ad ad ad ad

Slogblog



Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
AMORISON, Frťdťric (1978, BelgiŽ)
AUBRY, Emilie (1989, Zwitserland)
BIANCHETTO, Sergio (1939, ItaliŽ)
BOOKWALTER, Brent (1984, Verenigde Staten)
BREDA, Rick van (1990, Nederland)
CANNONE, Donato (1982, ItaliŽ)
DE BUNNE, Albert (1896, Ü 00.00.0000, BelgiŽ)
GARIN, Cťsar (1879, Ü 27.03.1951, Frankrijk)
LE DROGO, Paul (1905, Ü 25.07.1966, Frankrijk)
LE FLOCH, Guillaume (1985, Frankrijk)
NOTTER, Kastor (1903, Ü 09.01.1950, Zwitserland)
SANTINI, Giovanni (1938, ItaliŽ)
TONTI, Andrea (1976, ItaliŽ)
VANMUYSEN, Roel (1983, BelgiŽ)
VERMEULEN, Emiel (1993, BelgiŽ)
AHLSTRAND, Jonas (1990, Zweden)

of ons op deze datum ontvielen:
FOR…, NoŽl (1994, Ü 16.02.1994, BelgiŽ)
MEUNIER, Charles (1971, Ü 16.02.1971, BelgiŽ)
SEGAAR, Rinus (1999, Ü 16.02.1999, Nederland)
Door Fred van Slogteren, 16 februari 2017 0:00

Dit truitje heb ik gekregen van Martin Kemp, destijds een dorpsgenoot van me. Hij was in de jaren tachtig vier jaar beroepsrenner. In 1985 eindigde hij als 21ste in de Ronde van Vlaanderen en een jaar later als dertiende in de Amstel Gold Race.

Tussen allemaal bekende namen reed hij toen in de voorste gelederen in twee grote klassiekers. Toch kent niemand hem, noch is hij ergens in de herinnering blijven hangen. Dat is geen wonder, want hij heeft een ongewone wielercarrière achter de rug.

Het begon vrij normaal toen het in januari 1957 in Rotterdam geboren jochie als negenjarige mee ging doen aan jeugdwedstrijdjes in het Rijnmondgebied. Maar hij ging niet in de wielersport door en de naam Kemp verdween uit de uitslagen

Tot 1981 toen hij bij de trimmers ging rijden en in augustus 1983 in die categorie wereldkampioen werd in het Oostenrijkse Sankt Johann. Hij vond er toen al niets meer aan en dacht aan stoppen omdat hij bijna elke koers won waar hij aan deelnam.

Op aanraden van Jos Suijkerbuijk en Leo van der Pluijm, twee oud-beroepsrenners uit Made, het dorp waar hij was gaan wonen ging hij bij de amateurs rijden. Al in zijn tweede wedstrijd kwalificeerde hij zich voor deelname aan het nationaal kampioenschap voor amateurs.

Hij reed overal van voren en regelmatig prijs. Hij won criteriums in Honselersdijk en het Belgische Haaltert, maar wilde liever etappewedstrijden rijden. In de drie maanden dat hij amateur was reed hij er drie.

In de Ronde van Luik als gastrenner bij de wielervereniging Breda ging hij na de voorlaatste rit aan de leiding. Maar op de laatste dag werd hij overvallen door een voedselvergiftiging. Hij reed de rit wel uit, maar verloor veel tijd en eindigde in de eindstand als negende.

Ook in de Ronde van de Kempen (België) en de Ronde van Noorwegen reed hij sterk, maar als werkloze timmerman begreep hij dat als hij nog iets in de wielersport wilde bereiken hij op 27-jarige leeftijd haast moest maken.
... Lees meer
Door Henk Theuns, 15 februari 2017 12:00

Cyrille Van Hauwaert wordt als de aartsvader van het Belgische wielrennen gezien en als de enige echte ‘Leeuw van Vlaanderen’.

Hij moet een geweldige renner zijn geweest en zijn wielertalent werd ontdekt door zijn eerste werkgever. Als twaalfjarig jongetje werkte hij als stoker in een alcoholfabriek.

