ad ad ad ad

Slogblog


Vandaag start in Seraing in de Belgische mijnstreek een loodzware editie van de Ronde van Italië. De renners en ploegleiding van de Nederlandse Rabobank-ploeg gaven afgelopen donderdag in Maastricht hun mening over deze Giro. En Jan Houterman was namens wielersport.slogblog.nl met blocnote en camera ter plaatse
Michael Rasmussen (foto) weet het zeker, Ivan Basso is een van de grootste kanshebbers om over drie weken te zegevieren in Milaan. Zelf is hij klaar voor de koers, de vorm lijkt prima maar het is voor hem bovenal een voorbereiding op de Tour de France. Hoewel hij toch wel even heeft moeten nadenken toen de Rabo-leiding hem vroeg heeft hij toch ja gezegd omdat hij op dezelfde voorwaarden mag beginnen. Het eindklassement heeft niet de prioriteit. Bovendien woont hij in Italië, koerst hij en traint hij er graag. Rasmussen verwacht dat de Colombiaan Maurizio Ardila, als kopman van Rabobank, misschien hoge ogen kan gooien.

Door Fred van Slogteren, 6 mei 2006 10:00

Tino Tabak (1946)

Hij werd geboren in Enschede, maar als vierjarige emigreerde hij met zijn ouders naar Nieuw-Zeeland. Een echte sportjongen die in dat prachtige land wielrenner werd. Hij won er in de jaren zestig drie maal op rij de Tour of Southland, de belangrijkste wedstrijd in dat verre land. Omdat Nieuw-Zeeland niet echt een wielerland is, kwam hij in 1968 naar zijn geboorteland om er op de fiets zijn geluk te beproeven. Bij de amateurs behaalde hij in twee seizoenen dertien overwinningen, waaronder de Ronde van Noord-Holland. In 1971 werd hij prof bij de Mars-Flandria-ploeg. Een jaar later was hij kampioen van Nederland en werd hij 18e in de Tour de France. In 1974 werd hij de eerste kopman van de Raleigh-ploeg, maar de verstandhouding met ploegleider Post was slecht. Hij won er de Ronde van Midden-Zeeland en de Acht van Chaam. Daarna liep zijn carrière langzaam af en in 1978 stopte hij er mee. Over Tino Tabak circuleren nog steeds de meest wilde verhalen, want hij zat nergens mee, zegt men. Het zal wel. Hij woont nu weer in Nieuw-Zeeland en zijn zoon Paul is een bekende ploegleider in het continental peloton.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 6 mei 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Het Franse merk Automoto bestond al in 1902. Dat weet ik uit een dikke postordercatalogus van het merk, waarin behalve fietsen ook auto’s, motoren en allerlei onderdelen en accessoires worden aangeboden. Vrijwel niemand had in het begin van de vorige eeuw eigen vervoer en er waren in het jaar 1900 nog maar 2500 geregistreerde auto’s in heel Frankrijk. Het was dus niet mogelijk om met de auto grotere hoeveelheden van de dagelijkse behoefte in te slaan en daarom werd alles thuisbezorgd. De bakker, de slager, de groenteman, de melkslijter en de ...

Door Fred van Slogteren, 5 mei 2006 10:00

Maurice Peeters (1882, overleden 06.12.1957)

Stel: je bent 34 jaar en je besluit wielrenner te worden. Vier jaar later ben je zowel wereldkampioen als Olympisch kampioen. Dat zou nu onmogelijk zijn, maar negentig jaar geleden heeft iemand dat gepresteerd. Hij heette Maurice Peeters, geboren in Antwerpen, maar grootgebracht in Den Haag. Van beroep sprinter, zo eentje van lange halen, gauw thuis. Niks geen surplace of tactische hoogstandjes, maar rammen met die handel. Hij was een bravoureachtig mannetje die met het dialect van Haagse Harry de wereld veroverde. Alleen toegerust met dat Haagse taaltje maakte hij zich overal verstaanbaar en als dat niet lukte liet hij zijn gouden plak zien, die hij aan zijn horlogeketting droeg. In 1924 bracht hij het in Parijs wederom tot een Olympische finale. Ditmaal op de tandem met Jonkheer Gerard Dagobert Bosch van Drakestein achter zich. Samen tachtig jaar, maar ze leken te gaan winnen. Door een vreemde stuurmanoeuvre van Peeters ging het feest echter niet door en ze werden derde en laatste. De hevig teleurgestelde jonkheer vond na de huldiging een lege cognacfles in de kleedkamer. Van Peeters was geen spoor meer te bekennen.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 mei 2006 0:00

Gisteravond zond Studio Sport een item uit over de Duitse sprinter Albert Richter, die in de oorlog door de Nazi’s werd vermoord, omdat hij er niet over peinsde te breken met zijn Joodse manager Berliner. Een buitengemeen moedige houding van een Duitser in het Duitsland van Hitler. Het door Jean Nelissen gepresenteerde programma-onderdeel bleek te zijn gebaseerd op het boek Der vergessene Weltmeister, geschreven door de Keulse sporthistorica Renate Franz. Ze legde de geschiedenis van de vergeten wereldkampioen aan ons uit. Het was een sympathiek stukje en ik probeerde me een Nederlandse wielrenner te herinneren die ook zo moedig was geweest. Ik kwam uit bij Jan van Hout, de Eindhovense renner die als werelduurrecordhouder weigerde nog in Duitsland te rijden toen Hitler daar in 1933 aan de macht kwam. Toen de Duitsers Nederland binnenvielen koos hij de enige weg die voor hem mogelijk was: hij ging in het verzet. Hij heeft de oorlog niet overleefd. Daarom denk ik elk jaar tijdens de herdenkingsstilte altijd even aan Jan van Hout. Vanavond ook aan Albert Richter.

