ad ad ad ad

Slogblog


Pascal LINO (1966, Frankrijk)

In België was het jarenlang heel erg, nadat Eddy Merckx afscheid had genomen. Elk talentje dat zich onderscheidde, al was het slechts in de Omloop van Sint-Jezus-Eyk, moest er aan geloven. Die werd groot geschreven. Het was een soort heimwee. Jarenlang had de wielerpers zich uitsluitend op het fenomeen Merckx gericht en toen was hij er niet meer. Het was een gevoel van: wat moeten we nu? Hoe moet het leven verder zonder Eddy? Maar gelukkig was daar Willems of Schepers of Van Calster of De Wolf of hoe ze verder mochten heten, om je aan vast te klampen. Het legde een enorme druk op die jonge talenten om de nieuwe Merckx te moeten zijn en het werd dan ook steeds een teleurstelling.
Hetzelfde zagen we in Frankrijk na het afscheid van dat andere fenomeen: Bernard Hinault. Ook hier werden jonge talenten groot geschreven of anders gezegd: verzopen voor ze de zee hadden gezien. Een van die talenten – en het was een talent – was Pascal Lino. Hij reed enkele jaren bij de profs, maar zijn zeges in de Ronde van Europa en een etappe in het Criterium International bleven nog onopgemerkt. In de Tour de France van 1992 kwam de doorbraak. In de etappe naar Bordeaux pakte een kopgroep zeven minuten. Onze landgenoot Rob Harmeling won de etappe, maar Lino greep de gele trui. Hij behield dat kleinood maar liefst elf dagen en hij bracht het Franse volk daarmee in een euforie. De opvolger van ‘le blaireau’ was opgestaan. In de tweede Alpenrit naar Sestrière was Claudio Chiapucci net zo ongenaakbaar als Michael Rasmussen in de zestiende etappe van de Tour van dit jaar. ‘Il Diabolo’ had ook de gele trui gepakt als zijn landgenoot Bugno niet de jacht had georganiseerd, waardoor Claudio net binnen bereik bleef van … Miguel Indurain, de fietsende computer uit Baskenland. In het door ...

Door Fred van Slogteren, 13 augustus 2006 0:00

Laurent FIGNON (1960, Frankrijk)

De Tour de France van 1983 was om twee redenen bijzonder. In de eerste plaats zou het de eerste open Tour worden, omdat Tourdirecteur Felix Lévitan wat leven in de brouwerij wilde brengen met de deelname van de Oost-Europese staatsamateurs. Dat ging niet door, maar wel stond er voor het eerst een Colombiaanse ploeg aan de start. De tweede reden was het feit dat het ook figuurlijk een open Tour was omdat er – net als dit jaar – geen uitgesproken favoriet was. Bernard Hinault had zijn knie laten opereren en daarom kon hij niet starten. Bij gebrek aan beter was de oude Zoetemelk voor de start favoriet, maar Joop werd al in de eerste dagen door een – naar later bleek onterechte – dopingstraf ver in het klassement teruggezet. De volgende favoriet was Pascal Simon, de oudste van vier fietsende Franse broers. Maar die brak in de gele trui bij een val zijn schouderblad en toen was daar plots een Parijze student met dun lang vlashaar en een opvallend brilletje. Zijn kop trok alle aandacht, maar daaronder zat een fantastisch atletisch lijf, waarmee het studentje goed de bergen over kwam en waarmee hij meer dan uitstekend kon tijdrijden. Hij won die Tour en bevestigde zijn zege een jaar later op indrukwekkende wijze. Daarna was Hinault weer op niveau en in diens kielzog de Amerikaan Greg LeMond. Fignon beleefde in die jaren een mindere periode, vanwege problemen met zijn knieën. Met LeMond zou Fignon in 1989 nog een adembenemend duel uitvechten dat pas op de streep in Parijs met acht seconden verschil beslist zou worden. ‘De professor’ won ook nog de Giro, twee maal Milaan-San Remo en eenmaal de Waalse Pijl. Een groot renner die door zijn eigenzinnig karakter nimmer de lieveling aller Fransen werd. Na zijn carrière werd hij eigenaar en organisator van Parijs-Nice. Hij kwam er toen achter dat een koers rijden iets anders is dan er een organiseren. Hij kwam in financiële problemen, waaruit hij door de Société du Tour de France werd gered, omdat die de failliete boedel overnam. Hoewel hij nog geen vijftig is, ziet hij er al lang niet meer uit als een Parijs studentje. Meer als iemand die nog steeds kwaad is omdat LeMond hem in 1989 de Tourzege afsnoepte door gebruik te maken van een vermicellistuur. Omdat zijn carrière aanvankelijk zo voorspoedig verliep werd hij de Zonnekoning genoemd, Maar na de secondennederlaag tegen LeMond heeft hij een andere bijnaam gekregen: Monsieur Citron. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 12 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Constante Girardengo (1893-1978) is een geweldenaar op de fiets geweest en hij wordt beschouwd als de eerste ‘Campionissimo’ van Italië. Dat wil zeggen dat die eretitel speciaal voor hem door zijn fans is bedacht. En niet ten onrechte want hij was negen maal Italiaans kampioen op de weg, hij won zes maal Milaan-San Remo, drie maal de Ronde van Lombardije, drie maal de Giro, zes maal Rome-Napels-Rome, drie maal Milaan-Modena, vijf maal Milaan-Turijn, vijf maal de Ronde van Emilië, drie maal de Ronde van Piemonte, twee maal de Ronde van Romandië en nog veel meer kleinere wedstrijden, alsmede vier zesdaagsen. Op zich was het niet ...