Voor de baas moest hij wel eens post wegbrengen op zijn gewone fiets. Hij deed dat zo snel, dat zijn patroon in hem een wielrenner zag, want Cyrieleke ad koersebêenn.

Hij kreeg zelfs een koersfiets van zijn ontdekker, maar die kon hem toch geen blijvend werk garanderen. En zo kwam Cyrille op zijn veertiende in de steenfabriek terecht.

Dat was in Noord-Frankrijk, waar aan het begin van de negentiende eeuw veel Vlamingen de kost moesten verdienen, omdat er in eigen land grote werkloosheid heerste.

De jonge Van Hauwaert verdiende daar een loon dat net genoeg was om in leven te blijven, maar hij had zijn koersfiets en zijn koersbenen.

In de weinige vrije uren die hem resten trainde en trainde hij en hij besloot in 1907 als individuele renner mee te doen aan Parijs-Roubaix, de grote koers in Noord-Frankrijk waar de gazetten vol van stonden.

Alle grote renners van die tijd hadden de steun van hun sponsor en werden gegangmaakt, maar Van Hauwaert moest het zonder doen. Hij werd tweede en zijn naam was gevestigd.

Met slechts twee reservebanden om zijn nek, twee eieren en een fles limonade in zijn koerstrui reed hij de koers die hij een jaar later zou winnen. In 1907 won hij wel Bordeaux-Parijs en in 1908 ook nog Milaan-San Remo.

Het bijzondere was dat de fiets ook zijn enige vervoermiddel was. Ook om naar de wedstrijden te gaan en toen hij in Milaan van start ging had hij er al een fietstochtje van zo’n 1200 kilometer op zitten om na de koers weer vrolijk op huis aan te peddelen.

Je kunt je dat nauwelijks meer voorstellen. Van Hauwaert reed tot 1915 en realiseerde een grootse palmares. Na zijn loopbaan werd hij rijwielfabrikant en het merk met zijn naam heeft lang bestaan.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 15 februari 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BUIS, Jan (1933, Nederland)
DONGEN, Cees van (1950, Nederland)
GUSTOV, Vladimir (1977, Oekraïne)
KELDERMAN, Martin (1987, Nederland)
KONDRUT, Vitaliy (1984, Oekraïne)
KUIJPERS, Evy (1885, Nederland)
MAAR, Marc de (1984, Nederland)
MAGNE, Antonin (1904, † 08.09.1983, Frankrijk)
SCHMITZ, Jean-Pierre (Jempy) (1932, Luxemburg)
SCIANDRI, Max (1967, Italië)
SEIGNEUR, Eddy (1969, België)
SHINAGAWA, Masahiro (1982, Japan)
SMINK, Julien (1977, Nederland)
TAYLOR, Carlee (1989, Australië)
VAN DEN BRANDE, Alfons (1928, België)
VANHEE, Matthias (1987, België)
VOORTING, Adri (1931, † 01.08.1961, Nederland)
DENZ, Nico (1994, Duitsland)
BEVIN, Patrick (1991, Australië)

of ons op deze datum ontvielen:
ACOU, Lucien (2016, † 15.02.2016, België)
GARDIER, François (1971, † 15.02.1971, België)
GUIGNARD, Paul (1965, † 15.02.1965, Frankrijk)
HENDRICKX, Marcel (2008, † 15.02.2008, België)
NEESKENS, Wim (2014, † 15.02.2014, Nederland)
OTXOA PALACIOS, Ricardo (2001, † 15.02.2001, Spanje)
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 15 februari 2017 0:00

Als we aan de geschiedenis van ons land in de Tour de France denken, dan gaan de gedachten in de eerste plaats naar de jaren van succes. Zoals de periode Pellenaars in de jaren vijftig, de eindzeges van Jan Janssen en Joop Zoetemelk, enzovoort.

