Martin VAN GENEUGDEN (1932, België)
Een klasbak deze coureur uit Belgisch Limburg. Hij had veel inhoud en hij was snel. Hij won in zijn loopbaan maar liefst 204 bloementuilen in zeer uiteenlopende wedstrijden. Hij was goed in eendagskoersen, maar ook in rondritten. Hij won zes etappes in de Tour de France en hij excelleerde ook enkele malen in Bordeaux-Parijs, de monsterrit die hij helaas niet op zijn palmares heeft staan. Zijn belangrijkste overwinning in eigen land was zijn zege in Dwars door België in 1962. Een loodzware koers met bijna uitsluitend karakterrenners op de erelijst. Van Geneugden is een vrolijke man, die nog altijd positief in het leven staat. Hij maakte echter de fout om na zijn carrière te gaan kotsen. Hij bracht een aantal verhalen naar buiten over dopinggebruik en dat moet je niet doen. Dan wordt je door de wielerkerk geëxcommuniceerd. Als je dan zonodig moet praten doe het dan als actief renner en vergeet daarbij dan niet je eigen rol, wordt dan altijd gezegd. Maar dat heeft Van Geneugden niet gedaan, waardoor zijn persoon voor sommige van zijn tijdgenoten persona non grata is. Hij zit er niet mee, want hoewel zijn gezondheid de laatste jaren te wensen overlaat is de Genkenaar nog altijd een goedlachse man en in eigen streek een graag geziene gast in forums bij sportbijeenkomsten. Vorig jaar kwam hij nog in het nieuws als lijstduwer van de politieke partij PVDA in zijn woonplaats Genk. Snel is hij niet meer, want hij beweegt zich voort met een stokje, maar de gulle lach heeft weinig aanmoediging nodig om vol door te breken. De driekwart eeuw maakt hij vandaag vol en de spirit is nog volop aanwezig om er nog een paar jaar aan vast te plakken.
Wat staat er nog meer in het geboorteregister?
Lees meer...




1952 was voor mij een ellendig jaar. Als jongetje had ik me jarenlang in niets onderscheiden van mijn vriendjes en toen greep de natuur wreed in. Ik ging groeien. Niet een stukkie, maar wel een halve meter in nog geen jaar. Mijn lichaamsgewicht werd ineens over veel meer centimeters verdeeld en als een elastiek werd ik uitgerekt. Van een gemiddeld jongetje werd ik een lange, breekbare slungel. Mijn ouders prezen me de hemel in, want aan lengte kleefde alleen maar voordelen, zeiden ze. Maar de kinderen in mijn klas dachten daar heel anders over en iedere passant op straat informeerde of het boven koud was. Ik voelde me diep ongelukkig en als iemand mij op dat moment een cursus zelfdoding had voorgesteld, zou ik het ernstig hebben overwogen. Maar in juli 1952 was daar ineens Tourdebutant Jan Nolten. Op het cinemadoek van Cineac Reguliersbree. Een lange sliert met net zulke dunne staken als ik had en hetzelfde magere koppie met dat blonde achterover gekamde haar met brylcream. Een schok van herkenning en hoop. Want die slungel uit Limburg was in het hooggebergte van de Tour de France wel even zelf gaan voelen of het boven koud was en hij had op de Col de la Turbie Jean Dotto verslagen en op de Puy de Dôme Bartali, Geminiani en Robic achter zich gelaten en bijna Fausto Coppi geklopt. Er was dus hoop. Wat hij met dat onooglijke lijf kon, moest ook voor mij zijn weggelegd, dacht ik en de eerste voorbijganger die naar de temperatuur op mijn hoogte informeerde, kreeg de wedervraag of het daar beneden stonk. Ik liep op wolken en ik durf te stellen dat Jan Nolten mij destijds, zonder het te weten, een stuk zelfvertrouwen heeft geschonken. In augustus jongstleden stond ik tijdens de Eneco Tour in Landgraaf oog in oog met mijn evenbeeld van toen. In zijn lengte had ik mij niet vergist. Met Jefke Janssen aan zijn zijde geleek hij op Watt met Halfwatt. Ik overwoog even om hem over 1952 te vertellen. Ik heb het niet gedaan, omdat ik niet het gevoel had dat hij me daarna nog voor vol zou aanzien. Een beetje gêne mag een mens toch houden, lijkt me. Toch bedankt Jan, al weet je niet waarom.