Door Fred van Slogteren, 11 augustus 2006 10:00

Fabio CASARTELLI (1970, overleden 18.07.1995, Italië)

Op 18 juli 1995 vond Fabio Casartelli de dood na een zware valpartij in de afdaling van de Portet d’Aspet. Ik weet nog precies waar ik was toen ik het vreselijke nieuws hoorde. Wie was Fabio Casartelli? De Olympisch kampioen van Barcelona 1992. Hij versloeg daar Erik Dekker in de sprint. En verder? In zijn derde jaar als prof was hij nog overwinningsloos. Hij was een belofte, maar het was er nog niet uitgekomen. Zou het er uitgekomen zijn? Waarschijnlijk niet. Echte grote renners laten zich direct zien, ook al hebben ze nog niet de macht en de ervaring van de vedette. Bovendien was Fabio na twee seizoenen bij een Italiaanse ploeg in het kamp van Lance Armstrong terechtgekomen. Dat was nog niet de Lance van later, maar toch al wel een mannetje. Als Casartelli in het gevolg van de Texaan was gebleven dan was hij een goedbetaalde knecht geworden met hooguit een paar overwinningen op zijn palmares. En dan was hij nu al vergeten. Maar op het moment dat hij het leven liet, werd hij onsterflijk. Een merkwaardige paradox die alleen verklaard kan worden omdat hij de tragiek symboliseert, waar alle renners diep in hun hart bang voor zijn en de gedachte eraan direct verdringen. De dood. De Tour is een gevaarlijk spel en wie het gedrang in massaspurts ziet en de snelheden waarneemt waarmee renners op een draagvlak van anderhalve centimeter rubber van bergen afsuizen, krijgt telkens weer diep respect voor het vakmanschap van de coureurs. Anderzijds is er de verbazing dat er niet vaker ongelukken met dodelijke afloop zijn voorgekomen. Maar de teller in bijna een eeuw Tour staat op vier. Vier teveel, maar het hadden er veel meer kunnen zijn. Er staat een monument voor Fabio op de Portet d’Aspet. Iedere keer als de Tour er langs komt is er weer een korte plechtigheid. Voor Fabio, een wielrenner in wording die op een dinsdag in juli een legende werd. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 11 augustus 2006 0:00

Romain MAES (1913, overleden 22.02.1983, België)

De meeste winnaars van de Tour de France hebben een erelijst zo lang als hun arm, want alleen de allergrootsten zijn in staat de wedstrijd aller wedstrijden te winnen. Er zijn echter ook uitzonderingen, maar die bevestigen daarmee alleen maar de regel. Een van die schaarse uitzonderingen was de kleine Belg Romain Maes, die in 1935 van de eerste tot de laatste dag de gele trui droeg en ook nog eens in de laatste etappe solo en met een fikse voorsprong in Parijs arriveerde. Hij reed vier keer de Tour en de andere drie keer viel hij uit. Hij won verder enkele kleinere wedstrijden en hij won in 1936 Parijs-Roubaix. De overwinningskei (zo die toen al bestond) heeft hij echter niet gekregen. Iedereen zag Maes als eerste over de streep komen, maar de jury zag de Fransman Georges Speicher als winnaar finishen. Zo ging dat toen in Frankrijk. De grote kracht van Romain Maes was zijn wilskracht. Zo’n type dat pas verslagen is als de koers is geëindigd. Daarmee knokte hij zich in de door hem gewonnen Tour door menig inzinking heen en dreef hij zijn concurrenten tot wanhoop. Hij bleef tot 1945 actief als renner, maar zijn grote jaren waren toen al lang voorbij. Na de oorlog fungeerde hij jarenlang als chauffeur van de Belgische journalisten die de Tour en andere wedstrijden volgden. Waag het niet om in het bijzijn van deze mannen – voorzover zij nog leven – Romain Maes een eendagsvlieg te noemen. Maes heeft zijn Tourzege niet cadeau gekregen en wat hij verder gepresteerd heeft, is niet van belang. Wie de Tour wint is onsterflijk.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 10 augustus 2006 0:00

© Henk Theuns

“Dit truitje is gedragen door Frank Pirard, de jongere broer van Frits. Frank was van 1986 tot en met 1990 professional en in dat laatste jaar reed hij in dit kleurige tricot van sponsor SEFB. Dat is een Belgische Spaarbank die van 1986 tot en met 1995 als sponsor actief is geweest in de wielersport. Ferdi Bracke is enkele jaren ploegleider geweest en ook José De Cauwer was als sportdirecteur aan de ploeg verbonden. Grote namen, maar het is altijd een ...