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2006 17:05

DICTIONNAIRE DU CYCLISME
door Claude Sudres

“Een boek uit 1984 en het aardige is dat het heel goed aansluit op de middenpagina’s van Le Miroir du Cyclisme, waarop heel lang allerlei wielerwetenswaardigheden zijn gepubliceerd. Het zijn allemaal korte lemma’s die een aardig beeld geven van alles wat er in de wielersport speelt. Dus niet alleen renners en wedstrijden, maar ook fietsen en fietsonderdelen, wielerjargon en het verklaren daarvan. Het is een vrij dik boek. Met 462 pagina’s is het een hele pil. Het moet gretig aftrek hebben gevonden, want het boek is daarna aangepast nog een aantal malen uitgegeven. Claude Sudres is geen vreemde in de wielersport. Onder Felix ...

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2006 10:00

Bouke Schellingerhoudt (1919)

In de jaren zestig heb ik eens een pakje sigaretten bij hem gekocht in zijn sigarenzaak in Zaandam. Een struise man met een forse blonde kuif. In zijn tijd bestond het pensioen van een wielrenner of voetballer uit een sigarenwinkel. Aan de muur hing een uitvergrote karikatuur van hem in het rood-wit-blauw van Nederlands kampioen. Dat was hij in 1946. In plaats van een gouden kampioensmedaille kreeg hij slechts een oorkonde. Omdat hij dat verhaal zelf jaar na jaar levend hield, vroeg Gerrie Knetemann de KNWU in 2000 om hem alsnog een gouden plak uit te reiken. 54 jaar na dato. Rijk is hij niet van zijn sport geworden. Wel gelukkig, want hij kan er nog steeds mooi over vertellen in dat zangerige Zaans. Ik bel hem wel eens als ik wat wil weten over een Zaankanter uit zijn tijd. Dat doet hij met veel plezier, als het maar niet over Cor Bakker gaat, want die heeft hem eens geflikt in de Ronde van Nederland van 1948. Dat is noch vergeten, noch vergeven. De heren gaan nog steeds niet samen in één auto zitten, laat staan bij elkaar aan tafel. Bouke wordt vandaag 87 en Cor is dat al een half jaar. Jongens, slik die drol nou eens door!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 mei 2006 0:00

© Henk Theuns

“Het was in 1972 toen mijn vriend Rini Wagtmans dit truitje droeg. Goudsmit-Hoff was een behangfabriek en ik weet niet eens of dat bedrijf nog bestaat. Doet er ook niet toe, Rini bestaat gelukkig nog wel en dit mooie truitje ook. Na drie jaar voor Willem II-Gazelle te hebben gereden en een turbulent jaar in de Molteni-ploeg van Eddy Merckx ging Rini op een aanbod in van Kees Pellenaars om bij de behangers te komen fietsen. 1972 was niet zijn beste seizoen, ook al won hij voor de derde keer een rit in de Tour de France. De 54e plaats in het eindklassement ...

Door Fred van Slogteren, 3 mei 2006 10:00

Robert Slippens (1975)

Deze altijd vrolijk ogende Noord-Hollander is een echte zesdaagse-specialist. Samen met zijn provinciegenoot en vriend Danny Stam vormt hij een koningskoppel dat elk jaar beter wordt. Vier overwinningen en vier tweede plaatsen werden in het afgelopen winterseizoen hun deel. Daarmee behoren ze tot de top, samen met de Zwitsers Risi en Betschart en de Belgen Keisse-Gilmore. Danny Stam is de man van de zware jachten en Robert de snelle jongen die het vaak subliem afmaakt. En dan is daar altijd weer die bevrijdende lach als er weer eens gewonnen is. Een wereldtitel hebben ze nog niet op zak, maar dat komt nog wel. Die twee zijn nog lang niet uitgefietst. (© Cor Vos)

Door Fred van Slogteren, 3 mei 2006 0:00

“Zoals de gele trui in de Tour de France is afgeleid van de kleur van het papier van l’Auto, de organiserende krant, zo is de roze leiderstrui in de Ronde van Italië afgeleid van de kleur van het papier van La Gazetta dello Sport. LA GAZETTA DELLO SPORT. Alleen al die naam brengt je in wielerextase, hoewel het gewoon ‘sportkrant’ betekent. De Italiaanse taal suggereert schoonheid en dat valt vertaald nog wel eens tegen. De naam van de grote Latijnse lover uit de achttiende eeuw, Giacomo Casanova vereenzelvig je met romantisch kaarslicht, maar als je weet dat die naam in het Nederlands ...

Door Fred van Slogteren, 2 mei 2006 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 1014 1015 1016 1017 1018 1019 1020 1021 1022 1023 1024 ... 1044 1045 1046 Volgende »