ad ad ad ad

Slogblog


Monique Knol was als kind gek van sport en bij schaatskampioenschappen zat ze fanatiek voor de TV mee te leven. Ze ging zelf schaatsen om tot de ontdekking te komen dat ze het helemaal niet kon. Bij het droogtrainen was ze de fanatiekste van allemaal, maar op de ijzers kon ze haar bereconditie niet omzetten in prestaties. Wat ze ook probeerde, ze kreeg die specifieke techniek niet onder de knie.

Op de fiets ging het beter en haar vriendin, de wielrenster Monique de Bruin, introduceerde haar in 1984 bij de Amersfoortse wielervereniging De Pedaalridders. Daar ontmoette zij de oud-wielrenner Wim Kruis. Hij werd haar trainer, coach, mentor, begeleider en uiteindelijk ook haar levenspartner.

In haar eerste jaar reed ze heel veel clubwedstrijden. Kruis leerde haar alles en dat was een dankbare taak, want Knol had veel talent en ze was leergierig. Ze kon goed alleen rijden en op een glooiend heuvelachtig parkoers kon ze op de macht met iedereen mee. En ze kon razendsnel aankomen. Ze won koersen bij de vleet en al in haar tweede jaar zat ze in de nationale vrouwenselectie. Ze reed veel buitenlandse wedstrijden en al in haar vijfde jaar als wielrenster was ze rijp om te oogsten.

In het peloton was ze ontzettend gedreven en fanatiek en dat werd door haar collega's niet altijd gewaardeerd. Maar daar zit een echte topsporter terecht niet mee. In 1988 reed ze een zwaar programma met het oog op de Olympische Spelen in Seoul. Ze reed de Ronde van Noorwegen, die van Texas, de Tour de l`Aude en Epinal en natuurlijk ook de Tour Féminin, waarin ze vier etappes won. Van winnen kreeg ze een geweldige kick.

Er was wel altijd stress en daar kon ze aanvankelijk niet mee omgaan. Maar ook dat kun je leren en zo werkte Monique op alle fronten aan haar progressie om op de Olympische Spelen het hoogtepunt van haar carrière te bereiken. Ze ging in Zuid-Korea van start in een driemansploeg met Cora Westland en Heleen Hage. Cora zou haar gedurende de hele wedstrijd bijstaan en de steun van Heleen zou afhangen van het verloop van de koers.

Het parkoers was zo plat als een dubbeltje en Jeannie Longo voorspelde daags tevoren al dat er op dit rondje maar één kanshebster was: Monique Knol. Niet dat Longo het haar gunde, want ze had Monique uit pure woede al eens in het gezicht geslagen nadat ze in de sprint door de struise Hollandse was verslagen.

De voorspelling van de Française kwam uit, maar het was niet makkelijk. Op een kilometer voor het einde zat Knol helemaal ingesloten en haar kansen leken verkeken. Toen kwam de genadeloze topsportster in haar boven. Vloekend en schreeuwend werkte ze zich naar voren. Op vierhonderd meter voor de streep was daar plots het gaatje en ze stortte zich er in. Als een oranjekleurig projectiel knalde ze uit de loop van het peloton en ver voor de finish kwamen de armen jubelend omhoog en schreeuwend van geluk ging ze over de streep. OLYMPISCH GOUD!!!

Ze was daarna de onbetwiste vedette van het Nederlandse vrouwenwielrennen en de ster van de Nederlandse selectie. Dat beeld trof Piet Hoekstra aan toen hij in 1989 als bondscoach aantrad. Hij kon eigenlijk maar drie vrouwen uit de bestaande selectie gebruiken en dat waren Knol, Monique de Bruin en Cora Westland. Hij bracht de nationale ploeg op sterkte na oproepen in de media en het houden van clinics in het hele land. Zo haalde hij ook ene Leontien van Moorsel bij de selectie, die toen ijverig trainde onder de hoede van Egbert van `t Oever.