Maar er zijn ook mindere tijden geweest. Zoals bijvoorbeeld in de jaren net na de Tweede Wereldoorlog. De tijd van de nationale ploegen. De tijd dat er renners waren die feestelijk voor de eer bedankten, omdat er in de Tour geen eer te behalen was en er in la douce France geen droog brood te verdienen was.

In 1950 was het helemaal een treurige boel. In 1949 had geen van de zes renners de eindstreep in Parijs gehaald. De kritiek in eigen land was vernietigend en ploegleider Joris van den Bergh en zijn chauffeur Piet Moeskops moesten het veld ruimen.

AD-journalist Ru de Grood werd verzocht de taak van Van den Bergh over te nemen, maar omdat hij ook de Tour voor zijn krant moest verslaan, wist hij de Tilburgse zakenman en lokaal politicus Piet van Ierlant over te halen om ploegleider te worden.

Van Ierlant was in de wielersport terechtgekomen door zijn kennis van de Franse taal. Zijn stadgenoot, de vooroorlogse baanrenner Jan Pijnenburg, kwam nog wel eens bij hem langs met een in het Frans opgesteld contract en tekende pas als Van Ierlant het gelezen had en in orde bevonden.

Zo werd Pijnenburg gevraagd om als chauffeur van de ploegleiderswagen Van Ierlant en De Grood te vervoeren. De ploeg bestond uit drie oudgedienden. Jefke Janssen had al drie keer eerder de Tour gereden en Henk de Hoog en Wim de Ruyter elk twee keer.

De ploeg telde verder drie debutanten. Gerrit Voorting, Frans Vos en de pas twintigjarige Woutje Wagtmans. Ondanks alle goede bedoelingen was het nog dramatischer dan een jaar eerder, hoewel er nog wel één Nederlander in Parijs aankwam.

Janssen stapte in de vijfde etappe ziek in de bezemwagen. Wagtmans gaf in de tiende etappe op vanwege een steenpuist in de lies, een dag later staakte Voorting de strijd na een flinke ruzie met Pijnenburg, terwijl De Hoog na een zware val in het ziekenhuis belandde.

Met nog maar twee man in koers werden de ploegleider, de mekanieker en soigneur Jan van Dinteren door de organisatie naar huis gestuurd. De Ruyter en Vos werden ingedeeld bij de Parijse ploeg van ploegleider Jean Maréchal.

De dertiende rit werd het Waterloo voor Frans Vos. Ten gevolge van een zonnesteek, althans dat was de lezing waar ernstig aan werd getwijfeld. Uiteindelijk kwam De Ruyter als enige in Parijs aan. Als 27ste op 2 uur, één minuut en veertig seconden na winnaar Ferdi Kübler.
... Lees meer
Door Fred van Slogteren, 14 februari 2017 12:00

Gianni Bugno was een van de beste renners van zijn tijd en die tijd ligt tussen 1985 en 1998. Hij was een allround renner die zowel in het eendags- als het rondewerk tot de absolute toppers hoorde.

Hij won de Ronde van Italië en stond twee maal op het erepodium van de Tour de France. Hij won Milaan-San Remo, de Ronde van Vlaanderen en de Clasica San Sebastian. Hij werd twee maal kampioen van Italië en ook twee keer wereldkampioen.

Twee keer op rij en die prestatie deelt hij met de Belgen Ronsse, Van Steenbergen en Van Looy, waarbij moet worden aangetekend dat Van Steenbergen ook al in 1949 wereldkampioen was geweest, toen hij in 1956 en ’57 de dubbel realiseerde.

De eerste wereldtitel van Gianni Bugno was in 1991 in Stuttgart. Hij was de grote favoriet en hij maakte dat ook waar door dominant te koersen, met de hulp en instemming van de gehele Italiaanse squadra onder leiding van bondscoach Alfredo Martinello.

Zijn zege werd dan ook door iedereen verdiend genoemd. Ik was toen en ben nog steeds van mening dat Steven Rooks die dag wereldkampioen had kunnen worden, als hij wat slimmer gesprint had.

