ad ad ad ad

Slogblog


Gerard VELDSCHOLTEN (1959, Nederland)

Deze aimabele oud-coureur uit Oldenzaal heeft de naam fysiek een fantastische coureur te zijn geweest, maar er zat geen kop op. Zo wordt Gerard al jaren weggezet als een domme renner. Ik heb dat altijd een belediging gevonden aan het adres van een coureur die in 1988 de Ronde van Romandië won. Dan kun je wel wat, want van Hennie Kuiper heb ik eens gehoord hoe zwaar die koers is. Zeker gezien de plaats op de agenda, heel vroeg in het seizoen als de Zwitserse Alpen nog lang niet klaar zijn om de vele wandel- en fietstoeristen een prachtige vakantie te bezorgen. Ook het feit dat hij in diverse andere rondes – inclusief de Tour en de Vuelta - altijd kort eindigde, spreekt in zijn voordeel. En verder? Ja, Gerard was een knecht, maar wat wil je als je in de topjaren van Zoetemelk, Kuiper, Raas en Knetemann beroepsrenner wordt en een plekje krijgt in de fameuze Raleigh-ploeg. Dan mocht je veel, maar geen kopman zijn. Wel zo nu en dan je kans gaan en dat heeft Gerard meer dan eens gedaan. Maar als er geknecht moest worden, dan stond hij er. In het boek Karaktermens Peter Post staat een mooie anekdote, die zowel een goed beeld geeft van Post als van Veldscholten. ‘Gerard Veldscholten had zich in een bergetappe weer eens helemaal uit de naad gewerkt voor de ploeg en hij was op grote achterstand geraakt. Het publiek was al naar huis toen hij tientallen minuten na de winnaar, uitgeput maar nog wel net op tijd, over de finish kwam. Iedereen was weg, maar Post stond nog op zijn laatste renner te wachten. Hij hielp Veldscholten zwijgend van zijn fiets en hij ondersteunde hem naar het hotel. Het was vertederend om te zien: de bezorgde vader met zijn uitgeputte zoon. Bij de soigneurskamer van Ruud Bakker aangekomen, realiseerde Post zich echter dat hij zich even in zijn kaart had laten kijken en hij draaide snel de knop om. Tegen Bakker zei hij vervolgens met een kille, afgemeten stem: “Hier heb je een dweil, maak er maar weer een renner van.”

Van Peter Post, Joop Zoetemelk en Hennie Kuiper hoef je geen denigrerende opmerking over Gerard te verwachten. Wel veel waardering!

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 19 augustus 2006 0:00

© Otto Beaujon

“Hero Cycles is een hele grote Indiase fietsenmaker. Dit jaar viert het bedrijf zijn 50-jarig bestaan, en tegelijkertijd hebben ze (met de notaris erbij) geturfd dat ze dit jaar hun 100 miljoenste fiets hebben gemaakt. In 1956 werd de Hero fietsenfabriek opgericht door de gebroeders Munjal, en de Hero Groep is nog steeds in handen van de familie Munjal. Sterker nog, de oudste broer Brijmohan Lall Munjal, is president van de raad van bestuur en hij geldt als de man met het hoogste inkomen van heel India, zoiets als hier Anders Moberg van Ahold. In de fabrieken in Ludhiana maken ze alles zelf: frames, spaken, ...

