ad ad ad ad

Slogblog


Giampaolo CARUSO (1980, Italië)

Ik weet niet of Giampaolo een nazaat is van de beroemde tenor Enrico Caruso, maar veel aanleiding om in een mooie aria uit te barsten is er dit jaar niet geweest. Hij reed vorig jaar een sterke Ronde van Italië in het blauwe shirt van Liberty Seguros-Würth. Hij eindigde toen als 19e en dit jaar verbeterde hij die prestatie met een 12e plaats. Caruso is geen winnaarstype, want voorzover ik kan nagaan heeft hij als prof nog geen overwinning behaald, maar een man met regelmaat die daardoor een goede ronderenner is. Vanaf zijn profdebuut in 2002 rijdt hij voor Manolo Saiz, eerst bij Once en daarna bij Liberty Seguros-Würth. Het verhaal is bekend. Saiz werd vorig jaar eerst geconfronteerd met de diskwalificatie van Roberto Heras in de Vuelta en is nu zelf het middelpunt van een omvangrijk dopingschandaal, dat er onder meer toe leidde dat zijn sponsor het voor gezien hield. Zijn sterrenner Alexandr Vinokourov kwam daarna met een nieuwe sponsor uit zijn vaderland Kazachstan op de proppen, die de hele boedel van Liberty Seguros-Würth overnam. Omdat vijf renners van de beoogde Tourploeg van Astana op de lijst van verdachten van de Spaanse justitie staan, kon er op 1 juli geen volwaardige ploeg in Straatsburg aan de start komen en zo bleef ook Caruso thuis. La Forza del Destino, zong opa Enrico in de jaren twintig van de vorige eeuw en dat betekent zoveel als ‘de macht van het noodlot’. Ik hoop dat Giampaolo er troost bij heeft gevonden in zijn woonplaats Avola, een badplaats op Sicilië.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 15 augustus 2006 0:00

“Maandag 14 augustus 1978 vond in Nijmegen de proloog van de Ronde van Nederland plaats. Tachtig coureurs – waaronder maar liefst dertig landgenoten - stonden een voor een aan de start, verdeeld over tien ploegen. Op de Wedren, het plein waar tegenwoordig ook de Nijmeegse Vierdaagse vertrekt, won Walter Planckaert de proloog over 1100 meter. Later in de middag loste Nijmegenaar en wielerliefhebber Dries van Agt, destijds minister president, het startschot voor een criterium over 80 kilometer. Aad van den Hoek, de meesterknecht uit de Raleigh ploeg, won met 6 seconden voorsprong op Bert Scheuneman (de vader van Niels) en Piet van Katwijk. Een andere opvallende verschijning in Nijmegen was ploegleider Eddy Merckx. Voor het eerst sinds zijn afscheid in mei 1978 stond de Kannibaal officieel als ploegleider op de deelnemerslijst. En met zijn renner Walter Planckaert was hij ook in zijn nieuwe functie meteen weer succesvol. Tijdens de Tour de France had hij al met een accreditatiekaart om zijn nek gelopen als PR-medewerker voor sponsor C&A. Zijn baantje als ploegleider was trouwens geen lang leven beschoren, want op 28 maart 1980 opende hij in Meise zijn eigen fietsconstructiebedrijf.

In deze dagen raken we niet uitgesproken over de ...

Door Fred van Slogteren, 14 augustus 2006 10:00

Herman VANSPRINGEL (1943, België)

