Leif MORTENSEN (1947, Denemarken)
De naam van deze stoere Deen is voor eeuwig gelinkt aan die van
Jean-Pierre Monseré – zeg maar Jempy –, de Belgische wonderboy die aan de vooravond van een grootse carrière (voorspelling) tragisch verongelukte in een kermiskoers, waar de beveiliging zo slecht geregeld was dat automobilisten niets vermoedend op het parcours konden komen. Dat was op 15 maart 1971 in Retie en Jempy reed in de regenboogtrui van de wereldkampioen op de weg bij de profs. Precies zeven maanden nadat hij in het Mallory Park van de Engelse stad Leicester wereldkampioen was geworden door in de sprint de jarige van vandaag te kloppen. Een jaar daarvoor in het Tsjechische Brno was de uitslag precies andersom geweest. Toen was Mortensen eerste en Monseré tweede. Helaas voor de Deen bij de amateurs, want die titel beklijft veel minder lang dan bij de profs. Daarom is de naam van de Belg – mede door zijn ...




toen André van Middelkoop winnaar werd van de 9e Ronde van Gelderland. Jan Balder was in de Wielersport van 6 mei euforisch over die prestatie: ‘Fel en zonder pardon waren de vele wielergevechten, die het uitgelezen rennersveld op de wegen van de provincie Gelderland met elkaar uitvocht. Nimmer luwde de strijd; vanaf de start tot dicht aan de finish liet zij de volgers en de belangstellenden in het onzekere en voor de organisatie van deze prachtige klassieker, die door de mooiste streken van de Veluwe voert en qua parcours een diepe indruk op ons achterliet, is er nauwelijks méér voldoening over dit welslagen te denken. Deze wegwedstrijd, welke werd verreden onder een zonovergoten hemel, schitterde in al haar luister. In alle onderdelen klopte de planning en als bekroning op dit machtige stuk werk, kwam de schitterende solo, welke winnaar André van Middelkoop in de slotfase ten beste gaf. Hij was met nog vijftien kilometers voor het stuur zijn andere metgezellen van de kop ontvlucht, bleef aanvankelijk op dezelfde afstand in het vizier, maar gleed tegen het einde toch ...
Van de week werd bekend dat deze 27-jarige Rus alsnog een bronzen medaille in ontvangst mag nemen voor zijn prestatie in de Olympische wegwedstrijd in Peking, vorig jaar augustus. Hij dankt die late onderscheiding aan het feit dat de zilveren medaillewinnaar, de Italiaan Davide Rebellin, na een positieve contra-expertise uit de uitslag zal worden verwijderd, vanwege het gebruik van Cera. Daardoor schuiven alle andere renners in de uitslag een plaatsje op en krijgt Fabian Cancellara het zilver en Kolobnev het brons. Of hij er blij mee zal zijn, betwijfel ik ten zeerste want zijn medaille is niet in de wedstrijd maar in het laboratorium behaald en dat vindt geen enkele rechtgeaarde sportman leuk. Waarom het zo lang geduurd heeft voor die positieve uitslagen van zes Olympiërs naar buiten kwamen, weet geen mens, maar het is natuurlijk niet in de haak. Het leven gaat door en voor de organisatie van bijvoorbeeld de Waalse Pijl is het natuurlijk niet leuk een winnaar te hebben die een paar dagen later van zijn voetstuk is gestoten. Voorzover mij bekend is Kolobnev nooit in opspraak geweest. Hij is een goede subtopper in dienst van ... 

Vandaag aandacht voor een Duitse baanrenner uit de oertijd van het wielrennen. 133 jaar geleden in Hannover geboren en al weer 45 jaar geleden in Berlijn overleden. Hij heeft dus 88 jaar geleefd, waarvan zo’n dikke dertig als actief wielrenner. Hij stopte er pas mee toen hij vijftig jaar was, en dat zou nu ondenkbaar zijn. Hij telde toen al vijf jaar niet meer mee, maar kon op basis van zijn grote naam nog overal in Europa lucratieve contracten afwerken. De wereld hoorde voor het eerst van hem toen hij in 1896 als kampioen van Duitsland sprint het Europees kampioenschap behaalde. Een jaar later werd hij wereldkampioen in Glasgow en toen wist de hele wereld wie Willi Arend was. Het was de derde keer in de geschiedenis van de wielersport dat er een WK werd georganiseerd. Hij versloeg in de finale de Brit Charly Barden en de Fransman Paul Masson, volstrekt vergeten namen, want wie aan die tijd terugdenkt herinnert zich mannen als Edmond Jacquelin, Major Taylor, Thorwald Ellegaard, Gabriel Poulain en onze landgenoot Harie Meyers. Geen levende ziel van nu heeft een van die mannen ooit zien rijden, maar de namen hebben nog een vertrouwde klank, dankzij boeken en andere geschriften. Daarmee wordt weer eens aangetoond hoe belangrijk geschiedschrijving is. Wat zouden we nog van onze vijfvoudige wereldkampioen ...
En weer is ons een van de coryfeeën van het Olympisch Stadion ontvallen. Henk Nijdam, de stoere Drent, kwam, zag en overwon. Een aardige knul met een mooie frisse kop en helblauwe ogen. Hij kon goed mee op de weg en hij bleek een begenadigd tijdrijder. Hij boekte successen in de Tour de l’Avenir en hij behaalde vijf Nederlandse titels en twee wereldtitels in de achtervolging. Een mooie profcarrière lag in het verschiet, maar een ernstig ongeluk belette dat. Hij realiseerde een redelijke wielerloopbaan, waarin hij twee Touretappes won, maar de top haalde hij niet. Zijn laatste jaren – waarin hij behoudens enkele vrienden niemand meer tot zijn leven toeliet – waren intriest. Door ziekte verloor hij beide benen en door een ernstige hartkwaal leefde hij als een kasplantje. Op de door Wieler Magazine georganiseerde reünie vorig jaar van de Tourploeg van 1968 met Jan Janssen als stralend middelpunt, ontbrak Henk helaas omdat zijn ziekte het hem belette. Zijn dood komt daarom niet onverwacht, maar desondanks wel als een schok. Hierbij vertolk ik mijn medeleven – ongetwijfeld namens vele ... 