Hoekstra was door de KNWU aangesteld om het Nederlandse vrouwenwielrennen, na het succes in Seoul, verder uit te bouwen om internationaal met de grote landen te kunnen wedijveren. De Olympische medaille van Monique mocht niet als een incident de boeken ingaan. Volgens Hoekstra had hij Knol graag willen herprogrammeren, maar gezien haar status en ervaring was dat een onmogelijke opgave. Wel zag hij haar als een pijler voor de ploeg die in de WK ploegentijdrit van 1990 wereldkampioen moest worden.

Voor het overige moest er veel gebeuren in de selectie. "De beste vrouwen van dat moment waren Longo en Marsal en die wogen elk nog geen vijftig kilo. Je hoefde alleen maar naar onze meiden te kijken om te zien waarom ze internationaal niet mee konden. Het vetpercentage moest omlaag en ik stelde een grens van twintig procent, anders konden ze vertrekken", aldus Hoekstra.

Monique Knol trok zich daar weinig van aan en ze ging op haar manier verder met haar carrière en met winnen. Aan tafel met de selectie zat zij met een flink bord pasta, terwijl de andere meiden zaten te miezemuizen om maar zo weinig mogelijk naar binnen te hoeven werken. "Ze waren op een gegeven moment zo mager als een lat en de spieren lagen boven op hun poten. Maar rijen als de brandweer. Ze reden puur op moraal en de een na de ander ging er onderdoor. Het was zielig om te zien", herinnert Monique Knol zich.
... Lees meer


Door Fred van Slogteren, 31 maart 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ALBERIO, Tomas (1989, Italië)
CAVALLARI, Stefano (1978, Italië)
COONE, Jef (1934, † 11.11.2002, Nederland)
DAVID, Tom (1990, Nieuw Zeeland)
EECKHOUT, Joke (1979, België)
GARCIA ETXEGUIBEL, Egoitz (1986, Spanje)
KINGMA, Marten (1871, † 26.05.1962, Nederland)
LEIJEN, Steven van (1990, Nederland)
MAESSEN, Willie (1956, Nederland)
MAITLAND, Robert (1924, † 26.08.2010, Groot Brittannië)
OPEL, Fritz (1875, † 20.08.1938, Duitsland)
SCHÖFFMANN, Martin (1987, Oostenrijk)
VAZQUEZ HUESO, Manuel (1981, Spanje)
VERMOTE, Michel (1963, België)
PETERS, Alex (1994, Groot-Brittannië)
WÜRTZ SCHMIDT, Mads (1994, Denemarken)

of ons op deze datum ontvielen:
BAKKER, Kees (1988, † 31.03.1988, Nederland)
GARIN, Ambroise (1969, † 31.03.1969, Frankrijk)
GIJSSELS, Romain (1978, † 31.03.1978, België)
PUSCHEL, Dieter (1992, † 31.03.1992, Duitsland)
Door Fred van Slogteren, 31 maart 2017 0:00

DE ERFENIS VAN BRIEK

door Rik Vanwalleghem en Anna Luyten

Volgens de auteurs is dit kleine boekje (13x18 cntimeter) een breviertje om op zak te houden. Een verzameling van uitspraken over gedragregels en levensbeschouwelijke kwesties.

Het is een ode aan de vader van alle Flandriens, een ode aan het mooie en eenvoudige leven van weleer: Briek Schotte, de laatste der Flandriens uit Kanegem.

Een brevier is een gebedenboek en bidden is even stilstaan bij de ernst van het leven om even te bekomen van het voorbijhollen van onze houvasten.

Dat kan enkele dagen voor de Vlaamse Hoogmis plaatsvindt geen kwaad, zeker als je wortels in het katholicisme liggen. Want de kerk en de koers hoorden bij elkaar in de tijd van Briek.

Als we de teksten in het boekje moeten geloven brengen de wijsheden van Briek soelaas, want hij leeft voort in woorden en waarden, in mensen, in landschappen, in uitspraken die de eeuwigheid zullen trotseren.

Briek zorgt voor ankertjes, kapsteentjes, kapstokjes waar we heel ons leven aan kunnen ophangen. Dit tranendal heeft schraagjes nodig, stutten waar de toekomst op kan leunen.

