ad ad ad ad

Slogblog


Axel MERCKX (1972, België)

Je moet over heel wat ambitie en karakter beschikken om als de zoon van de grootste wielrenner aller tijden ook op een racefiets te stappen en voor een carrière als beroepswielrenner te kiezen. Je weet van tevoren dat je altijd met je vader zult worden vergeleken en dat die vergelijking nooit in jouw voordeel zal worden uitgelegd. Zonder de naam Merckx zou Axel een goede modale wielrenner zijn met een alleszins acceptabele palmares, vergelijkbaar met een Servais Knaven of een Leon van Bon om zo maar eens een paar namen te noemen. Want Axel Merckx is een renner die in bepaalde koersen zijn gang mag gaan, maar vaker moet knechten. En dat doet hij goed. Floyd Landis zou zijn inmiddels geannuleerde Tourzege wel eens aan Merckx te danken kunnen hebben. Toen de Amerikaan als een zielig hoopje mens aan zijn catastrofale inzinking bezig was, reed de een na de andere achterblijver hem voorbij. Toen kwam Merckx langszij en de Belg wist onmiddellijk wat hem te doen stond. Hij sprak Landis eerst moed in en nam hem vervolgens op sleeptouw in een tempo dat de ex-mennoniet nog net kon volgen. Daarmee heeft hij zeker minuten verdiend voor de Amerikaan en die hoefden de volgende dag dus niet goedgemaakt te worden.
Er zijn twee punten waarop Axel zijn vader heeft overtroffen. Hij behaalde een Olympische medaille en een dergelijk kleinood ontbreekt – tot diens grote spijt - in de prijzenkast van De Kannibaal. Op financieel gebied heeft Axel zijn vader ver overtroffen, want Eddy vertelde mij eens dat zijn zoon in drie jaar tijd meer heeft verdiend dan hij in zijn hele carrière. Axel is als wielrenner ver in de schaduw van zijn vader gebleven, maar ‘he cried all the way to the bank’, zullen we maar zeggen. De Banque Monaco, wel te verstaan.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 8 augustus 2006 0:00

Steven ROOKS (1960, Nederland)

Hij behoort onbetwist tot de tien beste Nederlandse renners aller tijden. De klasse droop er van af en daarom had er volgens mij nog meer in gezeten. Maar dat weet de renner zelf het beste. Als hij het niet had gehaald, was zijn standaardexcuus: ‘ik was niet super’, terwijl je als kijker de indruk had dat hij met de rem erop reed. Hij kon een geweldige finale rijden, waarin hij heel efficiënt met zijn krachten omsprong. Zijn grootste prestatie was voor mij zijn overwinning in Luik-Bastenaken-Luik in 1983. Hij was smadelijk verstoten door Peter Post en hij ging in het shirt van een onbeduidend Frans ploegje even verhaal halen, door iedereen – inclusief de hele Raleigh-ploeg - uit het wiel te rijden en solo over de finish te komen. In één klap eiste hij zijn plaats aan de top op. Natuurlijk zijn ook zijn prestaties in de Tour de France van hoog niveau. Een tweede plaats in het eindklassement en winnaar van het bergklassement zijn verrichtingen die maar weinig renners op hun palmares hebben staan. En als de autoriteiten in die tijd net zo onverbiddelijk waren geweest als nu met Landis, dan had Steven de Tour van 1988 op zijn naam mogen schrijven.