Door Fred van Slogteren, 18 augustus 2006 10:00

Cédric VASSEUR (1970, Frankrijk)

Het zou een leuke quizvraag zijn: ‘Peter Post besloot zijn loopbaan als ploegleider eind 1994. Dat is nu twaalf jaar geleden. Welke renners die nog voor Post hebben gereden zijn nog steeds actief?’ Ekimov zal menigeen roepen, maar die is aan zijn allerlaatse maanden als renner bezig. Het goede antwoord is Cédric Vasseur, die in 1993 als stagiair bij de Franse Novemail-ploeg reed, waarvan Post een overigens weinig succesvol sportdirecteur was. Voor de rest zijn de renners uit die ploeg allang gestopt, maar Vasseur is nog steeds actief en ook nog een van de beste Franse renners van dit moment. Hij wordt vandaag 36 jaar en daarom zal zijn carrière niet lang meer duren. Hij is een aanvallende renner die vaak in ontsnappingen te zien is. Dat leidt niet altijd tot succes, maar in de QuickStep-ploeg is hij een toegewijd en gewaardeerd helper. Hij komt uit een echt wielernest, want vader Alain was in de jaren zeventig een degelijk profrenner die een keer een etappe in de Tour won. Ook oom Sylvain was een goede coureur die in 1971 de Ronde van Luxemburg op zijn naam schreef. Het zag er lang niet naar uit dat Cédric in hun voetsporen zou treden, want hij studeerde op de universiteit voor ingenieur. De Nordist kon de wielerbacil echter niet weerstaan en toen de kans zich voordeed bij de grote Peter Post het vak te leren, hapte hij toe. Hij werd een goede, modale profrenner die zich vaak laat zien en bij tijd en wijle zijn prijzen pakt. De laatste overwinning van Cédric dateert echter al weer van 2004 en dat was een etappe in de Tour du Limousin. Hij heeft in zijn carrière nogal wat getobt met dopingperikelen. Eerst werd hij in 2001 48 uur geïnterneerd voor vermeend epo-gebruik. Zijn ploeggenoot Philip Gaumont gaf het toe, maar Vasseur niet. De onderzoeken waren toen nog niet zo nauwkeurig als nu, zodat hij vrijuit ging. Hij had zich weerbaar getoond en dat was hij weer toen hij een paar jaar later van cocaïnegebruik werd beschuldigd. Hij vocht dat aan door zijn haar te laten onderzoeken. Dat toonde zijn gelijk aan en later weer niet, waardoor hij een DNA-onderzoek liet doen om aan te tonen dat de positieve haren niet van hem waren. Hij kreeg gelijk en bewees daarmee onomstotelijk dat er soms bij dopingcontroles wordt gesjoemeld. Het heeft zijn motivatie kennelijk niet beïnvloed, want hij heeft inmiddels laten weten zijn carrière nog minimaal een jaar voort te willen zetten. (© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 18 augustus 2006 0:00

Filippo SIMEONI (1971, Italië)

Deze coureur is al sinds 1995 beroepsrenner en hij veranderde in die jaren regelmatig van werkgever. Hij is geen grote, hoewel hij etappes won in de rondes van Spanje, Oostenrijk en Luxemburg en vorig jaar nog een rit in de Ronde van Qinghai Lake in China. Simeoni is veel bekender geworden door zijn dopingperikelen en de strijd die hij al jaren aanbindt tegen de hypocrisie binnen het peloton. Hij haalde zich daarmee de woede op de hals van Lance Armstrong himself, die er persoonlijk op toezag dat Simeoni geen prijs meer reed in koersen waar hij zelf ook aan de start stond.
Wat zijn de feiten? In 2001 werd Simeoni voor zes maanden geschorst, nadat bij hem epo was aangetoond. Voor de rechtbank van Bologna bekende hij schuld en daarmee was een schorsing onvermijdelijk. De Italiaan heeft echter een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel dat hem ingeeft dat het van de gekke is dat de renner gestraft wordt, terwijl de arts die het hem heeft geadviseerd en het heeft toegediend buiten schot blijft. Daarom bracht hij de praktijken van de arts Michele Ferrari naar buiten. Dat resulteerde in een proces tegen de medicus, waar Simeoni als getuige optrad. Er werd een celstraf van veertien maanden geëist en een geldboete van 900 euro, maar het bewijs kreeg men niet rond. De arts werd vrijgesproken. Hij was in die periode als ploegarts verbonden aan de US Postal formatie van Lance Armstrong en de Texaan was in die tijd de belangrijkste getuige à décharge van de Italiaanse arts. Toch blijft zijn naam rondzingen, evenals andere namen.
Ik doe hier geen uitspraken over Ferrari, maar Simeoni heeft een punt als hij stelt dat het niet de wielrenners zijn die de medicamenten ontdekken die wellicht prestatiebevorderend zijn, maar de artsen. De tijd van de peppilletjes uit de koffers van duistere medicijnmannen die zich soigneur noemen is voorbij. In plaats daarvan zijn er artsen die heel veel geld verdienen aan het begeleiden van renners. Om dit doeltreffend aan te pakken zou men niet alleen de renner moeten straffen, maar in de eerste plaats de sponsor onder wiens dekmantel dit allemaal plaatsvindt. Waarbij ik onmiddellijk aanneem dat bij de meeste ploegen de artsen zich uitsluitend bezig houden met de gezondheid van de renners en niet met andere zaken.
En wat Simeoni betreft: die wordt vandaag 35 jaar en hij rijdt voor Naturino Sapore di Mare. Dat klinkt in ieder geval erg gezond en van zeep ga je volgens mij niet harder rijden. Je wordt er wel schoon van en dat is toch het streven? Ja toch dokter?
(© Cor Vos)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 17 augustus 2006 0:00