Briek leeft voort. In de troostende gedachten, de vrolijke inzichten en de volksfilosofische doordenkertjes die hij ons naliet. Of in de hoofden van mensen, in beelden en taferelen, in objecten die zijn stempel dragen.

het is allemaal zo Vlaams en Rooms dat het voor de Keeskop, d’n Ollander soms komisch aandoet. Maar de wijsheden van Briek zijn even simpel als de moeite waard. Hij was wat dat betreft een voorloper van Johan Cruijff.

Zie hier: ‘Koersen is simpel: “Ge moet weten wanneer dat ge rap moet rijden, en ge moet vooral weten wanneer dat ge niet rap moet rijden.” Geen speld tussen te krijgen.

Met doping was Briek ook gauw klaar: “In het leven is het zoals in de koers: er zijn geen wondermiddelen. Als ge het niet kunt zonder vitessepillen, gaat ge het ook niet kunnen mèt vitessepillen.”
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 30 maart 2017 12:00

Huub Vinken uit Geleen debuteerde in 1943 bij de nieuwelingen en als zestienjarige liet hij direct zien over talent te beschikken. Hij was slim en rap en een rennertje met een winnaarsmentaliteit.

Al een jaar later won hij vier koersen, maar zijn verdere opmars werd door ziekte gestuit. Het kostte hem twee jaar, maar in 1947 was hij weer present. Zijn talent had niet onder die onderbreking geleden en al spoedig behaalde hij weer overwinningen, zowel op de weg als op de baan.

Hij ontwikkelde zich voorspoedig en in 1949 werd hij als amateur geselecteerd voor het wereldkampioenschap op de weg dat in Denemarken werd verreden.

Dat kampioenschap werd voor Nederland een grandioos succes, want de Amsterdammer Henk Faanhof werd wereldkampioen en Huub Vinken derde. Twee Nederlanders op het erepodium met de Luxemburger Henri Kass daar als tweede tussenin.

Het jaar daarop werd Vinken beroepsrenner. Het werd geen grootse carrière en die duurde dan ook maar vier jaar. Hij reed hoofdzakelijk criteriums en hij won er twee. Beide in 1952 zijn beste jaar toen hij zowel in Den Bosch als in Maastricht winnend over de finish ging. Verder won hij dat jaar een etappe in de Ronde van Nederland.

Het was de afsluitende rit van Rotterdam naar Amsterdam over 145 kilometer en Vinken won de sprint van een kopgroep van vier. De Bosschenaar Frans Vos werd tweede, de Zaankanter Cor Bakker derde en de Alkmaarder Piet Evers vierde. In de eindstand vinden we Vinken terug op de 27ste plaats op ruim 45 minuten achterstand op de Belgische winnaar Jean Bogaerts.

Die etappe eindigde op de betonnen baan van het Olympisch Stadion waar hij twee jaar eerder als amateur kampioen van Nederland was geworden in het nummer vijftig kilometer zonder gangmaking. Diezelfde titel won hij in 1952 nog eens, maar toen bij de beroepsrenners. In 1953 vroeg hij wel een licentie aan, maar hij kwam nauwelijks nog in actie.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 30 maart 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BELMANS, Else (1983, België)
CONTI, Valerio (1993, Italië)
FRAPPORTI, Marco (1985, Italië)
FRITZ, Albert (1947, Duitsland)
HARMS, Jos (1984, Nederland)
SCHUURING, Cor (1942, Nederland)
STELT, Robbert van der (1979, Nederland)
VAN COMPERNOLLE, Kenneth (1988, België)
DOEDÉE, Renske (1986, Nederland)
HART, Tao Geoghegan (1995, Groot Brittannië)

of ons op deze datum ontvielen:
BINDA, Albino (1976, † 30.03.1976, Italië)
VINKEN, Huub (2010, † 30.03.2010, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 30 maart 2017 0:00

Het was in de jaren tachtig niet altijd makkelijk om als beroepsrenner de kost te verdienen. Tenminste als je niet goed genoeg werd bevonden door Peter Post, Jan Raas, Cees Priem of Jan Gisbers om voor hun ploegen te rijden.

Gelukkig waren er in die tijd ook kleinere sponsors om renners op te vangen die het plan hadden opgevat om als beroepsrenner het dagelijks brood bijeen te fietsen. Voor een boterham kon je dan bijvoorbeeld bij de onlangs overleden Jos Elen terecht.