Rooks was geen supersprinter, maar dat was Bugno ook niet. En de derde in de kopgroep van vier al helemaal niet. Miguel Indurain is een van de beste tijdrijders aller tijden en hij kon bergop bij de beste klimmers aanklampen, maar zijn sprintvermogen was te verwaarlozen.
... Lees meer


Door Fred van Slogteren, 14 februari 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
ALALUUSUA, Juha-Matti (1985, Finland)
BAERT, Dirk (1949, BelgiŽ)
BAKELANTS, Jan (1986, BelgiŽ)
BALINAS, Linas (1978, Litouwen)
BOVER PONS, Miguel (1928, Ü 25.01.1966, Spanje)
BUGNO, Gianni (1964, ItaliŽ)
DEBOSSCHER, Willy (1943, BelgiŽ)
DEJONGHE, Albert (1894, Ü 09.02.1981, BelgiŽ)
D÷RICH, Gerd (1968, Duitsland)
EVANS, Cadel (1977, AustraliŽ)
GOOR, Sofie (1977, BelgiŽ)
GUERINI, Giuseppe (1970, ItaliŽ)
HARTOG, Hans den (1942, Nederland)
ICKX, Mario (1984, BelgiŽ)
KIREYEV, Roman (1987, Kazachstan)
LUND, Anders (1985, Denemarken)
MARTINEZ ACEVEDO, Serfain (1984, Spanje)
OCHOA QUINTERO, Richard (1984, Venezuela)
POULAIN, Gabriel (1884, Ü 09.01.1953, Frankrijk)
SCHAERER, Simon (1983, Zwitserland)
VAN KEIRSBULCK, Guillaume (1991, BelgiŽ)
VELDT, Tim (1984, Nederland)
WELLENS, Johan (1956, BelgiŽ)
WITTEVEEN, Kees (1871, Ü 00.03.1927, Nederland)
VAN KEIRSBUCK, Guillaume (1991, BelgiŽ)

of ons op deze datum ontvielen:
PANTANI, Marco (2004, Ü 14.02.2004, ItaliŽ)
VAN DAELE, Joseph (1948, Ü 14.02.1948, BelgiŽ)
Door Fred van Slogteren, 14 februari 2017 0:00

‘Afscheid van een tijdperk’, noemde het voormalige Belgische weekblad Sport 80 het stoppen van Patrick Sercu. Op de cover zit hij mijmerend tussen de bloemen in zijn woning in Izegem. Nagenietend van de formidabele afscheidsavond in het Gentse sportpaleis op zaterdag 22 januari 1983.

Op de ‘Nacht der Vedetten’ waren zeker vijfduizend toeschouwers afgekomen om het laatste optreden van de beste zesdaagsenrenner aller tijden in Gent bij te wonen. De zesdaagsen van Kopenhagen, Antwerpen en Milaan zouden nog volgen.

Daarna zou Sercu er definitief mee ophouden. Vrijdag 18 februari 1983 zou de schitterende wielerloopbaan van de 38-jarige Belg voorbij zijn.

De laatste koers die Patrick Sercu in het Gentse Kuipke reed, was om meer dan één reden een historische gebeurtenis. Aan zijn zijde maakte de piepjonge Eric Vanderaerden zijn debuut bij de profs.

De beloftevolle renner uit Lummen kwam succesvol uit dat eerste optreden tevoorschijn. Hij en Sercu gaven hun Italiaanse tegenstanders Francesco Moser en wereldkampioen Giuseppe Saronni geen schijn van kans in een koppelomnium.

Toen de Belgische premier Martens zijn succesvolle landgenoten in de bloemen zette, klonk er vanaf de tribune gejoel en gefluit. Later, bij de afscheidshuldiging van Sercu, bleef dit achterwege.

Vlaanderen had alleen nog maar oog voor de man die op dat moment 87 zesdaagsen en ongeveer zestig wereld-, Europese en nationale titels had gewonnen. In Kopenhagen zou hij met zijn Deense koppelgenoot Gert Frank de 88ste zesdaagsezege binnenhalen.

