plots de uitgeputte Heppner tegen zijn schouder hangen. Om niet te vallen speelde Bart het spel mee en als een omgekeerde hoofdletter V passeerden de twee de eindstreep. Voskamp had met banddikte gewonnen, maar de jury onder leiding van landgenoot Martin Bruin deklasseerde het tweetal en de Italiaan Traversoni kreeg de zege cadeau. Tegenwoordig is Heppner de Duitse commentator van Eurosport en ik zou het leuk vinden als hij als zodanig ook eens zo’n sprint krijgt voorgeschoteld. (Foto: © Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 23 december 2006 0:00

De uitverkiezing van Theo Bos tot Sportman van het Jaar 2006 deed me goed. Een maand geleden moest hij in de strijd om Wielrenner van het Jaar de eer laten aan Michael Boogerd en daar waren veel mensen het niet mee eens. Daarom was het feestje dat hij gisteravond vierde een rechtvaardiging. Het was hartverwarmend hoe hij zijn dankspeechje aanpakte. Iedereen dacht dat hij een papiertje tevoorschijn wilde halen toen hij achter het spreekgestoelte in zijn binnenzak tastte en zijn GSM tevoorschijn toverde. Daar had hij zijn dankwoord in opgeslagen. Op dat moment kwam Bob de Jong in beeld, de sympathieke schaatser die het ook zo had verdiend. Een mooi plaatje waar de teleurstelling van af droop. Dat was heel anders bij ...

Door Fred van Slogteren, 22 december 2006 21:00

Vrijwilligers gezocht!

© Philip van der Ploeg

Als promotie voor de Ronde van het Groene Hart, een nieuwe profronde die op 25 maart 2007 verreden wordt, ben ik bezig een boekje te maken. In dat boekje komen 26 beroemde, bekende, minder bekende en onbekende Nederlanders aan het woord die iets betekenen of betekend hebben in sporten waar de fiets een belangrijke rol in speelt. Enkele namen zijn Joop Zoetemelk, Jan Janssen, Leontien van Moorsel, Peter Post, Henk Angenent, Axel Koenders, Theo de Rooy, Bram de Groot en Peter Schep. Zij hebben gemeen dat ze in het Groene Hart geboren zijn, er wonen of hebben gewoond en in het Groene Hart dagelijks hun persoonlijke trainings- of recreatierondje hebben gereden. Al die rondjes worden in het boekje gepubliceerd om door recreanten en toerfietsers nagereden te kunnen worden. Het spreekt vanzelf dat die routes tot op de meter nauwkeurig moeten kloppen en daarom moeten ze op juistheid gecontroleerd worden.
In verband hiermee ben ik op zoek naar mensen met veel vrije tijd die een of meer van die rondjes per fiets of brommer willen narijden om de details te checken en de juiste afstand te meten. Als beloning zullen ze op die dag als VIP-gast van de organisatie aanwezig zijn bij het hele gebeuren rond de finish in Woerden. En daar wordt het echt leuk.
Kandidaten kunnen zich met hun telefoonnummer aanmelden op fred@slogblog.nl Ik neem dan zo spoedig mogelijk contact op.

Door Fred van Slogteren, 22 december 2006 12:00

© Otto Beaujon

“Jan Slesker - eigenlijk heette hij Slisser - werd geboren in 1876. Hij was rond de vorige eeuwwisseling een verdienstelijk wielrenner en daarna nog vele jaren gangmaker. Hij maakte als renner deel uit van de beroemde ‘quint Mulder’. Het rijden op een fiets met vijf zitplaatsen is allang uit de tijd, maar de vijfzitters hadden destijds eigen wedstrijden, en reden daarnaast als gangmakers, toen er nog geen gemotoriseerde gangmakers waren. In het boek ‘Een halve eeuw Nederlandsche Wielersport’ van George Hogenkamp, de encyclopedie van het wielrennen van voor de eerste wereldoorlog, staat dat Slesker na zijn rennersloopbaan in 1913 ‘fabrikant te Amsterdam’ werd. In 1929 liet hij samen met ...

Door Fred van Slogteren, 22 december 2006 10:00

Cees HAAST (1938, Nederland)

Ceesje Haast uit Rijsbergen is voor mij synoniem met de Televizier-ploeg. We hadden in de eerste helft van de jaren zestig goede renners, die allemaal in Franse dienst reden. De wielerliefhebbers smachten naar een Nederlandse sponsor en die kwam er in 1964. Het programmablad Televizier besloot in de wielersport te stappen en Kees Pellenaars was de man die dat allemaal moest regelen. Nou had d’n Pel niet zo’n beste reputatie en dat was de reden waarom die Franse Nederlanders er niets voor voelden om voor Televizier te tekenen. De enige uitzonderingen waren Jo de Haan en Bas Maliepaard. Ook Piet van Est en Henk Nijdam – in Belgische dienst – hapten toe en voor de rest haalde d’n Pel jonge renners. Een van hen was Cees Haast. Dat kleine menneke had een zeldzaam talent. Hij kon klimmen. Daarnaast was hij ook een doldrieste aanvaller die daar regelmatig de tol voor moest betalen. Hij was ook een pechvogel en de bekendste beelden die ik van Ceesje op mijn harde schijf heb staan, zijn huilend na weer een valpartij. Pellenaars koesterde hem, maar was niet de ideale ploegleider voor het venijnige klimmertje. Later in zijn carrière reed hij voor de Franse BIC-ploeg en daar kreeg hij te maken met een vakman als Rafaël Geminiani. Als hij die eerder in zijn wielerloopbaan was tegengekomen zou er wellicht meer uit gekomen zijn, maar dat is achteraf natuurlijk makkelijk lullen. Het heeft ook met persoonlijkheid te maken en Cees Haast was niet het type van de vedette, zoals zijn generatiegenoot Jan Janssen duidelijk wel was. Cees was een lieve Brabantse jongen, met de gemoedelijkheid die daar bij hoort. En als hij daar zelf tevreden mee is, wie zijn wij dan? Een vijfde plaats in de Vuelta en een veertiende in de Tour is best mooi om aan je kleinkinderen te vertellen. Er zijn niet veel oud-renners die hem dat na hebben gedaan. (Foto: © Guus de Jong)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 22 december 2006 0:00

MENSEN EN DINGEN UIT DE RONDE VAN FRANKRIJK

door Karel Van Wijnendaele

“Een van de vele boeken van de nestor van de Vlaamse wielerjournalistiek Karel Van Wijnendaele. Dit exemplaar is persoonlijk door de auteur gesigneerd, want ik heb het uit de nalatenschap van Jos Van Landeghem, een andere grote vertegenwoordiger van de Vlaamse wielerjournalistiek. Er staat in: ‘Aan den goede Josse, die voor de velo’s leeft en van de renners droomt, Van Wijnendaele’. De cover is helaas een beetje beschadigd, maar verder is het nog puntgaaf. Het is uitgegeven bij uitgeverij Lannoo in Tielt en het dateert uit 1948. Het telt 192 pagina’s zonder plaatjes. Het is een lovend verhaal over de Rondes van Frankrijk uit de periode 1919 tot de tweede wereldoorlog. Er zijn vier hoofdpersonen, maar alle ...

Door Fred van Slogteren, 21 december 2006 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 987 988 989 990 991 992 993 994 995 996 997 ... 1062 1063 1064 Volgende »