Op 1 juli bij het begin van de Tour heb ik op deze weblog gesteld dat de renners met vuur spelen als ze willens en wetens doorgaan met het gebruik van verboden middelen. De wielersport drijft op de ruimhartige bedragen die grote multinationale ondernemingen in de sport pompen en als dank worden de namen van die suikerooms in verband gebracht met fraude en bedrog. Wat je ook over doping denkt en hoe je het probleem ook wil oplossen, epo, nortestosteron en al die andere rotzooi is verboden en er bestaan lijsten met middelen die je als sporter niet mag gebruiken.
Gisteren zei Mart Smeets in Twee Vandaag dat het ...

Door Fred van Slogteren, 16 augustus 2006 7:53

Arnaldo PAMBIANCO (1935, Italië)

Op 5 augustus schreef ik naar aanleiding van zijn geboortedag over de Rotterdammer Schalk Verhoef dat ik die in 1957 derde had zien worden bij het WK voor amateurs in Waregem. Achter de Belg Louis Proost, die de regenboogtrui mocht aantrekken. Van Proost en Verhoef is als prof niet veel vernomen, maar de man die op die kletsnatte dag tweede werd, ontpopte zich als beroepsrenner tot een grote. Arnaldo Pambianco won in 1961 de Ronde van Italië en dan ben je in de laars een idool voor het leven. Hij was een vriend en streekgenoot van Ercole Baldini en hij had een groot aandeel in de Olympische titel die Baldini in 1956 in Melbourne behaalde. Behalve de Giro won Pambianco in zijn carrière ook de Ronde van Sardinië, Milaan-Turijn en de Brabantse Pijl. Dat is een vrij bescheiden erelijst voor iemand met zijn capaciteiten, maar de man uit Romagna was een echte ronderenner die het van de regelmaat moest hebben. In de Giro die hij won, behaalde hij bijvoorbeeld geen enkele etappeoverwinning, maar hij eindigde wel elke dag kort en zo won hij de ronde met bijna vier minuten voorsprong op Jacques Anquetil, die toen op het toppunt van zijn roem stond. Ook een toprenner als Charly Gaul kon niet tegen zijn regelmaat op. Pambianco was niet het type van een vedette en daarom heeft hij de Tour en de Giro vaak in dienst moeten rijden van een kopman. In 1965 was dat de piepjonge Felice Gimondi die in het begin van die Tour onverwacht aan de leiding kwam en de steun van de hele Salvarini-ploeg opeiste. Voor de bescheiden Pambianco was dat geen probleem en hij verzette bergen werk voor zijn landgenoot, die de gele trui dan ook in Parijs bracht. (archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 16 augustus 2006 0:00

