ad ad ad ad

Slogblog


Met ingang van vandaag is Erik Dekker geen profwielrenner meer, maar ploegleider nummer vier bij Rabobank. Hij rijdt aan het eind van het seizoen nog wel een koers uit het pretpakket op Curaçao, maar daar zal hij niet extra voor gaan trainen. Dekker mag terugkijken op een mooie carrière met een indrukwekkende palmares. Hij kwam in 1993 in het profpeloton als een grote belofte. Hij had een zilveren medaille op zak, gewonnen in de Olympische wegwedstrijd waar hij wel erg makkelijk werd afgetroefd door de betreurde Fabio Casartelli. Hoewel hij mijns inziens voluit voor goud had moeten gaan, stelde hij zich veel te vroeg tevreden met zilver en hij was er ook nog dolgelukkig mee. Net als Tim Krabbé trok ik toen de conclusie dat het met die Dekker nooit iets zou worden. We hebben het gelukkig mis gehad, maar het heeft lang geduurd vooraleer hij tot bloei kwam. Zes jaar om precies te zijn. Hij was in die periode geen ...

Door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 6:41

Davide REBELLIN (1971, Italië)

Hij is aan zijn vijftiende profjaar bezig. Iedereen kent hem, hij geldt als een goede renner en zijn palmares mag gezien worden. Toch is Tintin geen vedette en dat komt door zijn gebrek aan uitstraling. Het blijft gek dat niet je prestaties, maar je presentatie je plaats in het peloton bepalen. Ondanks zijn successen werd hij een aantal jaren niet geselecteerd voor het WK en dat deed hem bijna besluiten de Argentijnse nationaliteit aan te vragen. Toen bondscoach Franco Ballerini het veld ruimde besloot Davide toch maar Italiaan te blijven.
2004 was zijn topjaar toen hij in acht dagen tijd de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik won. In het lichtblauw van Gerolsteiner, nadat hij jarenlang voor Italiaanse ploegen had gekoerst en ook nog een jaar bij Française des Jeux had gereden. Vorig jaar kwam hij in het nieuws omdat er bij zijn schoonouders thuis – waar ze al niet zoeken – verboden producten waren gevonden. Hij werd echter vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Dit jaar is zijn erelijst bescheiden, want hij brak in de Ronde van Italië een rib en dat was een lelijke streep door de rekening. De leeftijd zal echter ook wel een rol gaan spelen, want Davide wordt vandaag 35 jaar. Als hij nog potten wil breken, moet hij snel zijn.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 0:00

“Ik heb er nooit aan gedacht om op de vrijmarkt op koninginnedag op zoek te gaan naar een oude racefiets. Maar enkele dagen na 30 april kwam iemand me deze fiets aanbieden. Gescoord op de rommelmarkt. Ik wist niet wat ik zag. Een beauty. Een Chesini Precision. Volgens mij is Ton van Herwerden de enige importeur in Nederland van dit Italiaanse topmerk. Op het gebied van graveerwerk is er bij deze fiets niet zuinig gedaan. Op het ...

Door Fred van Slogteren, 8 augustus 2006 10:00

Axel MERCKX (1972, België)

Je moet over heel wat ambitie en karakter beschikken om als de zoon van de grootste wielrenner aller tijden ook op een racefiets te stappen en voor een carrière als beroepswielrenner te kiezen. Je weet van tevoren dat je altijd met je vader zult worden vergeleken en dat die vergelijking nooit in jouw voordeel zal worden uitgelegd. Zonder de naam Merckx zou Axel een goede modale wielrenner zijn met een alleszins acceptabele palmares, vergelijkbaar met een Servais Knaven of een Leon van Bon om zo maar eens een paar namen te noemen. Want Axel Merckx is een renner die in bepaalde koersen zijn gang mag gaan, maar vaker moet knechten. En dat doet hij goed. Floyd Landis zou zijn inmiddels geannuleerde Tourzege wel eens aan Merckx te danken kunnen hebben. Toen de Amerikaan als een zielig hoopje mens aan zijn catastrofale inzinking bezig was, reed de een na de andere achterblijver hem voorbij. Toen kwam Merckx langszij en de Belg wist onmiddellijk wat hem te doen stond. Hij sprak Landis eerst moed in en nam hem vervolgens op sleeptouw in een tempo dat de ex-mennoniet nog net kon volgen. Daarmee heeft hij zeker minuten verdiend voor de Amerikaan en die hoefden de volgende dag dus niet goedgemaakt te worden.
Er zijn twee punten waarop Axel zijn vader heeft overtroffen. Hij behaalde een Olympische medaille en een dergelijk kleinood ontbreekt – tot diens grote spijt - in de prijzenkast van De Kannibaal. Op financieel gebied heeft Axel zijn vader ver overtroffen, want Eddy vertelde mij eens dat zijn zoon in drie jaar tijd meer heeft verdiend dan hij in zijn hele carrière. Axel is als wielrenner ver in de schaduw van zijn vader gebleven, maar ‘he cried all the way to the bank’, zullen we maar zeggen. De Banque Monaco, wel te verstaan.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 8 augustus 2006 0:00

