ad ad ad ad

Slogblog


PARIS BREST EN RETOUR

door Bernard Déon

Monsterkoersen bestaan niet meer. Het zijn fossielen uit een tijd dat wielerwedstrijden alleen geslaagd waren als de renners volslagen uitgeput en meer dood dan levend over de finish kwamen.

Bordeaux-Parijs heeft het als wedstrijd het langste volgehouden, maar die koers was met z’n circa zeshonderd kilometer helemaal niets vergeleken met Parijs-Brest-Parijs, want die was maar liefst 1200 kilometer lang.

De wedstrijd is tussen 1891 en 1951 overigens maar zeven keer verreden, want het uitgangspunt was om de tien jaar. Dat haperde in 1941. Dat kwam door de Tweede Wereldoorlog die toen in volle gang was en het internationaal wielerverkeer onmogelijk maakte.

De reeks werd na de oorlog in 1948 weer opgepakt om daarna in 1951 weer op koers een vervolg te krijgen. Dat was tevens de laatste editie, want er waren nauwelijks nog renners te vinden die zich aan zoiets waagden.

De eerste winnaar was Charles Terrot (foto 2), die er meer dan 71 uur over deed en de laatste was Maurice Diot (foto 3). Die was bijna 39 uur onderweg met een uurgemiddelde van ruim dertig kilometer per uur.

Hoewel met name Jean Bobet jaren heeft geijverd om de wedstrijd opnieuw te houden is de organisatie niet meer van de grond gekomen. Wel is er al jaren een tourversie, waarvoor tourfietsers uit vele landen naar Frankrijk komen.

Die bewonderenswaardige toerfietsers zijn ruim een week onderweg, schat ik zo als de afstand nog steeds gelijk is. Aan dit soort wedstrijden kleven natuurlijk de nodige anekdotes met doorgaans veel heroïek en drama.

De mooiste haalde ik uit dit boek en die speelde zich af in de editie van 1911. De naam van de renner heb ik niet kunnen achterhalen, maar die lag op de terugweg naar Parijs tweeënhalf uur voor op nummer twee en dat was Emile Georget (foto 4).

Toen de koploper op de hoogte werd gesteld van zijn gigantische voorsprong besloot hij tot een rustpauze toen hij door een dorp kwam. Hij zag een café en ging naar binnen.

Ondanks zijn voorsprong was hij niet gerust en hij vroeg de andere klanten een oogje in het zeil te houden. Hij nam een borrel en nog één en nog één, maar vergat niet met regelmaat te informeren of nummer twee al in zicht was.
... Lees meer
Door Wim van Eyle, 16 maart 2017 12:00

Zoals zoveel van zijn landgenoten is is Pascal Richard als veldrijder begonnen. De Franstalige Zwitser was in 1988 zelfs wereldkampioen in deze discipline.

Maar zijn wielerliefde lag toch op de weg, een onderdeel van de wielersport die hij vooral als training voor het crossen beoefende. Met voldoende succes om in 1989 echt voor het wegrennen te gaan.

Hij werd direct Zwitsers kampioen en hij won een rit in de Tour de France. Richard was een handige renner die er een meester in was om onverwachte situaties, zoals die in elke koers voorkomen, genadeloos uit te buiten.

Hij was heel talentvol, maar geen ronderenner. Althans niet in het grote werk, want in 1993 won hij zowel de Ronde van Romandië in het voorjaar als de Tour de Suisse in de zomer.

In de Tour de France is hij niet verder gekomen dan een 23ste plaats. Wel won hij etappes in zowel de Tour als de Giro. Een van zijn mooiste overwinningen is die in Luik-Bastenaken-Luik in 1996.

Dat was het grote jaar van Pascal Richard, want in Atlanta werd hij de eerste professional die Olympisch kampioen werd. Tot en met 1992 golden strenge amateurbepalingen op het grootste sporttoernooi ter wereld.