“Wederom een Italiaanse fiets met de merknaam Bottecchia en op de sticker op de staande buis staat: Campione del Mondo 1966. Dat zou er op kunnen duiden dat Rudi Altig deze fiets ooit bereden heeft, of op een ander exemplaar van dit merk reed. Ottavio Bottechia – alleen die naam is al een gedicht - was de eerste Italiaan die de Tour de France won. Dat was in 1924 en een jaar later deed hij het nog eens. Hij was ook de eerste winnaar – voorzover ik kan nagaan - die van het begin tot het eind in het geel reed. De fiets die zijn naam draagt is een mooie, maar eenvoudige fiets, zoals ook Ottavio een eenvoudige man was. Zijn bijnaam was De Metselaar van Friuli en hij leerde pas lezen en schrijven toen hij al een beroemdheid was. Hij is een van de weinige winnaars van voor de tweede wereldoorlog die niet geheel vergeten is. Dat komt – hoe morbide – door zijn dood. Of eigenlijk door het raadsel rond zijn dood. Hij werd op 2 juni 1927 bewusteloos ...

Door Fred van Slogteren, 15 augustus 2006 10:00

Giampaolo CARUSO (1980, Italië)

Ik weet niet of Giampaolo een nazaat is van de beroemde tenor Enrico Caruso, maar veel aanleiding om in een mooie aria uit te barsten is er dit jaar niet geweest. Hij reed vorig jaar een sterke Ronde van Italië in het blauwe shirt van Liberty Seguros-Würth. Hij eindigde toen als 19e en dit jaar verbeterde hij die prestatie met een 12e plaats. Caruso is geen winnaarstype, want voorzover ik kan nagaan heeft hij als prof nog geen overwinning behaald, maar een man met regelmaat die daardoor een goede ronderenner is. Vanaf zijn profdebuut in 2002 rijdt hij voor Manolo Saiz, eerst bij Once en daarna bij Liberty Seguros-Würth. Het verhaal is bekend. Saiz werd vorig jaar eerst geconfronteerd met de diskwalificatie van Roberto Heras in de Vuelta en is nu zelf het middelpunt van een omvangrijk dopingschandaal, dat er onder meer toe leidde dat zijn sponsor het voor gezien hield. Zijn sterrenner Alexandr Vinokourov kwam daarna met een nieuwe sponsor uit zijn vaderland Kazachstan op de proppen, die de hele boedel van Liberty Seguros-Würth overnam. Omdat vijf renners van de beoogde Tourploeg van Astana op de lijst van verdachten van de Spaanse justitie staan, kon er op 1 juli geen volwaardige ploeg in Straatsburg aan de start komen en zo bleef ook Caruso thuis. La Forza del Destino, zong opa Enrico in de jaren twintig van de vorige eeuw en dat betekent zoveel als ‘de macht van het noodlot’. Ik hoop dat Giampaolo er troost bij heeft gevonden in zijn woonplaats Avola, een badplaats op Sicilië.

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 15 augustus 2006 0:00

“Maandag 14 augustus 1978 vond in Nijmegen de proloog van de Ronde van Nederland plaats. Tachtig coureurs – waaronder maar liefst dertig landgenoten - stonden een voor een aan de start, verdeeld over tien ploegen. Op de Wedren, het plein waar tegenwoordig ook de Nijmeegse Vierdaagse vertrekt, won Walter Planckaert de proloog over 1100 meter. Later in de middag loste Nijmegenaar en wielerliefhebber Dries van Agt, destijds minister president, het startschot voor een criterium over 80 kilometer. Aad van den Hoek, de meesterknecht uit de Raleigh ploeg, won met 6 seconden voorsprong op Bert Scheuneman (de vader van Niels) en Piet van Katwijk. Een andere opvallende verschijning in Nijmegen was ploegleider Eddy Merckx. Voor het eerst sinds zijn afscheid in mei 1978 stond de Kannibaal officieel als ploegleider op de deelnemerslijst. En met zijn renner Walter Planckaert was hij ook in zijn nieuwe functie meteen weer succesvol. Tijdens de Tour de France had hij al met een accreditatiekaart om zijn nek gelopen als PR-medewerker voor sponsor C&A. Zijn baantje als ploegleider was trouwens geen lang leven beschoren, want op 28 maart 1980 opende hij in Meise zijn eigen fietsconstructiebedrijf.