Door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 10:00

Een van mijn favoriete renners in het huidige profpeloton is de Duitser Jens Voigt. Ik hou van aanvallers en als iemand dat predikaat verdient, is het Voigt wel. Hij vliegt er in als hij kan en dat is niet altijd even verstandig. Maar de voormalige Ossie is ijzersterk en hij volbrengt zijn krachtenverslindende missies regelmatig met succes. In de laatste Tour was hij de grote animator in die vreemde etappe waarin Oscar Pereiro aan de top van het klassement kwam. Als Voigt niet in die kopgroep had gezeten, had ik nog moeten zien dat Pereiro het geel had gepakt, want het scheelt een slok op een borrel of je iemand als Voigt mee hebt. En nu excelleert hij in de Ronde van Duitsland. Hij blijkt ineens ook goed te kunnen klimmen en in staat om in een tijdrit een specialist als Leipheimer te verslaan. Vandaag is de laatste dag en Voigt gaat vrijwel zeker de Ronde van Duitsland winnen. Die is weliswaar niet zo zwaar als vorig jaar, maar toch een mooie koers om op je erelijst te hebben. Ik gun het hem van harte, zeker na alle narigheid van de laatste tweeënhalve week die de wielersport heeft beleefd. (© Philip van der Ploeg)

Door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 7:12

Met ingang van vandaag is Erik Dekker geen profwielrenner meer, maar ploegleider nummer vier bij Rabobank. Hij rijdt aan het eind van het seizoen nog wel een koers uit het pretpakket op Curaçao, maar daar zal hij niet extra voor gaan trainen. Dekker mag terugkijken op een mooie carrière met een indrukwekkende palmares. Hij kwam in 1993 in het profpeloton als een grote belofte. Hij had een zilveren medaille op zak, gewonnen in de Olympische wegwedstrijd waar hij wel erg makkelijk werd afgetroefd door de betreurde Fabio Casartelli. Hoewel hij mijns inziens voluit voor goud had moeten gaan, stelde hij zich veel te vroeg tevreden met zilver en hij was er ook nog dolgelukkig mee. Net als Tim Krabbé trok ik toen de conclusie dat het met die Dekker nooit iets zou worden. We hebben het gelukkig mis gehad, maar het heeft lang geduurd vooraleer hij tot bloei kwam. Zes jaar om precies te zijn. Hij was in die periode geen ...

Door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 6:41

Davide REBELLIN (1971, Italië)

Hij is aan zijn vijftiende profjaar bezig. Iedereen kent hem, hij geldt als een goede renner en zijn palmares mag gezien worden. Toch is Tintin geen vedette en dat komt door zijn gebrek aan uitstraling. Het blijft gek dat niet je prestaties, maar je presentatie je plaats in het peloton bepalen. Ondanks zijn successen werd hij een aantal jaren niet geselecteerd voor het WK en dat deed hem bijna besluiten de Argentijnse nationaliteit aan te vragen. Toen bondscoach Franco Ballerini het veld ruimde besloot Davide toch maar Italiaan te blijven.
2004 was zijn topjaar toen hij in acht dagen tijd de Amstel Gold Race, de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik won. In het lichtblauw van Gerolsteiner, nadat hij jarenlang voor Italiaanse ploegen had gekoerst en ook nog een jaar bij Française des Jeux had gereden. Vorig jaar kwam hij in het nieuws omdat er bij zijn schoonouders thuis – waar ze al niet zoeken – verboden producten waren gevonden. Hij werd echter vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. Dit jaar is zijn erelijst bescheiden, want hij brak in de Ronde van Italië een rib en dat was een lelijke streep door de rekening. De leeftijd zal echter ook wel een rol gaan spelen, want Davide wordt vandaag 35 jaar. Als hij nog potten wil breken, moet hij snel zijn.
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 9 augustus 2006 0:00

“Ik heb er nooit aan gedacht om op de vrijmarkt op koninginnedag op zoek te gaan naar een oude racefiets. Maar enkele dagen na 30 april kwam iemand me deze fiets aanbieden. Gescoord op de rommelmarkt. Ik wist niet wat ik zag. Een beauty. Een Chesini Precision. Volgens mij is Ton van Herwerden de enige importeur in Nederland van dit Italiaanse topmerk. Op het gebied van graveerwerk is er bij deze fiets niet zuinig gedaan. Op het ...

Door Fred van Slogteren, 8 augustus 2006 10:00

« Vorige 1 2 3 ... 997 998 999 1000 1001 1002 1003 1004 1005 1006 1007 ... 1044 1045 1046 Volgende »