Fabio Casartelli was in 1992 in Barcelona de laatste amateur die Olympisch kampioen werd, maar in Atlanta mochten voor het eerst profs starten en waren de strikte amateurbepalingen verleden tijd.
... Lees meer


Door Fred van Slogteren, 16 maart 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ARIESEN, Johim (1988, Nederland)
BROUWER, Gijs (1987, Nederland)
DE CLERCQ, René (1945, België)
DEL NERO MONTES, Jesus (1982, Spanje)
GIANETTI, Mauro (1964, Zwitserland)
GORIS, Rob (1982, † 05.07.2012, België)
HAAKMA, Sieger (1982, Nederland)
LJUNGSKOG, Susanne (1976, Zweden)
MARTINS, Ricardo (1982, Portugal)
MAZET, Julien (1981, Frankrijk)
MEYER, Charles (1868, † 31.01.1931, Denemarken)
MIZOUROV, Andrej (1973, Kazachstan)
PERSSON, Lucas (1984, Zweden)
QUEHEILLE, Marcel (1930, Frankrijk)
ROSENDO PRADO, Jesus (1982, Spanje)
ROUSSEAU, Nicolas (1983, Frankrijk)
SCHELVEN, Jeroen van (1988, Nederland)
STRADA, Alfonsina (1891, † 13.09.1959, Italië)
SUTTER, Ulli (1947, Zwitserland)
TABAK, Gerard (1953, Nederland)
ZIJERVELD, Peter (1955, Nederland)
GRASMANN, Christian (1981, Duitsland)

of ons op deze datum ontvielen:
GENET, Jean-Pierre (2005, † 16.03.2005, Frankrijk)
SAINT, Gérard (1960, † 16.03.1960, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 16 maart 2017 0:00

Voor de Belgen was hij ’n Ollander, een keeskop en voor de Nederlanders was hij een Belg. Rik Wouters, de onbekende renner die door Kees Pellenaars in 1964 uit de hoge hoed werd getoverd bij de vorming van zijn Televizier-ploeg.

Wouters werd geboren in het meest ingewikkelde dorp ter wereld. Baarle-Nassau vormt één ondeelbare gemeenschap met Baarle-Hertog. Baarle-Nassau is Nederlands en Baarle-Hertog Belgisch.

De grens tussen de twee landen kronkelt door het dorp heen en omdat er niet uit wijs te worden was, werd bepaald dat de plaats van de voordeur bepalend was in welk land de bewoner woonde.

De voordeur van de boerderij van vader Wouters lag in Baarle-Nassau en de rest van de boerderij in Baarle-Hertog. Rik was dus Nederlander, maar voor de rest een Belg, zeker als wielrenner.

Hij reed vrijwel alleen in Belgische koersen. Daar kenden ze hem dan ook als een sterke coureur, die vooral in zware koersen tot zijn recht kwam.

Hij trainde vaak met Karel Leyten, een Nederlandse amateurrenner die voor Breda Bier reed. Aan de vooravond van de Ronde van Limburg kon die ploeg door de vele zieken geen volledig team opstellen.

Leyten noemde de naam van Wouters en voor die het wist stond hij als gastrenner in het shirt van Breda Bier aan de start van de zwaarste amateurklassieker van ons land. Met ongeschoren benen en de verkeerde versnellingen op zijn fiets.

Tot ieders verrassing werd hij vijfde en had tot het eind kans gehad op de zege. Hij was gelijk ontdekt en toen Pellenaars kort daarna de Televizier-ploeg formeerde was Rik een van de eersten die een contract mocht tekenen.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 15 maart 2017 12:00

“Gert Frank is een echte baner”, zei Gerrie Knetemann eens tegen me. Dat is ook zo, want ik heb nauwelijks resultaten van hem gevonden in wegwedstrijden.

Een derde plaats in een etappe van de Tour de l’Avenir van 1976 is de enige uitslag die de vergetelheid heeft overleefd. In datzelfde jaar won hij met drie landgenoten wel een bronzen Olympische medaille.

Dat was in de discipline honderd kilometer ploegentijdrit bij de Olympische Spelen van 1976 in Montreal. Hij werd daarna direct prof met de ambitie zesdaagsencoureur te worden.

Hij debuteerde met een derde plaats in de Six van Herning aan de zijde van zijn landgenoot Ole Ritter. Een jaar later stond hij weer aan de start met René Pijnen als maat en de twee wonnen.

René had er toen al een fiks aantal op zijn palmares, maar voor Frank was het de eerste uit een reeks van twintig. Hij had nooit een echt vaste maat, maar was wel een aantrekkelijke partner voor de groten in het vak.

Patrick Sercu, René Pijnen en Hans-Henrik Oersted, een landgenoot van hem die meerdere malen wereldkampioen achtervolging was, reden graag met Frank.