Hans behoort tot de renners van wie de carrière voortijdig is afgebroken door het fenomeen hartritmestoornissen. Tot die categorie behoren ook klasbakken als Rini Wagtmans en Danny Nelissen. Er zijn er ook die die waarschuwing niet gekregen hebben en nu niet meer onder ons zijn. Ik ben geen medicus, maar er zijn volgens mij teveel (oud)wielrenners en wielrensters veel te jong om het leven gekomen door een hartstilstand. Bij ieder bericht daarover verbaas ik me weer dat iedereen zich ontzettend druk maakt over doping, terwijl hartstilstanden als een voldongen feit worden geaccepteerd. Waren die gevallen niet te voorkomen geweest door een diepgaand hartonderzoek bij het begin van een carrière? Toen vorig jaar een voetballer om het leven kwam door een hartstilstand zag ik op TV een item, waarin een volleyballster vertelde dat ze vrijwillig een hartonderzoek had laten doen. Toen werd een kleine hartafwijking vastgesteld die door een operatie verholpen is. Van een potentiële hartstilstanddode is ze nu weer een gezonde sportvrouw. Nooit meer iets van gehoord of over gelezen, doodse stilte. Terwijl er vrijwel wekelijks kolommen worden volgeschreven over doping, waardoor nog geen enkele dode is gevallen. Ik begrijp dit totaal niet. Gelukkig zijn Rini Wagtmans, Danny Nelissen en ook Hans Daams tijdig gewaarschuwd. Hans kan terugkijken op een korte maar mooie carrière als beroepsrenner en hij is nu eigenaar van een bloeiende racefietsspeciaalzaak in Valkenswaard. Kan niet eens een cardioloog - met een passie voor de (wieler)sport - met een deskundig en begrijpelijk antwoord reageren? (Foto: archief Wim van Eyle)
Het mooiste vond ik altijd zijn stijl, Doodstil op de fiets, alleen de slanke beentjes maalden en dan die licht wiegelende gang. Een prachtige afgetrainde atleet. En dat is hij als 84-jarige nog steeds. Het is niet te geloven hoe fantastisch die man nog fietst op zijn Jan Janssen, die hij van zijn vrienden cadeau kreeg ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag. Het ravenzwarte haar is allang wit geworden en de gelooide bruine huid verraadt het leven van een buitenman. Hij was een echte beroepsrenner, zo eentje die een gulden doormidden beet, met een voor die tijd rijke palmares. Een heel succesvolle renner. In de jaren vijftig behoorde hij met Wim van Est en Wout Wagtmans tot de top van Nederland. Hij droeg het roze van de Giro en het geel van de Tour en op de Olympische Spelen van 1948 behaalde hij een zilveren medaille in de wegwedstrijd. Toen ik eens bij hem thuis was om over die wedstrijd te praten, vroeg ik of ik die medaille mocht zien. Hij had hem niet meer. Een neefje had hem eens geleend en nooit meer teruggebracht. Maar Gerrit zat er niet mee, hij kan alles perfect relativeren. Wat ik ook altijd in hem heb gewaardeerd is het feit dat hij altijd zegt waar het op staat. Hij is geen ruziezoeker, maar als hij vindt dat hij door iemand tekort is gedaan dan windt hij er geen doekjes om. Vierentachtig jaar en nog altijd een sieraad voor de wielersport. (Foto: © Henk Theuns)
Ik heb hem vorige week tijdens de presentatie van de Rabobankploeg 2007 langdurig bestudeerd, toen hij daar met zijn ploeggenoten zijn opwachting maakte voor de pers. Een jongen die nog jonger oogt dan de 22 jaren die hij vandaag volmaakt. Een prettig open gezicht met een triomfantelijke oogopslag alsof hij wil zeggen dat hij zijn eerste doel heeft bereikt: lid van een gerenommeerde ProTour-ploeg. Ik heb natuurlijk ook nog de beelden voor me van het NK van vorig jaar toen hij vooruit was met Michael Boogerd. Het dialoogje met een interventie vanuit de ploegleidersauto leerde mij en alle kijkers dat Sébastian zijn eisen had gesteld. Het was het moment om zijn troeven op tafel te leggen. Zij waren in hem geïnteresseerd en hij wilde zekerheid. Niet morgen of volgende week, maar nu. Now is the hour, now is the time! Het duidt op een jongen die weet wat hij wil en onconventionele methodes niet schuwt om zijn zin te krijgen. Ik denk dat hij na Thomas Dekker het tweede talent zal zijn dat niet afwacht, maar eist. Op basis van prestaties uiteraard en daar zal hij voor zorgen. In de Rabo Wielergids 2007 lees ik dat hij een liefhebber is die intens van de fiets houdt. Hij werd wat dat betreft vergeleken met zijn ploeggenoot Flecha. De Spanjaard is een renner die er altijd invliegt, zo eentje met schuim op de ziel. Als die vergelijking klopt, staan ons met Sébas mooie tijden te wachten. En dan hoop ik dat zijn ploegleiders wijs genoeg zijn om hem de kans te geven op zijn bek te gaan. Want een groot renner word je met schade en schande. Sébastian Langeveld, onthou die naam. (Foto: © Cor Vos)