In deze dagen raken we niet uitgesproken over de ...

Door Fred van Slogteren, 14 augustus 2006 10:00

Herman VANSPRINGEL (1943, België)

Een geweldige renner die alleen door zijn gebrek aan uitstraling en zijn bescheidenheid nooit een vedette werd. Hij was echter te goed om als een loser de wielergeschiedenis in te gaan. Zonder een winnaarstype te zijn won hij talloze wedstrijden, waaronder Gent-Wevelgem, de Omloop Het Volk, de Ronde van Lombardije, Parijs-Tours, het Kampioenschap van Zürich en natuurlijk zeven keer Bordeaux-Parijs, de monsterrit die helaas niet meer wordt verreden. Maar Vanspringel (en niet Van Springel) is het bekendst geworden door zijn nederlaag in de Tour de France 1968, toen hij in de afsluitende tijdrit nipt door Jan Janssen werd geklopt. Om van die dag een goed beeld te krijgen, voor mijn boek over de eerste Nederlandse Tourwinnaar, ging ik in maart 2001 bij Vanspringel op bezoek. Hij woonde toen in een klein dorp in de nabijheid van Temse samen met zijn vriendin, nadat zijn huwelijk door tragische omstandigheden was gestrand. Gewend aan de paleizen waarin oud-renners van zijn niveau plegen te wonen, was het even wennen zeker toen Herman ook nog bleek te werken. Hij was advertentie-acquisiteur voor een drukkerij gespecialiseerd in gemeentegidsen. Daar is niks mis mee en misschien deed hij het wel om niet de hele dag te hoeven niksen, maar toch. Hij had zijn naam dus niet echt uitgebuit en dat past wel bij hem.
Hij was een plezierig gesprekspartner die open en eerlijk over zich zelf en anderen sprak en zich niet groter maakte dan hij was, een handicap waar veel oud-renners het patent op hebben. Zijn relaas over die gedenkwaardige zondag in juli 1968 neemt een behoorlijke plaats in mijn boek in, want als je over die Tour (vijf hoofdstukken) schrijft dan kun je niet om Vanspringel heen.
Nadat het boek was uitgekomen werden de beide kemphanen van vroeger uitgenodigd voor een gesprek in een talkshow van de BRT. Janssen is bij dat soort gelegenheden een spraakwaterval, waar je als interviewer geen kind aan hebt, maar Herman zat er zwijgend bij. Toen hem gevraagd werd wat hij van het boek vond, bekende hij het nog niet gelezen te hebben. Ontroerend vanwege de bescheidenheid vond ik zijn woorden: “Ik zal er wel in voorkomen, want die mens is ook bij mij geweest.”
Herman, als je dit leest gefeliciteerd met je 63e verjaardag en ik hoop dat je nog net zo verliefd naar je toenmalige vriendin (nu mevrouw Vanspringel) kijkt, als toen die middag. En doe de groeten aan Rick van Berkel!
(foto: archief Wim van Eyle)

Wat staat er nog meer in het geboorteregister?

Door Fred van Slogteren, 14 augustus 2006 0:00

« Vorige 1 2 3 ... 996 997 998 999 1000 1001 1002 1003 1004 1005 1006 ... 1044 1045 1046 Volgende »