Een geweldige renner die alleen door zijn gebrek aan uitstraling en zijn bescheidenheid nooit een vedette werd. Hij was echter te goed om als een loser de wielergeschiedenis in te gaan. Zonder een winnaarstype te zijn won hij talloze wedstrijden, waaronder Gent-Wevelgem, de Omloop Het Volk, de Ronde van Lombardije, Parijs-Tours, het Kampioenschap van Zürich en natuurlijk zeven keer Bordeaux-Parijs, de monsterrit die helaas niet meer wordt verreden. Maar Vanspringel (en niet Van Springel) is het bekendst geworden door zijn nederlaag in de Tour de France 1968, toen hij in de afsluitende tijdrit nipt door Jan Janssen werd geklopt. Om van die dag een goed beeld te krijgen, voor mijn boek over de eerste Nederlandse Tourwinnaar, ging ik in maart 2001 bij Vanspringel op bezoek. Hij woonde toen in een klein dorp in de nabijheid van Temse samen met zijn vriendin, nadat zijn huwelijk door tragische omstandigheden was gestrand. Gewend aan de paleizen waarin oud-renners van zijn niveau plegen te wonen, was het even wennen zeker toen Herman ook nog bleek te werken. Hij was advertentie-acquisiteur voor een drukkerij gespecialiseerd in gemeentegidsen. Daar is niks mis mee en misschien deed hij het wel om niet de hele dag te hoeven niksen, maar toch. Hij had zijn naam dus niet echt uitgebuit en dat past wel bij hem.
Hij was een plezierig gesprekspartner die open en eerlijk over zich zelf en anderen sprak en zich niet groter maakte dan hij was, een handicap waar veel oud-renners het patent op hebben. Zijn relaas over die gedenkwaardige zondag in juli 1968 neemt een behoorlijke plaats in mijn boek in, want als je over die Tour (vijf hoofdstukken) schrijft dan kun je niet om Vanspringel heen.
Nadat het boek was uitgekomen werden de beide kemphanen van vroeger uitgenodigd voor een gesprek in een talkshow van de BRT. Janssen is bij dat soort gelegenheden een spraakwaterval, waar je als interviewer geen kind aan hebt, maar Herman zat er zwijgend bij. Toen hem gevraagd werd wat hij van het boek vond, bekende hij het nog niet gelezen te hebben. Ontroerend vanwege de bescheidenheid vond ik zijn woorden: “Ik zal er wel in voorkomen, want die mens is ook bij mij geweest.”
Herman, als je dit leest gefeliciteerd met je 63e verjaardag en ik hoop dat je nog net zo verliefd naar je toenmalige vriendin (nu mevrouw Vanspringel) kijkt, als toen die middag. En doe de groeten aan Rick van Berkel!
(foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 14 augustus 2006 0:00

Pascal LINO (1966, Frankrijk)

In België was het jarenlang heel erg, nadat Eddy Merckx afscheid had genomen. Elk talentje dat zich onderscheidde, al was het slechts in de Omloop van Sint-Jezus-Eyk, moest er aan geloven. Die werd groot geschreven. Het was een soort heimwee. Jarenlang had de wielerpers zich uitsluitend op het fenomeen Merckx gericht en toen was hij er niet meer. Het was een gevoel van: wat moeten we nu? Hoe moet het leven verder zonder Eddy? Maar gelukkig was daar Willems of Schepers of Van Calster of De Wolf of hoe ze verder mochten heten, om je aan vast te klampen. Het legde een enorme druk op die jonge talenten om de nieuwe Merckx te moeten zijn en het werd dan ook steeds een teleurstelling.
Hetzelfde zagen we in Frankrijk na het afscheid van dat andere fenomeen: Bernard Hinault. Ook hier werden jonge talenten groot geschreven of anders gezegd: verzopen voor ze de zee hadden gezien. Een van die talenten – en het was een talent – was Pascal Lino. Hij reed enkele jaren bij de profs, maar zijn zeges in de Ronde van Europa en een etappe in het Criterium International bleven nog onopgemerkt. In de Tour de France van 1992 kwam de doorbraak. In de etappe naar Bordeaux pakte een kopgroep zeven minuten. Onze landgenoot Rob Harmeling won de etappe, maar Lino greep de gele trui. Hij behield dat kleinood maar liefst elf dagen en hij bracht het Franse volk daarmee in een euforie. De opvolger van ‘le blaireau’ was opgestaan. In de tweede Alpenrit naar Sestrière was Claudio Chiapucci net zo ongenaakbaar als Michael Rasmussen in de zestiende etappe van de Tour van dit jaar. ‘Il Diabolo’ had ook de gele trui gepakt als zijn landgenoot Bugno niet de jacht had georganiseerd, waardoor Claudio net binnen bereik bleef van … Miguel Indurain, de fietsende computer uit Baskenland. In het door ...