Ik denk dat de karakterstructuur van Steven een belangrijke rol heeft gespeeld in zijn carrière. Hij was soms een moeilijke jongen, altijd een tikkie dwars. Men verweet hem vaak horkerig gedrag, maar nu ik hem na zijn carrière bezig zie in de wielerwereld denk ik dat dit veel te maken had met zijn beroepsbeleving. Altijd supergeconcentreerd was hij het prototype van de egoïst. Iemand die niemand anders kende – en wilde kennen - dan zichzelf. Nu hij niet meer fietst is hij een andere man. Moest je hem vroeger de woorden uit de mond trekken, daar is hij nu een gezellige prater. Maar als ik hem bezig zie, denk ik altijd weer met weemoed aan de renner Rooks. Wat zat-ie prachtig op de fiets, ook al was hij niet altijd super. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 7 augustus 2006 0:00

Stuart O’GRADY (1973, Australië)

Afgelopen woensdag maakte Jacques Rogge, de Belgische voorzitter van het IOC, bekend dat volgens hem bepaalde sportmanifestaties best wat minder zwaar kunnen zijn. De Tour de France noemde hij zelfs onmenselijk zwaar. Er zullen renners zijn die dat met hem eens zijn, maar zo niet Stuart O’Grady. Op zijn website lees ik dat hij het jammer vindt dat de Tour voorbij is, want hij begon net een beetje in vorm te komen. Het is een aparte die Aussie met zijn gezellige sproetenkop. Als amateur reed hij – zoals veel Australiërs – veel op de baan. Hij beoefende met succes bijna alle baandisciplines en daar hield hij een zilveren en twee bronzen medailles op de Olympische Spelen aan over. In 2004 zou hij daar als prof nog goud aan toevoegen in de ploegkoers. O’Grady was als amateur ook nog wereldkampioen ploegachtervolging en hij won ook nog een zesdaagse. In 1995 kwam hij naar Europa om er als prof een bestaan op te bouwen. Hij kwam in Frankrijk terecht en hij reed achtereenvolgens voor Gan, Crédit Agricole en Cofidis. Dit jaar rijdt hij voor het Deense Team CSC van Bjarne Riis. De Tourwinnaar van 1996 verwachtte veel van zijn aanwinst, maar in de tweede etappe van de Tirreno Adriatico kwam O’Grady zwaar ten val. Vijf gebroken ribben en een sleutelbeen verwezen zijn voorjaar naar de filistijnen, maar in de ProTour ploegentijdrit stond hij er weer. Ook in Hamburg reed hij vorige week sterk, maar door een val in de finale verspeelde hij zijn kansen. Het seizoen is echter nog niet voorbij en behalve de met zijn ploeg gedeelde overwinning in Eindhoven staat Stuart dit jaar nog droog. En dat vindt de man uit Adelaide niet leuk. We gaan zeker nog van hem horen. (© Philip van der Ploeg)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 6 augustus 2006 0:00

Je neemt als renner een verboden middel of je krijgt het al dan niet met medeweten door een arts of een verzorger toegediend. Je hebt er geen enkel voordeel van, maar je wint wel de Tour de France met een indrukwekkende prestatie als zelden eerder vertoond. Je wordt positief bevonden en dat wordt door de contra-expertise bevestigd. Je Tourzege wordt je ontnomen en je krijgt een schorsing van twee jaar. Carrière gebroken, gezichtsverlies en een smadelijke afgang. Is dopingbestrijding niet bedoeld om prestatiebevorderende en voor de gezondheid van de atleet schadelijke producten uit te bannen? Na deze belachelijke operette blijven we achter met een leeg gevoel en één trieste conclusie: de renner dom, zijn arts dom en de UCI dommer dan dom. Deskundigen roepen al jaren dat de dopinglijst, die acht pagina’s telt, kan worden teruggebracht tot de lengte van een half A-viertje. Maar deskundig of niet: het zijn roependen in de woestijn. Of is het een jungle?

Door Fred van Slogteren, 5 augustus 2006 11:37

Mother's little helper

Van alle media ben ik het trouwst aan de krant. De koppen brengen je in één oogopslag het grote èn kleine nieuws. Geven ook direct de mogelijkheid om te selecteren. Er zijn vaste oriëntatiepunten en aandachttrekkers. Zo staat in onze krant linksonder op de frontpagina elke dag een ingezonden wise-crack. Zoals deze bijvoorbeeld: "Die Dow Jones blijft maar records breken. Wordt het niet eens tijd dat die op doping wordt gecontroleerd?" Was getekend H. Schoofs te Heythuysen. Wat krijgen we nou. Heeft Harrie Schoofs inmiddels belangen op de New Yorkse effectenbeurs? Harrie, de krachtmens uit de Kempen die in de zestiger jaren vlot een halve klassieker alleen vooruit reed. Liefst als het flink regende en waaide. En dat allemaal op 'n fleske chocomel.