In ieder geval leek hij de opvolger te gaan worden van Sercu en Pijnen toen die er mee stopten. Maar Frank stopte er in 1987 zelf ook mee. Hij was toen nog maar 31 en had nog jaren mee gekund.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 15 maart 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
AGGIANO, Elio (1972, Italië)
FABBRI, Nello (1934, Italië)
LIU, Biao (1988, China)
WEAVER, Molly (1994, Groot Brittannië)

of ons op deze datum ontvielen:
WAYENBERG, Dirk (2007, † 15.03.2007, België)
Door Fred van Slogteren, 15 maart 2017 0:00

Na een aantal jaren als mede-eigenaar en creatief directeur bij een reclamebureau te hebben gewerkt, veranderde er in 1996 het een en ander in mijn beroepsleven. Als ondernemer in het reclamevak stond ik voor een nieuwe uitdaging.

Ik koos een nieuwe bedrijfsnaam, schreef me in bij de kamer van koophandel en de belastingdienst en telde mijn zegeningen. Ik had klanten, maar ook nog behoorlijk wat tijd beschikbaar. Daar moest ik iets mee.

Als wielerliefhebber was ik al jaren geabonneerd op het blad Wielerrevue en dat lag opeens in mijn brievenbus in een geheel nieuw jasje. Ik vond het er mooi uitzien en besloot hoofdredacteur Evert de Rooij een brief te schrijven om hem te complimenteren en een voorstel te doen.

Ik bood aan een maandelijkse rubriek te gaan verzorgen met de titel De Dag van … met op de puntjes de naam van een Nederlandse of Belgische coureur uit het verleden die daarin zou terugblikken op de mooiste dag van zijn carrière.

Evert ging op het voorstel in en op een zaterdagmorgen in februari 1996 reed ik in alle vroegte voor het eerste interview naar het Limburgse plaatsje Nieuwstadt, waar Arie den Hartog een fietsenwinkel had.

Ik was iets te vroeg en wachtte in de auto tot de afgesproken tijd was aangebroken. Wat ik niet had verwacht dat ik in die tien minuten wachten enige onrust in mijn binnenste bespeurde, een soort spanning die je nervositeit zou kunnen noemen.

Ik had in de jaren daarvoor honderden mensen, bekend en onbekend, geïnterviewd en de tekst op de knoppen van Sony portable dictator was door de vele aanrakingen helemaal weggesleten. Dus waarom zenuwen?

Ik denk achteraf dat het met mijn jeugd te maken had. Toen ik tien jaar was had ik alle plaatjes bij elkaar gespaard met karikaturen van bekende sportmensen en die in een album geplakt. Bij ieder plaatje stond een stippellijntje voor de handtekening van de betreffende sportman.

Op de vrije woensdagmiddag heb ik de Amsterdammers opgezocht die er in stonden. Niet allemaal, maar wel diegenen die een sigarenwinkel hadden. Hun adressen vond ik in het telefoonboek. Als ik zo’n winkel binnenstapte had ik diezelfde spanning gevoeld als toen bij Arie den Hartog.

Daarom werd ik weer even die kleine jongen die toen de kerkklok van Nieuwstadt tien keer had geslagen de winkel van Arie binnenstapte. De spanning hoe zo'n beroemde man op een jongetje met een album in de hand zou reageren. Ik was nog volslagen onbekend in de wielerwereld, dus zou Arie het achterste van zijn tong laten zien?

De winkelbel rinkelde en ik zag achterin de zaak Arie staan, met een brilletje op de punt van zijn neus bezig aan een fiets te sleutelen. Na het voorstellen gingen we naar een klein keukentje waar we een leuk gesprek hadden over zijn overwinning in Milaan-San Remo in 1965.
... Lees meer


Door Fred van Slogteren, 14 maart 2017 12:00

In de jaren zestig was de Amsterdammer Charles Ruikers een smaakmaker op de baan van het Olympisch Stadion. Een snelle jongen met witblond haar en een ernstige bril op zijn neus.

Hij was niet alleen snel maar ook handig en hij was een echte baanspecialist. Hij blonk uit op drie onderdelen en wel de sprint, de kilometer tijdrit en met Leijn Loevesijn zat hij op de tandem.

Leijntje met de brute kracht van een buitenboordmotor achterop, terwijl Charles als een behendig stuurman in de wind boorde.

Ze waren goed die twee en wel zo goed dat bondscoach Jan Derksen het verantwoord vond het tweetal voor de Spelen van Tokyo te selecteren. Het feest ging echter niet door omdat Charles kort voor de inscheping ziek werd. Zo moest hij tot zijn verdriet noodgedwongen thuis blijven.

Hij werd een keer kampioen van Nederland op de kilometer tijdrit en bij de sprinters werd hij een keer tweede achter Jan Jansen, de sprintende broer van Harrie en André Jansen. Met de selectie van de KNWU bezocht hij alle uithoeken van de wereld en beleefde een prachtige tijd.