Door Fred van Slogteren, 13 augustus 2006 0:00

Laurent FIGNON (1960, Frankrijk)

De Tour de France van 1983 was om twee redenen bijzonder. In de eerste plaats zou het de eerste open Tour worden, omdat Tourdirecteur Felix Lévitan wat leven in de brouwerij wilde brengen met de deelname van de Oost-Europese staatsamateurs. Dat ging niet door, maar wel stond er voor het eerst een Colombiaanse ploeg aan de start. De tweede reden was het feit dat het ook figuurlijk een open Tour was omdat er – net als dit jaar – geen uitgesproken favoriet was. Bernard Hinault had zijn knie laten opereren en daarom kon hij niet starten. Bij gebrek aan beter was de oude Zoetemelk voor de start favoriet, maar Joop werd al in de eerste dagen door een – naar later bleek onterechte – dopingstraf ver in het klassement teruggezet. De volgende favoriet was Pascal Simon, de oudste van vier fietsende Franse broers. Maar die brak in de gele trui bij een val zijn schouderblad en toen was daar plots een Parijze student met dun lang vlashaar en een opvallend brilletje. Zijn kop trok alle aandacht, maar daaronder zat een fantastisch atletisch lijf, waarmee het studentje goed de bergen over kwam en waarmee hij meer dan uitstekend kon tijdrijden. Hij won die Tour en bevestigde zijn zege een jaar later op indrukwekkende wijze. Daarna was Hinault weer op niveau en in diens kielzog de Amerikaan Greg LeMond. Fignon beleefde in die jaren een mindere periode, vanwege problemen met zijn knieën. Met LeMond zou Fignon in 1989 nog een adembenemend duel uitvechten dat pas op de streep in Parijs met acht seconden verschil beslist zou worden. ‘De professor’ won ook nog de Giro, twee maal Milaan-San Remo en eenmaal de Waalse Pijl. Een groot renner die door zijn eigenzinnig karakter nimmer de lieveling aller Fransen werd. Na zijn carrière werd hij eigenaar en organisator van Parijs-Nice. Hij kwam er toen achter dat een koers rijden iets anders is dan er een organiseren. Hij kwam in financiële problemen, waaruit hij door de Société du Tour de France werd gered, omdat die de failliete boedel overnam. Hoewel hij nog geen vijftig is, ziet hij er al lang niet meer uit als een Parijs studentje. Meer als iemand die nog steeds kwaad is omdat LeMond hem in 1989 de Tourzege afsnoepte door gebruik te maken van een vermicellistuur. Omdat zijn carrière aanvankelijk zo voorspoedig verliep werd hij de Zonnekoning genoemd, Maar na de secondennederlaag tegen LeMond heeft hij een andere bijnaam gekregen: Monsieur Citron. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 12 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Constante Girardengo (1893-1978) is een geweldenaar op de fiets geweest en hij wordt beschouwd als de eerste ‘Campionissimo’ van Italië. Dat wil zeggen dat die eretitel speciaal voor hem door zijn fans is bedacht. En niet ten onrechte want hij was negen maal Italiaans kampioen op de weg, hij won zes maal Milaan-San Remo, drie maal de Ronde van Lombardije, drie maal de Giro, zes maal Rome-Napels-Rome, drie maal Milaan-Modena, vijf maal Milaan-Turijn, vijf maal de Ronde van Emilië, drie maal de Ronde van Piemonte, twee maal de Ronde van Romandië en nog veel meer kleinere wedstrijden, alsmede vier zesdaagsen. Op zich was het niet ...

Door Fred van Slogteren, 11 augustus 2006 10:00

Fabio CASARTELLI (1970, overleden 18.07.1995, Italië)

Op 18 juli 1995 vond Fabio Casartelli de dood na een zware valpartij in de afdaling van de Portet d’Aspet. Ik weet nog precies waar ik was toen ik het vreselijke nieuws hoorde. Wie was Fabio Casartelli? De Olympisch kampioen van Barcelona 1992. Hij versloeg daar Erik Dekker in de sprint. En verder? In zijn derde jaar als prof was hij nog overwinningsloos. Hij was een belofte, maar het was er nog niet uitgekomen. Zou het er uitgekomen zijn? Waarschijnlijk niet. Echte grote renners laten zich direct zien, ook al hebben ze nog niet de macht en de ervaring van de vedette. Bovendien was Fabio na twee seizoenen bij een Italiaanse ploeg in het kamp van Lance Armstrong terechtgekomen. Dat was nog niet de Lance van later, maar toch al wel een mannetje. Als Casartelli in het gevolg van de Texaan was gebleven dan was hij een goedbetaalde knecht geworden met hooguit een paar overwinningen op zijn palmares. En dan was hij nu al vergeten. Maar op het moment dat hij het leven liet, werd hij onsterflijk. Een merkwaardige paradox die alleen verklaard kan worden omdat hij de tragiek symboliseert, waar alle renners diep in hun hart bang voor zijn en de gedachte eraan direct verdringen. De dood. De Tour is een gevaarlijk spel en wie het gedrang in massaspurts ziet en de snelheden waarneemt waarmee renners op een draagvlak van anderhalve centimeter rubber van bergen afsuizen, krijgt telkens weer diep respect voor het vakmanschap van de coureurs. Anderzijds is er de verbazing dat er niet vaker ongelukken met dodelijke afloop zijn voorgekomen. Maar de teller in bijna een eeuw Tour staat op vier. Vier teveel, maar het hadden er veel meer kunnen zijn. Er staat een monument voor Fabio op de Portet d’Aspet. Iedere keer als de Tour er langs komt is er weer een korte plechtigheid. Voor Fabio, een wielrenner in wording die op een dinsdag in juli een legende werd. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 11 augustus 2006 0:00