Dan had je een boterham en kon je in de criteriums het beleg verdienen. Ploegen als Jos Elen waren er meer, maar niet genoeg om alle wielrenners met profaspiraties onderdak te bieden.

Tot er iemand in 1988 met een nieuw en volstrekt uniek concept kwam dat The Zero Boys werd genoemd. De renners kregen een fiets en deze trui. Met een grote nul op voor en achterkant.

Met de toen nieuwe razendsnelle techniek om shirts te bedrukken kon de renner dan in de plaats waar hij ’s avonds een criterium moest rijden langs de plaatselijke middenstand gaan om een winkelier zo gek te krijgen om voor een paar honderd gulden zijn bedrijfsnaam binnen die nul te laten drukken.

Vaak lukte dat niet en dan bleef de binnencirkel van die grote nul maagdelijk, maar als het lukte dan reed zo’n renner die avond zijn rondjes namens Schoenmakerij De Ossekop of Herenkapsalon Rolman. Ik roep maar wat.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 29 maart 2017 12:00

Ook weer zo’n Italiaanse naam die klinkt als een regel uit een vers van Dante, maar na enig gezoek kwam ik er achter dat Bevilacqua zoiets betekent als drinkwater. Toon Drinkwater dus, die pas op zijn 23ste met wielrennen begon.

Hij was onderwijzer op een dorpsschooltje en dat betaalde slecht. Renners die laat beginnen worden vaak sterke hardrijders die moeite hebben met in de wielen rijden.

Er was een wielerbaantje in de buurt van zijn woonplaats San Angelo en al in 1943 (hij was toen pas twee jaar wielrenner) werd hij Italiaans kampioen achtervolging.

In 1946 werd hij prof en drie jaar later werd hij Italiaans kampioen. Zijn topjaar was 1950 toen hij zowel Italiaans kampioen werd op de weg als in de achtervolging en in dat laatste onderdeel werd hij ook wereldkampioen.

Een jaar later werd hij weer wereldkampioen en won hij ook Parijs-Roubaix. Hij was dus ook een uitstekend wegrenner die vooral in klassiekers uitblonk.

In Nederland is Bevilacqua vooral bekend gebleven vanwege zijn merkwaardige rol in het WK achtervolging 1948 in Amsterdam. Vier renners drongen tot de halve finales door. De grote Fausto Coppi was de grote favoriet en de Zwitser Hugo Koblet werd eveneens gezien als een grote kanshebber.

Gerrit Schulte en Antonio Bevilacqua werden veel minder kansen toegedicht. Het lot besliste dat Koblet met Schulte moest afrekenen en Coppi met Bevilacqua.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 29 maart 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ASTARLOA ASCASIBAR, Igor (1976, Spanje)
BEIKIRCH, Andreas (1970, Duitsland)
COBER, Wil (1910, † 00.00.0000, Nederland)
DE MULDER, Marcel (1928, † 18.05.2011, België)
DE WEERDT, Sven (1978, België)
FELLINE, Fabio (1990, Italië)
GROEN, Ron (1962, Nederland)
HABETS, Jean (1961, Nederland)
HERTOG, Nidi den (1952, Nederland)
HUIZENGA, Jenning (1984, Nederland)
HUVENEERS, Barend (1955, Nederland)
KUREK, Adrian (1988, Polen)
LASCA, Francesco (1988, Italië)
URTASUN PEREZ, Pablo (1980, Spanje)
VAN DER VEKEN, Jorn (1982, België)
VASTARANTA, Jukka (1984, Finland)
VEIKKANEN, Jussi (1981, Finland)
WEILENMANN, Gottfried (1920, Zwitserland)

of ons op deze datum ontvielen:
LOPEZ CARRIL, Vicente (1980, † 29.03.1980, Spanje)
TESSELAAR, Hans (2009, † 29.03.2009, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 29 maart 2017 0:00

Aanstaande zondag is de dag van de Ronde van Vlaanderen. Tot 19 maart zag ik die dag met enige zorg tegemoet. Op 2 april staat niet alleen Vlaanderens Mooiste op het programmamaar ook de kraker Ajax-Feyenoord met de landstitel als inzet.