In 1958 zat hij als dertienjarige aspirant al op de koersfiets en elf jaar later zette hij als prof een punt achter zijn carrière. Slechts één sprinttoernooi gunde hij zichzelf als beroepsrenner.

In dat jaar behaalde hij een tweede plaats achter Gerard Koel in het sprinttoernooi en Charles besloot dat het zo mooi was geweest. Hij had een prachtige tijd gehad die hij voor geen prijs had willen missen, maar aan alles komt een eind.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 14 maart 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BEELEN, Sven (1990, België)
BINCOLETTO, Pierangelo (1959, Italië)
CAMAÑO ORTUZAR, Iker (1979, Spanje)
D’HOORE, Jolien (1990, België)
HOPER, Quintin (1993, België)
KAMYSHEV, Arman (1991, Kazachstan)
KLUNDERT, Ricardo van de (1992, Nederland)
MAULE, Cleto (1931, † 28.07.2013, Italië)
POLLOCK, Rhys (1983, Australië)
RAMIREZ ABEJA, Javier (1978, Spanje)
REINDERS, Elmar (1992, Nederland)
VALJAVEC, Tadej (1977, Slovenië)
VEENSTRA, Wietze (1969, Nederland)
WELLENS, Leo (1959, België)
LETURNIER, Mathias (1995, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
BEAUFRAND, Roger (2007, † 14.03.2007, Frankrijk)
BEEK, Gerard van (1951, † 14.03.1951, Nederland))
CLAES, Georges (1994, † 14.03.1994, België)
PRONK, Bert (2005, † 14.03.2005, Nederland)
ROHRBACH, Marcel (2012, † 14.03.2012, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 14 maart 2017 0:00

Marc Dewindt was de gepassioneerde zakenman achter het professionele wielerteam van Marc Zeepcentrale. Zijn bedrijf wist in de jaren zeventig en tachtig heel wat publiciteit te genereren voor zijn bedrijf met een programma schoonmaakartikelen door een wielerploeg en een aantal veldrijders te sponsoren.

De ploeg was gehuld in een hemelsblauw shirt en beleefde in 1980 haar laatste seizoen in het peloton. Als ik de brochure doorblader kom ik een team tegen met voor die tijd geweldige namen.

De drievoudige winnaar van de Omloop Het Volk Joseph Bruyère, de Tourwinnaar van 1976 Lucien van Impe, zesdaagsenkeizer Patrick Sercu, meervoudig wereldkampioen veldrijden Roland Liboton en verder Frank Hoste, Ludo Loos, Jos De Schoenmaecker en onze landgenoot Jos Schipper.

De ploegleider was Patrick Lefevere (foto 2). In 1979 werd hij als een van de renners van de ene op de andere dag bij Marc Zeepcentrale tot ploegleider gebombardeerd. Hij was amper 24 jaar oud en de week voordien was hij nog vierde geworden in Bonheiden.

De later zo succesvolle directeur sportif was er beduusd van. “Ik wou niet meteen ploegleider worden. Wat moest ik als snotaap vertellen tegen Lucien van Impe of Patrick Sercu? Het was Marc Dewindt die me over de streep trok.”

Het viel Lefevere mee: “We waren behoorlijk gestructureerd. De grote ploegen in België waren destijds Flandria en IJsboerke. We hadden een budget van een half miljoen euro voor dertig renners. Een bedrag dat ik nu alleen al aan antidoping en het medische kader besteed. Toch was het toen vrij veel.”

Marc Zeepcentrale was in 1980 de eerste ploeg met de net opgerichte fietsenfabriek van Eddy Merckx als materiaalsponsor.

Toen Marc Dewindt jaren later terugkeek op die jaren, zei hij: “Ik had toppers op de weg en op de piste maar de meeste publiciteit haalde ik toch door de veldrijders. Ik heb nooit begrepen dat andere wielersponsors daar niet zo in investeerden.”

Het was inderdaad niet te begrijpen dat er destijds geen bedrijven waren om de Belgische cyclocross specialisten van die tijd te sponsoren. “Ik had toppers als Eric De Vlaeminck, Roland Liboton, Bert Vermeire, Albert Van Damme, Eric De Bruyne en noem maar op onder contract en behaalde daar tijdens de winter heel veel publiciteit mee.”
... Lees meer
Door Jan Houterman, 13 maart 2017 12:00

« Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 ... 993 994 995 Volgende »