Romain MAES (1913, overleden 22.02.1983, België)

De meeste winnaars van de Tour de France hebben een erelijst zo lang als hun arm, want alleen de allergrootsten zijn in staat de wedstrijd aller wedstrijden te winnen. Er zijn echter ook uitzonderingen, maar die bevestigen daarmee alleen maar de regel. Een van die schaarse uitzonderingen was de kleine Belg Romain Maes, die in 1935 van de eerste tot de laatste dag de gele trui droeg en ook nog eens in de laatste etappe solo en met een fikse voorsprong in Parijs arriveerde. Hij reed vier keer de Tour en de andere drie keer viel hij uit. Hij won verder enkele kleinere wedstrijden en hij won in 1936 Parijs-Roubaix. De overwinningskei (zo die toen al bestond) heeft hij echter niet gekregen. Iedereen zag Maes als eerste over de streep komen, maar de jury zag de Fransman Georges Speicher als winnaar finishen. Zo ging dat toen in Frankrijk. De grote kracht van Romain Maes was zijn wilskracht. Zo’n type dat pas verslagen is als de koers is geëindigd. Daarmee knokte hij zich in de door hem gewonnen Tour door menig inzinking heen en dreef hij zijn concurrenten tot wanhoop. Hij bleef tot 1945 actief als renner, maar zijn grote jaren waren toen al lang voorbij. Na de oorlog fungeerde hij jarenlang als chauffeur van de Belgische journalisten die de Tour en andere wedstrijden volgden. Waag het niet om in het bijzijn van deze mannen – voorzover zij nog leven – Romain Maes een eendagsvlieg te noemen. Maes heeft zijn Tourzege niet cadeau gekregen en wat hij verder gepresteerd heeft, is niet van belang. Wie de Tour wint is onsterflijk.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 10 augustus 2006 0:00

© Henk Theuns

“Dit truitje is gedragen door Frank Pirard, de jongere broer van Frits. Frank was van 1986 tot en met 1990 professional en in dat laatste jaar reed hij in dit kleurige tricot van sponsor SEFB. Dat is een Belgische Spaarbank die van 1986 tot en met 1995 als sponsor actief is geweest in de wielersport. Ferdi Bracke is enkele jaren ploegleider geweest en ook José De Cauwer was als sportdirecteur aan de ploeg verbonden. Grote namen, maar het is altijd een ...

Door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 10:00

Een van mijn favoriete renners in het huidige profpeloton is de Duitser Jens Voigt. Ik hou van aanvallers en als iemand dat predikaat verdient, is het Voigt wel. Hij vliegt er in als hij kan en dat is niet altijd even verstandig. Maar de voormalige Ossie is ijzersterk en hij volbrengt zijn krachtenverslindende missies regelmatig met succes. In de laatste Tour was hij de grote animator in die vreemde etappe waarin Oscar Pereiro aan de top van het klassement kwam. Als Voigt niet in die kopgroep had gezeten, had ik nog moeten zien dat Pereiro het geel had gepakt, want het scheelt een slok op een borrel of je iemand als Voigt mee hebt. En nu excelleert hij in de Ronde van Duitsland. Hij blijkt ineens ook goed te kunnen klimmen en in staat om in een tijdrit een specialist als Leipheimer te verslaan. Vandaag is de laatste dag en Voigt gaat vrijwel zeker de Ronde van Duitsland winnen. Die is weliswaar niet zo zwaar als vorig jaar, maar toch een mooie koers om op je erelijst te hebben. Ik gun het hem van harte, zeker na alle narigheid van de laatste tweeënhalve week die de wielersport heeft beleefd. (© Philip van der Ploeg)

Door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 7:12

« Vorige 1 2 3 ... 1014 1015 1016 1017 1018 1019 1020 1021 1022 1023 1024 ... 1062 1063 1064 Volgende »