Even verderop kopt de krant in vette kapitalen: "Wielerkampioen wordt burgemeester". Gauw effe lezen. Ene ...

Door Fred van Slogteren, 5 augustus 2006 10:00

Gilles DELION (1966, Frankrijk)

Wat heeft Gilles Delion gemeen met Mathias Kessler, Frédéric Moncassin, Jan Raas, Willy Teirlinck, Joop Zoetemelk en Alex Zülle? Welnu, deze zeven renners wonnen ooit een Touretappe op Nederlandse bodem. De zege van Kessler ligt nog vers in het geheugen, maar de voorganger van deze Duitser in Valkenburg was Delion, de vandaag precies veertig jaar geleden in Saint Etienne geboren Fransman. Op zaterdag 11 juli 1992 was het mooie stadje aan de Geul tot berstens toe gevuld met enthousiast wielerpubliek net als bijna een maand geleden toen Delion eregast was van het gemeentebestuur, Kessler won en Erik Dekker uit de Tour tuimelde.
Gilles Delion was een groot talent, maar dat is er niet helemaal uitgekomen. Die Touretappe in 1992 was een van de hoogtepunten, net als zijn zege in de Classique des Alpes in hetzelfde jaar. Maar de grootste victorie is de Ronde van Lombardije 1990 geweest. Hij reed dat jaar voor de Zwitserse formatie Helvetia van de geslepen ploegleider Paul Köchli. Die had een strijdplannetje gemaakt om de sterke Italianen in eigen huis te verrassen. Het plan werkte zoals bedacht en vijf renners mochten het in Monza gaan uitmaken. Daarbij twee van Köchli’s mannen, te weten Pascal Richard en Gilles Delion. Ze lieten zich niet verrassen door Echave, Mottet en Millar en zo werd Delion één en Richard twee. Nadat hij in 1996 zijn loopbaan had beëindigd begon Delion een strijd tegen de (medische) zeden en gewoonten in het profpeloton. Dat werd hem niet in dank afgenomen, want je moet niet spugen in de beker waaruit je ooit gedronken hebt. Vraag maar aan Peter Winnen, Steven Rooks en Maarten Ducrot.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 5 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Tolmino Gios reed als beroepsrenner enkele jaren in de beroemde Legnano-ploeg van Bartali, Guerra en Di Paco. In 1948 begon hij een fietsenwinkel en zijn eerste gesponsorde renner was Italo Zilioli. Tien jaar nadien kwamen de zoons Alfredo en Aldo Gios aan de leiding, en zij bouwden het beroemde blauwe merk uit tot wat het nu is: voor zover mij bekend het enige merk met een eigen merkenclub op het gebied van de racefiets. In 1972 begon het allemaal grootse vormen aan te nemen toen Franco Cribiori het Brooklyn-team vormde, met ...

Door Fred van Slogteren, 4 augustus 2006 10:00

Edwig VAN HOOYDONCK (1966, België)