Steven ROOKS (1960, Nederland)

Hij behoort onbetwist tot de tien beste Nederlandse renners aller tijden. De klasse droop er van af en daarom had er volgens mij nog meer in gezeten. Maar dat weet de renner zelf het beste. Als hij het niet had gehaald, was zijn standaardexcuus: ‘ik was niet super’, terwijl je als kijker de indruk had dat hij met de rem erop reed. Hij kon een geweldige finale rijden, waarin hij heel efficiënt met zijn krachten omsprong. Zijn grootste prestatie was voor mij zijn overwinning in Luik-Bastenaken-Luik in 1983. Hij was smadelijk verstoten door Peter Post en hij ging in het shirt van een onbeduidend Frans ploegje even verhaal halen, door iedereen – inclusief de hele Raleigh-ploeg - uit het wiel te rijden en solo over de finish te komen. In één klap eiste hij zijn plaats aan de top op. Natuurlijk zijn ook zijn prestaties in de Tour de France van hoog niveau. Een tweede plaats in het eindklassement en winnaar van het bergklassement zijn verrichtingen die maar weinig renners op hun palmares hebben staan. En als de autoriteiten in die tijd net zo onverbiddelijk waren geweest als nu met Landis, dan had Steven de Tour van 1988 op zijn naam mogen schrijven.

Ik denk dat de karakterstructuur van Steven een belangrijke rol heeft gespeeld in zijn carrière. Hij was soms een moeilijke jongen, altijd een tikkie dwars. Men verweet hem vaak horkerig gedrag, maar nu ik hem na zijn carrière bezig zie in de wielerwereld denk ik dat dit veel te maken had met zijn beroepsbeleving. Altijd supergeconcentreerd was hij het prototype van de egoïst. Iemand die niemand anders kende – en wilde kennen - dan zichzelf. Nu hij niet meer fietst is hij een andere man. Moest je hem vroeger de woorden uit de mond trekken, daar is hij nu een gezellige prater. Maar als ik hem bezig zie, denk ik altijd weer met weemoed aan de renner Rooks. Wat zat-ie prachtig op de fiets, ook al was hij niet altijd super. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 7 augustus 2006 0:00

Stuart O’GRADY (1973, Australië)

Afgelopen woensdag maakte Jacques Rogge, de Belgische voorzitter van het IOC, bekend dat volgens hem bepaalde sportmanifestaties best wat minder zwaar kunnen zijn. De Tour de France noemde hij zelfs onmenselijk zwaar. Er zullen renners zijn die dat met hem eens zijn, maar zo niet Stuart O’Grady. Op zijn website lees ik dat hij het jammer vindt dat de Tour voorbij is, want hij begon net een beetje in vorm te komen. Het is een aparte die Aussie met zijn gezellige sproetenkop. Als amateur reed hij – zoals veel Australiërs – veel op de baan. Hij beoefende met succes bijna alle baandisciplines en daar hield hij een zilveren en twee bronzen medailles op de Olympische Spelen aan over. In 2004 zou hij daar als prof nog goud aan toevoegen in de ploegkoers. O’Grady was als amateur ook nog wereldkampioen ploegachtervolging en hij won ook nog een zesdaagse. In 1995 kwam hij naar Europa om er als prof een bestaan op te bouwen. Hij kwam in Frankrijk terecht en hij reed achtereenvolgens voor Gan, Crédit Agricole en Cofidis. Dit jaar rijdt hij voor het Deense Team CSC van Bjarne Riis. De Tourwinnaar van 1996 verwachtte veel van zijn aanwinst, maar in de tweede etappe van de Tirreno Adriatico kwam O’Grady zwaar ten val. Vijf gebroken ribben en een sleutelbeen verwezen zijn voorjaar naar de filistijnen, maar in de ProTour ploegentijdrit stond hij er weer. Ook in Hamburg reed hij vorige week sterk, maar door een val in de finale verspeelde hij zijn kansen. Het seizoen is echter nog niet voorbij en behalve de met zijn ploeg gedeelde overwinning in Eindhoven staat Stuart dit jaar nog droog. En dat vindt de man uit Adelaide niet leuk. We gaan zeker nog van hem horen. (© Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 6 augustus 2006 0:00