Maar na de wanprestatie van de Amsterdammers tegen Excelsior is er van spanning in de eredivisie geen sprake meer en kan Feyenoord – wat mij betreft - probleemloos op de titel afgaan, ook al zouden de Rotterdammers in de Arena verliezen.

Heel anders is het in de Ronde van Vlaanderen, want niemand weet de uitslag. Natuurlijk zijn Peter Sagan en Greg Van Avermaet de grote favorieten. Vooral de Belg is bezig aan een geweldig seizoen met al drie klassieke zeges in de tas.

In een koers als de Ronde van Vlaanderen kan er zoveel gebeuren dat er veel meer renners dan die twee kanshebber zijn. Hoewel hij in Gent-Wevelgem omstreden was, toonde Niki Terpstra aan in vorm te zijn. In tegenstelling tot Lars Boom, die nu openlijk door ploegleider Jantje Boven op zijn nummer is gezet.

Afgelopen donderdag in het Utrechtse Wielercafé hadden we twee voormalige winnaars van de Ronde van Vlaanderen als gasten. Kees Bal won in 1974 en Adrie van de Poel was twaalf jaar later winnaar.

Beide heren vertelden een prachtig verhaal over hun leven. Bal zonder schroom over zijn dieptepunten en dat ene hoogtepunt. Wat ik jaren voor een erkenning van zijn grote talent had gezien noemde hij die avond een fout. Tekenen voor de Molteni-ploeg van Eddy Merckx was voor hem iets dat hij niet had moeten doen. Hij was een groot talent en dat werd, terwijl hijzelf nog ambities had, voor jaren ondergeschikt gemaakt aan het kannibalisme van de grootste renner aller tijden.

Van Adrie van der Poel hoorden we dat hij graag architect was geworden. Dat had ook van zijn ouders gemogen, maar na een zeer matig begin van zijn wielerloopbaan begon hij ineens prijs te rijden en af en toe een koersje te winnen. Het toeval bepaalde verder zijn levensloop. Hij werd een gevierd renner met een lange carrière en een indrukwekkende erelijst. Behalve de Ronde van Vlaanderen staan daar ook zeges op in Luik-Bastenaken-Luik, de Amstel Gold Race, Parijs-Tours en Parijs-Brussel.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 28 maart 2017 12:00

In het Amsterdamse wielermilieu van kort na de Tweede Wereldoorlog speelde Ad Schotman een belangrijke rol. Hij was geen grote renner, maar wel iemand die zijn prijsjes reed in de Amsterdamse straatrondjes en op de baan van het Olympisch Stadion.

Hij dankte zijn succesjes hoofdzakelijk aan zijn eindschot, waarmee hij niet tot de snelsten behoorde maar waarmee hij wel veel ereplaatsen pakte.

Zoals bij de Nederlandse kampioenschappen waar hij op de sprint verschillende tweede en derde plaatsen behaalde. Eén keer was hij kampioen van Nederland op het nummer 50 kilometer zonder gangmaking.

Dat was in 1951 en dat is de parel van zijn verder bescheiden palmares. In 1948 was hij samen met Patsi Willekes genomineerd voor de Olympische Spelen op de tandem (op de foto is Schotman de stuurman).

Het olympisch kostuum was ze reeds aangemeten, maar het feest ging op het laatste moment niet door.

De belangrijke rol, waarop ik doel, was het feit dat hij een bindende figuur was. Dat kwam door zijn minzame, vaderlijke karakter maar ook door de locatie van de fietsenwinkel van zijn vader aan de Jan van Galenstraat hoek Hoofdweg in Amsterdam.

Dat was toen de grens van de hoofdstad, omdat nog aan de gigantische nieuwbouw, die Nieuw West is gaan heten, begonnen moest worden.

Daar verzamelden iedere ochtend tientallen renners uit heel Amsterdam bij de winkel van Schotman om vandaar te gaan trainen richting Halfweg, Haarlem, Zandvoort en Kraantje Lek.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 28 maart 2017 9:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 1001 1002 1003 Volgende »