Deze in Herenthout (provincie Antwerpen) geboren coureur was een echte
baner. Niet dat hij op de weg niet uit de voeten kon, want als amateurrenner was hij in 1936 kampioen van België op de weg. Maar toen hij in 1939 zijn eerste proflicentie aanvroeg stond zijn besluit vast. Hij zou zijn centjes op de baan gaan verdienen, in ploegkoersen en zesdaagsen. Dat was een gewaagde keuze, want er waren nog al wat baanrenners die echte toppers waren. Die op de Europese winterbanen de lakens uitdeelden en de prijzen slechts wensten te delen met de andere passagiers van de Blauwe Trein. Nieuwelingen waren niet welkom in dat selecte gezelschap en het enige argument waarvoor ze een plaatsje wilden afstaan waren sportieve prestaties. Wie er in slaagde om dwars door de slag te gaan en een plaats op te eisen, maakte een kans en voor de rest waren ze als losers aangewezen op de chasse patat. Er zat wel enige logica in deze hiërarchie want er waren in de jaren veertig en vijftig nog niet zoveel zesdaagsen. Hooguit vier à vijf per seizoen en in de tijd dat ... 





“In de jaren zeventig was er op tv een populair kinderprogramma dat Destratenmakeropzeeshow heette. Je kunt veel beroepen op zee uitoefenen, maar stratenmaken valt daar niet onder. Wielrennen op zee, trouwens ook niet, als we die schandalige Passage du Gois uit 1999 even buiten beschouwing laten. Wielrenners met zeebenen zijn daarom een zeldzaamheid. Toch heb ik er één gekend. Een Haarlemse zeebonk met een warm kloppend hart voor de wielersport. Met die zeebenen is hij geboren, maar de wielerbacil dankte hij aan zijn buurman: Cor Bijster. Cor leek in de eerste naoorlogse jaren voorbestemd een groot sprinter te worden en Henk was een van zijn vele fans. Hij was de hemel te rijk toen hij een afgedankt karretje van Cor kon overnemen. Hij begon direct als een wielrenner te leven, dus keihard trainen, niet roken, niet drinken en elke avond met de kippen op stok. Dat deed hij als hij verlof had, want hij werkte als matroos op de grote vaart en was vaak lang van huis. Dat een bestaan als zeeman niet te combineren was met een wielercarrière, nam hij op de koop toe. Kiezen kon-ie niet en zo werd hij ...
Nations, een tijdrit die min of meer als de opvolger geldt van de Grote Landenprijs. En dan is het afgelopen. De vedetten gaan dan naar Curaçao voor een feestwedstrijd onder leiding van Leo van Vliet met aansluitend een zonnige vakantie en dan is enkele maanden lang alle wieleraandacht gericht op de veldrijders en de mannen van de zesdaagsen. Ik heb gisteren met veel genoegen gekeken naar de Ronde van Lombardije. Het was ook in Noord-Italië mooi weer en dan is het genieten van het Italiaanse landschap in de omgeving van het Lago di Como. De ontknoping vond ik geweldig. Wie had daar de al 30-jarige Zwitser Oliver Zaugg verwacht? Niemand met uitzondering wellicht van Zaugg zelf, die zijn strijdplannetje in zijn hoofd had. Al zeven jaar beroepsrenner en nog nooit een koers gewonnen. Hij mocht gisteren zijn eigen kans gaan, omdat de Leopard-ploeg niet in de sterkste opstelling aan de start was gekomen. De ploeg houdt op te bestaan en de kleinere renners – zoals de brave Oliver – moeten zich ...
Vandaag wordt in Italië de laatste grote koers van het seizoen 2011 verreden. De Ronde van Lombardije, ook bekend als de koers van de vallende bladeren. Die wedstrijd bestaat sinds 1905 en op slechts enkele jaren na is hij ieder jaar verreden. Met heel veel grote winnaars op de erelijst, hoewel het ook een koers is die sommige vedetten willen overslaan omdat ze zich niet meer kunnen opladen na een zwaar, allesvergend seizoen. Fausto Coppi is met vijf overwinningen nog altijd recordhouder en de Italianen hebben als land verreweg de meeste hoofdprijzen opgeëist. De Belgen hoeven zich met twaalf overwinningen niet te schamen, maar Nederland heeft in deze najaarskoers niet vaak geëxcelleerd. Slechts drie maal heeft een landgenoot zich de primus inter pares getoond. De eerste keer in 1962 was het een pure verrassing, toen Jo de Roo indrukwekkend naar de zege snelde. We wisten als Nederlandse wielerliefhebbers toen nauwelijks wat de Ronde van Lombardije was. Wel wie Jo de Roo was, want twee weken daarvoor had de Zeeuw ook al Parijs-Tours gewonnen. Dat die twee overwinningen geen toevalstreffers waren, bewees hij een jaar later toen hij beide koersen nogmaals won. Dan ben je geen toevallige overwinnaar, maar een zuivere klasbak. Het duurde daarna ... 