Je neemt als renner een verboden middel of je krijgt het al dan niet met medeweten door een arts of een verzorger toegediend. Je hebt er geen enkel voordeel van, maar je wint wel de Tour de France met een indrukwekkende prestatie als zelden eerder vertoond. Je wordt positief bevonden en dat wordt door de contra-expertise bevestigd. Je Tourzege wordt je ontnomen en je krijgt een schorsing van twee jaar. Carrière gebroken, gezichtsverlies en een smadelijke afgang. Is dopingbestrijding niet bedoeld om prestatiebevorderende en voor de gezondheid van de atleet schadelijke producten uit te bannen? Na deze belachelijke operette blijven we achter met een leeg gevoel en één trieste conclusie: de renner dom, zijn arts dom en de UCI dommer dan dom. Deskundigen roepen al jaren dat de dopinglijst, die acht pagina’s telt, kan worden teruggebracht tot de lengte van een half A-viertje. Maar deskundig of niet: het zijn roependen in de woestijn. Of is het een jungle?

Door Fred van Slogteren, 5 augustus 2006 11:37

Mother's little helper

Van alle media ben ik het trouwst aan de krant. De koppen brengen je in één oogopslag het grote èn kleine nieuws. Geven ook direct de mogelijkheid om te selecteren. Er zijn vaste oriëntatiepunten en aandachttrekkers. Zo staat in onze krant linksonder op de frontpagina elke dag een ingezonden wise-crack. Zoals deze bijvoorbeeld: "Die Dow Jones blijft maar records breken. Wordt het niet eens tijd dat die op doping wordt gecontroleerd?" Was getekend H. Schoofs te Heythuysen. Wat krijgen we nou. Heeft Harrie Schoofs inmiddels belangen op de New Yorkse effectenbeurs? Harrie, de krachtmens uit de Kempen die in de zestiger jaren vlot een halve klassieker alleen vooruit reed. Liefst als het flink regende en waaide. En dat allemaal op 'n fleske chocomel.

Even verderop kopt de krant in vette kapitalen: "Wielerkampioen wordt burgemeester". Gauw effe lezen. Ene ...

Door Fred van Slogteren, 5 augustus 2006 10:00

Gilles DELION (1966, Frankrijk)

Wat heeft Gilles Delion gemeen met Mathias Kessler, Frédéric Moncassin, Jan Raas, Willy Teirlinck, Joop Zoetemelk en Alex Zülle? Welnu, deze zeven renners wonnen ooit een Touretappe op Nederlandse bodem. De zege van Kessler ligt nog vers in het geheugen, maar de voorganger van deze Duitser in Valkenburg was Delion, de vandaag precies veertig jaar geleden in Saint Etienne geboren Fransman. Op zaterdag 11 juli 1992 was het mooie stadje aan de Geul tot berstens toe gevuld met enthousiast wielerpubliek net als bijna een maand geleden toen Delion eregast was van het gemeentebestuur, Kessler won en Erik Dekker uit de Tour tuimelde.
Gilles Delion was een groot talent, maar dat is er niet helemaal uitgekomen. Die Touretappe in 1992 was een van de hoogtepunten, net als zijn zege in de Classique des Alpes in hetzelfde jaar. Maar de grootste victorie is de Ronde van Lombardije 1990 geweest. Hij reed dat jaar voor de Zwitserse formatie Helvetia van de geslepen ploegleider Paul Köchli. Die had een strijdplannetje gemaakt om de sterke Italianen in eigen huis te verrassen. Het plan werkte zoals bedacht en vijf renners mochten het in Monza gaan uitmaken. Daarbij twee van Köchli’s mannen, te weten Pascal Richard en Gilles Delion. Ze lieten zich niet verrassen door Echave, Mottet en Millar en zo werd Delion één en Richard twee. Nadat hij in 1996 zijn loopbaan had beëindigd begon Delion een strijd tegen de (medische) zeden en gewoonten in het profpeloton. Dat werd hem niet in dank afgenomen, want je moet niet spugen in de beker waaruit je ooit gedronken hebt. Vraag maar aan Peter Winnen, Steven Rooks en Maarten Ducrot.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Tolmino Gios reed als beroepsrenner enkele jaren in de beroemde Legnano-ploeg van Bartali, Guerra en Di Paco. In 1948 begon hij een fietsenwinkel en zijn eerste gesponsorde renner was Italo Zilioli. Tien jaar nadien kwamen de zoons Alfredo en Aldo Gios aan de leiding, en zij bouwden het beroemde blauwe merk uit tot wat het nu is: voor zover mij bekend het enige merk met een eigen merkenclub op het gebied van de racefiets. In 1972 begon het allemaal grootse vormen aan te nemen toen Franco Cribiori het Brooklyn-team vormde, met ...

Door Fred van Slogteren, 4 augustus 2006 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1015 1016 1017 1018 1019 1020 1021 1022 1023 1024 1025 ... 1062 1063 1064 Volgende »