Patrick Sercu kwam vaak wat mysterieus over. Zijn oosters ogend gezicht, met de hoog opgetrokken wenkbrauwen, die langzame, bijna verdrietige oogopslag, de terughoudende en wat monotone manier van spreken, roept afstandelijkheid op.

Een soms verlegen vriendelijkheid die stugheid wordt, als anderen te dichtbij komen of niet ophouden met vragen stellen. Sercu weet dan altijd een diplomatiek antwoord te geven en zelden of nooit heeft hij zich in zijn kaart laten kijken.

Hij gaf zich hoogst zelden bloot en naar de mens achter de wielrenner mochten wij slechts gissen. Hij keek wel uit, want een redelijke achterdocht was hem niet vreemd. Van hem geen onvertogen uitspraken, geen woord over geld of combines.

Altijd die geperste mond bij vragen in die richting en nooit enige loslippigheid. Niet over zichzelf, niet over zijn collega's. Van Sercu kwam je niets aan de weet dat hij niet kwijt wilde. Hij wist precies waar de grens lag, tot daar en niet verder.
... Lees meer


Door Jan Houterman, 13 februari 2017 12:00

Als William Shakespeare in deze tijd had geleefd dan zou de geschiedenis van Freddy Maertens ongetwijfeld als inspiratie dienst hebben kunnen doen voor een van zijn toneelstukken.

Het verhaal van de man die op basis van zijn talenten torenhoog steeg om daarna dieper dan diep te vallen, heeft vele aangrijpingspunten voor een groots meeslepend koningsdrama.

Want een koning was hij, toen hij op het punt stond de grote Eddy van zijn troon te stoten. Moeiteloos reed Freddy in het midden van de jaren zeventig op z’n gemak meer dan vijftig overwinningen per seizoen bij elkaar.

Hij won klassiekers, kleine rondritten, het wereldkampioenschap en zelfs de Ronde van Spanje. Dat was in 1976 en hij won niet alleen de ronde, maar ook dertien etappes en het puntenklassement.

Dat laatste klassement won hij ook drie keer in de Tour de France en in slechts drie starts won hij in la Grande Boucle maar liefst vijftien etappes.

Hij startte één keer in de Ronde van Italië en daar won hij er zeven, hoewel hij die ronde niet eens uitreed. Op 28 mei 1977 was hij met zijn landgenoot Rik Van Linden in een spannend spurtduel gewikkeld, dat hem zijn achtste ritzege moest opleveren.

Het was niet te zien wie er ging winnen toen de sturen van de heren in elkaar raakten en zij gebroederlijk op het asfalt smakten. ‘Polsbreuk’, zei de dokter, nadat hij d’n Freddy had onderzocht.

Wat niemand toen wist was dat dit schijnbaar onbeduidende ongeval het einde van een briljante wielercarrière inluidde. Maertens bleef last houden van die pols en zijn prestaties werden steeds minder.

Tot Lomme Driessens zich in 1981 over hem ontfermde en ‘m aan een streng regime onderwiep. Geen seks, geen drugs en geen rock’n roll voor Freddy en de geruchten dat Lomme in de echtelijke sponde tussen Freddy en Carine in sliep, deden de ronde.
... Lees meer


Door Fred van Slogteren, 13 februari 2017 9:00


Zij die vandaag hun verjaardag vier(d)en ...
BOECKMANS, Kris (1987, BelgiŽ)
BOONS, Jos (1943, Ü 15.12.2000, BelgiŽ)
MAERTENS, Freddy (1952, BelgiŽ)
VANDENBROUCKE, Saartje (1996, BelgiŽ)
WULP, Tinus van der (1904, Ü 19.06.1979, Nederland)
VENTER, Jacobus (1987, Zuid-Afrika)
HOFSTETTER, Hugo (1994, Frankrijk)

of ons op deze datum ontvielen:
BRAMBILLA, Pierre (1984, Ü 13.02.1984, Frankrijk)
Door Fred van Slogteren, 13 februari 2017 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 ... 993 994 995 Volgende »