Van Hooydonck was een prachtige coureur. Een boomlange rossige atleet die zijn hele profcarrière voor Jan Raas reed. Ik heb bij Peter Ravensbergen eens een fiets van hem gezien, een Colnago. Zowel de balhoofdbuis als de buis waar de zadelpen in past waren met zo’n tien centimeter verlengd en ze staken daardoor boven de horizontale bovenbuis uit. Ook reed hij altijd met een gigantisch lange zadelpen om dat lange lijf maar zo veel mogelijk van dienst te zijn. Er zijn van die momenten die je als liefhebber altijd bij blijven. Zoals de demarrage bergop van Marco Pantani, waarmee hij Ullrich definitief velde. Of de winnende WK-sprint van Mario Cipollini in Zolder. Zo’n onvergetelijk moment is ook de splijtende demarrage van Van Hooydonck op de Bosberg, het voorlaatste klimmetje in de Ronde van Vlaanderen. Even uit het zadel, een paar verschrikkelijke duwen en weg was Eddy. Twee maal won hij Vlaanderens mooiste en zijn overwinningen behoren tot de meest kenmerkende uit de historie van het monument van Kaorle. Van Hooydonck was het eerste slachtoffer van epo. Hij zal het niet gebruikt hebben, maar groot was zijn verbijstering toen allerlei koekenbakkers uit Italië en Spanje hem en zijn maatje Frans Maassen in de koers voorbij reden, alsof ze stil stonden. Toen hij later doorkreeg hoe dat kon, was de lol er ook direct af. Ik zag het hem een keer bij de start van Milaan-San Remo in de microfoon spuwen. Zijn walging dat dit met zijn mooie sport was gebeurd, was meer dan oprecht. Daarom koester ik de herinnering aan Eddy Bosberg, die in 1996 de beslissing nam dat hij daar niet langer bij wilde horen. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 4 augustus 2006 0:00

MAJOR TAYLOR
door Andrew Ritchie

“Er is geen enkele goede verklaring voor het feit dat het wielrennen als vrijwel enige sport vrijwel geen internationaal befaamde zwarte beoefenaren kent. Er zijn natuurlijk Afrikaanse wielrenners, maar die rijden vrijwel uitsluitend in hun eigen continent. In de jaren vijftig was er de Algerijn Zaaf die voor een van de mooiste anekdotes uit de wielergeschiedenis zorgde, maar verder moeten we het doen met een fenomeen uit een ver verleden. Dat was Marshall Walter Taylor, beter bekend als Major Taylor, op 8 november 1878 geboren in Indianapolis. Die kwam rond de eeuwwisseling als wereldkampioen (1899 Montreal) naar Europa om hier wedstrijden te rijden Het was een attractie. De meeste ...

Door Fred van Slogteren, 3 augustus 2006 10:00

Oscar PEREIRO SIO (1977, Spanje)

Hij stond op bijna een half uur en zo leek de man, die in de twee jaar daarvoor steeds als tiende in het klassement eindigde, op een hopeloze achterstand te staan. En toen was daar die krankzinnige 13e etappe op 15 juli. Van Béziers naar Montélimar over 230 kilometer in de bloedhitte. Niemand begreep er iets van dat Landis zomaar zijn gele trui weggaf aan zijn voormalige ploeggenoot. Maar het was niet Landis die weggaf en dom deed, maar de andere ploegen met kandidaten voor het klassement. Zij lieten een geduchte concurrent terugkomen in de top van het klassement en de Spanjaard zou in het verdere verloop van de Tour een belangrijke rol spelen. Dat was geen verrassing want vorig jaar had Pereiro zich ook al laten kennen als een geduchte aanvaller met veel inhoud. Nadat hij in de 15e etappe was geflikt door George Hincapie behaalde hij een dag later in Pau een bekeken overwinning die hem uitzicht bood op een toptien klassering. Hij kreeg twee dagen achtereen de prijs voor de strijdlustigste renner en daarom hadden de Menchovs, de Klödens en de Sastres beter moeten weten en de Phonaks een handje toe moeten steken om de voorsprong van Pereiro cs. niet zo groot te laten worden. Het is niet altijd lonend om al het werk maar door de gele trui en zijn ploeg te laten opknappen. Ik ben er van overtuigd dat we nog meer van Oscar Pereiro Sio zullen horen, al was het maar als de papieren winnaar van de Tour de France 2006. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 3 augustus 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 998 999 1000 1001 1002 1003 1004 1005 1006 1007 1008 ... 1044 1045 1046 Volgende »